‘Middelbaar onderwijs Caribisch Nederland moet beter’

Staatssecretaris Sander Dekker - Foto |  Suzanne Koelega

Staatssecretaris Sander Dekker – Foto | Suzanne Koelega

DEN HAAG – Het onderwijs op de middelbare scholen in Caribisch Nederland moet snel beter. Het afgesproken basisniveau moet gehaald worden, de schoolbesturen moeten hun taken beter uitvoeren en het tekort aan leraren moet opgelost.

Als de situatie op de scholen niet vooruitgaat en adviezen uit Nederland niet opgevolgd worden, krijgen de scholen – als straf – minder geld. Dat concluderen staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs en de Tweede Kamer vandaag tijdens een debat.

“Ik ga sancties niet uit de weg, maar hopelijk zijn die niet nodig, want dan zijn de leerlingen als eerste de dupe”, aldus Dekker.

Saatssecretaris Sander Dekker over onderwijs Caribisch Nederland (bijdrage: Jamila Baaziz)

Vooral de middelbare scholen hebben moeite met de onderwijsverbeteringen die doorgevoerd worden sinds Bonaire, Saba en Sint Eustatius een bijzondere gemeente van Nederland zijn geworden. Afgesproken is destijds dat het onderwijs er uiterlijk in 2016 moet voldoen aan het basisniveau dat ook in Nederland geldt. Maar ondertussen is er een nijpend lerarentekort, maken schoolbesturen, directies en docenten onderling ruzie en zijn ouders en leerlingen daardoor ontevreden.

Geld
Om de kwaliteit van de scholen snel te kunnen verbeteren en de adviezen uit Nederland op te volgen, is er tot 2018 extra geld beschikbaar gesteld door Dekker: 12,7 miljoen in totaal voor de drie eilanden samen. Dit geld komt er omdat uit onderzoek is gebleken dat het huidige budget daarvoor ontoereikend was.

De scholen op Saba en Statia krijgen daarnaast nog meer extra geld. Zij hebben een plan ingediend om de problemen aan te pakken. Dit geld gaat onder meer naar extra scholing voor docenten, coaching voor de schoolbesturen en het wegwerken van achterstanden. Vanuit Bonaire zijn nog geen plannen gekomen, dus is er ook nog geen extra geld.

“De geboden steun wordt daar niet altijd met dank ontvangen”, aldus Dekker.

“Ze denken daar dat ze het beter weten. Maar de inspectie gaat hier bovenop zitten om in te grijpen als dat nodig is.”

Taal
De beperkte kennis van het Nederlands van scholieren is een constant punt van zorg bij zowel Kamerleden als staatssecretaris. Nu op Statia het Engels als instructietaal ingevoerd gaat worden en er geswitcht wordt naar het CXC-systeem (Caribbean Examinations Council), wil André Bosman (VVD) weten wat dit betekent voor de waarde van een diploma. Dekker geeft aan dat de waarde van de CXC-diploma’s gewogen wordt door het Nuffic, waardoor vergelijking met de Nederlandse diploma’s mogelijk is. Voor Bonaire geldt dat een havo of vwo-diploma ook echt hetzelfde niveau moet hebben als dat diploma in Nederland.

Zorgleerlingen
Leerlingen die extra zorg en aandacht nodig hebben, zitten in Caribisch Nederland in reguliere klassen. Dat vraagt extra expertise van de leraren en docenten, vindt D66’er Paul van Meenen. Hij hoopt dat er meer aandacht komt voor deze leerlingen. Dekker antwoordt daarop dat ook hier extra geld voor is, zodat leraren aanvullend getraind kunnen worden om hiermee om te gaan. De kleinschaligheid van het onderwijs op de eilanden maakt het heel moeilijk om bijzonder onderwijs te bieden.

Basisonderwijs
De betrokken bij het basisonderwijs krijgen een compliment tijdens het debat. Hij – en ook de Kamerleden – constateren dat daar hard gewerkt wordt aan vooruitgang.

“Dat is belangrijk, omdat goed onderwijs op langere termijn helpt om de economie, de zorg en de hele samenleving vooruit te helpen. Het begint bij de nieuwe generatie die de kans krijgt de eilanden vooruit te brengen”, aldus Dekker.

Door Jamila Baaziz

Bron: Caribischnetwerk.NTR

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *