Opinie: De (on)omkeerbaarheid van een ontbindingsbesluit

door Mentko Nap, docent Staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen,
Deze week plaatste hij dit opiniestuk op de groepsblog Publiekrecht en Politiek.

Het Curaçaose kabinet is gevallen. Op voordracht van de minister-president heeft de gouverneur besloten het parlement te ontbinden en nieuwe verkiezingen te houden. De verkiezingsdatum is bepaald op 19 oktober 2012. Net als in Nederland geldt de ontbinding van het parlement op termijn: pas op de dag van de eerste samenkomst van het nieuwgekozen parlement zwaait het oude af.

Intussen hebben zich oppositiefracties gemeld die, met steun van enkele dissidenten uit de coalitiegelederen, een nieuw kabinet in het zadel willen helpen – zonder tussentijdse verkiezingen.
In de nasleep van het mislukken van het Catshuisoverleg is op dit weblog gesproken over de vraag of een kabinet gaandeweg een parlementaire periode van kleur kan verschieten.
Deze vraag is ook opgedoken in de Curaçaose crisis.
Voorstanders van een tussentijdse wissel menen dat het, in het licht van de aanwijzing die de Rijksministerraad onlangs heeft gegeven, onwenselijk zou zijn de thans demissionaire ministers nog langer aan de knoppen te laten draaien.
Zo’n nieuwe coalitie heeft, gegeven het ontbindingsbesluit van 3 augustus 2012, een korte levensverwachting.
De toestand van het land vergt echter snel en daadkrachtig ingrijpen door een regering die enkele jaren door kan.
Dat doet de interessante vraag rijzen naar de mogelijkheid om terug te komen op het ontbindingsbesluit.
Een advocatenkantoor (Soliana, Bonapart & Aardenburg, red.) schijnt die vraag bevestigend te hebben beantwoord.
Het voornaamste argument daartoe is dat het ontbindingsbesluit genomen is zonder dat de gouverneur zijn gebruikelijke adviseurs op de thee heeft gehad.
Door zo af te wijken van wat in de Antilliaanse context nog gebruikelijk was, heeft de gouverneur het motiveringsbeginsel geschonden.
Het ontbindingsbesluit zou op die voet kunnen worden vernietigd.
Die redenering lijkt me nogal zwak en al te bestuursrechtelijk van aard.
Een ontbindingsbesluit is hors catégorie ten opzichte van het bestuursrecht. Het afzien van een consultatieronde is wellicht opmerkelijk, maar van strijd met een rechtsplicht lijkt mij geen sprake.
Dat is ook het standpunt van de Curaçaose regering, die zich daartoe beroept op het gezag van wijlen Jan Vis.
Het besluit tot ontbinding van het parlement houdt, in Curaçao evengoed als in Nederland, tevens de last tot het houden van verkiezingen in (art. 53 lid 2 Staatsregeling Curaçao, art. 64 lid 2 Grondwet).
Aan een ontbindingsbesluit zijn dus rechtsgevolgen verbonden die verband houden met het organiseren van verkiezingen.
Het is op zijn minst erg onpraktisch als beslissingen, die genomen worden ter directe uitvoering van die last, onder de onzekerheid van het mogelijk terugdraaien van de ontbinding komen te staan.
Het (financiële) belang dat gemoeid is met zekerheid omtrent het houden van verkiezingen is groot. Een ander praktisch probleem is dat het besluit de ontbinding terug te draaien, zal moeten worden gecontrasigneerd.
Het is niet erg waarschijnlijk dat iemand uit de zittende ministersploeg daartoe bereid zal zijn.

Van meer principiële aard is de vraag of een ontbindingsbesluit naar zijn aard kan worden teruggedraaid.
Vooralsnog zou ik willen volhouden dat dat onmogelijk is.
Het ontbindingsbesluit is een conflictregel die een finale oplossing bewerkstelligt. Het is de dure plicht van de betrokken organen om voorafgaand aan het nemen van een ontbindingsbesluit vast te stellen of ontbinding inderdaad aangewezen is.
Daartoe dient de consultatieronde. Het achterwege laten daarvan lijkt me dan ook onverstandig.
Als evenwel het besluit tot ontbinding eenmaal genomen is, dan is er geen weg meer terug. Door een ontbindingsbesluit voorwaardelijk te maken, kan uiteindelijk de vertrouwensregel krachteloos worden gemaakt.
Onwillige coalitiegenoten kunnen door een ontbinding gedwongen worden de gelederen weer te sluiten, waarna het zwaard van Damocles schielijk weer in de schede wordt gestoken.
Die handelwijze doet geen recht aan de aard van de ontbindingsbevoegdheid als finale geschilbeslechtingsregel.

Curaçao zal op 19 oktober naar de stembus moeten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *