NRC | Een sterke ambtenaar met veel vijanden


Jan Meeus en Jos Verlaan

Topambtenaar Joris Demmink geldt als scherp en erudiet maar geruchten blijven hem achtervolgen

Zelden is een hoge ambtenaar zo negatief in het nieuws gekomen als Joris Demmink. Kindermisbruik is de zwaarste maar niet bewezen aantijging. En zelden is een ambtenaar door zijn bazen zo verdedigd. Morgen dient een kort geding tegen de jurist Joris Demmink.

Het groepje schoolvrienden waarmee Joris Demmink in 1966 examen deed op het Stedelijk Gymnasium in Hilversum wilde dit voorjaar nou ook wel eens weten wat er waar is van de verhalen over de seksuele uitspattingen van hun oud-klasgenoot. Tijdens een reünie van zijn oude vriendenclub in Amersfoort ging Demmink in op de beschuldigingen van pedofilie en het manipuleren van de strafzaak tegen de tot levenslang veroordeelde Turkse Koerd Hüseyin Baybasin.

Het zijn brisante beschuldigingen, zeker aan het adres van de hoogste ambtenaar van het ministerie van Justitie over wie al eerder dit soort verhalen in de publiciteit kwamen. Delen van het verhaal dat Demmink zijn oude vrienden vertelde, zullen ook morgen de revue passeren tijdens een kort geding dat is aangespannen door diezelfde Baybasin die in de gevangenis in Alphen aan de Rijn een levenslange straf uitzit voor heroïnehandel en moord.

Is de beschuldiging van Baybasin een opzichtige poging om Demmink uit te schakelen of heeft de hoogste ambtenaar van Justitie een verleden dat niet past bij de invloed die zijn werk met zich meebrengt? Wordt de baas van het ministerie van Justitie moedwillig beschadigd door criminelen? Het zijn vragen die de gemoederen in de juridische wereld al jaren bezig houden.

De verhalen over Demmink gaan altijd over vermeende seksuele escapades met minderjarige jongens. Hoewel ook NRC Handelsblad, recentelijk en in het verleden, vele mensen hierover gesproken heeft, blijft het veelal bij slecht onderbouwde verhalen. Soms wel aannemelijk maar nooit onweerlegbaar. Harde bewijzen ontbreken en mensen spreken op voorwaarde van anonimiteit.

Daarin zien sommigen het bewijs van de volgens hen ongekende macht die Demmink zou hebben. Anderen menen dat er sprake is van een campagne door de vele vijanden die Demmink zou hebben gemaakt binnen het ministerie van Justitie en het Openbaar Ministerie.

Zijn oude schoolvrienden heeft Joris Demmink uitgelegd hoe het zit. Dat de Inlichtingendienst AIVD bijvoorbeeld, in 2002 expliciet onderzoek heeft gedaan naar de al jaren circulerende geruchtenstroom over zijn seksleven. Niets, was de conclusie van het onderzoek. Demmink is nooit in een positie geweest die hem chantabel maakt. Deze krant wilde hij niet te woord staan.

“Hij heeft uitgelegd wat de beschuldigingen zijn en waarom die niet kloppen”, vertelt schoolvriend Hylke Brandsma. “Wij wilden weten wat er met Joris aan de hand is. Niet omdat wij er recht op hebben maar omdat we hem willen kunnen helpen als dat nodig is.”

Maar Joris Demmink heeft geen hulp van zijn schoolvrienden nodig. Althans, nog niet. Zelden is een ambtenaar in een toppositie zoals Demmink zo vaak zo negatief in het nieuws gekomen. En zelden is een ambtenaar door zijn politieke bazen zo verdedigd als hij.

“Ik heb niet de indruk dat hij zichzelf als gevolg van de huidige publiciteit belemmerd voelt”, zegt Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding Tjibbe Joustra, die Demmink al jaren kent. “Dat is ook niet zo vreemd, hij kent zelf de werkelijkheid als geen ander.” Toch vinden met name de SP en de VVD in de Tweede Kamer dat Demmink op non-actief moet worden gesteld hangende een onderzoek van de Rijksrecherche naar aanleiding van de aangifte die Baybasin ook tegen hem heeft gedaan.

Feit is dat Demmink tot op heden alle beschuldigingen heeft weten te weerleggen. Al in 1999 zou zijn naam, zo wordt beweerd, naar boven zijn gekomen in een vertrouwelijk justitieel onderzoek naar een pedofielennetwerk waarbij verschillende hoge ambtenaren en justitiefunctionarissen betrokken zouden zijn. Het onderzoek, dat de codenaam Rolodex kreeg, leidde niet tot een vervolging. Toch berichtte de Telegraaf vorige week over dit onderzoek. Zij suggereerden dat er een doofpot is.

Het college van procureurs-generaal bevestigt het bestaan van dat ‘Rolodex-dossier’. “Die verklaringen, over twee hoofdofficieren, zijn nagetrokken. Maar de naam van Demmink komt er niet in voor. Wel waren sommige betrokkenen bij dat onderzoek ervan overtuigd dat het ‘criminele circuit’ een rol speelde bij het in omloop brengen van die verhalen. Maar ook voor die stelling waren onvoldoende aanwijzingen. De zaak is geseponeerd.”

De geruchten over Demmink doken in 2003 weer op. Toen publiceerden de Gaykrant en het weekblad Panorama gedetailleerde stukken over vermeende seksuele uitspattingen van Demmink in Tsjechië en in Eindhoven. Verhalen die een bevestiging leken te krijgen in een verklaring van een Tsjechische jongeman die als 14-jarige jongen betaalde seks met Demmink zou hebben gehad in het bijzijn van diens chauffeurs.

Maar de rel werd in een week beslecht omdat beide bladen de beschuldigingen moesten intrekken. De man die aangifte deed tegen Demmink werd veroordeeld voor het doen van valse aangifte.

Joris Demmink overleefde ook deze affaire, maar begin 2007 kwamen de beschuldigingen over pedofilie opnieuw boven naar aanleiding van de eerder genoemde aangifte van Baybasin en de publicatie vorige week over het Rolodex-onderzoek. Toch heeft Demmink zich weten te handhaven in de ambtelijke top van het ministerie van Justitie waar hij sinds 2002 Secretaris-Generaal is.

Als tiener kon Joris Demmink al dodelijk scherp zijn, vertelt oud-klasgenoot Hylke Brandsma. Altijd verpakt met een grap, maar toch. Demmink behoorde tot de echte slimmeriken op het Stedelijk Gymnasium in Hilversum. “Joris blonk uit maar viel niet echt op”, vertelt Hylke Brandsma. “Wij zaten samen in een hechte vriendengroep van acht jongens en meiden die alles samen deed. Een echt uitgesproken talent had hij niet. Joris kon snijdende grappen maken maar toch kon iedereen hem goed hebben.”

Altijd aanwezig maar niet opvallen. Die karaktertrek heeft Demmink als topambtenaar vervolmaakt, zo beschrijft D66-politicus Thom de Graaf die Demmink meemaakte toen hij zelf ambtenaar, Kamerlid en minister van Bestuurlijke Vernieuwing was. “Over Demmink is niet zo veel bekend. Dat komt door zijn eigen opvattingen over het klassieke ambtenarenmodel: de ambtenaar die niet zelf de publiciteit zoekt, maar zichzelf in de schaduw van de minister opstelt. “

Scherp, geestig, slim en teruggetrokken. Het zijn typeringen waar Brandsma zich wel in kan vinden. Ook tegen zijn vrienden was Demmink terughoudend over zijn privéleven. “Ik weet dat hij geen broers of zussen heeft. Ik kwam zelden bij Joris thuis.” Zijn homoseksualiteit was op het gymnasium geen onderwerp van gesprek. “Joris had geen vriendinnetjes, maar dat valt eigenlijk achteraf pas op”, aldus Brandsma. “Het heeft tot ver na zijn studietijd geduurd voordat hij met zijn homoseksualiteit naar buiten trad. Misschien dat het daarom wel als een verrassing kwam.”

Dick Schoof, directeur-generaal Veiligheid op het ministerie van Binnenlandse Zaken, weet niet beter dan dat hij open is over zijn seksuele geaardheid. “Maar dat was in het verleden ongetwijfeld anders”, aldus Schoof die daarin een belangrijke bron ziet van alle verhalen over Demmink.

Demmink ging in 1966 rechten studeren in Leiden waar hij werd ondergedompeld in het corporale leven. “Ik ken Joris als een studentikoze man”, aldus Thom de Graaf. Ook Dick Schoof omschrijft Demmink als een corpsbal in hart en nieren. “Ik heb daar zelf niets mee, maar heb wel een hekel aan namaak. Bij Demmink is dat niet het geval en dat waardeer ik wel weer. Het corporale zit hem diep in de genen. In dat opzicht is hij echt een Leidse jurist met het daarbij horende netwerk.” Demmink voelde zich in die tijd niet vrij om voor zijn homoseksualiteit uit te komen.

Na zijn studie kreeg Demmink in de jaren zeventig een baan bij het ministerie van Defensie waar hij onder andere werkte voor de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD). Joustra, die Demmink eind jaren tachtig leerde kennen, typeert hem als iemand die als vanzelfsprekend past binnen het publieke domein. “Een jurist en een scherpe analyticus die werkt vanuit een brede horizon. En daardoor vaak met scherpe oplossingen komt als het gaat om beleidsontwikkeling. Het is ook een man met belangstelling op cultureel gebied.”

Demmink is de langst zittende ambtenaar in de top van het ministerie van justitie. Topambtenaren en oud-bewindslieden die hem daar hebben meegemaakt, zeggen ‘de hand voor hem in het vuur te leggen’ als het gaat om de aanhoudende geruchtenstroom.

In de 25 jaar dat hij er werkt heeft Demmink veel onderwerpen voorbij zien komen: de vorming van het nieuwe politiebestel, internationale aangelegenheden en Vreemdelingenzaken, justitieel Europees beleid.

De wilde jaren negentig op het ministerie van Justitie waren cruciaal voor de carrière van Demmink. Hij overleefde als enige hoge ambtenaar de IRT-affaire. Daardoor is zijn dossierkennis en ervaring op justitieterrein onovertroffen.

Dick Schoof, die als baas van de IND nauw met Demmink samenwerkte, leerde hem kennen toen Demmink in 1996 plaatsvervangend secretaris-generaal werd op het ministerie van Justitie. “Het departement had toen net een enorme klap gekregen als gevolg van al die affaires uit de jaren negentig. Demmink was een van de weinige stabiele factoren op het ministerie. Hij was toen al een invloedrijke man die de dossiers en het departement in al zijn geledingen kende. Dat was het gevolg van een combinatie van slimheid en zijn goede verhoudingen met de politiek”.

Hans Dijkstal kende Demmink toen hij minister van Binnenlandse Zaken was. “In Europa was justitie- en politiebeleid een belangrijk dossier geworden. Dat vereiste permanente ambtelijke ondersteuning vanuit mijn departement, maar ook vanuit dat van Justitie. Demmink kende de relevante dossiers op zijn duimpje en had een imposant internationaal netwerk. Iemand die sociaal begaafd is en zijn talen kent.”

Schoof noemt Demmink vooral een van de laatste échte topambtenaren. “Hij kent alle relevante circuits. Ik denk dat hij graag een internationale positie bekleed had. Hij houdt ook van het goede diner en kent elke fles wijn die daarbij hoort. Als je met Demmink dineert, ben je niet vroeg thuis. Dan is hij een groot verteller met goede anekdotes.”

Dijkstal zegt nooit iets negatiefs over Demminks privéleven te hebben gehoord. “Een jeugdzonde kan iedereen overkomen, maar niet het soort verhalen dat nu over hem rondgaat. Wat Demmink overkomt, hoeft zijn functioneren volgens Dijkstal niet te belemmeren. “Als iemand intern gezag heeft, beschadigt dat zijn positie niet zo snel.”

CV

‘Hij kende de relevante dossiers op zijn duimpje’; 36 jaar ambtenaar; Joris Demmink werd geboren in 1947 in Laren.; 1971-1982 Medewerker en later Hoofd directie juridische zaken van het ministerie van Defensie.; 1983-1990 Directeur directie politie ministerie van Justitie.; 1990-2002 Hoofddirecteur hoofddirectie organisatie rechtspleging ministerie van Justitie.; 2002 Secretaris-generaal ministerie van Justitie.; 2004-2005 Lid van Global Commission on International Migration.; Joris Demmink is ongehuwd.; Baybasin-dossier; De affaire rond de Turkse Koerd Hüseyin Baybasin gaat terug naar 1995 toen de Turkse regering vroeg om zijn uitlevering in verband met heroïnehandel. Zijn uitlevering werd verboden vanwege de kans dat Baybasin in Turkije zou worden gemarteld. De Koerd werd hier vervolgd en tot levenslang veroordeeld. Volgens zijn advocaat is er een complot waarbij ook Demmink betrokken is omdat hij chantabel zou zijn. Hiervan is aangifte gedaan die wordt onderzocht door de Rijksrecherche. Het kortgeding dat morgen dient gaat over een werkbezoek van Demmink aan de gevangenis waar Baybasin zit. Tijdens dat werkbezoek moest Baybasin in een isoleercel.

Bron: NRC

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *