MO | Deze brug vormt het epicentrum van de escalerende crisis in Venezuela

Arne Gillis | MO.be


Reportage op de Simon Bolivarbrug tussen Venezuela en Colombia

‘Venezue’, prijkt er al op het schouderblad van de jonge vrouw. Twee letters en een hartje later trekt ze het spaghettibandje van haar topje weer op z’n plaats, nu ook esthetisch uitgerust voor de grote stap in het onbekende. De tatoeëerder glimlacht.

Hij doet gouden zaken, deze handelaar in geïnkte nostalgie, op de plek waar de breuklijn tussen wanhoop, droom en daad loopt. Zou de vrouw de etymologie van haar land kennen? Vene-zuela, Klein-Venetië. Tijd om het haar te vragen is er niet. Terwijl haar mannelijke reisgenoten de valiezen op hun schouders laden, springt ze overeind. Even later slokt de heksenketel van La Parada het gezelschap op.

La Parada. Het laatste Colombiaanse gehucht, op de Venezolaanse grens, is een als markt vermomd Wilde Westen. Pal in het centrum verbindt de internationale brug Simón Bolívar Colombia en Venezuela met elkaar. Sinds voormalig president Chávez in 1999 de Bolivariaanse revolutie uitriep, verlieten al zo’n vier miljoen mensen Venezuela. De Simón Bolívar-brug werd het symbool van een crisis die tot vandaag uitdijt. Het aantal varieert, maar geschat wordt dat er gemiddeld zo’n 35.000 mensen per dag over deze brug richting Colombia lopen.

In de omgeving van de brug wordt letterlijk alles wat niet vastzit verkocht. Dat mag ruim geïnterpreteerd worden. ‘Telefoons, computers, goud, zilver, haar!’ roept een man. ‘Haar?’ ‘Ja, haar’, repliceert José. De besnorde Venezolaan handelt in lokken van wanhopige landgenotes. Die verkoopt hij op zijn beurt aan kappers, die er pruiken van maken. ‘Meestal zijn het de mannen die hun vrouw ertoe dwingen, omdat ze geld nodig hebben om te eten. Je bent trouwens net te laat’, maakt hij zich vrolijk over het lot van zijn vorige klant. ‘Had je moeten zien. De tranen rolden over de wangen van degene van wie ik dit afknipte’, grijnst hij, wijzend naar een streng waar het elastiekje nog aan hangt.

La Parada is geen plek voor emoties – tranen verdampen snel op het gloeiend hete asfalt. De wet van billete is de enige wet die in dit oord geldt.

Heeft het professioneel teren op de ellende van anderen de man ongevoelig gemaakt? La Parada is geen plek voor emoties – tranen verdampen snel op het gloeiend hete asfalt. De wet van billete is de enige wet die in dit oord geldt. Geld. La Parada is de eerste stop in Colombia voor honderdduizenden Venezolaanse vluchtelingen. ‘Daar kan maar beter goed aan verdiend worden’, lijkt de algemeen aanvaarde stelregel.

Maar alles heeft twee kanten. Zo is er Manuel, een kapper uit Maracay, Venezuela. Hij is samen met enkele familieleden net gearriveerd in Colombia. ‘Onze situatie kan er alleen maar op verbeteren. Ik ga net zoveel haar knippen tot we voldoende geld hebben voor vier bustickets naar Peru. Van daaruit zien we wel’, glundert hij, gezeten op enkele schamele bezittingen. Hier zit een man die er zin in heeft.

Toch zijn de vluchtelingen zoals de getatoeëerde vrouw en Manuel niet de grootste groep passanten in La Parada. Dat zijn de Venezolanen die hier op de markt inkopen komen doen. Met stootkarren rollen ze de felbegeerde olie, meel en rijst – manshoog opgetast in de warenhuizen van La Parada – over de brug, terug naar hun land. Zo fungeert La Parada als levenslijn voor Venezolanen die aan de grens wonen: voor hun voedselvoorziening zijn ze afhankelijk van de markt in Colombia. Wie een kijkje gaat nemen in het Venezolaanse grensstadje San Antonio begrijpt waarom.

Niemandsland

Waar La Parada een toonbeeld is van een chaotisch roofkapitalisme dat alles als koopwaar ziet, is San Antonio zijn complete tegenpool. Bijna alle winkels zijn gesloten. In de straten liggen hopen vuilnis. Sommige restaurants zijn wel open, maar er ligt nauwelijks iets in hun etalage. Je kunt er wel naar de wc, voor 500 Colombiaanse peso, 15 eurocent. Koks zijn in San Antonio uit armoede toiletjuffrouw geworden.

‘Het betaalsysteem ligt al dagen plat. Eigenlijk heeft het dus amper zin om de winkels te openen’, verklaart Gloria (niet haar echte naam). Ze serveert koffie in een van de weinige kioskjes die open zijn. ‘Mensen komen van honderden kilometers in het binnenland om over de grens inkopen te doen’, vertelt ze. ‘Sommigen blijven hier zelfs wonen, juist omdat de grens met Colombia zo dichtbij is.’ Het creëert een vreemde dynamiek, vindt doña Gloria. ‘Het Venezolaanse binnenland loopt leeg, terwijl grensstadjes zoals San Antonio uit hun voegen barsten.’

Ik wil weten of die bevolkingsaangroei, in het notoir gewelddadige Venezuela, geen samenlevingsproblemen met zich meebrengt. Beslist schudt Gloria haar hoofd. Ze vindt dat het er zelfs veiliger is op geworden. Ze vertelt over een jonge vluchteling, die al maanden voor haar deur slaapt. ‘Vroeger was dat ondenkbaar. Ze zouden hem vermoord hebben voor wat wisselgeld, of voor zijn schoenen. Maar bepaalde groepen hebben hier de touwtjes stevig in handen. Ze zorgen voor de orde.’

Gloria wil er niet verder op ingaan. Ik mag haar kiosk fotograferen, maar zelf wil ze niet op de foto. Bij nader inzien wil ze ook niet onder haar echte naam geciteerd worden. De veiligheid heeft duidelijk een prijs – die van de discretie.

De middag vordert, en de stroom Venezolanen aan de brug richting Colombia is zichtbaar afgenomen. Een poging om een inreisstempel te krijgen om verder Venezuela in te kunnen reizen, strandt. ‘Het systeem waarmee we paspoorten controleren ligt plat’, klinkt het droog aan de Venezolaanse kant van de grens. ‘Sinds gisteren. Waarschijnlijk wordt het overmorgen pas hersteld. Maar zeker is dat niet’, schampert de douanier.

een paspoort is in Venezuela een onbereikbare luxe geworden. Officieel kost het omgerekend zo’n 120 euro. Maar via de officiële weg duurt het maanden, zelfs jaren om er een te bemachtigen

Dan maar terug naar Colombia. Als de Colombiaanse douanier merkt dat ik ook geen Colombiaanse uitreisstempel heb, wijst hij naar Venezuela. ‘Regel het maar bij de Venezolanen.’ Enkele uren daarvoor vertelde zijn collega dat San Antonio visumvrij bezocht kan worden, maar de man heeft geen oren naar dat argument. Het resultaat: een enkeltje richting niemandsland. Noch Colombia, noch Venezuela raak ik in.

Ongewild bevind ik me legaal gezien plots in dezelfde situatie als een groot deel van de Venezolaanse vluchtelingen. Die moeten weliswaar om een andere reden illegaal de grens oversteken: ze hebben helemaal geen paspoort. Dat is in Venezuela een onbereikbare luxe geworden. Officieel kost het omgerekend zo’n 120 euro. Maar via de officiële weg duurt het maanden, zelfs jaren om er een te bemachtigen. Het heet dat het materiaal om de paspoorten te maken “op” is. Maar niet voor wie geld heeft. Corrupte ambtenaren incasseren enorme sommen voor een illegale spoedprocedure. Er circuleren bedragen tot duizend dollar.

Extreem geweld

‘Psst, wij kunnen je helpen.’ Op nog geen vijf meter van de Colombiaanse grenspost hebben Joel en zijn kornuiten postgevat. Het zijn Venezolanen uit het binnenland, maar ze werken hier al meer dan een jaar aan de grens: smokkelaars. In ruil voor een som willen ze me helpen. Ik moet een pet opzetten, en nogmaals door de sluis van de douane richting Colombia lopen. De pet blijkt het afgesproken signaal te zijn voor de Colombiaanse douaniers dat er smeergeld te verdienen valt.

De douanier die me tien minuten daarvoor uit de rij plukte, kijkt dwars door me heen op het moment dat ik hem voorbijloop. Deze keer is het een andere douanier die me uit de rij haalt en terugstuurt. Een nieuweling, of buigt hij niet voor corruptie? Hoe dan ook, het plan lijkt mislukt.

‘Geen probleem, dan wordt het de trocha’, stelt Joel wanneer ik even later weer naast hem sta. Trochas – illegale grensovergangen, dwars door de wildernis. Colombia en Venezuela hebben zeven officiële grensovergangen, maar langs de 2200 km lange grens bevinden er zich honderden illegale. Ze zijn in handen van overblijfsels van de guerrilla, paramilitairen en ordinaire bandieten. De trocha waar Joel opereert, is in handen van de ELN-guerrilla, zal hij me later vertellen.

Het is zo opzichtig dat het bijna ridicuul wordt: de ingang van het illegale smokkelpad ligt op zo’n tachtig meter van de Venezolaanse grensovergang. Vanaf het pad, dat parallel met de brug over de rivierbedding loopt, kunnen de Colombiaanse douaniers ons ook gemakkelijk zien. Het is zo goed als onmogelijk dat de grenswachters van beide landen geen weet hebben van de aanwezigheid van de guerrillero’s.

Voorts is het verbazend hoe sterk de illegale oversteekplaats lijkt op de legale versie. Er is een sluis waar reizigers doorheen moeten, afgezet met prikkeldraad. Er worden vragen gesteld. Stoïcijns neemt de ELN-commandant de afgesproken som aan. Het is een man met een stierennek en een zeer kort lontje. Wanneer we even later mogen vertrekken, zien we nog hoe hij een van zijn medewerkers een klap verkoopt. ‘Por hablar groserías’, weet Joel. Vuilspuiterij. De guerrillacommandant spreek je niet ongestraft tegen.

Op het pad zelf lopen de smokkelaars af en aan. Het zijn niet alleen illegale vluchtelingen die hierover vervoerd worden. Mannen met grote pakken op stootkarretjes of onder de arm lopen continu heen en weer. ‘Van Colombia naar Venezuela worden er drugs getransporteerd. Omgekeerd vooral mensen, op deze trocha toch. Op andere paden worden er ook wapens gesmokkeld’, weet Joel.

Vroeger ging er ook gesubsidieerd Venezolaans voedsel richting Colombia. Volgens Joel is dat wel opgehouden ‘sinds er in Venezuela helemaal geen voedsel meer te vinden is’.

En benzine. Spotgoedkoop in Venezuela, want zwaar gesubsidieerd. Het kost een paar dollarcent om er de tank van een auto te vullen. In Colombia kost die zelfde tank zo’n veertig dollar. De droom van elke smokkelaar. In San Antonio zijn de tankstations gesloten – de benzine wordt tegen (relatieve) woekerprijzen in Colombia verkocht. Vroeger ging er ook gesubsidieerd Venezolaans voedsel richting Colombia. Volgens Joel is dat wel opgehouden ‘sinds er in Venezuela helemaal geen voedsel meer te vinden is’.

‘Iedereen die de trocha gebruikt, betaalt de groepering die ze controleert’, zegt Joel. ‘Er gaat enorm veel geld in om.’ Zelf verdient hij ook niet slecht, geeft hij toe. Desondanks wil hij ermee stoppen. ‘Het geweld dat die gasten gebruiken, stuit me tegen de borst.’ Verschillende mensenrechtenorganisaties maken inderdaad gewag van extreem geweld in de sfeer van de trochas. Zo zouden er regelmatig lichaamsdelen worden gevonden langs de paden, daar gelegd ter intimidatie – ter herinnering dat er betaald moet worden.

Plots wordt duidelijk wat Gloria bedoelde met de toegenomen veiligheid in de regio. Klein banditisme wordt in de grensregio sinds de migratiecrisis simpelweg niet geduld door de grote haaien. Guerrilla en paramilitairen controleren de illegale paden, en vechten onderling een oorlog uit over wie welk pad controleert. De onafhankelijk opererende bandiet is dan niets meer dan zand in het raderwerk. Doña Gloria voelt zich misschien veilig – haar stilzwijgendheid bewijst dat ze maar al te goed beseft wie er in haar stad de plak zwaait.

En waar guerrilla en paramilitairen vroeger een duidelijk en tegengesteld ideologisch profiel hadden, laten hun activiteiten aan de grens zien dat de grote principes al lang vervaagd zijn. Iedereen doet het voor het geld. La ley del billete. En zowel Colombiaanse als Venezolaanse grenswachters pikken daar graantjes van mee in de vorm van commissies.

Lees de volledige reportage in MO*magazine (verschijnt op 6 maart)

Bron: MO.be

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *