NRC | Den Haag mag vluchtelingen uit Venezuela niet negeren

De kust bij het Venezolaanse stadje Vela de Coro. Van hieruit vertrekken veel vluchtelingen naar het Nederlandse eiland Curaçao, zo’n zeventig kilometer noordelijker. Foto Niels Wenstedt

Koninkrijk Het wordt hoog tijd dat Nederland zich inzet voor de bescherming van vluchtelingen uit Venezuela op Curaçao, schrijven Tineke Strik en Frits Lintmeijer.
De kust bij het Venezolaanse stadje Vela de Coro. Van hieruit vertrekken
veel vluchtelingen naar het Nederlandse eiland Curaçao, zo’n
zeventig kilometer noordelijker.

Tineke Strik en Frits Lintmeijer (beiden GroenLinks) zijn lid van de Eerste Kamer.

Gebrek aan voedsel, gezondheidszorg en toekomstperspectief hebben ruim drie miljoen mensen al uit Venezuela doen vertrekken. Colombia vangt eenderde van hen genereus op. Een klein aantal vluchtelingen hoopt in gammele bootjes en met gevaar voor eigen leven de Curaçaose toeristenstranden te bereiken. Soms halen ze het, soms worden ze onderschept door de kustwacht en soms slaan bootjes om met fatale gevolgen. Diegenen die het overleven verdwijnen in de illegaliteit of belanden in overvolle detentiecentra en worden vaak zonder behandeling van hun asielverzoek teruggestuurd. In detentie worden kinderen van hun moeders gescheiden, is er geen toegang tot rechtshulp en ontbreekt het aan fatsoenlijke basiszorg. Dit is het Koninkrijk der Nederlanden anno 2018.
Veel Venezolanen krijgen niet eens de kans om een asielverzoek in te dienen op Curaçao

Curaçao is geen partij bij het Vluchtelingenverdrag en kent geen asielwetgeving. Tot juli 2017 behandelde de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR asielverzoeken op het grondgebied, om daarna vluchtelingen naar andere landen te kunnen uitplaatsen. Sindsdien voert de Curaçaose immigratiedienst eerst een toets uit. Gelet op de snelheid waarmee migranten na aankomst worden teruggestuurd (vaak binnen 48 uur), zijn grote vraagtekens te zetten bij de zorgvuldigheid van deze toetsing. Maar veel Venezolanen krijgen niet eens de kans om een asielverzoek in te dienen, bijvoorbeeld omdat ze dat niet direct bij aankomst hebben gevraagd. De UNHCR, die er bij landen op aandringt om Venezolanen bescherming te bieden, kreeg tot dit voorjaar geen enkel asielverzoek van de immigratiedienst.

Wie is verantwoordelijk
De Curaçaose praktijk roept ook de vraag op wie verantwoordelijk is voor het naleven van de mensenrechten en het bieden van bescherming: Curaçao of het Koninkrijk. En als de laatste verantwoordelijk is, wat betekent dat dan voor het grootste land in het Koninkrijk, Nederland?

Lees ook: Buurland Nederland moet Venezuela helpen

Allereerst biedt het internationale recht uitkomst. Volgens het internationaal gewoonterecht mag geen enkel land vluchtelingen terugsturen naar hun herkomstland indien zij vervolging te vrezen hebben (‘non-refoulement’).
Curaçao is gebonden aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, waar het Koninkrijk voor getekend heeft.

Dat verdrag verbiedt staten om mensen terug te sturen naar plaatsen waar ze het risico lopen op onmenselijke behandeling (artikel 3), wat hen dwingt tot een individuele beoordeling of terugkeer wel veilig is. Tegen een afwijzende beslissing hebben de migranten recht op beroep (artikel 13). Daarnaast beschermt artikel 5 hen tegen willekeurige vrijheidsberoving en slechte detentie omstandigheden.

Waarborgfunctie
Over de onderlinge verantwoordelijkheidsverdeling geeft het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden uitsluitsel. Als een van de landen aantoonbaar verzaakt inzake mensenrechtenbescherming kent het Statuut een waarborgfunctie (artikel 43.2), die uiteindelijk kan leiden tot ingrijpen door de Koninkrijksregering. En daarin heeft Nederland een dominante stem.
Hoewel onze regering volhoudt dat het aan de landen zelf is om de rechten te waarborgen, bepaalt artikel 3.g van het Statuut dat het Koninkrijk als geheel verantwoordelijk is voor de algemene voorwaarden voor toelating en uitzetting van vreemdelingen. Over die verantwoordelijkheid zijn harde oordelen geveld door onder andere Amnesty International, het College voor de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman.

Lees ook: ‘Eis rol op als buurland van Venezuela’

Of Nederland het nu wil of niet, het is al sterk betrokken bij de vluchtelingencrisis. Denk aan de handelsrelaties met Venezuela en de recente deal van minister Blok dit voorjaar om de handels- en grensblokkade op te heffen (waarna het aantal uitzettingen naar Venezuela plots drastisch toenam), denk ook aan de rol van Nederland bij de grensbewaking en kustwacht in Caribisch Nederland.

De rechtstreekse bijdrage van Neder land aan het migratiebeleid op Curaçao beperkt zich verder tot een financiële toezegging voor een nieuw detentiecentrum. Volgens Amnesty International zal dat nog verder bijdragen aan mensenrechtenschendingen, want detentie hoort een laatste middel te zijn en niet de standaard zoals op Curaçao.

Regionale migratiecrisis
Alle bemoeienissen van Nederland tot nu toe richten zich dus eerder op afweren en terugsturen dan het bieden van bescherming en versterken van de mensenrechten. Aan solidariteit in deze regionale migratiecrisis draagt Nederland evenmin bij.

De grote vraag die op tafel ligt, is hoe lang Nederland als grootste land van het Koninkrijk de verantwoordelijkheid voor mensenrechten van zich af kan blijven schuiven. Bijna dagelijks komen Venezolaanse vluchtelingen met gevaar voor eigen leven het Koninkrijk binnen. Vervolgens krijgen juist zij te maken met mensonterende omstandigheden en andere schendingen van hun grondrechten. In plaats van daaraan bij te dragen, wordt het hoog tijd dat Nederland zich inzet voor de bescherming van hun rechten. Voor die verantwoordelijkheid kan Nederland niet blijven weglopen.

Bron: NRC

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *