Opinie | Onderwijsbeleid (slot)

Opinie mr. George Lichtveld | Persbureau Curacao

Behalve het feit dat de heren Evertsz en Daal mij nogmaals te kennen hebben gegeven dat ik moet oprotten (bai flit) valt het toe te juichen dat zij ditmaal wel inhoudelijk in zijn gegaan op mijn stellingen waardoor een begin wordt gelegd voor een mogelijk verder voerende vruchtbare discussie.

Ik vind het jammer dat zij net nu wanneer het zinvol blijkt te worden aangeven dat dit hun laatste reactie is, maar misschien hebben zij wel gelijk en moet de discussie door anderen worden overgenomen of zelfs in een breder verband worden voortgezet. De inhoudelijke opmerkingen van de heren verdienen echter een reactie waarna ook ik ‘the floor’ aanbied aan hen die het behoeven.

1. Evertsz en Daal ontkennen dat mevr. Dijkhoff verantwoordelijk is voor de introductie van het funderend onderwijs en stellen dat zij ten tijde daarvan reeds lang de actieve politiek had verlaten. Ik breng in herinnering dat het funderend onderwijs met het Papiaments als instructietaal door mevr. Dijkhoff (toenmalig minister van Onderwijs) werd geïntroduceerd in het beleidsplan getiteld ‘Stappen naar een betere toekomst’. Haar visie-deelgenoot de heer Stanley Lamp (r.i.p) heeft toen in 2002 het plan nader doen uitwerken, feit is echter dat mevr. Dijkhoff als de architect van het plan moet worden gekenschetst;

2. Mij wordt verweten niets af te weten van de materie over het gebruik van de moedertaal als instructietaal in het onderwijs. Ik ben op dat gebied inderdaad geen expert, maar net als ieder ander ben ik wel in staat informatie te vergaren. Wat mij opvalt in de literatuur over het onderhavige is dat vaak geconcludeerd wordt dat het onderwerp nog nadere studie vergt. De discussie rond het gebruik van de moedertaal versus een wereldtaal als instructietaal is er een die over de hele wereld wordt gevoerd, voor- en tegenstanders slaan elkaar met argumenten om de oren, net als hier op Curaçao rollen cultuurbeschermers met pragmatici over de vloer. In dat geheel neemt de Unesco geheel begrijpelijk standpunten in die voornamelijk stoelen op de sociaal-antropologische invalshoek. De Unesco houdt zich niet bezig met de vraag hoe het economisch verder moet met ministaten in een steeds meer verinternationaliserende wereld. Maar afgezien daarvan kunnen de heren Evertsz en Daal moeilijk betogen dat onze jongeren thans beter onderwijs ondergaan dan voorheen, met jaarlijks 40 procent drop-outs is er duidelijk behoorlijk iets mis met ons onderwijsbeleid, dit was vroeger echt niet zo;

3. Een van de wetenschappers die zich bezighoudt met de taalverwerving door kinderen is prof. dr. Manfred Spitzer, een van Duitslands belangrijkste geheugenonderzoekers. In een van zijn boeken maakt hij verslag van een onderzoek uit 2003 verricht in Californië met als doel te onderzoeken of ervaringen met een vreemde taal van invloed waren op het vermogen van baby’s om geluiden van die vreemde taal te onderscheiden. Het onderzoek heeft aangetoond dat een pasgeboren baby alle klanken van alle talen ter wereld kan onderscheiden. Als een kind in zijn sociale omgeving een multi-taal aanbod blijft krijgen (wat op Curaçao het geval is) zal elk normaal kind daarmee weten om te gaan;

4. De heren Daal en Evertsz betogen dat elk onderwijssysteem gericht moet zijn op drie functies, namelijk de sociale-, culturele- en economische ontwikkeling van het land. Ik twijfel daar niet aan. Zij vinden echter dat wij die pijlers niet in Europa moeten zoeken maar in de regio omdat Curaçao nu eenmaal in het Caribisch gebied ligt. Dit zou Curaçao tot een uitzondering maken want het is algemeen bekend dat alle ministaten in de regio meer verbondenheid voelen met het moederland dan met elkaar, de Engelstalige eilanden richten zich tot Engeland, de Franstalige eilanden tot Frankrijk en de Dutch Caribbean tot Nederland. Door deze instelling (gevolg van het koloniaal verleden) is het bijvoorbeeld de Caricom tot nu toe niet gelukt een politieke eenheid te vormen en is haar ontwikkeling blijven hangen in de fase van economische samenwerking tussen de aangesloten eilanden.

TeleCuraçao is in de jaren tachtig gestaakt met het verstrekken van regionaal nieuws omdat er nauwelijks nieuwsaanbod was uit de regio en omdat bleek dat het niemand op Curaçao wat kon schelen hoe het gaat met de visvangst op St. Nevis. Tot nu toe leeft de culturele verbondenheid tussen de Caribische landen niet erg, Barbados stuurt zijn studenten niet naar Jamaica of Puerto Rico maar pocht met studenten die in Oxford en Cambridge hebben gestudeerd, de Franstalige eilanden sturen hun studenten het liefs naar Sorbonne terwijl wij hier op Curaçao met trots vertellen dat weer een dochter of zoon is afgestudeerd aan de Erasmus Universiteit, aan de VU of aan de TU van Delft. De verinternationalisering zal deze trend alleen maar verder voeren, men zoekt naar de beste opleidingsinstituten van de wereld. Als die morgen in China of Rusland blijken te liggen dan moeten wij ervoor open staan om onze studenten ook daar naar toe te sturen. De opleidingsgrens geografisch af te bakenen met de regio lijkt mij een erg kortzichtig beleid;

5. En dan de verwijten dat ik mijzelf meewarig en zelfs beledigend uitlaat over de eigen cultuur (‘sociaal-cultureel zitten navelstaren’). Het heeft weinig zin om daarop in te gaan zolang er een meningsverschil bestaat over wat onder de ‘Curaçaose cultuur’ moet worden verstaan. Mijns inziens is de werkelijke aard en kracht van onze gemeenschap gelegen in de multi-culturele-, multi-etnische en multi-religieuze gerichtheid. Een gerichtheid naar buiten dus, het uitdragen dus dat op dit kleine eiland een wereldgemeenschap gevestigd is die een voorbeeld geeft aan de rest van de wereld hoe men in vrede en voorspoed samen met elkaar kan leven ondanks verschillen van allerlei aard. Die openheid van geest moet ook in het onderwijs heersen. Het onderwijs moet een weg voor onze jongeren bouwen naar de wereld en niet omgekeerd, het is niet de wereld die zich aan ons moet aanpassen. Doen wij dat niet dan benadelen wij onze kinderen. Tot slot wil ik opmerken dat afgelopen zaterdag bij de University of Curaçao een Economen-debat heeft plaatsgevonden om de ernstige stagnatie in onze economische groei te bespreken. In het kader van het beter ontwikkelen van onze dienstsector is door een der sprekers (gesecondeerd door anderen) aanbevolen om het Engels als instructietaal te introduceren op de basisscholen en in het middelbaar onderwijs. Vertegenwoordigers van de economische pijler van onze cultuur zien, met het oog op verdere economische groei, blijkbaar ook het belang in van een wereldtaal als instructietaal.

GEORGE LICHTVELD

Curaçao

4 Reacties op “Opinie | Onderwijsbeleid (slot)

  1. duidelijk…..en helemaal mee eens….
    een kleine taal zoals het papiamentu, zou net als het fries een bijtaal moeten blijven.
    geen hoofdtaal, dan zorg je dat een grote groep kinderen nooit aansluiting zal vinden in de wereld.
    ze zijn dan verdoemd tot dit land en het hebben van eenvoudige baantjes.
    ze zulen nooit veel kennis kunnen vergaren, maar altijd als stemvee dienen voor de elite partijen.
    de maffia zal altijd stemmen uit de mundi kunnen halen.
    een ander voordeel voor de elite is:
    een onderontwikkeld volk geeft goedkope arbeidskrachten..

  2. Goed stuk, actueel en onderbouwd, zoals ook de voorgaande.

  3. Prima betoog George Lichtveld; goed en sterk onderbouwd 🙂

  4. caribbeancynic

    Stanley Held, kom er maar in. Allemaal de schuld van de slavernij?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *