NRC | Met voedselpakket en vaderlandskaart wordt de Venezolaan koest gehouden

Nina Jurna

Woonwijken in Caracas, Venezuela

Venezuela is een van de landen waarnaar China zijn sociale surveillance-systeem heeft geëxporteerd. ‘Blijf loyaal aan president Maduro en ontvang een voedselpakket of bonus op Moederdag.’

In een sportkantine naast een honkbalveldje in de levendige volkswijk José Felix Rivas sjouwen mannen en vrouwen grote kartonnen dozen naar binnen. CLAP staat er met koeienletters op de dozen geschreven: de Spaanse afkorting voor Lokaal Comité van Toelevering en Productie. De dozen zitten vol zakken rijst, blikjes tonijn, olie en meel – het zijn voedselpakketten die de socialistische regering van president Nicolas Maduro verspreidt onder de bevolking.

Een man pakt een paar dozen van een stapel en zet ze behendig in een kruiwagen. „Ga je ook naar sector 3, boven in de wijk?”, vraagt een vrouw met een blocnote onder haar arm. „Neem dan nog een extra doos mee voor het gezin naast de kerk, ze hebben het heel hard nodig.” Ze noteert de nummers van de dozen. De man moppert wat en stapelt twee extra dozen in de kruiwagen. De afbeeldingen van president Maduro en zijn strijdlustige voorganger Hugo Chávez staan op het karton.

De voedselhulp vormt een belangrijke schakel in een fijnmazig repressienetwerk, dat ervoor moet zorgen dat burgers trouw aan het regime blijven – of zich publiekelijk in elk geval koest houden. Hierbij leunt de regering ook sterk op een met Chinese technologie gebouwde ID-kaart, waarmee het gedrag van burgers bijgehouden wordt en loyaliteit met extraatjes beloond kan worden. Venezuela is zo een van de landen waarnaar China zijn autoritaire sociale surveillance-systeem heeft geëxporteerd.

Carlos Guzmán (43) poseert met twee van zijn kinderen in hun huis in de sloppenwijk Petare. Hij is volledig afhankelijk van de voedselpaketten die het regime uitdeelt. „Iedereen is bezig met overleven.”
Foto Andrea Hernández

Lees ook: Zo stuurt en controleert China zijn burgers

Symbolisch bedrag

„Zonder de CLAP zou ik niet kunnen overleven”, zegt Carlos Guzmán (44), vader van drie jonge kinderen, als hij een uur later de twee dozen uitpakt die in zijn huisje met golfplaten dak bezorgd zijn. Pakken rijst en pasta zet hij in de keukenkast, blikjes tonijn in de ijskast. Hij frutselt wat aan een pak melkpoeder. „Vroeger zaten er twee pakken melkpoeder in, nu maar één. Ze bezuinigen vanwege de crisis.” Hij zucht.

Om het maandelijkse CLAP-voedselpakket te ontvangen, betalen de Venezolanen een symbolisch bedrag van omgerekend enkele tientallen eurocenten. De producten zelf los in de supermarkt kopen – ongesubsidieerd – is voor een Venezolaan met een minimumloon van omgerekend nog geen 10 dollar per maand onmogelijk. Gezinnen zoals dat van Guzmán zijn dan ook volledig afhankelijk van de voedselpakketten.

„Soms, als je de juiste contacten hebt bij het burgercomité dat de pakketten verspreidt, kun je wat extra’s krijgen. Of via de machtige colectivos [burgermilities die loyaal zijn aan Maduro]. Er zijn zelfs mensen die overleven door de producten uit hun eigen pakket op de zwarte markt door te verkopen voor veel geld. We weten allemaal dat er gesjoemeld wordt met de pakketten, maar iedereen is bezig met overleven”, zegt hij.

Dood van de honger

Volgens sociologe Colette Capriles, verbonden aan de Simón Bolívar- universiteit, ontvangt 70 tot 80 procent van de Venezolanen de CLAP- pakketten van de regering. Meer dan 40 procent van deze groep zou volgens haar anders niet overleven. „Ze zouden dood gaan van de honger. Ze zijn volledig afhankelijk van de overheid. Vroeger kregen alleen de armste Venezolanen voedselpakketten. Naarmate de crisis erger werd, zag de regering hoe lucratief dat was. Je houdt de bevolking niet alleen in leven, maar je kunt ze ook controleren. Honger is een wapen waarmee Maduro regeert”, meent Capriles.

Iruannis Campos (26) bergt een deel van de inhoud van haar voedselpakket op in de koelkast in haar huis in de sloppenwijk Petare. Nadat ze deelnam aan oppositiebetogingen kreeg ze enige tijd geen pakket meer. „Iemand heeft informatie over mij doorgespeeld.”

Foto Andrea Hernández.

Dat er gemanipuleerd wordt met de voedselpakketten, ondervond ook Iruannis Campos Bracho (26) uit de wijk Petare. Een tocht door talloze steegjes met smalle en steile trappen leidt naar haar huisje met een indrukwekkend uitzicht over de sloppenwijk. „Dit regime moet weg, er moeten nieuwe verkiezingen komen. Daarom heb ik sinds januari, toen oppositieleider Juan Guaidó zich uitriep tot interim-president, actief meegedaan met demonstraties. En plotseling kreeg ik geen voedselpakket meer”, vertelt de jonge moeder van een tweejarige peuter. Toen ze ging informeren bij het buurtcomité kreeg ze te horen: ‘Jij verdient geen pakket, je bent toch tegen ons?’ „De buren zijn heel vriendelijk, maar kan ik ze nog vertrouwen? Iemand heeft informatie doorgespeeld over mij”, zegt ze.

Bonus op Moederdag

Een effectieve methode van de Venezolaanse overheid om de bevolking aan zich te binden en te monitoren, is de zogeheten carnet de la patria, de vaderlandskaart. Dit is een speciale identiteitskaart waarmee de Venezolanen bonussen kunnen ontvangen, maar die de overheid ook in staat stelt hen te controleren. Tijdens Moederdag, dat uitgebreid gevierd wordt in Latijns-Amerika, kregen moeders een bonus die zelfs hoger lag dan het minimumloon. Ook ouderen krijgen extraatjes via hun vaderlandskaart. Of Venezolanen die zich inzetten voor de Bolivariaanse revolutie, bijvoorbeeld door tijdens de verkiezingen campagne te voeren.

Juan Bautista Navas (83) wappert met zijn carnet de la patria. Onder een statige foto van de grijsaard prijkt het geel-blauw-rood van de Venezolaanse vlag. „Al zou ik deze kaart niet willen, ik zou niet zonder kunnen. Mijn pensioen ontvang ik via deze kaart, ik kan hiermee naar de dokter, alles loopt via deze kaart”, zegt hij.

De controle-functie van de kaart komt op andere momenten, zoals de presidentsverkiezingen in mei 2018. Nadat de Venezolanen hadden gestemd, konden ze bij een zogeheten ‘rode kiosk’ of ‘rood punt’ – vlakbij de stemlokalen – de kaart laten scannen en ontvingen ze een bonus. Persoonlijke gegevens werden zorgvuldig opgeslagen, er werd gevraagd naar hun stemgedrag, en andere persoonlijke vragen werden gesteld. Diezelfde dag ontvingen de mensen nog een sms’je waarin ze werden bedankt voor hun steun aan Maduro.

Iruannis Campos (25) en Juan Bautista Navas (83) tonen hun vaderlandskaart.
Foto’s Andrea Hernández

Socioloog Colette Capriles: „We weten intussen dat voor de vaderlandskaart gebruik wordt gemaakt van speciaal ontworpen Chinese software die elk aspect van het persoonlijk leven van de mensen vastlegt. De overheid kan zo enorme macht uitoefenen: ze weten waar je woont, of je een aanhanger bent of niet, waar je kinderen op school zitten, hoeveel je verdient, of je gezond bent of niet. Angstaanjagend”, aldus de onderzoekster.

De rol van China – internationaal de machtigste bondgenoot van Maduro – loopt via de Chinese telecomgigant ZTE. Dit bedrijf heeft het vaderlandskaartensysteem gebouwd en werkt samen met het Venezolaanse staatstelecombedrijf Cantv. Behalve stemgedrag is ook te achterhalen wie bijvoorbeeld een bankrekening wil openen, welke Venezolanen auto’s bezitten en of ze voedselpakketten krijgen. „Ben je een tegenstander van Maduro, maar zit je in grote financiële nood of heb je dringend medische hulp nodig – wat allemaal te traceren is – dan kan de regering daar handig gebruik van maken. Chantage ligt op de loer”, zegt Capriles.

Mobiel betaalmiddel

Volgens de overheid gebruiken intussen bijna 20 miljoen (van in totaal 31 miljoen inwoners) Venezolanen de vaderlandskaart. En volgens persbureau Reuters, dat onderzoek deed naar de samenwerking tussen ZTE en de regering, wil Maduro het systeem verder uitbreiden.

Uiteindelijk moet de vaderlandskaart naast een bonussysteem en ID-bewijs ook als mobiel betalingsmiddel worden ingezet. Door de hyperinflatie is er in Venezuela een chronisch gebrek aan contant geld en verloopt relatief veel geldverkeer al digitaal. „Vanaf nu gaan we alles met deze kaart doen”, verklaarde Maduro onlangs nadat hij had bekendgemaakt dat gesubsidieerde benzine alleen nog via de kaart te koop zou zijn.

„Geef mij liever een goede economie en een vrij land dan al deze bonussen en voedselpakketten”, zegt Iruannis Campos Bracho terwijl ze haar ijskast verder inruimt met de producten uit het CLAP-voedselpakket. Na twee maanden is er vandaag eindelijk weer een pakket gekomen. Al zou ze de hulp willen weigeren, ze kan het zich niet permitteren. „Hoe moet ik anders mijn dochtertje te eten geven? Met een voedselpakket kunnen we twee weken overleven, van mijn maandsalaris koop ik niet eens een pak rijst”, zegt ze.

Volgens socioloog Capriles lukt het Maduro om met behulp van de voedselpakketten en de vaderlandskaart greep op de bevolking te houden. Zeker zolang zijn bondgenoten Rusland, China en Turkije voedselhulp blijven sturen. „Het is een vicieuze cirkel. Dit systeem kan pas doorbroken worden met vrije verkiezingen, en vervolgens een economisch herstelplan.”

Bron: NRC Handelsblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *