OM | Requisitoir onderzoek Babel

Met dagvaardingen, requisitoir, pleitnota’s, dupliek en repliek

Requisitoir onderzoek Babel Cicely van der Dijs en Gerrit Schotte | Jeu Olimpio

Requisitoir onderzoek Babel Cicely van der Dijs en Gerrit Schotte | Jeu Olimpio

Requisitoir Onderzoek Babel tegen verdachten Gerrit Schotte en Cicely Van der Dijs van de officieren van justitie bij het gerecht in eerste aanleg Curaçao.

Willemstad, 17 februari 2016

VOORDRACHT
Verdachte Schotte wordt verdacht van vijf strafbare feiten.

1. Het eerste feit waar hij van wordt verdacht is ambtelijke omkoping, corruptie. Hem wordt verweten dat hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 8 ok-tober 2010 in Curaçao en/of de Verenigde Staten en/of Zwitserland als amb-tenaar geldbedragen van ongeveer 140 duizend dollar en 73 duizend dollar van F. Corallo heeft aangenomen. Deze giften zijn hem gedaan zodat hij:
– Corallo en zijn bedrijven zou begunstigen;
– overheidsinformatie aan Corallo zou verstrekken;
– Corallo invloed zou verstrekken in de Curaçaose overheid via de nieuw op te richten politieke partij MFK;
– zich er voor zou inspannen dat Corallo internationaal namens Curaçao wordt aanbevolen;
– zich er voor zou inspannen dat Corallo of personen van zijn bedrijf op Cura-çao worden aangesteld in een belangrijke institutionele functie.

2. Het tweede feit is valsheid in geschrift. Tenlastegelegd is dat hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 1 juli 2010 in Curaçao en/of Italië samen met een ander twee facturen van het bedrijf Vanddis vals heeft opgemaakt. Eén factuur voor een bedrag van 140 duizend dollar en één factuur voor een bedrag van meer dan 73 duizend dollar. In strijd met de waarheid staat op deze facturen onder meer vermeld dat het bedrijf Vanddis werkzaamheden heeft verricht voor het Italiaanse bedrijf B+ van F. Corallo.

3. Als derde feit staat op de dagvaarding witwassen. In de periode 1 januari 2010 tot en met 15 november 2011 is in Curaçao, Verenigde Staten en/of Zwitserland en/of Italië is voor meer dan 200 duizend dollar witgewassen. (Het gaat om geld dat op basis van de valse facturen via bankrekeningen in het buitenland uiteindelijk terecht is gekomen bij verdachte Schotte en zijn medeverdachte van der Dijs.)

4. Het vierde feit gaat om het op 9 december 2013 in Curaçao aanwezig hebben van zeven zogenaamde jammers (apparaten waarmee je het telefoonverkeer kan verstoren). Dit is strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht en in de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen.

5. Het laatste feit ten slotte betreft weer valsheid in geschrift en wel op 15 april 2013 in Curaçao. Het gaat om een kennisgeving verlies reisdocument van een diplomatiek paspoort. In strijd met de waarheid is opgenomen dat het diplo-matieke paspoort verloren was geraakt, terwijl dat paspoort in de kluis lag bij het bedrijf van zijn partner, Vanddis

Verdachte Van der Dijs wordt verdacht van drie strafbare feiten.

Dat zijn de valsheid in geschrift, het witwassen en het aanwezig hebben van de jammers in vereniging. Dat zijn de zelfde feiten als de feiten 2, 3 en 4 waar verdachte Schotte van wordt ver-dacht..

Geachte mevrouw de rechter en andere aanwezigen,

Vandaag staan terecht de verdachte Gerrit Schotte (hierna te noemen: Schotte) en zijn partner en medeverdachte Cicely van der Dijs (hierna te noemen: Van der Dijs).

Zij worden in het kader van het onderzoek Babel vervolgd voor valsheid in geschrift van twee facturen, het witwassen van de daarop uitbetaalde bedragen van 140.000 USD en 73.422 USD en ambtelijke corruptie door het aannemen van deze giften van Francesco Corallo (hierna te noemen: Corallo). Daarnaast zijn er bij de huiszoekingen zogenaamde jammers en een diplomatiek paspoort gevonden dat als verloren was opgegeven.

In het requisitoir zal de volgende volgorde worden aanhouden:
1. Inleiding;
2. Beschrijving van de loop van het onderzoek;
3. De relevante feiten;
4. Valsheid in geschrift;
5. Witwassen;
6. Ambtelijke omkoping;
7. Paspoort;
8. Jammers;
9. Ernst van de strafbare feiten;
10. De persoonlijke omstandigheden van verdachten;
11. Afhandeling van het beslag;
12. De straf die het Openbaar Ministerie passend en geboden acht.

Mijn collega mr. Rip zal de onderdelen ambtelijke omkoping, paspoort en jammers en de ernst van de feiten behandelen.

1. INLEIDING
Het onderzoek Babel is begonnen als een onderzoek naar valsheid in geschrift en witwassen. Dat zijn op zich ernstige strafbare feiten. Na uitvoerig onderzoek is de draagwijdte van deze zaak pas echt duidelijk geworden. Het gaat om veel meer dan “slechts” valsheid in geschrift en witwassen.

Het gaat niet alleen om het aannemen van giften door een hoge ambtenaar die van de overheid al een zeer behoorlijk salaris krijgt. Het gaat niet alleen om het verhullen van die giften door het fabriceren en versturen van valse facturen en het gebruik van buitenlandse rekeningen en cheques. Waar het vooral om gaat in deze zaak is integriteit en vertrouwen in de overheid. Met het opzetten van een constructie waarbij een Italiaanse casinobaas invloed kan kopen in de Curaçaose politiek door in het geheim steekpenningen, smeergeld, te betalen aan een belangrijk politicus, wordt het vertrouwen in een integere overheid ernstig ondermijnd.

Schotte is door het ontvangen van grote bedragen onder flinke invloed van Corallo komen te staan en heeft zichzelf daardoor gedegradeerd tot een marionet van Corallo. Corallo heeft daarmee een vinger in de pap kunnen krijgen in het politieke bedrijf van Curaçao en in het reilen zeilen van de Curaçaose samenleving als geheel. Hij kan Schotte daardoor naar zijn pijpen laten dansen.

Het lijkt er zeer sterk op dat Corallo zelfs betrokken is bij de oprichting van de politieke partij MFK en via Schotte en de MFK mee heeft kunnen beslissen in politieke en bestuurlijke aangelegenheden op Curaçao.

En dat is een gevaarlijke situatie, omdat hierdoor bij het besturen van Curaçao niet bepalend wordt wat goed is voor de bevolking en de toekomst van Curaçao, maar wat goed is voor de Italiaanse gokbaas Corallo. Dat is in de kern waar het vandaag om gaat.

2. BESCHRIJVING VAN DE LOOP VAN HET ONDERZOEK

De zaak Babel is aan het rollen gebracht door een strafrechtelijk onderzoek in Italië naar Corallo en diens bedrijf B Plus Giocolegale Ltd. (hierna te noemen: B+). De Milanese recherche van de Guardia di Finanza heeft op 10 november 2011 een doorzoeking gedaan bij B+ en daar zijn twee facturen aangetroffen van het Curaçaose bedrijf Vanddis N.V. (hierna te noemen Vanddis). Deze facturen lagen in het kantoor van de wettelijke vertegenwoordiger van B+, Alessandro La Monica (hierna te nomen: La Monica), zie proces-verbaal van doorzoeking en inbeslagname, bijlage 79, p. 280.

In Italië is men vervolgens gaan zoeken op internet en is gestuit op de namen van Schotte en Van der Dijs. Medio 2012 heeft het Italiaanse Openbaar Ministerie te Milaan het Openbaar Ministerie (hierna te noemen: OM) van Curaçao een email gestuurd. In de email is aangegeven dat in een onderzoek naar Corallo stukken zijn gevonden die voor Curaçao van belang zouden kunnen zijn. Gezien de inhoud van de email en de reputatie van Corallo heeft het OM Curaçao eind 2012 een werkbe-zoek afgelegd in Milaan en zijn de genoemde facturen ter inzage gekregen, bijlage 148.

In diezelfde periode zijn er verschillende aangiftes gedaan die bevestigen dat er met de genoemde facturen strafbare feiten in het geding zijn.

In september 2012 heeft een natuurlijk persoon aangifte gedaan van strafbare feiten die verband zouden houden met meer dan vijftig bij de aangifte gevoegde MOT-meldingen. Hiermee zou een bedrag van ongeveer 800.000 NAF gemoeid zou zijn.

Het gaat om substantiële cash-stortingen op rekeningen van Schotte op het moment dat hij gedeputeerde bij de Staten van de voormalige Nederlandse Antillen was. Dit betreft niet zijn salaris, want de betaling van het salaris was giraal, zo stelt aangever. Aangever geeft gemotiveerd aan dat Schotte op het moment dat hij de politiek ingaat grote schulden had opgebouwd en zegt dat de gelden van de MOT-meldingen geen legitieme oorsprong hebben, bijlage 149.

Als bijlage bij deze aangifte is gevoegd een verzoek om informatie van de stichting Akshon Sivil van juli 2012 met nagenoeg dezelfde inhoud als de aangifte.

Vervolgens is er in oktober 2012 als aanvulling op de eerste aangifte een anonieme aangifte ingediend met onder meer uitgelekte bankafschriften van Van der Dijs van de internetsite Curaleaks, bijlage 150. Op deze bankafschriften staan de stortingen van respectievelijk 140.00 USD en 73.422 USD van B+ op de Amerikaanse privérekening van verdachte Van der Dijs en het doorsluizen van de bedragen van 10.000 USD en 15.000 USD naar een bankrekening in Zwitserland.

Geconcludeerd wordt dat Corallo grote geldbedragen aan Schotte heeft betaald. Overigens is er in de anonieme aangifte van oktober 2012 ook aangifte gedaan van het overtreden van de Landsverordening Financiering Politieke Partijen. Dit deel van de aangifte is niet opgepakt, aangezien de inwerkingtreding op 10 oktober 2010 was, derhalve na de pleegdatum van de onderhavige feiten.

Eén en ander is meer dan voldoende aanleiding geweest om begin 2013 opdracht te geven aan de Landsrecherche om een feitenonderzoek in te stellen naar de ongebrui-kelijk transacties van Schotte. Bij het feitenonderzoek zijn er MOT-bevragingen gedaan en hieruit blijkt dat Schotte c.s. in de periode van maart 2007 tot januari 2013 betrokken is bij een groot aantal MOT-meldingen, namelijk voor een totaalbedrag van maar liefst 2.225.786 NAF. De inhoud van de meldingen sluit aan bij de bovengenoemde aangiften en vervolgens is er medio 2013 een strafrechtelijk onderzoek ingesteld tegen beide verdachten.

Dit onderzoek is uitgevoerd door de Landsrecherche (hierna te noemen: LR) en het Recherche Samenwerkingsteam (hierna te noemen: RST), waarbij het RST het financiële gedeelte van het onderzoek heeft verricht.

In de eerste fase van het strafrechtelijk onderzoek (zie proces-verbaal aanvraaghuiszoekingen in het Beslagdossier) zijn rechtshulpverzoeken verstuurd aan Italië en de V.S. De uitkomsten hebben het bestaan van de gewraakte facturen en de daarop volgende overboekingen naar de Amerikaanse privé-bankrekening bevestigd.

Kort daarop zijn er op 9 december 2013 huiszoekingen op zes verschillende locaties verricht, onder meer bij de woning van verdachten, bij het kantoor van Vanddis, in de Staten van Curaçao en bij het kantoor van MFK en op twee locaties in het buitenland, namelijk in Sint-Maarten en in Italië. Bij deze huiszoekingen zijn een zeer groot aantal documenten (digitaal) in beslag genomen, die de maanden daarna intensief zijn onderzocht door het RST.

Ook zijn na de huiszoekingen een groot aantal financiële gegevens opgevraagd bij lokale financiële instellingen zoals banken, zie hiervoor het methodiekendossier. Na uitvoerig onderzoek zijn de verdachten op 20 mei 2014 aangehouden en allebei in verzekering gesteld. Van der Dijs is op 22 mei 2014 op vrije voeten gekomen en Schotte op 27 mei 2014.

Naast het uitvoerige onderzoek in het digitale beslag is er uitgebreid onderzoek ge-daan in het buitenland. Er zijn (aanvullende) rechtshulpverzoeken gedaan aan Italië, de V.S. , Zwitserland, de Dominicaanse Republiek en aan Sint-Maarten.

In deze zaak zijn er vele procedures gevoerd en heeft het verloop van het proces behoorlijke vertraging opgelopen. Er zijn twee procedures gevoerd over het onthouden van stukken na de huiszoeking, er is een strafrechtelijk Kort Geding geweest, er is een bezwaarschrift ingediend tegen de dagvaarding en is er een wrakingsprocedure gevoerd. Voorafgaande aan de zitting van vandaag zijn er daarnaast vele eerder zittingen geweest. Op 20 maart 2015 en 5 juni 2015 hebben regiezittingen plaatsgevonden. Tevens is op de zitting van 17 juni 2015 een aanvullend verzoek tot het horen van getuigen behandeld. Daarna zijn er zittingen geweest op 9 september 2015, op 4 november 2015 en op 12 december 2015.

3. DE RELEVANTE FEITEN

De facturen
Het gaat in dit onderzoek om de factuur met nummer 91210 van 4 mei 2010 ten be-drage van 140.000 USD (bijlage 2) en om de factuur met nummer 91213 van 7 juni 2010 ten bedrage van 73.447 USD (bijlage 3). Beide facturen zijn als gezegd in 2011 gevonden bij de huiszoeking bij B+ in Italië. In het digitale beslag van de huiszoekingen bij verdachten op Curaçao is later veel teruggevonden over deze twee facturen. Na uitvoerig onderzoek is komen vast te staan dat verdachten de eerste factuur in verschillende stadia – met medewerking van Italië – valselijk hebben opgemaakt. De tweede factuur is valselijk opgemaakt door de eerste factuur aan te passen.

Verschillende versies van de eerste digitale factuur 91210 zijn teruggevonden in de Sony laptop van Schotte en op een harde schijf in het bureau van Van der Dijs in het kantoor van Vanddis. Uit digitaal onderzoek blijkt het volgende (bijlage 80 en 81):

– Verdachten hebben hoogstwaarschijnlijk een model van internet gedownload (bijlage 53);
– De eerste digitale exemplaren van de valse factuur zijn door verdachten aangemaakt door aan het model het logo van Vanddis, adresgegevens, een factuurnummer, een bedrag en een omschrijving etc. toe te voegen (bijlage 59 en 55).
– La Monica van B+ heeft deze concept-factuur bewerkt en via Corallo naar het mailadres van Schotte gestuurd (bijlage 57).
– De verschillende versies van deze digitale factuur hebben onder meer dezelfde gekoppelde printer (zelfde merk en type als de printer op de werkkamer van verdachte Schotte), de naam en het logo van Vanddis in de kop hebben dezelfde hashwaarde (digitale vingerafdruk) en ze hebben allemaal een kaderlijn dat in het vak description ter hoogte van de tekst “C/o Cicely van der Dijs” doorbroken is.
– De lay-out van de factuur die is aangetroffen op het bureau van La Monica is identiek aan de lay-out van de bij verdachten aangetroffen digitale facturen, inclusief het opvallende kenmerk van de kaderlijn dat in het vak description ter hoogte van de tekst “C/o Cicely van der Dijs” is doorbroken (bijlage 2)
Ook van de tweede factuur met nummer 91213 zijn digitale versies gevonden in de laptop van Schotte en op de hierboven genoemde harde schijf. In het verrichtte digi-tale onderzoek betreffende deze factuur is het volgende naar voren gekomen (bijlage 81 en 96):
– Het bestand met de eerste valse factuur 91210 is als basis gebruikt voor deze tweede factuur (bijlage 96 en 162).
– Factuur 91210 en factuur 91213 hebben onder meer dezelfde gekoppelde printer (zelfde merk en type als de printer op de werkkamer van verdachte Schotte), de naam en het logo van Vanddis in de kop hebben dezelfde hash-waarde en de facturen hebben beiden een kaderlijn dat in het vak description ter hoogte van de tekst “C/o Cicely van der Dijs” doorbroken is.
– De lay-out van de factuur die is aangetroffen op het bureau van La Monica is identiek aan de lay-out van de bij verdachten aangetroffen digitale facturen, inclusief het opvallende kenmerk van de kaderlijn dat in het vak description ter hoogte van de tekst “C/o Cicely van der Dijs” is doorbroken (bijlage 3).

Betalingen en geldstromen
Naast onderzoek naar de valse facturen is – via onder meer rechtshulp aan Italië, Zwitserland en V.S – uitvoerig onderzoek gedaan naar de daarop volgende betalin-gen en geldstromen. Elke fase van het administratieve proces is minutieus in kaart gebracht door het onderzoeksteam, zowel aan de kant van de betaler als de kant van de ontvanger. Het gaat te ver om daar hier compleet verslag van te doen en daarom wordt voor een volledig overzicht van de geldstromen verwezen naar het schema van bijlage 6, dat als bijlage aan dit requisitoir is gevoegd.

Beide facturen zijn bij B+ verwerkt in hun administratie. Op 14 mei 2010 en op 14 juni 2010 zijn de bedragen van respectievelijk 140.000 USD en 73.447 USD betaald op de privérekening van Van der Dijs bij de Citibank in Miami (bijlage 9, 122 en 123). Verdachten werden vanuit Italië op de hoogte gehouden over de afwikkeling van deze betalingen (bijlage 10).

Direct na ontvangst van de ontvangen bedragen is een deel van het geld doorge-sluisd naar Zwitserland:
– Op 17 mei 2010 is een bedrag van 15.000 USD overgemaakt naar een bankre-kening in Zwitserland, bijlage 13, p. 1759.
– Op 14 juni 2010 is een bedrag van 10.000 USD naar een bankrekening in Zwit-serland, bijlage 14, p. 1761.
Deze bankrekening in Zwitserland staat op naam van een bedrijf met de naam No Brand Ltd. uit de Marshall Islands (bijlage 94). No Brand Ltd. is een onderneming van Schotte. Uit emailverkeer blijkt dat Schotte de bestuurder, de Ultimate Beneficial Owner is van het bedrijf en dat hij over het vermogen kan beschikken. Schotte heeft de betreffende bankrekening opgericht en is de uiteindelijke begunstigde van deze rekening (bijlage 65). De credit card die aan deze rekening is gekoppeld is ook van hem. De 25.000 USD zijn hoogstwaarschijnlijk aangewend om het krediet op deze Visa Gold Card af te betalen. Opmerkelijk is dat de afschriften bewust waren ge-adresseerd aan de bank in Zwitserland en niet aan Schotte persoonlijk, zie bijlagen 72 tot en met 76.
Van 11 juni tot 14 juni 2010 verbleven beide verdachten in Miami (bijlagen 21 en 22) en waren ze in de gelegenheid de papertrail te onderbreken. Zij hebben bijna het gehele verdere bedrag contant opgenomen om cheques van te kopen:
– Op 11 juni 2010 is een bedrag van 120.000 USD via drie cheques (twee cheques van 50.000 USD en één cheque van 20.000 USD) contant opgenomen, bijlage 13 en 17 tot en met 20.
– Op 14 juni 2010 is een bedrag van 53.432 USD via één cheque contant opgenomen, bijlage 14.
Door middel van rechtshulp hebben we kopieën van de cheques uit de V.S. ontvan-gen. Hierop valt te lezen dat de cheques allemaal als afzender Van der Dijs hebben. De twee cheques van ieder 50.000 USD zijn gericht aan Vanddis en bestemd voor bijschrijving bij de MCB-bank te Curaçao, bijlage 18 en 19. De cheques van 20.000 USD en 53.422 USD zijn gericht aan de Fundashon Gerrit Schotte en bestemd voor bijschrijving bij de ORCO-bank te Curaçao, bijlage 20 en 35.

In de periode dat verdachten in Miami verbleven hebben ze daarnaast voor een bedrag van 4.873,07 USD uitgegeven aan pinbetalingen voor meubels voor hun gezamenlijke woning (bijlage 14 en 28 tot en met 31).
Vervolgens is onderzocht wat in Curaçao met het geld van de cheques is gebeurd:
– De bedragen van de twee cheques van 50.000 USD zijn gestort op de MCB-rekening van Vanddis en ten goede gekomen aan Van der Dijs en niet aan het bedrijf. De bedragen van de twee cheques zijn namelijk in mindering gebracht op haar tonnen hoge schuld uit hoofde van salarisvoorschotten (administratie Vanddis, bijlage 84). De boekhoudster van Vanddis bevestigt dit in haar ge-tuigenverklaring p. 28 en 29.
– De cheques ten bedrage van 20.000 USD en 53.422 USD zijn bijgeschreven op de Orco-bankrekening van de stichting Fundashon Gerrit Schotte (bijlage 38 tot en met 41). Schotte is de uiteindelijk belanghebbende, ultimate beneficial owner van deze bankrekening (bijlage 37). Een bedrag van 120.000 NAF is de-zelfde dag via twee cheques van respectievelijk 80.000 NAF en 20.000 NAF te-recht gekomen op de privé-bankrekening van Schotte bij de MCB, bijlage 43 tot en met 47.
Kort samengevat is het geld van de facturen ten bedrage van 213.447 USD (140.000 USD en 73.447 USD) bijna in zijn geheel getraceerd en als volgt tussen beide verdach-ten verdeeld:

Verdachte Schotte Verdachte Van der Dijs Beide verdachten
15.000 USD Zwitserland 50.000 USD Vanddis 4.873,07 USD
10.000 USD Zwitserland 50.000 USD Vanddis 20.000 USD FGS
53.422 USD FGS
Totaal: 98.422 USD + Totaal: 100.000 USD = 198.422 USD.
TOTAAL 203.295,07 USD
Achtergebleven op rekening Van der Dijs 10.116,93 USD

4. VALSHEID IN GESCHRIFT

Na een beschrijving van de feiten, zullen nu de strafbare feiten op de beide dagvaar-dingen worden besproken. Onder feit 2 wordt verdachten verweten dat zij twee val-se facturen op naam van Vanddis hebben opgemaakt. Valsheid in geschrift is met name strafbaar, omdat men er op moet kunnen vertrouwen dat bepaalde geschriften juist zijn. De tenlastegelegde periode is van voor 15 november 2011, derhalve is het oude Wetboek van Strafrecht van toepassing.

De volgende vier elementen van het strafbare feit moeten worden bewezen:
1e. “een geschrift waaruit enig recht, enige verbintenis of enige bevrijding van een schuld kan ontstaan of dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen”,
2e. dat “valselijk is opgemaakt of vervalst”,
3e. met “het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken”,
4e. terwijl “uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan”.

Geschrift
Dat facturen geschriften zijn, bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, is niet voor betwisting vatbaar. Dit is vaste rechtsspraak . De Hoge Raad overwoog al in 1984 dat op een factuur de waarheid moet staan:
“een factuur heeft in het maatschappelijk verkeer immers mede de functie tegenover degene die betaling verschuldigd is aannemelijk te maken dat deze aldus zijn geleverd teneinde op grond daarvan betaling te verkrijgen.”
De Hoge Raad stelt mede de functie. De norm is namelijk ruimer. Facturen zijn niet alleen bedoeld voor intern gebruik of tegenover debiteuren en crediteuren, maar ook voor gebruik tegenover bijvoorbeeld de belastingdienst of de boekhouder; dat wil zeggen ook voor extern gebruik in het maatschappelijk verkeer.

Valselijk opgemaakt
De twee facturen in deze zaak zijn valselijk opgemaakt. Dit is duidelijk om verschillende redenen. Allereerst omdat de producten of diensten vermeld op de facturen nimmer zijn geleverd. Immers, het bedrijf Vanddis is een lokale vennootschap, die een onderneming drijft in de brandstofhandel (p. 351 1e aanv.). Er wordt in deze ca-sus gefactureerd aan een bedrijf ver weg in Italië dat zich toelegt op activiteiten in de kansspelindustrie. Geen van de gehoorde Italiaanse getuigen hebben concreet iets kunnen verklaren over geleverde producten of diensten en er is ook bij onderzoek bij B+ niets over de werkzaamheden teruggevonden. Ook is er volgens de accountant van B+ geen onderliggend contract (bijlage 88). Er is – buiten de valse facturen – geen enkele aanwijzing gevonden dat de beide bedrijven onderling een zakelijke relatie onderhouden.

Daarnaast zijn de facturen niet afkomstig van het bedrijf Vanddis Er is uitvoerig (digitaal) onderzoek gedaan in de financiële administratie van Vanddis, maar de facturen zijn daar niet aangetroffen (bijlage 84 en 85).

Het administratieve personeel van Vanddis zegt het bedrijf B+ niet te kennen en verklaart dat de onderhavige facturen die hen zijn getoond hen onbekend zijn en niet afkomstig zijn uit hun administratie. Een echte factuur Vanddis heeft bovendien een andere lay-out (bijlage 36), zo is voor de valse facturen een oud logo van Vanddis gebruikt. Op de facturen staat ook niet het rekeningnummer van Vanddis vermeld, maar een buitenlandse privé-bankrekening van verdachte Van der Dijs. Verdachte van der Dijs verklaart bij de huiszoeking de facturen niet te kennen, bijlage 135.

Bovendien zijn de factuurnummers gefingeerd. Tussen de data van facturering zit ruim een maand, terwijl er tussen de factuurnummers slechts twee nummers verschil zit. In de branche waarin Vanddis werkzaam is, zal een constante geld- en goederenstroom van enige omvang bestaan, waardoor het niet aannemelijk is dat er in ruim één maand slechts twee maal gefactureerd wordt.

Er is meer bewijs dat de factuurnummers vals zijn. Uit de documenten uit Italië blijkt dat de vennootschap Enersource International Inc. eveneens aan het bedrijf B+ heeft gefactureerd. Vast is komen te staan dat er een rechtstreekse link is tussen het bedrijf Enersource International Inc. en Vanddis en de familie Van der Dijs. Zo zijn Van der Dijs en haar vader gemachtigde van de bankrekening van dit bedrijf (bijlage 146). De facturen van Enersource International Inc. hebben dezelfde lay-out als de facturen in deze strafzaak. Zeer opmerkelijk is dat deze factuurnummers van Enersource International Inc. identiek zijn aan factuur 91210.

Justitie Italië verwoordt het als volgt:
“In dit verband menen wij te moeten wijzen op een vreemde toevalligheid. De factuur die door Vanddis op 4 mei 2010 is uitgeschreven, heeft hetzelfde nummer (91210) als de factuur die op 3 november 2011 is uitgeschreven door Enersource int. Inc. (met drie verschillende exemplaren”(p. 327 en 393 eerste aanvulling).

De drie facturen van Enersource International Inc. hebben hetzelfde nummer, hetzelfde bedrag, hetzelfde rekeningnummer, maar drie verschillende prestaties als omschrijving (p. 393 1e aanv.). Ook deze facturen zijn derhalve valselijk opgemaakt. Hier is binnen onderzoek Babel wel onderzoek naar gedaan, maar deze facturen zijn verloren gegaan bij een grote overstroming in Italië en er is geen kopie beschikbaar. Het is zeker niet uit te sluiten dat verdachten via Enersource International Inc. – met valse facturen in een zelfde soort misleidende constructie als in deze casus – eveneens hoge bedragen hebben ontvangen van het bedrijf van Corallo.

Kortom, er is in het geheel niet geleverd, ook niet door Vanddis en de facturen en de factuurnummers zijn niet afkomstig van Vanddis De facturen zijn vals en een dek-mantel geweest voor betalingen van B+ (lees: van Corallo) aan de verdachten Schotte en Van der Dijs.

De omstandigheid dat de bedragen zijn overgemaakt naar een privérekening en niet ten gunste zijn gekomen van het bedrijf Vanddis, maar aan verdachten persoonlijk (bijlage 84) en het feit dat de gelden zijn witgewassen draagt eveneens bij aan de overtuiging dat de facturen vals zijn.

Oogmerk van gebruik
Voor bewezenverklaring van het bestanddeel oogmerk van gebruik is beslissend of de verdachte de bedoeling had het desbetreffende geschrift te gebruiken of te doen gebruiken. Een daadwerkelijk gebruik is voor valsheid in geschrift ingevolge het eerste lid van artikel 230 Wetboek van Strafrecht NA (oud) niet nodig.

Bij intellectuele valsheid van het geschrift – zoals in het onderhavige geval – wordt het stuk niet gebruikt alsof het materieel echt en onvervalst is, maar alsof de daarin voorkomende opgaven overeenkomstig de waarheid zijn. Het gebruik hoeft voorts niet te bestaan in de bewijslevering waarvoor het stuk in eerste instantie is bedoeld.

Aan deze eis is voldaan. De facturen zijn afgeleverd aan B+, zijn daar opgenomen in de administratie, de op de facturen vermelde bedragen zijn door B+ betaald en dit is ook bekend bij hun accountant.

Ook in het geval dat de ontvangende partij weet dat de op de factuur vermelde prestatie niet, of niet op die wijze, is geleverd, is er – in geval van het eerste lid – sprake van valsheid in geschrift. Deze situatie was onder meer aan de orde in een zaak van rechtbank Utrecht in 2011. Een voor corruptie veroordeelde ambtenaar is mede veroordeeld wegens valsheid in geschrift, omdat hij advieswerkzaamheden factureerde waarvan de rechtbank vaststelde dat deze niet waren verricht

In een Antilliaanse zaak bij de Hoge Raad over het onderhavige wetsartikel is overwogen:

Voor het bewijs van het oogmerk tot gebruik komt het er niet op aan “dat er derden in het spel moeten zijn die niet van de valsheid op de hoogte zijn”. Voldoende is dat men bedoeling had tot gebruik van het geschrift dat in het maatschappelijk verkeer misleidend is doordat het vals is.

In een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam is in dezelfde zin beslist:
“ Het verweer dat bij verdachte het oogmerk ontbrak om de facturen als echt en onver-valst te gebruiken, wordt verworpen. Beide facturen zijn door de verdachte ingediend bij [rechtspersoon 2] en zijn daarmee door hem gebruikt ter verantwoording van werk-zaamheden voor [rechtspersoon 2] die feitelijk niet zijn verricht. De omstandigheid dat [rechtspersoon 2] mogelijk wist dat die facturen vals waren en (desondanks) tot betaling is overgegaan, en dat de btw door [rechtspersoon 2] is afgedragen aan de fiscus, doen niet af aan het oogmerk van de verdachte om die door hem opgemaakt facturen als echt en onvervalst te gebruiken.”

Nadeel vereiste
Dit bestanddeel is in het nieuwe Wetboek van Strafrecht van Curaçao en in de Ne-derlandse wetgeving vervallen. Door de Hoge Raad wordt deze passage zo ruim uitgelegd dat er nauwelijks een geval valt te bedenken dat er niet onder zou vallen. Men komt dan terecht bij zulke evidente valsheden dat daardoor niemand misleid zou kunnen worden.

In de onderhavige casus zijn de valse facturen van goede kwaliteit – inclusief datum, factuurnummer, logo, beschrijving van de dienst, etc. – en ook door B+ betaald, zon-der dat daar de op de facturen vermelde dienst tegenover heeft gestaan.

Pleegplaats en periode in de tenlastelegging, in vereniging
De gegevensdragers (Sonylaptop en harde schijf) met daarop de digitale facturen zijn in beslaggenomen in Curaçao waar verdachten ook hun vaste woon- en verblijfplaats hebben. De digitale factuur met het nummer 91210 is verder aangepast verzonden vanuit een Italiaans emailadres naar het mailadres van verdachte Schotte. De fysieke facturen zijn aangetroffen in Italië en daar zijn ze ook verwerkt in de administratie. Het feit is derhalve gepleegd te Curaçao en Italië.

In het proces-verbaal van het RST worden verschillende versies van de gewraakte facturen beschreven. De data liggen tussen 29 april 2010 en 7 juni 2010. Derhalve zijn de facturen valselijk opgemaakt in de periode van 1 januari 2010 tot 1 juli 2010.

Er is sprake van bewuste en nauwe samenwerking tussen de beide verdachten waar-bij zij beiden een wezenlijke bijdrage hebben geleverd. Digitale bestanden met alle-bei de facturen zijn zowel op de laptop van Schotte gevonden als op een externe har-de schijf in het bureau van Van der Dijs. Verdachte Van der Dijs heeft haar privé-bankrekening ter beschikbaar gesteld aan B+ en deze staat ook op de valse facturen, net als het logo. Het is haar bedrijf Vanddis geweest dat als dekmantel heeft gefungeerd. Via het mailadres van verdachte Schotte is de eerste factuur tussen partijen verstuurd (bijlage 57). Het feit is derhalve tezamen en in vereniging gepleegd.

5. WITWASSEN
Onder het derde feit wordt verdachten verweten dat zij het geld ontvangen van Co-rallo hebben witgewassen. De wereld van de misdaad, inclusief corruptie, is groten-deels onttrokken aan het zicht. Toch willen criminelen het uit misdrijf verkregen geld gebruiken, als ware het verdiend met een gewone baan. Geld moet immers rollen en zeker personen met een bepaald bestedingspatroon willen het uitgeven aan levensonderhoud, kleding, luxeartikelen etc. Witwassen is eigenlijk precies wat de term zegt: vuil geld – geld dat illegaal is verkregen – wordt schoongewassen, zodat het legaal lijkt. Bij witwassen wordt de criminele herkomst – in dit geval ambtelijke omkoping door Corallo en valsheid in geschrift – weggepoetst. Ook hier is de tenlastegelegde periode van voor 15 november 2011, derhalve is het oude Wetboek van Strafrecht NA van toepassing.

De volgende elementen van het strafbare feit witwassen dienen te worden bewezen:
1e. een voorwerp,
2e. afkomstig uit misdrijf,
3e. verhullen of verbergen,
4e. wetende of begrijpen, althans redelijk vermoeden dat het voorwerp middellijk of onmiddellijk afkomstig is uit enig misdrijf.

Een voorwerp
Onder voorwerp worden alle zaken en vermogensrechten verstaan, waaronder zoals in dit geval giraal geld en cheques.

Afkomstig uit misdrijf
Het voorwerp dat is witgewassen dient afkomstig te zijn uit een voorafgaand misdrijf. Dit misdrijf hoeft – volgens vaste jurisprudentie – niet nauwkeurig te worden bepaald. Voldoende is dat vast staat dat het voorwerp een criminele herkomst heeft. In deze casus is de hierboven beschreven valsheid in geschrift en de hierna te behandelen ambtelijke omkoping het gronddelict voor het witwassen. Er is veel jurisprudentie voorhanden met soortgelijke casussen, waarin valsheid in geschrift en/of witwassen als gronddelict voor witwassen fungeert

Opzettelijk verhullen en verbergen
De Hoge Raad heeft in verschillende bekende arresten uitgemaakt dat het enkel voorhanden hebben van uit eigen misdrijf verkregen baten niet voldoende is voor witwassen, tenzij er sprake is van verhullingshandelingen. Met andere woorden als het geld van de facturen gewoon cash op de keukentafel van Schotte en Van der Dijs was aangetroffen, dan zou er mogelijk geen sprake zijn geweest van witwassen. Het gaat er om dat er feiten en omstandigheden kunnen worden vastgesteld waaruit kan worden afgeleid dat er gedragingen zijn verricht die ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het geld. .

In een zeer vergelijkbare casus heeft het Hof Amsterdam het als volgt verwoord:
Verdachte heeft deze geldbedragen verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat deze afkomstig waren uit omkoping en valsheid in geschrift. De verdachte heeft de herkomst van de geldbedragen verhuld door aan de betalingen van de geldbedragen facturen ten grondslag te leggen die suggereerden dat de geldbedragen uitsluitend een legale herkomst hadden. De facturen houden namelijk in dat [rechtspersoon A] werkzaamheden had verricht voor [rechtsper-soon B], terwijl in werkelijkheid de geldbedragen betrekking hadden op omkoping van de ver-dachte. De verdachte heeft de herkomst van de geldbedragen ook verhuld door de geldbedragen te laten overmaken aan [rechtspersoon A], terwijl deze waren bestemd voor de verdachte.

In de zaak Babel is via – onder meer – de volgende handelingen de criminele herkomst van het geld verhuld:
– Er zijn valse facturen opgesteld.
– Er zijn girale overboekingen verricht met buitenlandse bankrekeningen.
– Er is gebruik gemaakt van buitenlandse rechtspersonen (B+ en No Brand Ltd.) onder meer uit het belastingparadijs Marshall Islands.
– Er is gebruik gemaakt van een bankrekening in een land met een sterk bank-geheim (Zwitserland).
– Er is gebruik gemaakt van een tussenpersoon en van een ander adres (in Zwitserland bijlagen 74, 75 en 76).
– Schotte maakt op Curaçao gebruik van een postbus en hij ontvangt geen af-schriften van zijn Visacard, die is gekoppeld aan zijn bankrekening in Zwitserland.
– De geldstromen zijn niet verlopen via het normale, gangbare financiële ver-keer (bank-giro), maar zijn via verschillende tussenstappen in verschillende landen bij verdachten terecht gekomen. Hierbij is ook het zogenaamde paper-trail onderbroken door met contant geld bankcheques aan te kopen.
– In Curaçao is het geld met tussenkomst van vennootschappen (stichting FGS en de N.V. Van der Dijs) bij verdachten terechtgekomen.

Volledigheidshalve nog het volgende. De Financial Action Task Force (hierna te noemen: FATF) heeft standaarden ontwikkeld, die dienstig zijn in de bestrijding van onder meer witwassen en terrorisme financiering. De FATF heeft typologieën opge-steld die indicaties van witwassen signaleren (bijlage 48) deze typologieën worden door rechters wel gebruikt voor het bewijs van witwassen .

Een aantal van deze typologieën is in deze casus nadrukkelijk van toepassing:
– het feit dat er geen legale economische verklaring is voor de internationale, financiële transacties;
– de transacties staan niet in verhouding met de inkomsten;
– het contant omwisselen in een witwascyclus wordt vaak gedaan ter onder-breking van de ‘papertrail’;
– het feit dat ten aanzien van verdachte geen economische activiteit bekend is in relatie tot de verschillende landen waarmee transacties werden verricht;
– het feit dat verdachte weigert iets te verklaren over de herkomst van het geld;
– het feit dat verdachte een bankrekening in het buitenland heeft en een zogenaamd correspondentieverbod heeft bedongen. Door op deze wijze te handelen blijft de bankrekening buiten het zicht van de autoriteiten en opsporingsdiensten.

Verwerven / voorhanden hebben
Naast het verhullen en verbergen is ook tenlastegelegd het verwerven en voorhanden hebben van het geld. Nu dit opbrengsten uit eigen misdrijf betreft, is het enkele verwerven of voorhanden van het geld niet voldoende voor witwassen. Daar bovenop is het nodig dat verdachten bij het verwerven of voorhanden een handeling heb-ben verricht die erop is gericht om “de eigen criminele opbrengst veilig te stellen”, dan wel dat “de gedragingen van verdachten ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijke verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat bedrag” .

Zoals even hiervoor betoogd, is dat in deze casus duidelijk het geval.
Verdachten hebben in vereniging gedragingen verricht die bijdragen aan het verhullen van de herkomst van het geld. Zij hebben het tevens verworven en voorhanden gehad. Wettig en overtuigend kan derhalve bewezen worden dat verdachten teza-men en in vereniging opzettelijk een bedrag van 213.447 USD hebben witgewassen, in beide varianten.

Pleegplaats en periode in de tenlastelegging, in vereniging
De feiten zijn gepleegd te Curaçao en de V.S. .
De feiten zijn gepleegd in de periode van 1 januari 2010 tot en met 15 november 2011. Immers, begin 2010 zijn de valse facturen opgemaakt en in de periode daarna hebben de betalingen plaatsgevonden met als laatste datum 15 juli 2010. Op 15 november 2011 is het nieuwe wetboek van Strafrecht van Curaçao ingevoerd.
Ze hebben het witwassen duidelijk samen en in vereniging gepleegd. Zo zijn er zowel bankrekeningen als vennootschappen van Schotte als Van der Dijs gebruikt, hebben beide verdachten actief meegewerkt aan de verhullingshandelingen en heeft Van der Dijs een centrale rol gespeeld.

6. AMBTELIJKE OMKOPING
Het eerste feit op de dagvaarding van Schotte is ambtelijke omkoping. Hem wordt verweten dat hij zich heeft laten omkopen door de Italiaanse zakenman Corallo, door via valse facturen twee giften aan te nemen van deze Corallo, terwijl Schotte had moeten weten dat deze giften hem niet voor niets werden gedaan, van hem werd een tegenprestatie verwacht.

Bij het behandelen van de verschillende bestanddelen van het feit omkoping zal ik steeds eerst stil staan bij de wet, om deze daarna te toetsen aan de zaak Babel.
De giften vonden plaats in 2010, toen gold nog het oude Wetboek van Strafrecht. En dat is gunstig voor de heer Schotte. Want in het huidige Wetboek van Strafrecht, zo-als dat sinds eind 2011 geldt, is de corruptiewetgeving aanzienlijk strenger gewor-den. De straffen die erop staan zijn fors verhoogd, en er valt meer onder het bereik van de wet. Maar voor de zaak Babel moeten wij het doen met de oude wet.

Juridisch kader
Juridisch kader: De artikelen 378 en 379 van het oude Wetboek van Strafrecht bezien vanuit wetgeving, jurisprudentie en literatuur, vanwege de jurisprudentie mede aan de hand van de Nederlandse artikelen 362 en 363 Wetboek van Strafrecht Nederland.

De strafbaarstelling van passieve ambtelijke corruptie luidde tot 15 november 2011 op Curaçao als volgt:

De ambtenaar die een gift of belofte aanneemt, wetende dat deze hem gedaan wordt teneinde hem te bewegen om, al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten.

Te onderscheiden zijn de volgende zeven delictsbestanddelen.
a. het begrip ambtenaar
b. de begrippen gift en belofte
c. het aannemen daarvan
d. wetende dat
e. (al dan niet) in strijd met de plicht
f. in zijn bediening
g. te doen of na te laten

Ik zal al deze bestanddelen hierna behandelen.

a. Het begrip ambtenaar
Het begrip ‘ambtenaar’ is in het strafrecht ruim . Schotte was ambtenaar. In de ten laste gelegde periode was hij Eilandraadslid, een functie thans vergelijkbaar met Statenlid. Het derde lid van de artikelen 2:350 en 2:351 van het nieuwe WvSr merkt dit zelfs aan als strafverhogende omstandigheid, maar onder de oude wet gold dit nog niet.

b. De begrippen gift en belofte
Omkoping draait om voordeel. Voor de omkoper, maar zeker ook voor de ambtenaar. De wetgever spreekt over het ‘voordeelsbegrip’.
In de oude Curaçaose delictsomschrijving wordt het voordeelsbegrip vertegenwoor-digd door de begrippen: gift of belofte. Dat zijn de omkopingsmiddelen.

Er is bewust geen ondergrens of criterium vastgesteld op basis waarvan een onder-scheid kan worden gemaakt tussen strafbare en niet strafbare giften. Ook zeer kleine giften kunnen leiden tot ambtshandelingen die de door maatschappij gezien worden als zeer laakbaar.

Het voordeelsbegrip is ruim. Het gaat daarbij niet alleen om financiële voordelen, ook voordelen van materiële aard kunnen omkopingsmiddelen zijn. Zoals het gebruik van een appartement, zonder dat daarvoor huur hoeft te worden betaald .

De verdachte hoeft ook geen persoonlijk voordeel te behalen. Voorbeelden zijn: een gift aan een kerkkoor of een gift geheel ten goede gekomen aan een politieke partij . In dit laatste geval waren de donaties door de verdachte ook onmiddellijk doorge-sluisd naar aan de politieke partij en waren de giften ook geheel ten goede gekomen aan de politieke partij . De rechter oordeelde dat er sprake was van een strafbare gift.

Ik zal nu de begrippen gift en belofte behandelen.

Gift
Volgens de Hoge Raad omvat het doen van een gift elk overdragen aan een ander van iets dat voor die ander waarde heeft . Het begrip is daarmee niet beperkt tot stoffelijke zaken, maar omvat bijvoorbeeld ook het bezorgen van een decoratie of het ontvangen van seksuele gunsten . Onder gift valt ook het eerder besproken gebruik van een appartement zonder daarvoor huur te betalen.

Ook in het geval van een ambtenaar die gelden ontvangt uit een nevenbetrekking kan er sprake zijn van een gift. Ook indien de betrekking en de betaling daarvan in een arbeidsovereenkomst zijn vastgelegd .

De rechtbank oordeelde:
De rechtbank stelt vast dat de omstandigheid dat een overeenkomst wordt nagekomen niet meebrengt dat in het onderhavige geval geen sprake was van een gift, aangezien een gift in de zin van artikel 363 van het Wetboek van Strafrecht iedere overdracht aan een ander van iets dat voor die ander waarde heeft, omvat.

Belofte
Van een belofte is sprake als een toekomstig voordeel in het vooruitzicht wordt gesteld. Het toegezegde voordeel kan een gift zijn, maar het kan ook gaan om een betrekkelijk vage toezegging, bijvoorbeeld om iemand vooruit te helpen en hem van alle kanten hulp te verschaffen .

c. Het aannemen van de gift of belofte
Voorwaarde voor strafbaarheid is dat de gift of belofte wordt aangenomen. Pas dan kan er gesproken worden over ‘voordeel’. Het aannemen is het centrale onderdeel van de delictsomschrijving. Het aannemen dient opzettelijk te gebeuren. Daarnaast moet het voordeel ook daadwerkelijk in de macht van de bevoordeelde zijn geraakt .

Het voordeel hoeft echter niet direct bij de ambtenaar te belanden. Er kan ook sprake zijn van indirecte giften aan een tussenpersoon of een lasthebber. Of middels storting op een bankrekening waar verdachte toegang toe heeft , al dan niet via een medeverdachte.

Er zal geen discussie bestaan indien de gift een geldsom is, die is overgeboekt. Dat is een gift die ontvangen is.

Een in het vooruitzicht gestelde gift is een belofte. Anders gezegd: het aanvaarden van een aanbod is het aannemen van een belofte . Van het aannemen is ook sprake als er wordt ingegaan op een toezegging .
De gift of belofte hoeft niet in de hoedanigheid van ambtenaar te zijn aangenomen . De omkoping kan juist plaats vinden in de privésfeer of, zoals ik net ter sprake bracht, terwijl daar een (arbeids)overeenkomst aan ten grondslag ligt.

Babel
In de zaak Babel is tenlastegelegd het aannemen van twee giften, de bedragen van USD 140.000 en USD 73.422 die zijn overgemaakt op de privérekening van Van der Dijs, met als dekmantel twee valse facturen op naam van haar bedrijf Vanddis.

Medeverdachte Van der Dijs heeft gefungeerd als tussenpersoon voor het aannemen van de giften. Schotte kon vervolgens wel, zoals reeds betoogd bij het onderdeel witwassen, over het geld beschikken. De giften zijn aangenomen.

Niet onvermeld mag hier blijven, dat in het onderzoek is gebleken dat er meer bedragen door of namens Corallo zijn overgemaakt aan Schotte en Van der Dijs.

Deze bedragen zijn niet helemaal uitgelopen, omdat het onderzoek anders te lang had geduurd. Daarom staan ze niet op de tenlastelegging. Maar ze zitten wel in het dossier en dragen daardoor wel bij aan het bewijs. Het betreft een bedrag van USD 822.640 in augustus 2010 en een bedrag van USD 225.990 in november 2011.

Het bedrag van 225 duizend dollar komt ook van B+ in Italie. Het is overgemaakt aan het bedrijf Enersources, op basis van een factuur met precies hetzelfde factuur-nummer als een van de zogenaamde Vanddis facturen. Enersources bankiert bij Citibank in Amerika, dezelfde bank als Van der Dijs. En wie is gemachtigde van de rekening dit bedrijf? U raadt het al, inderdaad, Van der Dijs.

Het bedrag van ruim 8 ton is overgemaakt op de Zwitserse bankrekening van No-Brand, een bedrijf van Schotte, door een bedrijf genaamd International Financial Planning Services dat op hetzelfde adres in SXM zit als het hoofdkantoor van Atlantis World Group, het bedrijf van Corallo.

d. Wetende dat (opzet en voorwaardelijk opzet)
De ambtenaar is strafbaar indien hij weet dat hij wordt betaald om hem te bewegen tot een tegenprestatie. Inmiddels volgt uit vaste corruptie jurisprudentie dat voorwaardelijk opzet hierbij voldoende is. Toch is dit in corruptiezaken nog vaak een punt van discussie. Ik zal er daarom kort op ingaan.
Sinds de wetswijziging in 2011, en in Nederland sinds 2001, bestaat er nu ook een culpoze pleegvariant ‘vermoedende dat’. In de, in zekere mate, glijdende schaal tussen de begrippen opzet en schuld, zou je kunnen zeggen dat voorwaardelijk opzet zich tussen deze begrippen bevindt. Maar onder de oude wet hield “weten dat” mede in de voorwaardelijke opzetvariant “had moeten weten dat”.

Dat voorwaardelijk opzet bij “weten dat” voldoende is, is de heersende lijn in de jurisprudentie .

In 2008 heeft de Hoge Raad dit punt beslecht in de Bouwfraude zaak . De HR over-woog toen met betrekking tot artikel 362 en 363 Sr NL (zoals die golden tot 1 februari 2001, dus vergelijkbaar met de Curaçaose artikelen 378/379 WvSr oud):

“dat de wetsgeschiedenis geen aanwijzingen bevat voor de precieze betekenis van het bestanddeel ‘wetende dat’. Maar met die uitdrukking heeft de wetgever in algemene zin, een omschrijving gegeven van het bestanddeel opzet. (… ) Onder opzet is in het algemeen mede voorwaardelijk opzet begrepen. De wetsgeschiedenis geeft geen aanlei-ding daarover ten aanzien van de art. 362 en 363 Sr anders te oordelen” .

Sinds dit arrest is het standaard jurisprudentie dat voor wetende dat, voorwaardelijk opzet voldoende is. Bij voorwaardelijk opzet gaat het om de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans. De beoordeling of er sprake is van opzet of voorwaarde-lijk opzet is casuïstisch.

Met betrekking tot passieve ambtelijke corruptie is er wel een aantal uitgangspunten te formuleren. Een belangrijke daarvan is de Garantenstellung die geldt voor de ambtenaar.
Zie het arrest van de Hoge Raad van 22 februari 2000 .
Het kon niet anders zijn dan dat verdachte heeft geweten met welk doel de giften aan hem werden gedaan.

Van belang waren in die zaak de volgende feiten en omstandigheden:
1. De belangrijke positie van verdachte in het ambtelijk apparaat inzake ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling.
2. De ondernemers die de giften deden hadden belang bij goodwill van het amb-telijk apparaat.
3. De omstandigheden waaronder de giften werden gedaan.
Over dit laatste, derde punt, de omstandigheden waaronder de giften werden gedaan is volgende uitspraak van de rechtbank Utrecht van belang:
“Uit de maskering van de betalingen en de bewust ondoorzichtige geldstromen volgt dat verdachte zich bewust was van het feit dat de betalingen aan hem werden gedaan teneinde hem te bewegen iets te doen of na te laten. ”
Zo ook het Hof Amsterdam, in de omkopingszaak tegen een voormalig gedeputeerde:

“Voor zijn oordeel vindt het Hof steun in de omstandigheid dat de verdachte zich bewust moet zijn geweest van mogelijke belangenverstrengeling bij een dergelijke gift van een vastgoedontwikkelaar en hij (daarom) de gift via een vennootschap van een ander dan de verdachte, heeft aangenomen” .

Dus, uit het feit dat de omkopingsmiddelen verhuld worden, kan opzet worden afgeleid.

Een redenering die begrijpelijk is; immers als er niks mis is met de aangenomen giften, beloften of diensten dan kunnen ze transparant gedaan en aangenomen worden. Dit zal echter niet vaak het geval zijn. Een ambtenaar krijgt immers al door de over-heid betaald om zijn werk te doen. Van openlijk ontvangen kan vaak geen sprake zijn. In de praktijk wordt vaak gekozen voor valse constructies om over de omko-pingsmiddelen te kunnen beschikken.

Van belang met betrekking tot de omstandigheden waaronder de giften worden gedaan is ook de uitspraak van het Hof Arnhem in 2010 . Het hof overweegt dat het er niet toe doet dat verdachte stelt dat hij niet vatbaar was voor omkoping. De omkopingmiddelen waren in deze zaak van dermate aard en omvang dat het niet anders kan, dan dat verdachte heeft begrepen dat het doel van de giften het bestendigen van de relatie met de ambtenaar was. Hij had dat moeten beseffen.

Van belang is nog om te vermelden dat het (voorwaardelijk) opzet ziet op de beoogde tegenprestatie die de ambtenaar zou kunnen leveren. Het opzet ziet niet op het oogmerk van de omkoper. Dat komt door de verschillen in de delictsomschrijvingen tussen passieve en actieve corruptie.

Als in de zaak tegen de omkoper niet bewezen kan worden dat deze het oogmerk had om de ambtenaar te bewegen tot een prestatie kan er wél een veroordeling volgen tegen de ambtenaar omdat hij de gift überhaupt niet had moeten aannemen onder de omstandigheden waarin deze gedaan is .

In de zaak Babel heeft Schotte geweten dat van hem op enig moment een tegenprestatie zou worden verlangd.

Schotte heeft al jarenlang een min of meer zakelijke relatie met Corallo waarbij

Bron: Openbaar Ministerie

Naschrift KKC

2015 02 27 – Babel Openbaar Ministerie Dagvaarding Cicely Van Der Dijs – Gerrit Schotte

Requisitoir en geldstromen schema Openbaar Ministerie + diversen pleitnotities mr. Eldon ‘Peppie’ Sulvaran en Mr. Paula Janssen, advocaten Babelverdachten ex-premier Gerrit Schotte + Vanddis directeur mr. Cicely van der Dijs. Inclusief repliek en dupliek.

2016 02 17 – Requisitoir Openbaar Ministerie-Babel-Gerrit Schotte-Cicely Van Der Dijs

2016 02 17 – Requisitoir Openbaar Ministerie-Babel-Gerrit Schotte-Cicely Van Der Dijs-schema

Pleitnotities mr. Eldon Peppie Sulvaran, advocaat Babelverdachten Cicely van der Dijs en Gerrit Schotte

2016 02 17 – Pleitnotities Eldon Peppie Sulvaran-Babel-Gerrit Schotte-Cicely Van Der Dijs

2016 02 17 – Pleitnotities Eldon Peppie Sulvaran-Babel-Gerrit Schotte-Cicely Van Der Dijs-Deel-2

2016 02 17 – Pleitnotities Eldon Peppie Sulvaran-Babel-Gerrit Schotte-Cicely Van Der Dijs-Deel-eindversie

2016 02 19 – Babel Openbaar Ministerie Gerrit Schotte Cicely Van Der Dijs Repliek

2016 02 19 – Babel Sulvaran Gerrit Schotte Cicely Van Der Dijs Dupliek

2016 02 19 – Babel Sulvaran Gerrit Schotte Cicely Van Der Dijs Case Diagram

2016 02 19 – Babel Cicely Van Der Dijs Laatste Woord

2016 02 19 – Babel Gerrit Schotte Laatste Woord

2016 02 19 – Babel Sulvaran Gerrit Schotte Cicely Van Der Dijs Brief Terracciano

2011 05 02 – Babel – Brieven Gerrit Schotte Aan Italiaanse Authoriteiten Met Maffiaconnecties Francesco Cor…

Bron: Openbaar Ministerie
Bron: MFK

4 Reacties op “OM | Requisitoir onderzoek Babel

  1. een jongen die 3 tokos overviel kreeg terecht 7 jaar.. maar een land leegroven kost maar 3 jaar???

  2. Ik vind de eis van de OM in deze veels te weinig. Een maximale straf is hier meer op zijn plaats geweest gezien de ernst van de zaak. Men is nog veels te lief voor deze man, onbegrijpelijk.

  3. degenen die het moeten lezen, lezen het niet.
    ze stemmen toch gewoon MFK, crimineel of maffia maakt hun niets uit.
    zo is een groot deel van het curacaose volk…helaas.
    het stem gedrag lijkt juist vaak ten gunste te zijn van deze criminelen.
    kijk naar Godett, Wilsoe, Cooper enzovoorts…

  4. Joscelin Trouwborst

    Goed dat dit nu voor iedereen is te lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *