Meeste Curaçaoënaars vinden zichzelf gezond

WILLEMSTAD — Een overgrote meerderheid van de Curaçaoënaars (87 procent) beleeft zijn gezondheid als ‘goed’ tot ‘heel goed’. In 2001 was dit nog 84,1 procent. Evenals in 2001 zijn in de Census van 2011 een aantal vragen gesteld over de gezondheid. Een daarvan ging over de gezondheidsbeleving: “Wat vindt u van uw gezondheid vergeleken met anderen van uw leeftijd?”

Gezondheidsbeleving is een subjectief gegeven; iemand kan antwoorden dat zijn gezondheid slecht is terwijl een ander in eenzelfde situatie zijn gezondheid als goed ervaart.
De categorie ‘heel goed’ is gestegen van 32,3 procent naar 37,9 procent.
Mannen geven vaker aan ten opzichte van vrouwen ‘heel goed’ te zijn zowel in 2001 als in 2011.

Van de 0-14 jarigen heeft 92,6 procent een positief oordeel over zijn gezondheid, waarvan 50,7 procent ‘heel goed’ en 41,9 procent ‘goed’.

De overeenkomstige cijfers van de 15-64 jarigen bedragen respectievelijk 89,2 procent, waarvan 37,3 procent (heel goed) en 51,9 procent (goed).

Terwijl die van de 65-plussers respectievelijk 68,6 procent bedragen, waarvan 23,0 procent (heel goed) en 45,6 procent (goed).

Een andere vraag ging over het hebben van een lichamelijke of mentale beperking. Van de totale bevolking is 12,3 procent blind of slechtziend en 2,6 procent doof of slechthorend.
Verder heeft 1,1 procent een andere lichamelijke beperking, 1,6 procent heeft een verstandelijke/ geestelijke beperking. 2,6 procent onverzekerd
In 2001 was 7,7 procent van de totale bevolking niet verzekerd.
In 2011 was het slechts 2,6 procent.

Bij gelegenheid van de Census werd ook gevraagd op welke wijze men verzekerd was tegen ziektekosten.
In 2001 was er bij deze vraag de mogelijkheid om aan te geven of men meer dan één verzekering had, maar in 2011 was het alleen mogelijk één antwoord te geven.
In 2011 was 45,6 procent van de totale bevolking verzekerd bij de SVB. In vergelijking met 2001, is het percentage met bijna 10 gestegen.

– 15,8 procent van de totale bevolking is in het bezit van een PP-kaart.
Dit is een daling van bijna 4 procent ten opzichte van 2001.
Verder valt 11,7 procent onder het BZV en heeft 11 procent een privéverzekering.
– 7,1 procent van de totale bevolking heeft een bedrijfsverzekering, terwijl 5,2 procent verzekerd is via het FZOG.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *