NRC | Honger is Venezuela niet overkomen, Maduro

Spiwak: In Venezuela gaat het om Holodomor, een Oekraïens woord dat ‘kunstmatige honger, op grote schaal door een misdadig bewind georganiseerd tegen de bevolking van een land’ betekent | Carlos Garcia Rawlins / Reuters

De overgrootouders van Boris Spiwak stierven de hongerdood tijdens de Oekraïense Holodomor. Nu ziet hij hoe honger in zijn geboorteland Venezuela als wapen wordt ingezet.

Mijn overgrootouders van vaderskant stierven de hongersdood in de winter van 1932-’33 in het Oekraïne van de Sovjet-Unie. Voordat de honger toesloeg, verstopten ze hun kinderen in een trojka en stuurden ze hen weg, een laatste wanhopig offer.

Drie generaties en een aantal emigraties later ben ik geboren en getogen in Venezuela, waar de laatsten van mijn familieleden dit jaar zijn ontsnapt aan onderdrukking en ontberingen. De rode draad die door deze nationale tragedies loopt is zo misselijkmakend dat hij in het Westen bijna onbekend is. Het gaat om Holodomor, een Oekraïens woord dat ‘kunstmatige honger, op grote schaal door een misdadig bewind georganiseerd tegen de bevolking van een land’ betekent.

Om met Oekraïne te beginnen. Het is moeilijk om de precieze oorzaken vast te stellen van de tachtig miljoen mensen die in de twintigste eeuw over de hele wereld door hongersnood zijn omgekomen. Dat is niet alleen het gevolg van de mist van oorlog en revolutie, maar ook van de afscherming en geheimhouding door overheden. Maar bij Oekraïne ligt dit anders. Het lijdt geen twijfel dat de Holodomor, de hongersnood die zo’n 5 miljoen mensen, onder wie mijn overgrootouders, het leven kostte, door mensenhand werd veroorzaakt.

Nadat Stalin als overwinnaar uit de Russische burgeroorlog was gekomen, richtte hij zijn aandacht op de ‘klassenvijanden’ van de revolutie – de koelakken, de relatief welvarende boeren en kleine landeigenaren die zich verzetten tegen de collectivisering. Zijn wapen was voedsel, dat het Russische Rode Leger met geweld van de plattelandsbevolking had opgeëist. Huizen werden geplunderd en tegenstanders vermoord of gevangen gezet om het Oekraïense brood of graan tot het laatste grammetje in beslag te nemen en naar die plaatsen in het oosten te transporteren waaraan Stalin politieke prioriteit gaf. De honger die de staat hiermee oplegde, leidde algauw tot de grootste hongersnood uit de Europese geschiedenis. Zoals historicus Timothy Snyder van Yale het verwoordt: „Overleven was zowel een ethische als een fysieke strijd. Een vrouwelijke arts schreef in juni 1933 aan een vriendin dat ze nog geen kannibaal was geworden, maar ‘niet zeker [wist] of ik het niet ben geworden als je deze brief leest’.

„Zij die weigerden te stelen of zich te prostitueren, stierven. Zij die voedsel aan anderen gaven, stierven. Zij die weigerden lijken te eten, stierven. Zij die weigerden hun naasten te doden, stierven. Ouders die zich verzetten tegen kannibalisme, stierven voordat hun kinderen stierven.”

Het Amerikaanse Congres nam afgelopen jaar een resolutie aan waarin de Holodomor wordt omschreven als een Sovjet-genocide tegen het Oekraïense volk. Dit sluit aan bij de analyse van Snyder. Weliswaar leidde gedwongen collectivisering in veel delen van de Sovjet-Unie tot hongersnood, maar een aantal maatregelen gold alleen of hoofdzakelijk voor Oekraïne.

We spoelen door naar december 2017, aan de andere kant van de wereld, waar volgens Harvard-econoom Ricardo Hausmann het Venezolaanse minimumloon gelijk stond aan 1.400 calorieën per dag. Een breed geciteerde wetenschappelijke studie wees uit dat de Venezolanen alleen al in 2017 gemiddeld elf kilo aan lichaamsgewicht verloren. Een groot deel van de voormalige middenklasse, ooit de meest opwaarts mobiele en naar verhouding grootste van Latijns-Amerika, kan maar één maaltijd per dag betalen. Uit wanhoop eten sommigen inmiddels bedreigde wilde dieren, gestolen dieren uit de dierentuin en zelfs zwerfhonden.

En wat is de oorzaak van die honger in Venezuela? Geen vermeende ‘neo-imperialistische economische oorlog tegen het vaderland’ die wordt gevoerd vanuit het buitenland, zoals de regering beweert. En ook niet het wanbeheer van de staatsoliemaatschappij en een tekort aan harde valuta dat daaruit voortvloeit, want dat heeft tenslotte weinig invloed op de binnenlandse landbouw. En zeker geen ‘mislukte staat’ of goed bedoeld maar verkeerd beleid, zoals de meeste waarnemers buiten Venezuela lijken te geloven.

Integendeel: sinds de chavista’s in 1999 aan de macht kwamen, is het hoofddoel van hun voedselbeleid geweest om zich de middelen te verschaffen om, als het politiek zo uitkwam, honger als wapen in te zetten. De massale straatprotesten uit 2017, waardoor het bewind op zijn grondvesten schudde, bewogen Maduro om zijn eigen bevolking de oorlog te verklaren en te zwaaien met een wapen voor sociale controle dat al bijna twintig jaar in de maak was. Het staatsapparaat bleek meedogenloos efficiënt voedselschaarste te kunnen scheppen en de toegang tot voedsel te kunnen binden aan loyaliteit aan het bewind. Vanuit het bewind gezien is het beleid met andere woorden zeer coherent en geslaagd geweest.

Dit vergde de vervanging van het marktgebaseerde systeem van voedselproductie en -distributie van voorheen door een gecentraliseerd systeem dat werd beheerst door de overheid. Als gevolg van de zware subsidies op geïmporteerd voedsel was het voor de binnenlandse landbouwsector vrijwel onmogelijk om nog met zijn buitenlandse tegenhangers te concurreren. Door de prijsbeheersing verloren veel binnenlandse producenten geld en gingen winkels dicht. Schimmige eigendomsrechten schrikten beleggers af. Productieve boerderijen die door de staat werden overgenomen, werden meestal niet, zoals beloofd, aan boerenarbeiders overgedragen, maar kwamen in handen van chavistatrawanten die ze braak lieten liggen. Ten slotte creëerde het bewind een staatssysteem naar Cubaans voorbeeld waarbij de strijdkrachten voedselrantsoenen uitdeelden en deze alleen beschikbaar waren voor houders van een biometrische kaart waaruit hun loyaliteit aan het bewind bleek.

De chavista’s hebben deze maatregelen stuk voor stuk gepresenteerd als onschadelijke administratieve stappen op basis van verheven idealen. Maar als geheel bezien wordt hun kwaadaardige doel duidelijk: dwing de bevolking voor voeding afhankelijk te zijn van de staat en zet het voedsel dan als wapen in door het te ontzeggen aan andersdenkenden, betogers en de gedemoraliseerde oppositie. Maduro wijst op het ogenblik – net als Stalin 85 jaar geleden – het aanbod van internationale voedselhulp van de hand omdat het een kwestie van staatsveiligheid is om te controleren wie er te eten krijgt en dit niet mag worden overgelaten aan de oppositie of buitenlandse ngo’s. Venezuela is een rijk land, maar net als de Oekraïeners onder Stalin worden de Venezolanen opzettelijk uitgehongerd door een misdadig bewind dat grote delen van zijn bevolking als staatsvijand behandelt. Nogmaals, dit is Holodomor.

Boris Spiwak is politiek econoom en werkt als zakelijk directeur van Spiwak Hotels. Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de Colombiaanse krant La Republica

Correctie (26 februari 2019): In een eerdere versie van dit stuk werd in de intro gesproken van ‘Holomodor’. Dat is aangepast.

Bron: NRC Handelsblad

3 Reacties op “NRC | Honger is Venezuela niet overkomen, Maduro

  1. Ik zou tegen Giselle hebben gezegd , weet je wat al die mensen gaan met vakentie naar Columbia , Aruba , en Curacao .
    Giselle snurk maar lekker door .

  2. Eindelijk een goed stuk dat goed neerzet wat nu de oorzaak is van deze problemen! Al dat geblablabla over Trump en olie. Honger wordt gebruikt als machtsmiddel. Je krijgt als chavista immers extra eten van de staat. Wel lid zijn en elke keer opdraven als er een zgn pro maduro demonstratie is (Dit kennen we ook op Curacao met de MFK demonstranten). Bij verkiezingen staan chavistas goed te kijken welke chavistas stemmen en maken daar bewijs van. Anders krijgen ze geen voedselstempels.

  3. Ik zag laatst een interview op tv-direct van een zekere Giselle Rosalia van Kousa Prome en die had het over dat de situatie in Venezuela wel meevalt.

    Volgens mij werd ze door Germône De Lima geïnterviewd. Nou gun ik iedereen werk en vooral Yu di terra maar werken voor TV en Radio bregnt een bepaalde verantwoordelijkheid met zich mee.

    Nou laat ik het anders zeggen, bo ta mira jen di e mucha nan pretu sanka sjusji nan aki ke hunga jurnalista.

    Een echte journalist had tegen deze Giselle Rosalia gezegd, dat kan je hier met je dikke reet wel zeggen maar ben je wel in Venezuela geweest?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *