NOS | Crisis brengt Nederlandse bedrijven in Venezuela in het nauw

Crisis brengt Nederlandse bedrijven in Venezuela in het nauw

Rellen, roofpartijen, een overheid die zich laat gelden en een chronisch tekort aan goederen: grote Nederlandse bedrijven moeten stilletjes inkrimpen in Venezuela, nu de aanhoudende crisis in het land alleen maar dieper wordt.

Hoeveel Nederlandse bedrijven actief zijn in Venezuela, en welke precies, is lastig te zeggen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Nederlandse Ambassade in Venezuela kunnen of willen daar weinig gegevens over geven. Volgens de ambassade ligt het nu te gevoelig om hier uitspraken over te doen.

Uit een rondgang blijkt in elk geval dat opslagbedrijf Vopak, olie- en gasmaatschappij Shell en voedingsmiddelenconcern Unilever afgelopen jaar nog zaken deden in het land. En nu niet of nauwelijks.

Alleen nog maar ijs

De problemen komen niet uit de lucht vallen. Het valt niet mee wat onze medewerkers in Venezuela voor hun kiezen krijgen, zegt Unilever in 2017. Het is steeds moeilijker om de fabriek in het land draaiende te houden. Twee managers die dat voor elkaar moeten boksen, krijgen een eerbetoon op de bedrijfswebsite.

Oscar Infante, financieel manager, en Yumar Carrera, distributieketenmanager, gaan verder dan hun dagelijkse werk om het bedrijf en zijn werknemers te beschermen, aldus Unilever. Ze vertellen er zelf over in een video.

Zie video hier

Omdat het vervoeren van producten over de weg door protesten en berovingen niet meer vanzelfsprekend is, hebben ze een eigen systeem ontwikkeld. Ze sturen mannen op motoren vooruit over de routes die de vrachtwagens moeten rijden, om te beoordelen hoe de situatie op dat moment op straat is. Op basis van die informatie beslissen ze of en hoe laat de trucks gaan rijden.

Als het moet, rijden de wagens ‘s nachts al zo dicht mogelijk naar het punt waar ze hun lading moeten afgeven. Dat voorkomt dat ze overdag worden opgehouden door protesten op straat.

Veel valt er anno 2019 niet meer af te leveren door Unilever, bevestigt een woordvoerder van het bedrijf. “Waar we aanvankelijk producten verkochten uit onze vier categorieën (persoonlijke verzorging, voeding, huishoudelijke verzorging en ‘refreshments’ zoals dranken en ijs, red.), hebben we door de crisis uitsluitend ijs gemaakt en verkocht.”

Hoe goed die verkopen gaan op dit moment is niet duidelijk. “Het volume van de productie is daarbij afgestemd op de vraag in de markt”, aldus de woordvoerder, die later wel nog toevoegt dat Unilever sinds kort weer ‘haarverzorgingsproducten’ verkoopt.

Controle verloren

Unilever is niet het enige bedrijf dat moeite heeft om nog te kunnen werken in Venezuela. Vopak, dat een opslagterminal heeft voor bijvoorbeeld olie en gas in een haven aan de noordkust van het land, heeft die niet meer in de hand. Uit het onlangs gepubliceerde jaarverslag van het bedrijf over 2018 blijkt dat het de controle is verloren over de terminal.

“De economische, juridische, sociale en politieke omgeving waarbinnen de terminal opereert verslechterde voortdurend. Strenge valutacontroles bleven van kracht en de inflatie steeg boven de miljoen procent in 2018”, staat er.

Daarom is de terminal afgelopen september ‘gedeconsolideerd’. Dat is een wat theoretische, boekhoudkundige ingreep, want het bedrijf blijft wel de enige aandeelhouder en dus eigenaar van de terminal.

De crisis in Venezuela wordt steeds erger. De lokale munt, de bolivar, is steeds minder waard. En doordat de overheid de wisselkoers beperkt, wordt de import en dus de productie voor veel fabrikanten die hun grondstoffen uit het buitenland moeten halen onbetaalbaar.

“Dit is heel uniek”, zegt analist Jos Vesteeg, van InsingerGilissen over de ingreep bij Vopak. “Het betekent dat ze niet meer de beslissende invloed hebben op het bedrijf daar. Dat kan erop wijzen dat de Venezolaanse overheid de controle heeft overgenomen.” Vopak zelf wil niet reageren.

In het jaarverslag schrijft het opslagbedrijf dat het de situatie in het land voortdurend in de gaten houdt, en dat het regelmatig beoordeelt of de feiten en omstandigheden zijn veranderd en de controle weer heroverd is over de afdeling.

Op Facebook verschijnen foto’s van lege Makro-schappen Kenny Javier/Facebook

Ook Makro voelt de crisis. De internationale supermarktketen is jaren terug voor een groot deel verkocht aan een Duits bedrijf, maar de winkels in Zuid-Amerika zijn in handen gebleven van het Nederlandse SHV.

Op dit moment zijn er 37 Makro winkels in Venezuela, bevestigt SHV. En ondanks het grote tekort aan producten en voedingsmiddelen zijn ze nog open.

Wel hebben de winkels en het personeel het erg zwaar. Details geeft SHV niet, maar “de omstandigheden die heersen op de Venezolaanse markt zijn moeilijk en de veiligheid van onze medewerkers staat voorop”, aldus een woordvoerder.

Op sociale media verschijnen inmiddels foto’s, met onderschriften die suggereren dat het om lege Makro-schappen gaat.

Venezuela’s harde hand

Dat bedrijven terughoudend zijn met informatie over hun activiteit in Venezuela, is begrijpelijk. De overheid in het land heeft in het verleden hard ingegrepen bij buitenlandse ondernemingen die aan het inkrimpen waren.

Bijvoorbeeld in 2017, bij het Amerikaanse General Motors, tot dan toe al jarenlang de grootste autofabrikant van het land. Van de ene op de andere dag werden de autofabriek en 79 autodealers ingenomen, zonder dat het autobedrijf zelf zei te willen vertrekken. Het plaatste een boze verklaring op zijn eigen website.

AkzoNobel

Overigens had ook chemieconcern AkzoNobel een fabriek in Venezuela, waar waterstofperoxide werd gemaakt om bijvoorbeeld papierpulp te bleken. Die fabriek is afgelopen jaar in zijn geheel verkocht, maar dat was onderdeel van een grotere verkoop binnen het bedrijf en had niet met de omstandigheden in Venezuela te maken, laat het in een reactie weten.

De fabriek is nu onderdeel van het deels Nederlandse Nouryon. Dat laat weten dat er op dit moment rond de 40 mensen werken, die nog volgens planning kunnen produceren en leveren. Wel voegt het toe de ontwikkelingen “uiteraard op de voet te volgen”.

Project verkocht

Ook Shell is voor een belangrijk deel vertrokken. Het Nederlands-Britse bedrijf exploiteerde tot eind vorig jaar samen met de Venezolaanse overheid een gasveld in het Maracaibo meer, de facto een door land stuk ingesloten zee in het westen van het land.

Shell had 40 procent van dat project in handen. Maar eind december heeft het dat voor 70 miljoen euro volledig verkocht aan het Franse Maurel & Prom, bevestigt het op verzoek. Volgens het bedrijf staat de verkoop los van de moeilijke situatie in het land.

De zakelijke activiteiten van het bedrijf in Venezuela zijn op dit moment naar eigen zeggen ‘relatief klein’. Shell is alleen nog betrokken bij twee gasprojecten, en het heeft er een klein smeermiddel-distributiebedrijf. Alles bij elkaar werken er nog 28 mensen in het land.

Geen nieuwe investeringen

De kans dat Nederlandse bedrijven binnenkort weer zullen uitbreiden in Venezuela is zeer klein. Het ministerie van Buitenlandse Zaken laat weten dat er op dit moment, gezien de barre economische omstandigheden, geen nieuwe investeringen gedaan worden.

Bron: NOS

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *