NRC | Winstbelasting wordt wereldzaak

Wie legt de techreuzen belasting op? Europa probeert tot
afspraken over een digitaks te komen. Tevergeefs | Egbert Kalse

Google in Dublin (Ierland) | imon Dawson/Bloomberg,

Digitaks – Landelijk en Europees lijkt het niet te lukken wereldwijd opererende digitale bedrijven voldoende te belasten. Hoe kan het wel?

Het is een bekende politieke dooddoener: wie een probleem nationaal niet opgelost krijgt, wijst naar Europa voor een oplossing. En als Europa faalt, moet de wereldregering het maar oplossen.

Deze redenering wordt vaak gebruikt bij grote, grensoverschrijdende problemen. Denk aan het klimaat of eerlijke arbeidsvoorwaarden. Of denk aan winstbelasting.

Die laatste is al decennia onderwerp van fel mondiaal debat. Landen concurreren op fiscaal terrein om zo aantrekkelijk mogelijk te zijn voor het grote bedrijfsleven. Steeds lagere tarieven voor de vennootschapsbelasting zijn het gevolg, net als een baaierd aan specifieke regelingen (aftrekposten, afspraken met de fiscus) die bedrijven in de kaart spelen. In deze race to the bottom schiet kapitaal de wereld over op zoek naar de laagste winstbelasting.

Steeds meer overheden verzetten zich tegen deze uitholling van belastinginkomsten en willen tot internationale afspraken komen. De oprukkende digitalisering voedt de jongste poging daartoe. Het huidige belastingsysteem is in veel landen zo’n eeuw geleden ontwikkeld, toen de economie nog volledig fysiek was. Maar de link tussen fysieke aanwezigheid en omzet en winst verdwijnt gestaag. Grote, met name Amerikaanse concerns als Google, Amazon en Facebook betalen alleen belasting op de plek waar de makers, ontwikkelaars en beslissers zitten – vaak landen met heel lage winstbelasting – en niet waar hun klanten zitten en waar ze hun inkomsten vandaan halen. Dat is onvoldoende, vinden veel regeringen inmiddels.

Nationale belastingregels

Met name in Europa, dat zelf nauwelijks bedrijven als die Amerikaanse heeft, is geprobeerd tot afspraken te komen om de Europese inkomsten op al die internetdiensten te belasten. Tevergeefs: vorige week ketste opnieuw een initiatief voor invoering van een digitaks af, in dit geval een omzetbelasting van 3 procent. Zweden, Finland, Denemarken en Ierland stemden tegen.

Kantoren Apple in Cork (Ierland) | Patrick Bolger/Bloomberg

Sommige Europese lidstaten zetten stappen om dan maar nationale belastingregels in te voeren, zodat ze nog iets van inkomsten verwerven. Zo heeft Frankrijk nu zelf een omzetbelasting ingevoerd, waardoor activiteiten tweemaal belast worden: een deel van de omzet in Frankrijk, de winst elders. Het bedrijfsleven vreest een wirwar aan nationale fiscale regels, en dubbele belastingen.

Nederland is vooralsnog geen voorstander van een fiscale Alleingang. In een Kamerdebatje, dinsdag, naar aanleiding van het klappen van de Europese onderhandelingen, zei staatssecretaris Menno Snel (Financiën, D66) te willen wachten op plannen voor het belasten van digitale bedrijven van de OESO, de organisatie van rijke industrielanden. Die kreeg twee jaar geleden het verzoek van de G20, ‘s werelds twintig grootste economieën, met voorstellen te komen voor de toekomstige belastingheffing van digitale bedrijven. Het invoeren van een minimumbelasting is een van de potentiële oplossingen. Alle ondernemingen moeten deze dan betalen, niet alleen de digitale. Liefst 128 landen schaarden zich achter het initiatief. Een eerste opzet wordt in juni verwacht.

Dat tarief zal niet overal worden ingevoerd, maar dient als een soort minimum waartegen winst belast zou moeten worden. Betaalt een bedrijf minder, dan staat het een individueel land vrij om winstbelasting bij te heffen als de moedermaatschappij in hun land is gevestigd of er betalingen vanuit hun land plaatsvinden aan dit bedrijf. De verwachting is dat landen met extreem lage winstbelasting dan maar voor dat minimumtarief kiezen, zodat zij zelf de belastinginkomsten binnenhalen.

Amazon in Luxemburg | Getty

Fiscale soevereiniteit

Marlies de Ruiter, adviseur internationale belastingen bij het bureau EY, gaf tot 2016 leiding aan een OESO-project om belastingontwijking tegen te gaan. Zij noemt het debat binnen de OESO belangrijk, maar heeft wel kritiek op de plannen. ,,Invoering van een minimumtarief is een risico. Elk land heeft zijn eigen belastingmix, afgestemd op wat een economie nodig heeft. Door nu internationaal een minimumtarief vast te stellen, ontneem je landen een instrument”, zegt ze. Fiscale soevereiniteit heet dat, en dat was jarenlang ,,een heilig huisje”, aldus De Ruiter.

Ze is evenmin gelukkig met de kwalificatie dat dit project over belastingontwijking gaat. ,,Sinds 2015 is het al mogelijk om belasting te heffen op de plek waar de waarde gecreëerd wordt. Dat verplaatst de belastinggrondslag naar de plek waar de echte bedrijfseconomische activiteiten plaatsvinden. Dat heeft een eind gemaakt aan veel belastingontwijking via onder meer brievenbussen. Door het OESO-plan zullen landen heffingsrechten krijgen, terwijl de winsten daar niet zijn verdiend.”

De Ruiter waarschuwt overheden voor de gevolgen van de naderende maatregelen: ,,Dit gaat veel verder dan alleen digitale bedrijven. De verschuiving van heffingsrechten naar het land waar de klanten zitten, kan ook gevolgen hebben voor Europese fabrikanten met veel consumenten buiten de Unie. Daar kunnen ze ook belasting gaan heffen op de waarde van die producten. Verliezers bij dit pakket zitten dan ook in Europa. Ik hoop dat regeringen de grootsheid hebben ook die uitkomst te verdedigen tegenover hun parlementen.”

Het Europese hoofdkantoor Facebook in Dublin | Aidan Crawley / Bloomberg

De OESO hield vorige week in Parijs een hoorzitting over de belastingheffing in de digitale economie. Pascal Saint-Amans, verantwoordelijk voor fiscaal beleid bij de organisatie, was tevoren optimistisch. Hij constateert dat het internationale bedrijfsleven positiever is geworden over een geharmoniseerde aanpak.

De hoorzitting zelf, waaraan veel bedrijven maar ook ngo’s als Oxfam Novib bijdroegen, leverde geen nieuwe inzichten op – de OESO werkt verder aan concrete plannen. De deadline die de G20 eerder stelde, ligt in juni 2020. Nog tijd genoeg dus, ook om tegen de voorstellen te lobbyen.

In de race to the bottom schiet kapitaal de wereld over op zoek naar de laagste winstbelasting.

Bron: NRC

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *