NRC | Die verdachte miljoenen deden bij ABN Amro geen lampje branden

Esther Rosenberg Jeroen Wester

ABN AMRO slaapt bij witwassen | Illustratie Roland Blokhuizen – Rik van Schagen

Witwassen ABN Amro zag jarenlang niet dat kapitale bedragen van de corrupte Braziliaanse bouwgigant Odebrecht door de bank vloeiden. Detectiesystemen schieten tekort. Ook bij andere banken.

Een team van juristen, financieel experts en risicomanagers buigt zich op het hoofdkantoor van ABN Amro op de Amsterdamse Zuidas over een dossier waar de bank liever ver van was gebleven. De deskundigen proberen te doorgronden wat een stel Braziliaanse zakenmensen voor ogen had en met wie die zaken deden.

Ze volgen de geldstromen, gaan hun gangen na.

De Brazilianen spelen een centrale rol in een van de grootste corruptieschandalen wereldwijd. Sinds begin dit jaar weet de bank dat het verdachte geld jarenlang ook door Nederland stroomde.

Of specifieker: door ABN Amro.

De bank kwam er niet zelf achter. Het is één van zeven zaken die het Openbaar Ministerie (OM) haar kwalijk neemt.

Het OM stelde in de zomer van 2019 een strafrechtelijk onderzoek in naar ABN Amro, omdat de bank al vanaf 2010 te weinig zou doen om witwassen door klanten tegen te gaan. De bank is dat wettelijk verplicht: ze moet zo goed mogelijk onderzoeken of klanten betrouwbaar zijn en ze moet ongebruikelijke transacties bij de autoriteiten melden.

De megaschikking van 775 miljoen euro tussen ING en justitie, vorig jaar, liet zien dat banken die regels bloedserieus moeten nemen.

Dit najaar kreeg ABN Amro de verdenkingen van het OM tegen haar voor het eerst onder ogen. Die Braziliaanse kwestie baarde de bank direct de meeste zorgen: Odebrecht.

Tot een paar jaar geleden was Odebrecht een van de grootste bouwbedrijven van Zuid-Amerika. Het legt dammen aan, vliegvelden, wegen en metrolijnen.

Het concern bleek een speciale smeergeldafdeling te hebben die naar schatting van de Amerikaanse justitie omgerekend circa een miljard euro aan steekpenningen betaalde. De omkoping vond plaats in de hoogste echelons: presidenten, vooraanstaande politici, bestuurders van overheidsbedrijven in meerdere Zuid-Amerikaanse landen.

Honderden personen werden beboet of veroordeeld in een strafonderzoek van ongekende omvang. De eerste arrestaties waren in maart 2014. De topman van Odebrecht werd in juli 2015 opgepakt, eind 2016 bekende hij. Zijn bedrijf schikte voor miljarden. Internationale media waren er vol van. Er verschenen boeken en documentaires over het corruptieschandaal en er werd zelfs een gevierde Netflixserie over gemaakt, O Mecanismo. In Nederland is die sinds maart 2018 te zien.

Toch duurde het sindsdien nog bijna een jaar voordat ABN Amro besefte dat Odebrecht ook haar probleem is. Hoe kan het dat ABN Amro zo lang niet wist dat het geld van Odebrecht door de bank stroomt? Had ze dat moeten en kunnen zien? En hoe zit het bij andere banken? Daarover gaat dit artikel. Het is gebaseerd op documenten en gesprekken met mensen die zicht hebben op wat bij de banken speelt.

Ongebruikelijke transacties

ABN Amro ziet niet helemáál niets. De bank maakt in 2015, 2016 en 2017 melding van ongebruikelijke transacties door bedrijven van een Nederlandse klant die zaken doet met Odebrecht: Henk van W. Hij is mede-eigenaar van trustkantoor Pan-Invest en bestuurder van tientallen bedrijven. Ook zijn broer Paul van W. is bij enkele van die bedrijven betrokken. De bank doet de meldingen bij de daartoe aangewezen overheidsdienst, de Financial Intelligence Unit (FIU). Twee keer noemen de bankiers in een melding zelfs tegelijkertijd de naam van de klant én Odebrecht.

Het is gebruikelijk dat de FIU aan een bank laat weten als de dienst haar melding niet alleen ongebruikelijk, maar zelfs verdacht vindt. Dat gebeurt nu niet. Over deze specifieke meldingen hoort ABN Amro niets meer.

Dan doet de financiële opsporingsdienst FIOD in augustus 2018 een officieel informatieverzoek bij ABN over bedrijven waarbij de Van W.’s betrokken zijn. Het is een eerste signaal van buiten dat er iets aan de hand is. Toch kijkt de bank er niet van op.

ABN Amro krijgt elke maand bijna 900 van dit soort ‘uitleveringsverzoeken’, van FIOD, politie, inspecties of de voedsel- en warenautoriteit. De diensten geven de naam van een klant en vragen dan om diens banktransacties in een bepaalde periode. Voor dit soort verzoeken heeft de bank een speciale afdeling. Daar werken ongeveer tien mensen. Niemand raakt gealarmeerd.

Een half jaar later, op 26 februari van dit jaar, valt de FIOD binnen bij Henk van W. Hij wordt aangehouden. Zijn jongere broer wordt ook verdacht. De verdenkingen zijn ernstig.

De opsporingsdienst schrijft in een persbericht dat „Nederlandse vennootschappen op grote schaal het betalen van steekpenningen hebben gefaciliteerd. De steekpenningen werden betaald door het Braziliaanse conglomeraat Odebrecht SA en waren vermoedelijk uiteindelijk bestemd voor buitenlandse ambtenaren en politieke partijen. Het gaat om minimaal 100 miljoen euro die op deze manier door het Nederlandse financiële stelsel is gestroomd”. Nog diezelfde dag brengt de FIOD ook een bezoek aan Pan-Invest.

Lees ook: ‘Jaarlijks wordt in Nederland bijna 13 miljard euro witgewassen’

Ook doet de dienst een doorzoeking bij het Amerikaanse advocatenkantoor Greenberg Traurig. De advocaten zitten in een klassiek gebouw op het Leidseplein in het centrum van Amsterdam – een verdieping onder een kantoor van ABN Amro.

Het persbericht heeft de bank wakker geschud. Een 48-jarige man. Omgeving Leiden. Betrokkenen uit de trustwereld. Ze puzzelen en komen uit bij Henk van W. Bankmedewerkers duiken in zijn activiteiten. Nu zien ze meer en doen opnieuw meldingen van ongebruikelijke transacties, dus ook van betalingen die al langer geleden plaatsvonden.

In maart volgt een tweede verzoek om informatie van de FIOD aan ABN Amro. Een tweede verzoek van justitie, om meer informatie, over dezelfde bedrijven. En dat maanden na het eerste verzoek. De bank vermoedt een langdurig strafrechtelijk onderzoek.

Alarmbellen

ABN Amro heeft allerlei mechanismen die witwassen moeten tegengaan. In theorie zijn die sluitend.

Er zijn accountmanagers die weten wie hun klanten zijn en waarmee die hun geld verdienen. Ze maken een risicoprofiel van nieuwe klanten. Hoe hoger het risico, hoe intensiever de controle de jaren erna zal zijn. De bank let beter op een Rus in het vastgoed, dan op – zeg – een verpleegkundige uit Zutphen.

Er is een systeem dat wereldwijd honderden internationale media scant op mogelijke misstanden die de bank kunnen raken.

Er is een systeem dat alle transacties van klanten in de gaten houdt, ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering. Dat geeft ‘alerts’ af bij opvallende zaken. Analisten bekijken die. Als ze het niet vertrouwen, zoeken ze uit wat er aan de hand is.

Dat is de theorie. De praktijk is Odebrecht.

Odebrecht pompt jarenlang geld de wereld rond. Het verstrekt fictieve adviesopdrachten aan bedrijven buiten Brazilië om een geheime kas te creëren met daarin geld waarmee mensen worden omgekocht.

Datzelfde Odebrecht maakt miljoenen over naar bedrijven van Van W. in Nederland. Die sluizen de miljoenen direct door naar andere bedrijven, in belastingparadijzen. De bedrijven aan het eind van de keten staan weer onder controle van Odebrecht, stelt de Braziliaanse justitie. Zo wordt het geld verneveld voor de buitenwereld.

De advocaat van de gebroeders Van W. laat weten dat zijn cliënten menen dat „te goeder trouw zaken is gedaan met Odebrecht”.

Er zijn meer signalen die de aandacht van ABN Amro hadden kunnen trekken. Van W. richt tig bedrijven op, verandert hun namen en heft ze weer op. De Nederlandse bestuurders van die bedrijven zijn vaak ouder dan 70 jaar. Sommige bestuurders zijn van Zuid-Amerikaanse afkomst en verbonden aan Odebrecht.

De bedrijven hebben nauwelijks mensen in dienst en toch draaien ze soms tientallen miljoenen euro’s omzet per jaar. Bij één bedrijf kukelt die omzet ineens zomaar naar een ton. Externe accountants zijn vrij uitgesproken: ze plaatsen vraagtekens bij de cijfers van twee bedrijven en weigeren de jaarrekeningen goed te keuren.

Waarom gaan bij ABN Amro dan toch niet alle alarmbellen af?

Fusiebank

In de zomer van 2010 fuseerden ABN en Fortis na een reddingsoperatie door de Nederlandse staat. De informatiesystemen werden aan elkaar gekoppeld en in de jaren erna in delen vervangen en uitgebreid. Er kwamen nieuwe systemen bij. Die werden heus slimmer en beter, maar al die transacties van al die miljoenen klanten in al die landen zijn nog altijd niet met één druk op de knop doorzoekbaar.

De bank kent 6.000 verschillende software-applicaties. Die communiceren lang niet allemaal met elkaar. Hoe verder je het systeem in wil, hoe minder mensen dat binnen de bank lukt. En zelfs die ene technicus die behoorlijk ver komt, heeft geen zoekbalk waarin hij of zij simpelweg ‘Odebrecht’ kan intikken. Zo werkt het niet.

En het systeem dat honderden media wereldwijd scant? Dat slaat aan op de Braziliaanse klánt Odebrecht. Die is er niet bij ABN Amro.

Dat systeem dat alle transacties van klanten in de gaten houdt? Dat werkt niet met afzonderlijke gegevens, maar met ‘scenario’s’.

Een scenario bij ABN kan zijn: er komt een groot, rond bedrag binnen, plús het wijkt af van andere bedragen op die rekening, plús het wordt snel doorgesluisd. Dan komt er een alert.

De bank maakt dit soort scenario’s ook in combinaties met daarin nagelstudio’s, coffeeshops, noem maar op. De bank moet kiezen. Ze kan niet voor alles een scenario maken. Ze krijgt zo al tienduizenden alerts per jaar. Bij het gros ziet de analist niets verdachts. Vals alarm.

Losse, afwijkende zaken kunnen wel ‘punten’ opleveren. Meerdere punten leiden ook tot een alert. Maar een belasting- eiland levert nauwelijks punten op. Waarom zou het? Nederland staat belastingoptimalisatie toe. En afwijkend gedrag is in de trustsector een lastig begrip. Trustkantoren leven van veranderende, verhullende structuren.

Er gaat dus op de bank geen lampje branden als er miljoenen binnenkomen van een verdacht bedrijf. Ook niet als dat presidenten omkoopt en een speciale smeergeldafdeling heeft. Ook niet nadat het schuld heeft bekend en voor miljarden met de Braziliaanse, Zwitserse en Amerikaanse justitie heeft geschikt. „ING heeft ook geschikt met justitie en daar doet de bank ook nog zaken mee”, zegt een betrokkene.

Bambi

ABN Amro ziet dus lang niet dat geld van Odebrecht door de bank en dus door Nederland vloeit. Ze zocht er niet naar.

Maar opvallender is: als ze ernaar had gezocht, had ze het waarschijnlijk niet eens gevonden.

De bankiers vinden geldstromen alleen als ze weten bij welke klant ze moeten zoeken. Als Odebrecht inmiddels zaken zou doen met een andere Nederlandse klant, is het maar de vraag of de bank dat nu wél ziet.

En die ene technicus? Die kan, simpel voorgesteld, hooguit een ‘robotje’ programmeren en dat door alle systemen laten graven, op zoek naar bijvoorbeeld een codenaam die de bouwgigant bedacht voor omkoping in Peru: ‘Bambi’.

Lees ook: Waarom is strijd tegen witwassen zo moeilijk?

Maar dan komen ook alle betalingen van en naar speelhallen, kinderopvang- en kledingbedrijven wereldwijd met die naam tevoorschijn. Of dat Tikkie voor de gelijknamige Disneyfilm.

Een betrokkene zegt wanhopig: „Hoe kan een bank zien wat ook opsporingdiensten wereldwijd jaren niet zien?”

Het is een illusie dat het bij andere Nederlandse banken beter gaat, zeggen betrokkenen. Die kennen vergelijkbare systemen en vergelijkbare problemen.

De broers Van W. bankierden met hun bedrijven niet alleen bij ABN. Ook ING deed de afgelopen jaren meldingen van ongebruikelijke transacties door bedrijven waar de broers bij betrokken zijn. ING kreeg van de FIU wél te horen dat een transactie verdacht was.

ING ging voortvarend aan de slag. Het deed onderzoek, stelde vragen over de herkomst van het geld en kreeg onbevredigend antwoord. De bank zegde een reeks bedrijven waarbij de broers betrokken waren in 2017 de wacht aan. Ze waren niet meer welkom als klant.

Maar als ING dit jaar voor de zekerheid nagaat of er Odebrecht-geld door ING gaat, blijkt dat de bank een groot bedrijf over het hoofd heeft gezien. Het gaat om trustkantoor Pan-Invest, dat op een andere afdeling bankierde. Blijkbaar communiceren de systemen bij ING evengoed niet altijd met elkaar.

Desgevraagd zegt ING „geen uitspraken over individuele klanten te doen”.

Mailboxen in beslag

Op 26 september van dit jaar maakt ABN Amro in alle vroegte bekend dat het onderwerp is van een strafrechtelijk onderzoek. Niet veel later melden tientallen rechercheurs van de FIOD zich op het hoofdkantoor van de bank op de Zuidas.

De omgangsvormen zijn beleefd. De opsporingsdienst kondigde zijn bezoek aan en liet weten wat hij aan servers en documenten wil meenemen. De bank reserveerde de parkeerplaatsen. Zette de servers netjes klaar. De rechercheurs lieten hun herkenbare zwarte uniformen thuis.

Hoge functionarissen van de bank hebben een uitnodiging gehad om gehoord te worden en de FIOD heeft de mailboxen van enkelen in beslag genomen.

Op het hoofdkantoor van ABN Amro loopt sinds de zomer ook een team rond van het Amerikaanse adviesbureau Promontery, op aanraden van toezichthouder DNB. Het helpt de bank de risicoprocessen in beeld te krijgen, om te zien wat er aan schort.

Dat heeft niet alleen te maken met de zeven zaken waarin ze volgens het OM onvoldoende heeft opgelet. Er kwam dit jaar ook iets anders aan het licht.

In de periode dat de systemen van ABN en Fortis aan elkaar gekoppeld werden en de bank de grootste moeite had om tijdens die hele verbouwing te blijven functioneren, maakte ze in 2010 een belangrijke keuze. De bank besloot minder te letten op de groep klanten op wie ze naar haar idee ook minder hóéfde te letten.

Een grote groep, dat wel: van alle ruim 5 miljoen particuliere klanten zette de bank het risicoprofiel in één klap standaard op het laagste niveau. Dat is nooit meer veranderd.

Tips? Mail naar [email protected]

Bron: NRC Handelsblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *