Norm Kinderrechten onduidelijk

rechten-van-het-kind

Norm Kinderrechten onduidelijk

Willemstad – In het kader van het Verdrag voor de Rechten van het Kind is het van belang dat openlijk vastgesteld wordt of Curaçao en de andere eilanden in het Caribisch gebied de Europees- Nederlandse norm aanhouden of een andere norm hanteren. Dat heeft Tamara Salsbach naar voren gebracht bij de presentatie van het derde ngo-rapport met betrekking tot de implementatie van de Conventie voor de Rechten van het Kind. Zij hield deze presentatie onlangs op 24 september in Zwitserland. Zij legt over dit punt tegenover deze krant nader uit:

,,Ik wil heel graag de statuskwestie aan de orde brengen. Voor het Comité Rechten van het Kind in Genève was het onduidelijk wat de status van de verschillende landen van het Koninkrijk buiten Europa is. Ondanks het feit dat uitgelegd is dat wij een autonoom land zijn binnen het Koninkrijk, konden zij niet begrijpen hoe de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor uitvoering van het verdrag binnen het Koninkrijk geregeld is. In hun ogen is Nederland eindverantwoordelijk met of zonder die autonome status.”

Daarnaast, zo legt zij uit, is er een misvatting bij de Curaçaose overheid die van mening is dat er veel geïnvesteerd wordt in kinderen, terwijl niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) en ook gouvernementele organisaties klagen over gebrek aan fondsen en korting in eerder toegekende subsidies.

Salsbach: ,,Door het korten op subsidies zijn verschillende programma’s zelfs gestopt. En het door de regering verwijzen naar private financiering en sponsoring, heeft geen zin, want dat zijn vaak onzekere of eenmalige financiële injecties waarmee geen structurele aanpak opgebouwd kan worden voor de Rechten van het Kind.”

In haar presentatie komt zij tot de slotsom dat er te weinig mankracht en te weinig geld is om de conventie naar tevredenheid uit te voeren. Maar, zo stelt zij ook vast:

,,De problemen zijn niet eiland-specifiek maar kenmerkend voor kleine ontwikkelingslanden (Small Island Developing States). Curaçao kan zich niet vergelijken met grote ontwikkelde landen, vanwege de beperkingen die een klein eiland nu eenmaal met zich meebrengen. Het is daarom van belang dat Nederland, samen met Curaçao en de andere eilanden bepaalt met welke maat er gemeten wordt en welke normen er dus gehanteerd worden”, aldus Salsbach.

Dat neemt niet weg dat ze van mening is dat Curaçao wel wat meer moeite kan doen om bijvoorbeeld een korte- en lange termijnvisie te ontwikkelen en ook om zoveel mogelijk aandacht te besteden aan alle aspecten van de Conventie. Daarmee zou ook een einde kunnen komen aan de projectmatige aanpak, waarmee vaak de continuïteit niet gewaarborgd en de aanpak gefragmenteerd is. Met een geformuleerde visie kan beter samengewerkt worden met alle betrokkenen die zich bezighouden met kinderrechten. Salsbach werkt bij Sentro di Informashon i Formashon na bienestar di Mucha (Sifma), het informatie- en vormingscentrum ten behoeve van het kind.

NOTE:
Nog steeds geen data

De roep om meer onderzoek en cijfers heeft ook dit keer weer weerklonken in Zwitserland. Salsbach: ,,Curaçao zal meer moeten investeren in onderzoek en dataverzameling. Data zijn niet beschikbaar, of verouderd of verspreid bij verschillende organisaties. De overheid is hier nog te weinig van bewust.” De deskundige pleit wederom voor het installeren van een kinderombudsman die op onafhankelijke wijze de ontwikkelingen rond kinderrechten kan monitoren.

Bron: Antlliaans Dagblad 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *