Opinie | Hoe ver reikt de koloniale schuld en hoe lang kan ze als alibi fungeren?

Stephan Sanders | Trouw

Portret van Frantz Fanon © Trouw beeldredactie

Samenleving – Zijn Frantz Fanons zwart-witideeën uit ‘Zwarte huid, witte maskers’ nog bruikbaar in de multiculturele samenleving? Stephan Sanders vindt van niet.

Het klinkt aanstellerig, maar het is waar: ik hou er meerdere Fanonperiodes op na. De eerste keer dat ik hem las moet als student zijn geweest, rond 1981. Het werd me aangeraden door een aardige, blanke ouderejaars, want ik was ‘gekleurd’ en zo zou ik het ‘blanke’ masker dat ik ongetwijfeld droeg, kunnen afwerpen.

Herinnering van toen: herkenning, maar ook irritatie door de rigide zwart-wit-tweedeling, die Fanon net zo fanatiek doorvoerde als Hegel met zijn these, antithese en synthese. Ik verafschuwde Hegel, en Marx, en de dialectiek in het algemeen – wat iets heerlijks is om op jonge leeftijd te kunnen verkondigen.

Tweede periode: als redacteur van de Groene Amsterdammer, rond 1989. Ik had begrip voor Frantz Fanons psychologische duiding van het kleurverschil, het ‘dubbele bewustzijn’ dat gekleurde mensen er in Europa en Amerika op na moeten houden. Maar ik steigerde bij wat ik inmiddels ‘essentialisme’ noemde.

Borreltafelpraat

Fanon stierf jong, op 36-jarige leeftijd, in een Amerikaans ziekenhuis in 1961, aan leukemie: een mutatie van zijn witte bloedcellen. Citaat uit 1989: “Fanon weigerde alle medicijnen: Jullie willen mijn bloed witwassen.” Ik vond die anekdote symptomatisch voor de bloed-, bodem- en rasideologie, die Fanon er gedurende zijn leven steeds meer op na ging houden.

Afgelopen jaar heb ik Fanons ‘Peau noire, Masques blancs’ weer herlezen, en Jeanne Holierhoeks vertaling. Het boek heet nu ‘Zwarte huid, witte maskers’, en gezien de radicaal antikoloniale strekking is dat een goeie ingreep. Natuurlijk probeer ik mee te wegen dat Fanon stierf toen de meeste dekolonisaties nog moesten plaatsvinden, en de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog een dagelijkse realiteit was.

Maar juist door de (uitstekende) vertaling word ik nog meer op Fanons biologisme gedrukt.

Mijn Frans geeft me kennelijk de gelegenheid de dingen minder cru te lezen dan ze er staan. Deze zin bijvoorbeeld: “De confrontatie tussen het blanke en het zwarte ras heeft ons inziens een omvangrijk psychisch-existentieel complex veroorzaakt.” Het is deftig (‘ons inziens’), het is pretentieus, maar als je het rasbegrip in twijfel trekt, staat er zo ongeveer niets.

Meteen begin ik verontschuldigingen aan te voeren: andere tijd, ander vocabulaire, van het existentialisme en marxisme: Fanon was toch maar een van de eerste, zwarte activisten die de psychodynamiek beschreef tussen zwart en gekleurd enerzijds, en blank of wit anderzijds. Hij liet zien dat blank ook een kleur is.

Ja maar. Uiteindelijk is het gros beweringen van Fanon op ras gestoeld, het is van negerbloed en negerras en daarom ben je wie je bent. Wat anders te maken van deze boutade: “Een normaal negerkind, opgegroeid in een normaal gezin, wordt abnormaal zodra het met de wereld van de blanken in aanraking komt.”

Opgegroeid bij blanke ouders mag ik me met zo’n zin hoogstpersoonlijk aangesproken voelen. Het is een bêtise, borreltafelpraat.

Mengvormen

Toch weet ik zeker dat Fanon iets interessants te pakken had. Hij groeide op als een Franse jongen, weliswaar in Fort-de-France, de hoofdstad van het eiland Martinique, maar dat maakte in theorie niet uit, want Martinique was en is nog steeds een département de France, een overzeese provincie. Maar eenmaal in Europa blijkt: toch weer niet ‘volkomen Frans’, want nu is Fanon gekleurd en Antilliaan.

Dit had kunnen leiden tot een essay over de ‘gemengdheid’, en de etiketten die vervaardigd zijn om via ras- en etnisch verschil een sociale hiërarchie in te stellen. Een relativering ook van ‘blank’, ‘wit’ en ‘zwart’, omdat het bijna in alle gevallen om mengvormen gaat. Juist de Antillianen en anderen uit het Caribisch gebied zijn daar de exponenten van. Ze belichamen de mix van het Afrikaanse, het westerse en Aziatische, van het (ooit gedwongen) samengaan van dat geheel. Dat had een politiek-psychologische analyse kunnen opleveren, met oog voor alle machtsverschillen die daaraan gekoppeld zijn.

Maar Fanon wil de Antilliaan eenduidig maken, zwart, ‘een Neger’, zoals het toen heette. “Een Antilliaan beschouwt zich niet als neger: hij voelt zich Antilliaan. Negers wonen in Afrika. Subjectief en intellectueel gedraagt de Antilliaan zich als een blanke. Maar hij is een neger.” Onder zijn ‘witte masker’ bedekt de ‘Neger’ zijn ware, ‘zwarte’ aard.’

Ware aard als in: biologisch, genetisch? Of toch sociaal, psychologisch en cultureel? In het eerste geval hebben we te maken met een rassenleer, en in het tweede valt er eigenlijk geen ware, onveranderlijke aard te vergeven.

Is het zo onvoorstelbaar dat mensen een zwarte huid hebben, en toch ook westers zijn? Of wit zijn en toch Caribisch? Betekent dat ‘verraad’ aan hun ‘ras’? Of vertelt het ons iets over de menselijke mogelijkheden en mengvormen? Waarom wordt het ‘gemengde’, dat uiteraard ook op het Afrikaanse continent voorkomt, telkens weer in verband gebracht met ‘abnormaal’ en ‘ziekte’?
Ideaaltype

Het treurige aan bijna alle Caribische eilanden, die gekoloniseerd zijn (geweest), is dat het Moederland in Europa nog steeds richtsnoer en leidraad is voor alle wereldse strevingen. Wie vooruit wil in het leven, moet altijd de route volgen via de hoofdstad, la Capitale. En dat is niet Fort-de-France maar Parijs, of een andere grote stad in continentaal Frankrijk. Anders gezegd: wie bruin of zwart is, moet via de blanke naar de wereld.

Die notie sneed toen hout, maar hoe eenduidig blank is Johannesburg inmiddels? Of Amsterdam? Het ‘multi-etnische en multiculturele’ is bij Fanon eenvoudig nooit een mogelijkheid. Eén land, één mens, één cultuur. ‘Zwart’ of ‘wit’. New York bestaat niet, net zomin als ikzelf.

Fanon weigerde medicatie want ‘jullie willen mijn bloed witwassen’

Zwarte Antillianen werden in Frankrijk ‘noir’ genoemd en zwarte mensen uit Afrika, zoals Senegalezen, ‘nègre’. Had Fanon die racistische verdeel- en heerspolitiek van koloniaal Frankrijk aan de kaak gesteld: het was verhelderend geweest. Maar Fanon, in het kielzog van zijn leermeester, de dichter Aimé Césaire, neigt ertoe Césaire’s begrip ‘négritude’ heilig te verklaren. Dat begrip was vooral bedoeld als provocatie: zowel Fanon als Césaire waren geboren Antillianen, het was ze gegeven zichzelf als ‘noir’ te omschrijven. Beiden kiezen van de weeromstuit en als protest voor de andere kant, die van de ‘nègre’.
Eveneens uit de serie van Boudjelela, een foto van een martelgevangenis in Algiers. Deze was in gebruik tijdens de onafhankelijkheidsstrijd in Algerije en staat vandaag de dag nog steeds leeg. © Hollandse Hoogte

Volkomen begrijpelijk, tijdens de hoogtijdagen van het Franse kolonialisme. Maar dit geuzenwoord ‘nègre’ wordt van een essentialistische basis voorzien, alsof het geen menselijke uitvinding is, een politieke bovendien, maar een biologische gegevenheid. Fanons ‘nègre’ is het exacte spiegelbeeld van de Ariër: een ideaaltype, opgetrokken uit mythes.

‘Het gezag van de blanke vader’

Als in 1952 ‘Peau noire, masques blancs’ verschijnt, is de auteur nog maar 27 jaar oud. In zijn conclusie van het boek stelt hij: “Negers leven vanuit de vergelijking. Dit is een primaire waarheid. Ze zijn vergelijking, dat wil zeggen dat ze voortdurend gefocust zijn op zelfwaardering en op hun ideale ik.”

Je vraagt je af: gaat dat niet voor ieder mens op? Lijkt het niet sterk op narcisme, of op wat de Frans-Amerikaanse filosoof René Girard definieerde als ‘mimetische begeerte’ (mensen ontwikkelen verlangens doordat zij anderen nabootsen)? Het vreemde is dat Fanon wel ‘de sociaal-economische structuur’ verantwoordelijk houdt, maar uiteindelijk het politieke altijd verwart met het ‘eigenlijke’: de aard, het wezen van de ‘zwarte’. ‘Wat wil de zwarte mens?’, vraagt hij zich af. Een vraag die net zo onbeantwoordbaar is als Freuds ‘Was will das Weib?’ Met dit verschil: vrouwenzaken zaten Fanon niet zo hoog.

Fanon was niet alleen een schrijver, maar ook psychiater en psychoanalyticus. En niet Freud, maar Carl Gustav Jung en Alfred Adler, die twee andere stamvaders van de psychoanalyse, vormden zijn grote inspiratiebronnen. “In Europa is het gezin inderdaad de vorm waarin de wereld zich aan het kind voordoet.” Fanon wil maar zeggen: het gezag van de blanke vader staat gelijk aan het gezag van de staat. Voor een ‘zwarte’ jongen was en is dat niet vanzelfsprekend.

Terechte kritiek, die wijst op het, zouden we nu zeggen, eurocentrische gehalte van de psychoanalyse. Maar dan vervolgt Fanon: “De Neger moet niet langer geconfronteerd worden met dit dilemma: blank worden of verdwijnen.”

Maar Fanon zelf stuurt aan op eenzelfde dilemma: ‘Zwart’ worden of verdwijnen – dat wil zeggen, de gekleurde mens die zich niet geheel als zwart beschouwt, verliest zijn kleur, zijn ‘ras’ en ‘verdwijnt’ in het blanke. Het is wit of zwart, huid of masker. Een of ander. Het gemengde is voor hem ondenkbaar.

Hedendaagse aanpassingen

Dan is er nog de woordenstrijd die ons ook nu nog zo bekend voorkomt. Bij deze nieuwe, Nederlandse vertaling hebben de erven-Fanon, zijn zoon en dochter, een rol gespeeld. Zij stonden erop dat er geen ‘hedendaagse aanpassingen’ werden gemaakt. Vertaalster Holierhoek schrijft: “In de eerste versie van de Nederlandse vertaling was het woord ‘nègre’ vaak als zwarte vertaald. Toen bleek dat de erfgenamen wilden dat strikt aan de termen in het origineel zou worden vastgehouden.”

Het vertaalprobleem kent ook zo zijn ironische kant: toen Fanon zijn boek schreef, was ‘nègre’ nu juist de bevrijdende, pan-Afrikaanse term, die het onderscheid tussen Afrikaan en Antilliaan teniet wilde doen.

Mij stoorde de potpourri aan ‘zwarte’, ‘neger’, ‘gekleurde’ en ‘mensen van kleur’ niet. Wie een strak systeem zoekt in de taal, zou dat moeten doen voor een boek dat zelf streng systematisch is, en ‘Zwarte Huid, Witte Maskers’ behoort daar niet toe. Het is een strijdkreet, een pamflet, en dus per definitie tijdgebonden.

Ook Fanons opvattingen over homoseksualiteit (‘is onbekend in Martinique’) en zijn ideeën over Antilliaanse vrouwen die het met blanke mannen houden zijn allerminst eigentijds. De Franse schrijfster Maryse Condé, geboren in Guadeloupe, heeft in dat verband al eens Fanons ‘laatdunkendheid’ gehekeld. En ook laat Fanon zich niet kennen als universalist: zijn ‘viriliteit’ is, althans in zijn teksten, onproblematisch, heteroseksueel, ‘normaal’, waarbij de zwarte vrouw weet wat er van haar verwacht mag worden.

Eén land, één mens, één cultuur; het is zwart óf wit

Fanon dacht op de meeste gebieden veel conventioneler dan betamelijk is in de huidige ‘intersectionele theorie’. Dat valt hem historisch niet zwaar aan te rekenen. Maar wie Fanon nu aanroept als bevrijder, neemt ook die bijvangst mee.

Uiteindelijk is het meest problematische aan Fanon dat hij telkens de sociale wording van de ‘zwarte’ en de ‘aard’ van de zwarte door elkaar haalt. Alsof de ‘zwarte’ kant en klaar op het wereldtoneel verscheen, evenals de ‘witte’, of de ‘blanke’; allen zijn uitgerust met een ‘ware aard’. Ik kreeg bij laatste lezing het idee dat ik Arthur de Gobineau’s ‘Verhandeling over de ongelijkheid van de menselijke rassen’ (1853-1855) las, maar nu vanuit het omgekeerde perspectief.

Hoe tevreden zou Fanon zijn geweest met de huidige stand van zaken? Veel zwarte en gekleurde antikoloniale activisten van toen zijn in een handomdraai veranderd in potentaten en alleenheersers. Hoe ver reikt de koloniale schuld? Hoe lang kan ze als alibi fungeren?

Fanon is gestorven toen het vragen leken naar de bekende weg: en die zou vanzelfsprekend leiden naar een al even zekere bevrijding. Die stelligheid is niet meer gegeven – althans, mij niet.

Frantz Fanon

Psychiater Frantz Fanon (1925-1961) schetste in zijn eersteling ‘Zwarte huid, witte maskers’ (1952) een nietsontziend portret van de psychologische schade die de koloniale – westerse – overheersing over de hele wereld had aangericht. Fanon wilde de zwarte daarvan bevrijden: zijn identiteit diende hij niet meer te ontlenen aan witte normen en beelden, hij moest het witte masker afrukken en de eigen, zwarte identiteit ontplooien. Daarbij was geweld gerechtvaardigd. Voor het pan-afrikanisme en de anti-koloniale strijd in de Derde Wereld was hij – mede door zijn boek ‘De verworpenen der aarde’ (1961) – een inspirerend theoreticus. Zijn ideeën over ras waren invloedrijk; hijzelf werd een icoon onder linkse intellectuelen.

Frantz Fanon, Zwarte huid, witte maskers, Vert. Jeanne Holierhoek (Octavo); 211 blz. € 22,50

Stephan Sanders (1961) is publicist, columnist en presentator. Voor Trouw schreef hij een serie over zijn toenadering tot de kerk.

Bron: Trouw

6 Reacties op “Opinie | Hoe ver reikt de koloniale schuld en hoe lang kan ze als alibi fungeren?

  1. Er zijn vele ‘incidenten’ (of anekdotes) over de afgelopen decennia te noemen. Recentelijk de leuzen tijdens de extreem-rechts manifestatie in Charlottesville Virginia, waarbij “blood and soil” gescandeerd werd en een tegendemonstrant door één van de manifestanten werd vermoord.

    En de tegendemonstrant was zelf wit. Net als de dader.

    Feit is dat deze demonstraties figuren als de KKK aantrekken terwijl eigenlijk men aan het demonstreren is tegen behoud van cultuur en geschiedenis. Het is in feit actie en reactie.

    Hetzelfde zien we in het Zwarte Pieten debat. Zwart en Witte mensen kunnen blijkbaar niet begrijpen dat de perceptie van iemand anders kan zijn dan die van jou en willen hun gelijk krijgen door provoceren en doordrammen.

  2. Het is inderdaad een lang stuk vooral voor het vrije weekend, ik zal morgen in de tijd van de baas alles lezen.

    Zelf denk ik dat wij beter af waren als wij in Afrika waren gebleven. Velen van ons moeten met een achterstand beginnen en gek genoeg hebben wij juist de blanken die ons hier gehaald hebben als voorbeeld.

    Eigenlijk bestaat de rasechte neger niet het zijn allemaal kopieën van blanken.

  3. Jan Haarlem

    Het ‘leuke’ is dat geen enkele politicus er voor het Algemeen Belang zit.
    Noem er 1 pls?
    Liegen en ik liegen, beloven en nog eens beloven:
    Nikita Krutshev gaf ooit een leuke quote ‘ politicians promise a bridge even if there is no water-;)

  4. Iedereen die Frantz Fanons zwart-witideeën niet meer van deze
    tijd vindt, moet enkel naar de huidige politieke situatie in de UK t.a.v. Brexit en in de VS te kijken. Met name de wijze waarop xenofobie hoogtij viert en het overheidsapparaat lam legt (ook in de UK). Er zijn vele ‘incidenten’ (of anekdotes) over de afgelopen decennia te noemen. Recentelijk de leuzen tijdens de extreem-rechts manifestatie in Charlottesville Virginia, waarbij “blood and soil” gescandeerd werd en een tegendemonstrant door één van de manifestanten werd vermoord. Dat zijn geen anekdotes heer Sanders, maar duidelijke kenmerken voor een hernieuwde stimulus voor ‘de bloed-, bodem- en rasideologie’. Enkel in tegenstelling tot de tijd van Frantz Fanon, ontbreekt het nu aan leiders. Ook op Curaçao, waar men niet gewend is voor zichzelf te denken en mensen als Sanders nodig heeft om ‘het blindelings volgen’ te helpen rationaliseren. @Mossel, in één van zijn ‘heldere momenten’, geeft het goed aan, het populisme van Schotte had een doel, dat nu omgedoopt is met de label ‘Kennedy Rhuggenaath’. Het maakt geen verschil, beiden zijn hetzelfde ‘geaard’. Geen van beide zit er in het belang van het volk en door beiden wordt (nog steeds) onderscheid gemaakt op basis van afkomst (bloed) en huidskleur (ras).
    Het vergt meer dan het begrijpen van Fanon om Curaçao daarvan te ‘bevrijden’.

  5. Abraham Mossel

    Het is maar goed dat Gerrit de Raaf een blanke huids kleur heeft, anders kon hij helemaal het negerslaven slacht offer uithangen tegen de macamba regering NL

  6. Oef… wat een lang stuk.

    Is Mano terug?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *