Minister Francisca verliest rechtszaak Tayer Soshal

Jeanne-Marie-Francisca-225x300WILLEMSTAD — Het bestuur en de directie van Fundashon Tayer Soshal mogen zich weer op de werkvloer vertonen. Dat heeft de rechter gisteren in een kort geding besloten. Volgens de rechter was PS-minister Jeanne-Marie Francisca van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn (Soaw) onbevoegd om de werknemers te schorsen. Ook kreeg de minister een tik op de vingers, omdat het onderzoek naar de beschuldigingen van mishandeling en intimidatie een maand na de schorsing nog niet is opgestart.

De opgegeven reden voor de schorsing op 26 september was dat nader onderzoek noodzakelijk was naar klachten van participanten van de sociale werkplaats op Sta. Martha over het bestuur, de directie en personeelsleden van de stichting.
Die klachten zijn: misbruik van omstandigheden, intimidatie, mishandeling en diefstal van goederen.

Het bestuur onder leiding van Mayra Coffie en het directielid Sharlon Melfor betwistten de rechtmatigheid en de gegrondheid van de schorsing en vorderden daarom de opschorting van de schorsing van drie maanden.
Volgens de rechter is een schorsing van een bestuurder of werknemer een ingrijpende maatregel die in het algemeen, en zeker in een kleine samenleving als de Curaçaose, diep ingrijpt in het persoonlijke en sociale leven van betrokkene en bovendien een diffamerend karakter heeft.
Daarom moeten er volgens de rechter gegronde redenen zijn voor de schorsing.
Juist vanwege het ingrijpende karakter van de schorsingsmaatregel had het onderzoek naar de beschuldigingen direct moeten worden uitgevoerd. Dat is niet gebeurd.
Tot enige dagen voor de behandeling van het kort geding had Soab nog steeds geen opdracht gekregen.
Bovendien ziet de rechter niet in dat een accountantskantoor als Soab een relevant onderzoek kan doen naar misbruik van omstandigheden, intimidatie, mishandeling en diefstal van goederen.

Verder is de door de minister opgelegde schorsing niet gebaseerd op de statuten van de stichting. Die bevoegdheid berust volgens de statuten wat de directie betreft bij het bestuur.
De door de minister opgelegde schorsing is dus onbevoegd gegeven en kan daarom niet in stand blijven.
De stelling van de overheid dat een terugkeer van de directie en het bestuur zal leiden tot onrust onder de participanten, is volgens de rechter geen reden om de schorsing in stand te houden.
De overheid heeft het immers in haar macht om samen met de leidinggevenden overwogen voorlichting aan de participanten te geven, zodat onrust wordt voorkomen en alles in goede banen wordt geleid.
De overheid is veroordeeld in de proceskosten.

To Top

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *