Minister Martina wil ontslag voltallige RvC

 Minister Martina wil ontslagWILLEMSTAD — In een brief van 28 maart, aan de Raad van Ministers (RvM), zegt de minister van Economische Ontwikkeling, Steven Martina (Pais), zijn vertrouwen in de huidige Raad van Commissarissen (RvC) van de Curaçao Ports Authority (CPA) definitief op. De ‘vertrouwensbreuk’ is volgens de minister te wijten aan de besluitvorming ofwel het inmiddels teruggedraaide voornemen van de RvC, om tot aanschaf van het gebouw aan de Pletterijweg voor 2,2 miljoen gulden over te gaan.

De minister adviseert de RvM om tot ontslag van de RvC-leden over te gaan:

“Indien de RvM dit advies overneemt, zal dat voornemen tezamen met een brief aan de adviseur Corporate Governance Stichting Bureau Toezicht en Normering Overheidsentiteiten (SBTNO) worden voorgelegd”

, aldus minister Martina.
Hij zet uiteen ‘dat de besluitvorming met betrekking tot de aankoop van het gebouw, de Safety Zone NV, hoogst onzorgvuldig heeft plaatsgevonden’.

“Het betreft namelijk de aankoop van een gebouw waar een materieel bedrag mee is gemoeid, er is geen due-dilligence rapport, er is geen business case die aangeeft waar het gebouw voor zal worden gebruikt, er is geen recent taxatie-rapport van zes maanden of minder, er zijn geen beraadslagingen in de notulen terug te vinden en er is ook geen additionele informatie ter beschikking gesteld die laat zien waarop het besluit is gestoeld”

, aldus de minister.

Zoals de Amigoe reeds uitvoerig heeft belicht, is het gebouw eigendom van oud-minister van Financiën George ‘Jorge’ Jamaloodin (MFK), de (half)broer van de president-commissaris van CPA, Amparo dos Santos.
Uit de CPA-notulen, waar de Amigoe ook over beschikt, blijkt dat het voorstel om het gebouw aan de Pletterijweg aan te schaffen, van CPA-directeur Humberto de Castro kwam, tijdens een RvC-vergadering medio november 2012 waar ook Dos Santos bij aanwezig was.

Minister Martina hierover:

“De beraadslaging en besluitvorming van de RvC over de aankoop, staat op gespannen voet met de code Corporate Governance. Paragraaf 2.12 van de code schrijft voor dat elke vorm en schijn van belangenverstrengeling tussen de vennootschap en commissarissen vermeden dient te worden. Indien een vennootschap een transactie aangaat met een rechtspersoon, terwijl een commissaris in een familierechtelijke relatie van die rechtspersoon staat, is er automatisch sprake van tegenstrijdig belang.”

Martina licht toe dat hij zich onder meer door de CPA-directeur Humberto de Castro heeft laten informeren, waarbij de aandacht van de minister vooral uitging naar een juiste opvolging van procedures.

“Navraag bij de directeur was zonder resultaat”

, aldus de minister.

Ook het besluit om in hoger beroep te gaan tegen de gepensioneerde CPA-directeuren Agustin Diaz en Richard Lopez Ramirez, wordt door minister Martina als reden voor de vertrouwensbreuk genoemd.
De minister kreeg op navraag naar de stand van zaken, van de CPA-directeur het volgende antwoord:

“In het geval van CPA versus de oud-directeuren, zal de CPA-directeur zich laten adviseren door een extern deskundig advocatenkantoor en zal hij ondertekende (minister Martina, red.) en de RvC daarover, zodra mogelijk, inlichten”

, aldus het antwoord.
De minister stelt hierop in zijn hoedanigheid als aandeelhouder, op grond van bovengenoemde feiten tot de conclusie te zijn gekomen dat ‘de vertrouwensrelatie tussen hem en de RvC-leden ernstig is geschaad’.

Vervolg op pagina 2

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *