NRC | Antillenroute: Antillen niet meer in trek bij de brievenbusholdings

Frans Kok

Gregory Elias is sinds een week voorzitter van de Vereniging Offshore Belangen (VOB): „De mafia gebruikt natuurlijk nooit een land waarmee de VS een belastingverdrag hebben. Want een van de bepalingen is dat ze hier alles mogen inspecteren.”

ANTILLENROUTES – De 1300 mensen in Willemstad die de belangen van zo’n 20.000 brievenbusmaatschappijen behartigden, zijn in de rouw. En ook de overheid deelt in het geweeklaag. Een nieuw belastingverdrag met de Verenigde Staten heeft een einde gemaakt aan het zonnige bestaan van de Antillen als belastingparadijs. Wat is dan nog de toekomst van Curapao als financieel centrum?

De fanatieke ijver waarmee de Amerikaanse belastingdienst bezig is alle belastingparadijzen aan te pakken, heeft tot nu toe al één duidelijk slachtoffer opgeleverd: de Antillen en meer in het bijzonder de financiële sector in Willemstad. De gouden tijden dat de Antilliaanse schatkist rond 500 miljoen gulden per jaar incasseerde en de ene na de andere Eurodollar-lening via Willemstad op de Europese kapitaalmarkt werd geplaatst zijn voorbij.

Het nieuwe belastingverdrag met de VS, dat de Antillen op 8 augustus vorig jaar onder sterke Amerikaanse pressie en na jarenlang touwtrekken ondertekenden, is zonder meer desastreus voor de eilandengroep. Maar de Antillen hadden geen keus. Het ergste is nog, dat de Amerikanen hadden beloofd dat de Antillen een klein stukje van hun financiële markt mochten houden.

Via Antilliaanse maatschappijen zou nog wel zonder belasting te hoeven betalen in Amerikaans onroerend goed mogen worden geïnvesteerd, zo was afgesproken. Maar dat is niet gebeurd en nu staan de Antillen helemaal met lege handen. Verzoeken om de onderhandelingen te heropenen hebben tot dusver niets uitgehaald. Zelfs interventies en rappèls van minister Van den Broek (buitenlandse zaken) bij zijn collega Shultz hebben geen resultaat gehad.

Shultz en het State Department, het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, hebben wel oren naar de Nederlandse en Antilliaanse argumenten dat een verarmd Curacao niet bepaald een bijdrage levert aan de stabiliteit in de Caribische regio. Pleidooien van het State Department om de fiscale bankschroeven niet helemaal aan te draaien hebben bij minister James Baker van financiën en de weinig soepele heren van de Amerikaanse belastingdienst echter niet mogen baten.

Over enkele weken gaat ministerpresident Don Martina, vergezeld van zijn collega Eman van Aruba, opnieuw naar Washington om te proberen het belastingverdrag versoepeld te krijgen. Hen is ditmaal beloofd dat ze minister Baker zelf te spreken krijgen. De vorige keer dat Martina in de Amerikaanse hoofdstad was, eind januari, heeft hij uitvoerig overlegd met Frank Carlucci, het nieuwe hoofd van de Nationale Veiligheidsraad, een machtig man in Washington maar kennelijk toch niet in staat de autonomie van het departement van financiën te doorbreken.

Gesjoemel

Het is de Amerikaanse belastingdienst niet zozeer om het geld te doen. De paar honderd miljoen die nu niet terechtkomt op de Antillen maar in de VS zelf blijft, is voor Amerikaanse maatstaven een betrekkelijk gering bedrag. Het gaat de Internal Reserve Service om het principe. Geen gesjoemel met belastingverdragen, geen treaty-shopping, is hun stelling.

De Antillen wijzen echter met enige verontwaardiging op het strikt legale karakter van hun ‘offshore banking’. De tarieven zijn inderdaad laag op de Antillen, maar sinds wanneer mag een land niet meer zelf de hoogte van de tarieven bepalen? Verontwaardiging klinkt ook door in de stem van Gregory Elias, directeur van Holland Intertrust in Willemstad. Sinds een week is hij ook voorzitter van de Vereniging Off Shore Belangen.

„Zowel Amerika als Europa hebben geprofiteerd van het bestaan van de Antillenroute. Nu ze ons niet meer nodig hebben, krijgen wij een schop en worden we aan ons lot overgelaten”, zegt hij in zijn kantoor aan het Waaigat. Hij kwalificeert de houding van de Amerikaanse belastingdienst als „nukkig en hard”.

„Daarom zat er voor de Antillen echt niet meer in. Het was take it or leave it met het nieuwe verdrag. Als Harold Henriquez, gevolmachtigd minister van de Antillen in Washington, niet zou tekenen, zouden de Amerikanen het oude verdrag gewoon opzeggen. Dan hadden we niets meer. Zeiden we ja, dan konden we nog een paar uitzonderingsbepalingen krijgen.”

Waar gaat het nu eigenlijk om? Een voorbeeld: General Motors in Detroit heeft geld nodig en wil een lening plaatsen van 500 miljoen dollar in Europa. Als dat rechtstreeks zou gebeuren, zou het bedrijf over de rente 30 procent bronheffing (withholding tax) moeten betalen, ooit uitgevonden om de import van kapitaal tegen te gaan. Dat kan worden omzeild door een dochterbedrijf in Willemstad op te richten. Deze dochter plaatst de lening in Europa tegen bij voorbeeld 9 procent en schuift het geld weer door tegen 10 procent naar het moederbedrijf. Dat ene procent verschil ‘slaat neer’ op de Antillen. Weliswaar moet de dochteronderneming over dat bedrag ter plaatse 24 procent belasting betalen, in totaal 1,2 miljoen dollar. Maar de withholding tax over het hele rentebedrag zou General Motors 15 miljoen dollar hebben gekost. Zwarte datum In totaal hebben de Antillen op deze manier de afgelopen zes jaar, zonder noemenswaardige tegenprestatie, één miljard dollar geïncasseerd.

Volgens een recente opgave in de Curacaose Courant bedroegen de deviezen-inkomsten uit de off shore sector in 1985 circa 575 miljoen Antilliaanse gulden, volgens de huidige zeer lage koers, bijna 700 miljoen Nederlandse guldens. De omweg via de Antillen was de Amerikanen al jaren een doorn in het oog en daarom werd de withholding tax op 18 juli 1985 afgeschaft, een zwarte datum voor de Antillen.

De noodzaak voor Amerikaanse bedrijven om de Antillen als tussenschakel te gebruiken was daarmee in één klap vervallen. De Amerikaanse overheid als geheel had inmiddels ook belang gekregen bij een soepeler leningregime. De begrotingstekorten bleven jaar in, jaar uit stijgen zodat de behoefte aan buitenlands kapitaal sterk groeide.

Wat lag meer voor de hand dan de withholding tax af te schaffen en rechtstreeks Europees kapitaal aan te trekken? In het overleg tussen de VS en de Antillen was wel bepaald dat alle Amerikaanse leningen van vóór juli 1985 nog gedurende zeven jaar zouden mogen doorlopen. Dus tot 1992 kon de Antilliaanse schatkist theoretisch nog profiteren. Maar de Amerikaanse bedrijven deden wat elke particulier ook zou doen: toen de rente fors daalde, losten ze de leningen af en sloten nieuwe tegen een lager percentage. Maar wel rechtstreeks in Europa. Alleen leningen met een oud, laag tarief van circa 7 procent lopen nog via de Antillen en dat zijn er maar weinig.

Dat betekent dat de opbrengsten voor de Antillen, waarvan was verwacht dat ze geleidelijk zouden teruglopen, binnen een jaar meer dan gehalveerd zijn. Daarbij komt dat die andere, oudere Antillen-constructie ook veel van zijn aantrekkelijkheid heeft verloren. Die hield in, dat Nederlandse werkmaatschappijen hun dividend overmaakten naar de holding op de Antillen, waar daarover maar 2,4 procent belasting verschuldigd was in plaats van de 25 procent dividendbelasting, die in Nederland wordt geheven.

Sinds 1 januari 1986 is de BRK van kracht, de Belastingregeling voor het Koninkrijk, waarbij het tarief opgetrokken werd naar 10,5 procent. Daarvan wordt nu in Nederland 7,5 procent ingehouden, op de Antillen 3 procent. Nog steeds een relatief laag tarief, maar toch niet meer zo aantrekkelijk dat veel bedrijven de omweg voor lief nemen.

Bovendien duiken andere landen in het gat, zoals Luxemburg en Singapore die veel lagere tarieven in de aanbieding hebben. Voor de belastinginspecteur in Willemstad is dat weer een reden om in een aantal gevallen vrijwillig met minder dan 3 procent genoegen te nemen. De holdings mochten eens de wijk nemen naar concurrerende belasting-havens.

Ontslagen

De BRK is tot stand gekomen onder druk van Europese landen die dreigden hun relatie met Nederland te herzien als de overheid het onbelast weglekken van hun dividenden naar de Antillen niet zou stoppen. Gregory Elias van Holland Intertrust schat dat op den duur de opbrengst voor de Antillen zal ineenschrompelen tot zo’n 10 miljoen guldens per jaar. Ontslagen in de financïele off shore zullen ook niet te vermijden zijn maar om hoeveel banen het gaat, is nog onduidelijk.

In de toptijd werkten er 1300 mensen, die de belangen behartigden van rond 20.000 brievenbusmaatschappijen. Elias denkt dat de Amerikaanse belastingdienst nauwelijks te vermurwen zal zijn om de huidige regeling te versoepelen en dat alleen politieke pressie soelaas kan bieden. De eerste ronde van de heronderhandelingen in december geeft niet veel hoop. De Amerikanen deden enkele kleine concessies maar niet op het terrein van het onroerend goed tarief, waar de Antillen om hadden gevraagd.

De Tax Reform Act die vanaf 1 januari van kracht is, heeft zelfs een treaty overriding provision, wat inhoudt dat met terugwerkende kracht bepalingen uit fiscale verdragen met andere landen opzij gezet kunnen worden.

„Het is zelfs zo dat na de ondertekening van ons nieuwe verdrag met de VS in twee diplomatieke nota’s is vastgelegd, dat opnieuw onderhandeld zou worden als er iets fout zou gaan met de ‘balance of benefits’ tussen de VS en de Antillen”, zegt Elias. „Welnu, het is duidelijk dat wij sterk in het nadeel zijn gebracht. Toch willen de Amerikanen ons niet tegemoet komen.”

Misschien speelt mee dat in het Amerikaanse Congres is gesuggereerd, dat de Mafia de Antillenroute gebruikt om drugsgeld te ‘witten’. Dat is volgens Elias grote onzin. „De mafia gebruikt natuurlijk nooit een land waarmee de VS een belastingverdrag hebben. Want een van de bepalingen is dat ze hier alles mogen inspecteren.”

Elias wijst met een breed armgebaar naar de honderden dossiers die in een belendend vertrek tegen de wand staan.

„Daar zijn alle gegevens opgeslagen. Wij hebben voor de fiscale autoriteiten niets te verbergen.” „Of er toekomst is voor onze sector? Ik weet het niet, we hebben hier sinds dertig jaar veel know how op financieel gebied opgebouwd. We gaan nu proberen nieuwe gebieden aan te boren. We bekijken welke mogelijkheden de belastingverdragen ons nog laten om nieuwe activiteiten te ontwikkelen. Maar de tijden van weleer komen niet meer terug.”

Ook het Tweede Kamerlid Willem Vermeend, fiscaal jurist en Antillen-kenner, is somber over de toekomst van de off shore sector. Toch moet het mogelijk zijn, gezien de grote expertise die men in Willemstad heeft verworven, nog iets te redden, meent hij. De aandacht zou dan verlegd moeten worden van de fiscale sector naar de pure bank sector. Curacao kan best een internationaal financieel centrum blijven.

Bron: NRC Handelsblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *