Meer toezicht Rijksministerraad op verkapte leningen

logo-nederlandDEN HAAG — Nederland, Curaçao en St. Maarten hebben afspraken gemaakt over beter toezicht op de zogeheten verkapte leningen en de gevolgen voor de begrotingen van de twee laatstgenoemde landen. Dat schrijft minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Tweede Kamer.

Aanleiding is de conclusie van het College financieel toezicht (Cft) dat de beperkte reikwijdte van de Rijkswet financieel toezicht tot risico’s kan leiden.
Die conclusie, waar Cft-voorzitter Age Bakker de minister per brief over inlichtte, kwam ter sprake tijdens de Rijksministerraad van afgelopen vrijdag.

“In de Rijksministerraad is met Curaçao en St. Maarten afgesproken om in het kader van het toezicht op grond van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en St. Maarten nadere regels te stellen zodat het Cft de risico’s van verkapte leningen bij het oordeel over het evenwicht op de begroting kan betrekken”

, schrijft Plasterk.

“Een eventuele wijziging van de wet kan worden bezien bij de evaluatie van de Rijkswet in 2015. Daarbij zij opgemerkt dat de Rijkswet financieel toezicht een consensuswet is. Dat betekent dat de wijziging de instemming nodig heeft van alle betrokken landen.”

De nieuwe regels zijn nodig omdat zowel Curaçao als St. Maarten sinds de ontmanteling van de Nederlandse Antillen geprobeerd heeft buiten het toezicht via andere bedrijven leningen af te sluiten of te verstrekken.
Op St. Maarten ging het om de bouw van het Justice Park en een brug over Simpson Bay.
Op Curaçao ging het zoals bekend om de financiering van gratis onderwijs door Refineria de Kòrsou en de financiering van een nieuw ziekenhuis door een stichting of door het huidige St. Elisabeth Hospitaal, plannen waar het Cft zijn zorgen over heeft geuit.

“Het Sehos valt als marktpartij niet onder het toezicht van het Cft en zou dus zelfstandig een lening kunnen afsluiten. Of dat, gegeven de toch al kwetsbare financiële situatie van het Sehos verstandig is voor de overheidsfinanciën, is nog onderwerp van nader onderzoek”

, schrijft Bakker.

Overigens mag de overheid van Curaçao wel weer leningen afsluiten, ook voor de bouw van een ziekenhuis, nadat het Cft in april oordeelde dat de regering aan vier van de zes voorwaarden uit de aanwijzing door de Rijksministerraad voldeed.
Bij de aanvraag van een lening zal het Cft wel opnieuw beoordelen of de uitvoering van de begroting en maatregelen op schema liggen en of de exploitatie van het ziekenhuis financieel verantwoord is.

“Het Cft is zich bewust van de beperkingen die de Rijkswet met zich meebrengt en signaleert dat de beperkte reikwijdte in sommige gevallen tot risico’s leidt.
De taak van het Cft is echter financieel toezicht houden op basis van de consensus-Rijkswet; de reikwijdte van de Rijkswet is politiek bepaald en vormt de basis waarop het Cft zijn toezichthoudende taken uitvoert”

, aldus Bakker.

Overigens schrijft hij dat de instituten en organisaties die wel onder het financieel toezicht vallen sinds de ontmanteling geen nieuwe schuld hebben opgebouwd.

“Ik hecht er waarde aan dat te benadrukken, aangezien in debatten in Nederland de indruk wordt gewekt dat Curaçao en St. Maarten omvangrijke nieuwe schulden hebben opgebouwd.
In het verlengde daarvan geldt ook dat het onjuist is dat onduidelijk is wat er gebeurd is met de gelden die beschikbaar zijn gesteld voor schuldsanering. Aangezien de schuldtitels per 10-10-‘10 zijn overgegaan naar de Nederlandse Staat, is dat inzicht gegeven in de jaarrekening van het begrotingshoofdstuk Nationale Schuld 2010”

, schrijft Bakker.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *