Opinie | Onafhankelijke rechterlijke macht?

Door Toon Peters

Foto van het gerechtsgebouw in Willemstad  © Jose de Bruin

Deze week werd ik getipt dat mijn naam voorkwam in een opiniestuk dat op 7 januari 2020 in het Antilliaans Dagblad verschenen is. Een opmerkelijk opiniestuk van Joe Eustatia naar aanleiding van een redactioneel commentaar van 20 december 2019 met als titel ‘Klap OM & Pep(pie)talk’.

In dit redactioneel commentaar stelt de redactie van het Antilliaans Dagblad dat het de ene keer aanprijzen en de andere keer de grond inboren van het gerecht door een doorgewinterde jurist niet constituent, niet geloofwaardig en schadelijk is voor de rechterlijke macht.

Het Antilliaans Dagblad beweert bovendien dat de rechtelijke macht in alle opzichten onafhankelijk is. Eustatia komt daartegen in het geweer omdat hij in een civiele procedure aan den lijve heeft ondervonden dat dit niet altijd het geval is en onderbouwt dit met vele voorbeelden, waaruit blijkt dat rechters in zijn zaak per se niet aan waarheidsvinding wilden doen.

Het is zeer opmerkelijk dat een krant zoveel ruimte geeft aan iemand die ongezouten kritiek heeft op de rechtspraak. Alle hulde aan het Antilliaans Dagblad dat blijkbaar het recht op vrije meningsuiting hanteert.

In Nederland is het beleid van vele toonaangevende kranten om juist niet over persoonlijke kwesties in de civiele rechtspraak te schrijven en daardoor blijven de doofpotten gesloten. Hiervoor kan ik schriftelijk bewijsmateriaal aandragen.

In het naschrift op het opiniestuk van Eustatia stelt de redactie van het Antilliaans Dagblad dat de rechtspraak niet iets is als een grabbelton; het vonnis de ene keer welgevallig en de ander keer ongunstig uitvalt en het van groot maatschappelijk belang is om de rechtsprekende macht te koesteren en te beschermen.

Wanneer de rechterlijke macht in alle opzichten onafhankelijk is zoals het Antilliaans Dagblad beweert, dan zou ik het met het commentaar van de redactie helemaal eens zijn, maar aan die onafhankelijkheid schort het nog wel eens en wanneer rechters niet onafhankelijk blijken te zijn, komt corruptie om de hoek kijken.

Voor de goede orde: een corrupte rechter is iemand die de essentie van zijn unieke functie negeert en zich niet laat leiden door feiten en wetten, maar uitsluitend door een van tevoren vaststaande uitkomst. Uit eigen belang of tegen betaling dan wel een wederdienst van een procespartij en/of diens advocaat. Het feit dat een rechter in een civielrechtelijke procedure een lijdelijke positie inneemt (anders dan de strafrechter) en de rechterlijke waarheidsvinding in een civiele procedure vaak een wassen neus is (artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) zorgen ervoor dat een civielrechtelijke procedure al gauw een mijnenveld is.

Bovendien heeft de Hoge Raad enkele jaren geleden toegestaan dat de civiele rechter slechts een beknopte argumentatie in het vonnis hoeft op te nemen over de over en weer tussen partijen gewisselde argumenten. Dit zet de deur open voor rechters om argumenten van één partij in het vonnis weg te moffelen. Dit geeft Eustatia ook duidelijk aan in zijn opiniestuk. Een outsider die een vonnis leest, kan dan tot de (foute) conclusie komen dat een vonnis er redelijk uitziet, niet wetende dat er steekhoudende argumenten van één partij zijn weggemoffeld.

In Nederland willen de mainstream media hier geen aandacht aan geven en doen goed onderbouwde ingezonden stukken van klagers meestal af met de slogan dat ze niet over persoonlijke aspecten van een procedure publiceren. Verder wil ik hier nog aan toevoegen dat niemand het zou accepteren dat een docent naar willekeur cijfers zou geven voor tentamens zonder de werken goed bekeken te hebben.

In de rechtspraak komt dit helaas voor en iemand die zich in de publicaties van Paul Ruijs (https://www.njb.nl/blog/partijdige- rechtspraak.34271.lynkx ) zou willen verdiepen, weet dat het nog verder gaat. Corruptie komt onder een kleine groep rechters beslist voor en het is zelfs mogelijk om rechters tegen betaling achter de gesloten deuren van prestigieuze advocatenkantoren in-compagniecursussen te laten verzorgen. Activiteiten die doorgaans ook nog eens niet worden gemeld.

Daarmee is aangetoond dat deze rechters lak hebben aan de wet om nevenfuncties te vermelden. Een ervaren advocaat heeft mij in goed vertrouwen verteld dat een bepaald Gerechtshof in Nederland een ‘casino’ is: voor zelfs ervaren advocaten volkomen onvoorspelbaar waar het rechterlijk vonnis op uit zal draaien. Iets dat ik zelf kan bevestigen na zes verloren artikel 12-procedures.

Mijn ervaring is dat aangiftes van onweerlegbare meineed net zo weinig zin hebben als het doen van aangifte van fietsendiefstal bij de politie. Dat het Antilliaans Dagblad het opneemt voor de rechterlijke macht vind ik prima, maar schilder mensen als de heer Eustatia niet af als gefrustreerd en naar eigen belang strevend, want er lopen helaas onder de rechterlijke macht figuren rond die het niet zo nauw meer nemen met de beroepseed die ze ooit hebben afgelegd.

Eustatia heeft dat op geloofwaardige wijze met een goed onderbouwd verhaal aan het licht gebracht. Het is ons bekend dat met dit artikel de discussie niet is gesloten. Eustatia heeft eerder in een andere publicatie laten weten dat hij kan aantonen dat zijn zaak stelselmatig aan zeer onervaren manipuleerbare rechters of aan een als passant op het eiland verblijvende plaatsvervangend rechter is toegewezen.

Een aspect dat de indruk versterkt dat het de bedoeling was dat in de door Joe Eustatia tegen een rechter aangespannen rechtszaak, per se veel mis móest gaan. Het is hoogst opmerkelijk dat een rechtbank hardnekkig weigert een door de gedaagde rechter gebruikte akte aan forensisch onderzoek te laten onderwerpen, terwijl Eustatia met kracht van argumenten aantoont dat deze akte zou zijn vervalst.

Het is eveneens hoogst opmerkelijk dat een rechtbank stelselmatig weigert een getuige op te roepen, waarvan Eustatia beweert dat die met kracht van bewijs had kunnen aantonen dat hij een gemanipuleerde opdracht van de gedaagde rechter heeft ontvangen. Het heeft er de schijn van dat veel voor de gedaagde rechter nadelig had moeten uitpakken, per se onbelicht moest blijven.

Reden te over om met voorbijzien aan het redactionele commentaar aandacht te besteden aan het tot nadenken prikkelend artikel van Joe Eustatia.

Auteur van deze opiniebijdrage, Ir. A.P.H. ‘Toon’ Peters, is woonachtig in Nederland en al 35 jaar werkzaam in het onderwijs, waarvan 30 jaar als senior docent (chemie) in het hoger beroepsonderwijs; eerst aan de Haagse Hogeschool en inmiddels 30 jaar bij de Zuyd Hogeschool. ,,Net zoals de heer Eustatia heb ik enkele jaren geleden te maken gehad met partijdige rechters en vind het mijn burgerplicht om hier aandacht aan te geven in de hoop dat iedereen een eerlijk proces krijgt als hij in de rechterlijke molen terechtkomt.” Zijn zaak was aanleiding voor de nodige publiciteit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *