Ob-differentiatie uitstellen niet nodig

Tegen SER-advies in

OB-spelWILLEMSTAD — De Sociaal Economische Raad (SER) heeft de regering geadviseerd om de invoering van de differentiatie in de omzetbelasting (ob-differentiatie) te koppelen aan de verplichte introductie van kasregistratiesystemen op 1 januari 2014, maar de regering vindt niet dat dat nodig is.

Dat blijkt uit de ontwerplandsverordening tot wijziging van de landsverordening omzetbelasting, die naar de Staten is gestuurd.
In haar advies schrijft de SER dat op dit moment onvoldoende ondernemers beschikken over een kasregistratiesysteem dat geschikt is om kassabonnen te printen die voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in de betreffende ontwerp- Iandsverordening.
Het gaat er hierbij met name om dat een klant volgens de SER altijd moet kunnen controleren of het juiste ob-tarief is gehanteerd.
De verplichting voor bepaalde groepen, zoals detailhandelaren, horeca-exploitanten en loterijverkopers om zo’n kasregister te hanteren geldt echter pas per 1 januari 2014.
Volgens de SER voldoen de kassasystemen dan pas aan de eisen en is er effectieve controle door de consument, de Ontvanger en de Stichting Belastingaccountantsbureau (Stichting BAB) mogelijk.
Mocht de regering de ob-differentiatie toch eerder willen invoeren dan 1 januari 2014, dan adviseert de SER om elektronische kasregistersystemen op grotere schaal beschikbaar te stellen aan ondernemers dan nu het geval is.
Als dat niet kosteloos kan zou er een fiscale of andersoortige regeling getroffen moeten worden.

De regering is van mening dat de koppeling van de ob-differentiatie aan de invoering van de kasregistersystemen niet noodzakelijk is:

“Hoewel het gebruik van een kasregistratiesysteem het vermelden van de juiste gegevens op een kassabon vereenvoudigt, is handmatig ook relatief eenvoudig aan de gestelde eisen te voldoen.
Gegevens die specifiek op een kassaregistratiesysteem zijn zien, zoals het kassa-identificatienummer en een logo, zijn in dat geval uiteraard niet vereist.
Naar aanleiding van dit aandachtspunt van de SER zal de regering overigens overwegen om voor de periode tot 1 januari 2014 de mogelijkheid van een overgangsregeling voor de kassabonvereisten te overwegen.”

Voorlichting
Volgens de SER is er ook een intensieve voorlichtingscampagne nodig die ondernemers en consumenten informeert over de wijzigingen, met name over welke producten worden vrijgesteld en op welke producten het verhoogde tarief van toepassing wordt.
Dit zal volgens de SER ook kunnen bijdragen aan de signalerende rol die consumenten kunnen vervullen in de controle op de naleving van de nieuwe landsverordening.
Ook de Raad van Advies verwacht dat de ‘extra administratieve lasten en controletechnische bezwaren’ problemen gaan geven.

“De Raad is van mening dat het, gezien de complexiteit van de voorgestelde maatregelen, een onrealistische verwachting is dat alles vanaf dag één geheel vlekkeloos zal verlopen en dat het tot budgettaire tegenslagen zal leiden indien deze verwachting niet wordt gerealiseerd. De Raad adviseert de regering rekening te houden met mogelijke opstartproblemen.”

De regering stelt als reactie hierop dat deze extra administratieve lasten eenmalig zijn.

“Bovendien zijn de meest gangbare boekhoudkundige softwarepakketten en kassasystemen geschikt om de thans voorgestelde administratieve eisen te verwerken.”

Miljoen minder
De invoering van een differentiatie in de omzetbelasting is een van de manieren van de huidige regering om de belastinginkomsten te verhogen.
Momenteel ligt de omzetbelasting op 6 procent.
Om de lagere inkomens te ontzien is er een nultarief op bepaalde eerste levensbehoeften bedacht.
Op luxegoederen en -diensten en zaken die ongezond zijn zal 9 procent worden geheven.
In totaal zou de maatregel per jaar 17,5 miljoen gulden gaan opleveren, zo werd eerder door het ministerie van Financiën geraamd.
In de landsverordening wordt echter een bedrag van 16,5 miljoen gulden opgevoerd.
Dit komt omdat de regering, na protesten van onder meer de Fundashon pa Konsumidó, besloot om ‘computers en randapparatuur, alsook cosmetica en make-up niet tegen het hoge ob-tarief te belasten’.

“Als gevolg hiervan is de verwachte opbrengst ongeveer een miljoen gulden lager. Dit bedrag zal via uitgavenbeheersing op de begroting van het Land worden opgevangen”

, aldus de memorie van toelichting bij het wetsontwerp.
De datum waarop de ontwerp-landsverordening in de Staten wordt behandeld is nog niet bekend.

Motorrijtuigen

De Raad van Advies sprak zich in haar advies over de ontwerp-landsverordening negatief uit over de invoering van een 9-procentstarief op motorrijtuigen:

“De Raad is van oordeel dat motorrijtuigen, gezien het vooralsnog niet goed georganiseerde systeem van openbaar vervoer, niet zonder meer gecategoriseerd kunnen worden als een ‘niet noodzakelijk product’. De Raad adviseert de regering nogmaals de mogelijkheid te bestuderen om het verhoogde tarief van de omzetbelasting alleen op duurdere motorrijtuigen toe te passen.”

De regering heeft dit niet aangepast.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *