Neem opzegrecht op in consensus-Rijkswetten

wetten-3

Neem opzegrecht op in consensus-Rijkswetten

WILLEMSTAD — De Commissie Voorevaluatie Rijkswetten (CVR) adviseert de regering van Curaçao om in de vier consensus-Rijkswetten een opzegrecht op te laten nemen. Volgens de commissie was het uitgangspunt van de vier consensus-Rijkswetten dat er sprake moest zijn van consensus tussen de betrokken landen van het Koninkrijk.

“Het wegvallen van consensus in deze ‘wilsovereenstemmingsfeer’ zal tot beëindiging moeten kunnen leiden’, aldus de commissie in haar advies van 15 juli aan de regering van Curaçao.

Het advies van de CVR werd begin deze week door het kabinet-Asjes naar de Staten gestuurd, op verzoek van PAR-Statenlid Armin Konket. In haar rapport benadrukt de commissie het belang van het opnemen van een opzegrecht in de vier consensus-Rijkswetten.

De commissie geeft aan dat de verankering van een opzegrecht in de Rijkswetten een wens is die al vrij lang heerst en dat inmiddels hierover tijdens Koninkrijksconferenties overeenstemming is bereikt.

“Niettemin moet het opzegrecht dat naar de toekomst zal werken, worden onderscheiden van het recht op beëindiging naar aanleiding van het evaluatieresultaat en het door de evaluatie-partijen ingenomen standpunt.”

De commissie constateert dat in drie van de vier Rijkswetten ‘met zoveel woorden’ een beëindigingsbepaling is opgenomen. Alleen in de Rijkswet Gemeenschappelijke Hof van Justitie is nadrukkelijk geen melding gemaakt van een dergelijke bepaling. In de Rijkswetten Openbare Ministeries, Politie en Raad voor de Rechtshandhaving wordt gesteld dat ‘deze Rijkswet in onderling overleg kan worden gewijzigd bij Rijkswet’ en dat naar aanleiding van de evaluatie in onderling overleg kan worden besloten om de Rijkswet te beëindigen.

“Aangezien er een beëindigingsbepaling is opgenomen, moet beëindiging tot een van de reële mogelijkheden na de evaluatie behoren”, aldus de commissie. “Naast voortzetting of wijziging moet ook beëindiging als een serieuze optie worden aangemerkt en dit zonder enige vorm van vooringenomenheid. Hier zij benadrukt dat de CVR het opnemen van een opzegrecht noodzakelijk acht. De commissie wil niettemin benadrukken dat daarnaast ook moet worden nagegaan welke Rijkswet(ten) direct na de evaluatie, op grond van de evaluatie kunnen worden beëindigd.”

Hof van Justitie

In haar rapport gaat de CVR ook in op ieder van de vier afzonderlijke consensus-Rijkswetten en geeft zij aan wat er met de betrokken consensus-Rijkswet moet gebeuren. Ten aanzien van de consensus-Rijkswet van Justitie merkt de commissie op dat bestuur- en wetgevingsdaden aan parlementaire controle moeten worden onderworpen.

“Het regelen van autonome onderwerpen in Rijkswetten is uit dit oogpunt bezwaarlijk aangezien die onderwerpen buiten de beïnvloedingsfeer van ons parlement worden gebracht, terwijl er sprake is van autonome aangelegenheden.”

De commissie is van mening dat het Gemeenschappelijk Hof ook via een onderlinge regeling, in plaats van een Rijkswet kan worden geregeld. Deze onderlinge regeling moet in de Staatsregeling worden opgenomen als een wettelijke regeling, aldus de CVR.

 

De commissie spreekt zich uit tegen een gezamenlijke procureur-generaal (PG), zoals dit in de consensus-Rijkswet Openbaar Ministerie is geregeld. “Een gemeenschappelijke PG is niet doelmatig. Dezelfde persoon kan niet binnen drie landen gelijktijdig werkzaam zijn en is niet in staat om drie bazen gelijktijdig naar behoren te dienen. De minister moet tevens in staat zijn te beslissen over de benoeming en het ontslag van de hoogste ambtelijke autoriteit binnen het Openbaar Ministerie. De PG moet daartegenover in staat zijn om zonder politieke inmenging het Openbaar Ministerie te leiden. Naar de mening van de commissie biedt de benoeming en het ontslag van de PG bij Koninklijk Besluit voldoende waarborgen.” De CVR is van mening dat Curaçao over een eigen PG moet beschikken en dat het functioneren van het OM in de Staatsregeling geregeld moet worden.

Politie

De CVR stelt dat het uitgangspunt voor het functioneren van de politie op Curaçao moet zijn dat onderzoeken moeten plaatsvinden binnen het korps onder leiding van de Korpschef. “Dat is tevens de systematiek van de Rijkswet. Het Korps Politie Curaçao (KPC) dient derhalve te worden ontwikkeld, zodat de organisatie in staat kan worden geacht haar wettelijke taken te realiseren.”

Raad voor de Rechtshandhaving

De commissie erkent het belang van onafhankelijk toezicht op justitiële organisaties. De CVR is echter van oordeel dat de Raad voor de Rechtshandhaving in de Staatsregeling van het Land Curaçao geregeld had kunnen worden. “Er is voorts geen enkel bezwaar om de Raad voor de Rechtshandhaving in de Staatsregeling op te nemen of bij landsverordening te regelen. Er is tevens behoefte om de Raad te belasten met incident-onderzoeken.(…) De Raadsleden kunnen bij landsbesluit worden benoemd.”

Voorzitter van de commissie is advocaat Glenn Camelia. Hij is tevens namens Curaçao lid van de Raad voor de Rechtshandhaving, wiens functioneren ook in een consensus-Rijkswet wordt geregeld. In de commissie zitten verder Theo Caris en Eric Morillo. De laatste is als secretaris van de commissie optreden. De commissie is per 15 juli opgeheven.

Bron: Amigoe
Zie ook: Dossier: Consensus Rijkswetten – en de strijd tegen de Rijkswetten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *