Kustwachter A.J. moet weer vast

Positieve reactie van heroïne in bootje ‘Prenda’

kustwacht

Positieve reactie van heroïne in bootje ‘Prenda’

WILLEMSTAD — Het verzoek van het Openbaar Ministerie voor de wederopsluiting van de recentelijk vrijgelaten kustwachter A.J., betrokken bij een drugsonderzoek, is vrijdag gehonoreerd door het hof. Het verzoek werd vorige week dinsdag behandeld.

Het hof heeft hierbij onder meer rekening gehouden met de resultaten van een Ion Scanner (ionscan, drug sniffer), waaruit blijkt dat er restjes van heroïne op één van de gebruikte vaartuigen is aangetroffen.

De verdachte J. werd afgelopen april net als zijn collega A.M., op verzoek van hun (respectievelijke) advocaten Marije Vaders en Everett Wilsoe door de rechter-commissaris (RC) vrijgelaten. Het OM is in beroep gegaan tegen die beslissing. M. zit inmiddels weer vast en het OM is nu met een zoektocht gestart naar J.

Er doen geruchten de ronde dat de man zich in het buitenland bevindt. Als hij weer wordt opgevangen, moet J. conform de beslissing van het hof, zestig dagen opgesloten worden. Zoals bekend kwam deze zaak aan het rollen na een ongeluk op zee op 15 december, waarbij Ivan Falbru vermist raakte.

Het hof is in deze zaak tot de conclusie gekomen dat er onder meer sprake is van een geschokte rechtsorde, aangezien de verdachten werkzaam zijn bij de kustwacht Curaçao en J. verdacht wordt van een strafbaar feit waarop een gevangenisstraf staat van zes jaar of langer.

Het strafvorderlijk belang weegt derhalve zwaarder dan de tijdens de behandeling naar voren gebrachte persoonlijke belangen van de verdachte. Heroïne Er is verder rekening gehouden dat J. de eigenaar is van de vissersboot ‘Prenda’ die op de bewuste dag op zee werd aangetroffen.

Bovendien is volgens de positieve reactie van de ionscan, met dit bootje heroïne vervoerd. Dat is mogelijk ook één van de redenen waarom het verzoek van J. voor teruggave van dit bootje, afgewezen werd. Hij heeft ook verzocht om de go fast ‘Smoking Gun’ terug te krijgen, maar de rechter was echter van oordeel dat het niet onwaarschijnlijk is dat een strafrechter later de ‘verbeurdverklaring’ (onttrekken aan het verkeer) van de in beslag genomen vaartuigen zal gelasten.

Verder is ook rekening gehouden met de belastende verklaringen van de echtgenote van de vermiste ‘verdachte’ Falbru, over de eerdere betrokkenheid van J. bij de overdracht van drugs op zee voor Venezolanen, ‘met behulp van een klein vissersbootje en de go fast genaamd Smoking Gun’.

Daarnaast verklaarde ze ook over de aanwezigheid van deze go fast op haar erf en de aanwezigheid daarvan in de nacht van 15 december vorig jaar. De echtgenote wist ook dat ‘J. te weinig had betaald aan de mensen die het werk deden’.

Tevens hield het hof rekening met de verklaring van M., dat J. hem ‘s nachts bij het Spaanse Water heeft afgezet, waarna M. samen met de vermiste man Falbru is gaan varen met de vissersboot Prenda van J.

Bovendien is rekening gehouden met de tegenstrijdige verklaringen van de drie bij deze zaak betrokken verdachten, oftewel J. zelf, M. en C. over wat er in de nacht en vroege ochtend van 15 december is gebeurd.

De derde verdachte, R.C., ging eerder in beroep tegen de beslissing dat hij zestig dagen in hechtenis moest zitten in verband met het onderzoek, en heeft die zaak gewonnen. Hij werd hierna vrijgelaten. Het OM kan tegen deze beslissing niet in beroep gaan.

Bron: Amigoe

 

Bron: Amigoe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *