Opinie | Regeren bij wet(teloosheid)

“One of the challenges of a democratic government is making sure that even in the midst of emergencies and passions, we make sure that rule of law and the basic precepts of justice and liberty prevail.” (Barack Obama)

Mr. Achim K.E Henriquez

Wij leven in een democratische rechtstaat en wij pretenderen daarmee dat er wordt geregeerd “according to the rule of law”. Het principe is, dat we binnen dat democratisch stelsel wetten maken die de grondslag vormen voor de manier waarop onze samenleving is ingericht en de wijze waarop wij met elkaar omgaan.

Daarbij gaan we ervan uit, dat eenmaal die wetten er zijn, zij ook worden nageleefd en door onze overheid worden gehandhaafd. Curaçao zou Curaçao niet zijn, als wij daar geen alternatieven op zouden verzinnen. Alternatieven die naar mijn mening soms net binnen de kaders van het wettelijk toelaatbare zijn, maar soms ook ver daarbuiten. In ieder geval gaat het veelal om overheidstaken en verantwoordelijkheden die anders geregeld hadden moeten worden, maar die om redenen van gemak, opportuniteit of corruptie zijn gegoten in vormen die de behoeften van dat moment bevredigen, maar niet persé een vooruitgang zijn voor het eiland op de lange termijn. Ik geef een aantal voorbeelden.

In de jaren 80 en 90 hebben opeenvolgende overheden erg hun best gedaan om diverse overheidstaken te privatiseren. Zo werd bijvoorbeeld onze nationale telefoondienst geprivatiseerd, wat vandaag de dag, na wat reorganisaties door decennia heen, is geresulteerd in de verkoop van de aandelen aan een buitenlandse particuliere onderneming.

Een bijkomend effect van het privatiseren is geweest, dat het vehikel van de stichting is ontdekt. Diverse overheidstaken waarvoor er geen wetgeving bestond, die er wel had moeten zijn, zijn ondergebracht in stichtingen. Een stichting behoeft namelijk geen specifieke wet om te functioneren en kan haar “eigen” beleid maken. Een stichting kan voorts subsidie aanvragen en zo indirect onder de regie van de overheid komen te staan. Immers, wie betaalt, bepaalt – is het idee.

Zo is er door de decennia heen een groot aantal stichtingen in het leven geroepen dat deze overheidstaken “gemandateerd” heeft gekregen, als voorwaarde voor het verkrijgen van subsidie. Er zijn ook enkele stichtingen opgericht door de overheid waarvoor wetgeving is geschreven, waarvan de uitvoering aan die stichtingen is opgedragen.

De vraag is waarom er geen moeite is genomen om de taken die deze stichtingen uitvoeren, te combineren in een grotere organisatie. Te denken valt aan de optie dat er per ministerie een entiteit is, die al dan niet een publiekrechtelijk karakter heeft (een zelfstandig bestuursorgaan) en die het merendeel van de taken die zijn vergeven aan deze stichtingen gaat uitvoeren. Al die stichtingen hebben namelijk een “overhead”: zij moeten besturen, raden van toezicht, personeel, kantoorkosten en operationele kosten betalen. Dat is erg duur. Synergie had veel kosten bespaard in dit kader.

Mijn vermoeden is dat er een stuk gemak zit in dit alles. Het is gemakkelijk om niet te hoeven na te denken over nieuwe wetgeving. Het is vooral gemakkelijk om het wetgevingstraject met al haar waarborgen niet te hoeven doorlopen. Het is ook gemakkelijk om naar wil beleid te kunnen aanpassen, zonder de beperkingen die wetgeving normaliter aan dergelijke aanpassingen zou verbinden.

Het is vooral een gemak om politieke vrienden steeds te benoemen in de besturen en raden van toezicht van deze entiteiten. Daar had de Landsverordening Corporate Governance een einde aan moeten maken. De uitvoering daarvan is evenwel opgedragen aan zo’n overheidsstichting (!!!): Stichting Bureau Toezicht en Normering Overheidsentiteiten (SBTNO). In de praktijk is de kwaliteit van de bestuurders en raden van toezicht wat vooruitgegaan, maar is het nog altijd een politiek spel wie er op die posten wordt benoemd. De voordracht tot benoeming die ter beoordeling wordt gestuurd naar SBTNO, is namelijk steeds afkomstig van een minister.

Het is dus in ieder geval mogelijk om overheidstaken uit te voeren op Curaçao, zonder dat daarvoor een wettelijke grondslag bestaat. Het enige wat je hoeft te doen is een stichting in het leven roepen, subsidie verstrekken en wat overheidstaken toebedelen.

Andere voorbeelden van dergelijke overheidsstichtingen zijn: Curaçao Tourism Development Foundation, Curaçao Investment & Export Development Foundation (CINEX), Fundashon Kas Popular, Fundashon Kuido di Ambulans, Fundashon pa Maneho di Adikshon, Stichting Wegenfonds Curaçao, Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen, Stichting Fonds voor Sociale Ontwikkeling en Economische Bedrijvigheid, Stichting Gaming Control Board, Stichting Kadaster en Openbare Registers Curaçao, Stichting Monumentenfonds Curaçao, Stichting Overheids Belastingaccountantsbureau, Stichting Overheidsaccountantsbureau en de Stichting Studiefinanciering Curaçao.

Op de website van de SBTNO is een complete lijst te vinden van alle overheidsentiteiten en die lijst is lang. Het behoeft denk ik geen betoog dat het er te veel zijn voor een klein eiland als Curaçao; nog los van het antwoord op de vraag of die stichtingen, gezien het vorenstaande, überhaupt enig bestaansrecht hebben.

Als we dan op Curaçao wetten maken, dan hebben we de neiging om hetzij er een geheel eigen draai te geven aan die wetgeving of om juist klakkeloos een kopie te maken van Nederlandse wetgeving, waarbij geen rekening wordt gehouden met de lokale situatie en behoeften. Zo kent Curaçao sinds 1 september 2017 een zelfstandig bestuursorgaan onder de naam Fair Trade Authority Curaçao. Dat is een entiteit die net als bijvoorbeeld de SVB en de Centrale bank (zoals het behoort) bij wet is ingesteld en dus een publiekrechtelijk karakter kent. Echter, de Landsverordening Inzake Concurrentie die ten grondslag ligt aan die entiteit is dermate rigide geformuleerd, dat zij geen rekening houdt met lokale situaties.

Zo wordt een tarievenafspraak tussen huisartsen die bedoeld is om de drempel van de eerste linie zorg laag te houden en zo ook de ziektekosten in het algemeen laag te houden (eerste linie zorg bij huisartsen werkt immers preventief in het moeten maken van hogere kosten bij specialisten), door deze nieuwe entiteit verboden.

Conform eerdergenoemde wet, is het maken van een dergelijke afspraak niet mogelijk. Althans, zo stelt de FTAC, na een klacht te hebben ontvangen van een verzekeraar die het niet eens was met de afspraak, aangezien de verzekeraar een nog lager tarief voor ogen had. Een afspraak die de gemeenschap ten goede zou zijn gekomen, wordt dus door een niet doordachte rigide formulering in de wet verboden.

Dit is een voorbeeld van onbedoelde nadelige bijkomstigheid van wetgeving, die illustreert dat het opstellen van wetgeving niet overgelaten kan worden aan onkundigen. Het illustreert gelijk ook dat leden van ons parlement enig niveau moeten hebben, om in dat college van volksvertegenwoordiging dit soort evidente fouten niet te maken.

Het andere uiterste blijkt ook mogelijk. Onder het kabinet Schotte zijn de straffen voor een groot aantal delicten verlaagd, onder het excuus dat strafwetgeving in concordantie moest worden gebracht met de straffen die elders in het Koninkrijk (lees: Nederland) worden opgelegd voor die delicten. Daar is wederom geen rekening gehouden met de lokale situatie. In Nederland worden die lagere straffen namelijk in de regel gecombineerd met trajecten voor behandeling of resocialisatie van de veroordeelde. Nederland heeft namelijk de middelen om te zorgen voor bijvoorbeeld tbs-klinieken en uitgebreide programma’s van reclassering. Echter, deze voorzieningen kunnen niet door de Curaçaose overheid worden bekostigd en zij ontbreken of, indien zij al bestaan, zijn ze gebrekkig.

Mensen die voor ernstige misdrijven worden veroordeeld, komen als gevolg van dit euvel veel sneller in de samenleving terecht, zonder de nodige begeleiding te hebben gekregen ter voorbereiding op de terugkeer in die samenleving. Een ander voorbeeld is dat de Curaçaose wetgever heel assertief de mogelijkheid heeft ingevoerd tot het opleggen van de tbs-maatregel, terwijl Curacao geen tbs-kliniek kent. Als gevolg hiervan wordt degene jegens wie deze maatregel is opgelegd ofwel in vrijheid gesteld, ofwel naar een ander deel binnen het Koninkrijk gestuurd waar tenuitvoerlegging wel mogelijk is.

Het gevolg van de verlaging van de straffen is voorts dat de gemeenschap geschokt is als er ernstige misdrijven worden gepleegd en er maar zeer lage straffen worden opgelegd. Denk bijvoorbeeld aan de zaak van de zelf geproclameerde pastoor Orlando B., die thans een aanzienlijk lagere straf uitzit dan de straf die hij opgelegd zou hebben gekregen indien de straffen niet waren verlaagd. Dit terwijl drugskoeriers een evenzo hoge straf opgelegd kunnen krijgen.

Ook in politieke sfeer is er wat “onbedoelde” winst geboekt in dat kader. Politiek leider Gerrit S. is bijvoorbeeld veroordeeld voor witwassen, wat voorheen veel zwaarder werd gestraft dan nu. Het gevolg is dat de straf van S. beduidend lager is uitgevallen, dan vóór de wetswijziging het geval zou zijn geweest. Dat laatste roept bij mij toch wel vragen op, nu de verlaging van straffen is bewerkstelligd onder zijn kabinet.

Ik probeer met deze voorbeelden in het bijzonder duidelijk te maken, dat de Curaçaose samenleving en de diverse instanties betrokken bij de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen, helemaal niet klaar waren voor het uniformeren van Curaçaose strafwetgeving aan de Nederlandse. Op de BES-eilanden heeft Nederland er onder meer om die reden voor gekozen, om de straffen in dat Caribisch deel van het Koninkrijk niet te verlagen naar Nederlands niveau. De oude hogere straffen gelden nog altijd op de BES-eilanden.

Bij de staatkundige wijzigingen van 10-10-10 zijn er ook desastreuze “fouten” gemaakt. De overheid van toen is op nogal cruciale plekken “vergeten” regelgeving die eerder gold over te nemen als wetgeving in het Land Curaçao. Ook de overgangsregeling is een ramp. Een wet van het Eilandgebied Curaçao wordt overgenomen als wet van het Land Curaçao, maar niemand kan met zekerheid aangeven aan wie de bevoegdheden (die voorheen toekwamen aan bijvoorbeeld de eilandsraad of het bestuurscollege) binnen het nieuwe bestel van het Land Curaçao zijn vergeven.

Moeten we ervan uitgaan dat als een bevoegdheid aan een college toekwam, het thans ook aan een college moet toekomen, of mag het ook ressorteren onder de Minister waarvan wij het “logisch” vinden dat die een dergelijk taak krijgt toebedeeld? 9 jaar na dato slaagt de wetgever er nog steeds niet in om dat soort problemen op te lossen.

Andere problemen lijken wel opgelost, althans daar wordt nog aan gewerkt Zo is per 1 augustus 2015 de Landsverordening Openbare Orde (LOO) geïntroduceerd. Waarom is dit zo belangrijk? De wetgever is “vergeten” om de Eilandsverordening Bevordering Openbare Orde & Bescherming van de Gemeenschap (EBOOBG) over te nemen als landsverordening (wet) binnen het Land Curaçao.

Het gevolg van de omissie was dat er tussen 10-10-‘10 en 1 augustus 2015 een totale anarchie ontstond, waarbij bewust daden zijn gepleegd die in strijd zouden zijn geweest met de EBOOBG. Door het ontbreken van deze wet heeft de politie ook niet kunnen optreden daartegen. Denk bijvoorbeeld aan de wildgroei in die periode van reclameborden langs de weg, waarvoor normaliter een vergunning nodig was. Denk ook aan illegale vuilstort in die periode, waar effectief weinig tot niks aan gedaan kon worden. Tot op heden ondervinden we de gevolgen van die illegale vuilstort, omdat de plekken die eenmaal bekend hebben gestaan als plekken voor illegale vuilstort, als zodanig kennelijk zijn blijven voortbestaan, met als consequentie dat het heel lastig is om die plekken weer duurzaam schoon te krijgen. Alle particuliere en publieke initiatieven daartoe ten spijt. Met de inwerkingtreding van de LOO is in ieder geval aan de juridische oorzaak van het probleem een einde gekomen.

Een ander niet onbelangrijk voorbeeld van ontbreken van wetgeving is het “vergeten” van het opmaken van wetgeving voor deurwaarders. Voor de buitenstaander is wat ik nu ga aanstippen wellicht ondenkbaar, maar het is helaas werkelijkheid. Na 10-10-‘10 is het zogeheten Deurwaardersreglement komen te vervallen. De reden hiervoor is dat de wet die aan het reglement ten grondslag lag (de Eenvormige Landsverordening Rechterlijke Organisatie) is vervangen door de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie. In deze rijkswet is de wetgever “vergeten” om regels op te nemen voor deurwaarders. Alsof deurwaarders niet bestaan. Dat levert een scala aan problemen op, want strikt theoretisch bezien is de grondslag waaraan deurwaarders hun bevoegdheid ontlenen, de wijze waarop zij worden benoemd en de manier waarop zij hun werk moeten uitoefenen, hiermee opgehouden te bestaan. Deze situatie duurt tot en met heden voort.

Sedert 10-10-‘10 hebben allen die een klacht hebben ingediend tegen het optreden van een deurwaarder steeds van het Gemeenschappelijk Hof te horen gekregen, dat het Hof onbevoegd is om kennis te nemen van de klacht, vanwege het vervallen van het Deurwaardersreglement en bij gebrek aan een vervangende wettelijke grondslag. Vreemd genoeg zijn er sedert 10-10-’10 wel diverse deurwaarders benoemd door opeenvolgende ministers (kabinetten) en die deurwaarders zijn steeds beëdigd door de President van datzelfde Hof, ook na uitdrukkelijk te zijn gewezen op het bestaan van het probleem en het probleem erkend te hebben. De grondslag voor de benoemingen en de beëdigingen is frappant genoeg datzelfde Deurwaardersreglement dat niet meer bestaat. Hoe is dit te rechtvaardigen? Ik heb daar geen bevredigende verklaring voor, maar het baart mij wel zorgen.

Op 21 augustus 2019 is, na wat trammelant in de rechtszaal omtrent de kennelijk dus niet rechtsgeldige benoeming van een deurwaarder, snel de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel inzake deurwaarders op de agenda van het Parlement gezet. De exacte uitkomst is mij niet bekend, maar duidelijk is wel dat het kennelijk nodig is om publiekelijk met klem de aandacht te vestigen op een al 9 jaar bekend probleem, alvorens de betreffende Minister en zijn fractie binnen het Parlement er wat aan gaat doen. In ieder geval is duidelijk dat het initiatiefvoorstel niet is aangenomen door ons Parlement en er vooralsnog dus geen wet is.

Een nieuw fenomeen dat de kop op heeft gestoken tussen Curaçao en Nederland is het ongeoorloofd overbrengen van kinderen door de ene ouder (meestal de moeder) naar Nederland, met achterlating van de andere ouder (meestal de vader) op Curaçao. Met een ander, juridisch niet altijd correct gebruikte term, ook wel aangeduid als kinderontvoering. De oorzaak ligt deels besloten in onwetendheid van vaders omtrent hun rechten en hoe zij die rechten moeten waarborgen. Ook is de oorzaak te vinden in laksheid van zowel de burger (die zijn zaakjes niet regelt) als de overheid die de wet op dit punt niet aanpast. Zo is Curaçao bijvoorbeeld nog één van de weinige landen die het kinderontvoeringsverdrag niet heeft geratificeerd. Onze lokale wetgeving zit zo in elkaar, dat de ongehuwde moeder die een kind baart per definitie het eenhoofdig gezag krijgt over het kind. Ongeacht of de vader betrokken is in het leven van het kind of niet. Dus, voor alle stellen die samenwonen, maar niet gehuwd zijn, geldt dit probleem. Ook voor de ongehuwde stellen die uit elkaar zijn gegaan, maar waarvan de vader actief een rol blijft spelen in het leven van het kind, geldt dit probleem. De vader heeft geen gezag over de minderjarige, hetgeen maakt dat de moeder in theorie kan doen en laten wat zij wil. In de realiteit is dat onjuist, want de belangen van het kind brengen met zich mee dat het kind contact dient te hebben met de moeder en de vader. Met name, heeft het kind recht op voortzetting van dat contact en dat kan niet zondermeer verbroken worden. In de praktijk gebeurt het toch dat het contact wordt verbroken op die manier en wel stiekem. Veelal in de grote vakantie worden kinderen, zonder goedvinden of medeweten van de vader, meegenomen naar Nederland (soms ook andere landen). De vader die niet snel genoeg reageert, loopt het gevaar dus ineens nauwelijks nog contact te kunnen hebben met zijn kind. Voor het kind is dat een ramp. Dat groeit in dat geval onbedoeld zonder vader op, vaak denkende ook dat de vader hem of haar heeft verlaten of dat de vader anderszins verkeerd heeft gehandeld, met alle gevolgen van dien voor het kind. Doordat de wet de moeder in die situatie het eenhoofdig gezag van rechtswege toekent, wordt zij bij de grens niet tegenhouden bij het overbrengen van de kinderen naar een ander land. Anders gezegd: justitie kan er niets aan doen, zolang de wet niet is aangepast.

Hoe moet dit opgelost worden? Als eerste kan op vrij eenvoudige wijze het Kinderontvoeringsverdrag worden geratificeerd. Daarmee is een groot deel van de problematiek van kinderontvoeringen verholpen. Daarnaast kunnen er eenvoudige aanpassingen worden aangebracht in de wet die de gezagsproblematiek bij niet gehuwde ouders oplost. Het is geen “rocket-science”, het is meer een kwestie van doen.

En juist dat doen, daar schort het behoorlijk aan als het om het maken van wetten en wetsaanpassingen gaat. Zo is bijvoorbeeld ook verzuimd om in het kader van autoverzekeringen, al sinds de jaren ‘70, een garantiefonds in te stellen dat voorgeschreven is door de wet. De wet schrijft dus al meer dan 40 jaar voor dat er een fonds moet zijn, maar het is kennelijk nooit opportuun geweest om het fonds daadwerkelijk in te stellen. Het doen wordt kennelijk dus steeds uitgesteld, totdat het is afgesteld.

En dan – last but not least: Sedert 10-10-10 is er een nieuwe cultuur ontstaan bij de overheid terzake het niet naleven van vonnissen of het trachten te omzeilen van de werking van vonnissen. Dat zijn harde uitspraken, maar helaas kan ik legio voorbeelden noemen uit mijn eigen praktijk, waarbij vonnissen niet of pas veel te laat worden nageleefd. Met name als het gaat om uitspraken in zaken die ambtenaren hebben aangespannen tegen de overheid, blijft de uitvoering van die uitspraken uit of duurt het een eeuwigheid voordat ze worden uitgevoerd. De uitvoering bevat dan vaak ook “fouten” en zo kan de betreffende ambtenaar geheel opnieuw beginnen aan een nieuw bezwaar- en beroepstraject.

De mij meest schrijnende voorbeelden in dit kader hebben te maken met de wijzigingen van 10-10-10. Destijds is er een zogeheten Sociaal Statuut opgesteld die de rechtsposities van de ambtenaren van het voormalige Eilandgebied Curaçao en het Land de Nederlandse Antillen moest waarborgen. Uitgangspunt was, dat de ambtenaar zijn functie volgt en dus in het nieuwe staatkundig bestel van het Land Curaçao het equivalent van zijn functie toebedeeld krijgt. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan gaf het Sociaal Statuut precies aan wat er diende te gebeuren.

Daarnaast waren er natuurlijk nieuwe functies en topkaderfuncties die er voorheen niet bestonden, die ook bemand moesten worden. Voor die functies werden er op grond van het Sociaal Statuut open sollicitaties georganiseerd middels een extern deskundig bureau en conform het Sociaal Statuut moest het resultaat van die open sollicitatie leiden tot de benoeming van de beste personen in de correcte functies. Helaas mocht dat niet het geval zijn. De personen die als beste uit de bus kwamen om die topkaderfuncties te gaan bekleden, zijn allen opzij gezet door toenmalige Minister Lia Willems. Willems verklaarde destijds letterlijk op nationale televisie dat al die personen die door het extern deskundig bureau werden voorgedragen voor benoeming “geel” waren, ofwel gelieerd aan de politieke partij PAR. Geen van hen kon dus benoemd worden stelde de Minister en er moest een nieuwe ronde sollicitaties worden uitgeschreven.

Op die manier hebben talloze politieke benoemingen plaatsgevonden destijds. Ik heb een deel van de gedupeerden bijgestaan en dat heeft geresulteerd in uitspraken die het Land Curaçao veroordeelden tot schadevergoeding van tonnen per persoon. Helaas voor de gedupeerden hebben zij ruim 5 jaar moeten procederen om dat resultaat te bereiken en zij hebben daarna nog eens een paar jaar op hun uitkering moeten wachten, want de overheid voerde simpelweg de uitspraken niet uit.

Een ander voorbeeld is te vinden in het appartementencomplex in Pietermaai dat na een uitspraak van het Hof zonder bouwvergunning is komen te zitten en gelet op de inhoud van de uitspraak ook geen nieuwe bouwvergunning meer kon krijgen. De uitspraak dateert van 9 oktober 2015. Tot op heden, ruim 4 jaar later, slagen opeenvolgende Ministers van VVRP er niet in om uitvoering te geven aan de uitspraak. Een gebouw zonder vergunning, dat ook geen nieuwe vergunning kan krijgen, moet immers gesloopt worden. Dat is handhaving van de wet. Het gebouw staat er nog, is inmiddels in gebruik als short-stay verblijf en de wereld draait door alsof het Hof nooit een uitspraak heeft gegeven. In dezelfde zaak is een eerdere uitspraak van de rechter die een bouwstop als gevolg had, omzeild, door de bij die uitspraak van de rechter geschorste bouwvergunning in te trekken en daags erna een nieuwe identieke bouwvergunning (die dus niet geschorst is) uit te geven. Het is frappant dat dezelfde ambtenaren die dit allemaal hebben bewerkstelligd nog steeds werkzaam zijn bij VVRP in dezelfde posities als toen. Ook dat baart mij zorgen, want een vos verliest zijn haren, maar niet zijn streken. Inmiddels is er een groot aantal vergunningen vergeven dat nooit vergeven had mogen worden. De oorzaak: VVRP (lees: bepaalde ambtenaren aldaar) houdt zich gewoon niet aan de wet en aan de eigen beleidslijnen.

Al met al is het dus duidelijk dat the rule of law nogal wat nuances kent op ons dushi Kòrsou. Als het niet is dat we te lui zijn om wetgeving te maken, dan maken we wetgeving die onszelf in de vingers snijdt. Is dat het niet, dan vergeten we zogenaamd om bepaalde wetten in te voeren, met alle gevolgen van dien. We zijn blijven steken in oude patronen van politieke benoemingen, zowel binnen het ambtenarenapparaat als binnen de geweldig daarvoor geschikte overheidsentiteiten. Die overheidsentiteiten zijn ook de kortste weg naar een oplossing voor het niet hoeven maken van wetgeving, met als gevolg dat er gevaar ontstaat voor willekeur en corruptie.

Als het allemaal tegenzit en een oplettende burger de overheid voor de rechter sleept, dan is er nog altijd het remedium van het niet naleven van de uitspraak van de rechter. Zo is het cirkeltje wel rond. The rule of law heeft een eigen Caribische betekenis gekregen op Curaçao. We regeren immers niet bij wet, maar bij wetteloosheid en pretenderen dat we een keurige rechtstaat zijn die alles zelfstandig kan: “nos mes por”.

Mr. Achim K.E Henriquez is advocaat en partner bij Henriquez Law.
Curacao

12 Reacties op “Opinie | Regeren bij wet(teloosheid)

  1. Helemaal eens met de heer Henrriquez, kijk maar in de krant van vanmorgen
    waar word vermeld dat het ambtelijk personeel en stichtingen aankomend jaar 475 miljoen krijgt dat is bijna een derde van het totale inkomen van Curacao, maar wanneer komt er nu een oplossing of toch maar zoals eerder genoemd “Provincie van Nederland”

  2. Als het allemaal tegenzit en een oplettende burger de overheid voor de rechter sleept, dan is er nog altijd het remedium van het niet naleven van de uitspraak van de rechter.

    Of de burger krijgt gelijk maar de rechter weigert een straf op te leggen..

  3. Curacao revisited

    @Commentpolis: zoals eerder ook andere forum leden hebben gezegd, verstrekken de columns van de heer Kuhneman geen enkele nieuwswaarde. De onderwerpen zijn niet concreet, meestal met een open einde en als gevolg niet geschikt voor een column (wellicht dat een academische omgeving er wel geschikt voor zou zijn).
    Ik moedig de commentpolis daarom ook aan om zich meer te focussen op zaken die nu echt relevant zijn voor Curacao zoals:
    * HNO
    * ENNIA (nog steeds geen jaar verslag 2016 en 2017: wanneer publiceren jullie daar eens iets over?!)
    * bestuurders vergoedingen
    * Giro
    * CBCS en de achterstand in regelgeving
    Uiteindelijk wil iedereen op dit forum dat wij als eiland vooruit gaan, en dat lukt alleen als wij ons focussen op hoofdzaken en daar valt de column van Kuhneman helaas niet onder.

    @CR: Commentpolis is wat er staat.

    U dient zich tot de redactie te wenden.

  4. Door dit meedogenloos waarheidsgetrouwe artikel zal de heer Henriques de komende jaren waarschijnlijk niet veel overheids opdrachten toegespeeld krijgen.

  5. Ik had vanwege een client van hem een grote hekel aan Henrriquez maar ben vergeten waarom.

    Dit stuk heeft hij echter uitstekend geschreven. Respet.

  6. Heer Henriguez dank voor deze opinie bijdrage!

  7. Moraal van het zonneklare betoog:
    Er zitten té veel “juridisch intelectueel zwakbegaafden in het parlement!

  8. Curacao revisited

    Perfecte column met praktijk voorbeelden chapeau !
    @comment polis: waarom publiceren jullie nog die vage stukjes van kuhneman?

    Om dezelfde reden waarom jouw vage stukjes nu ook weer worden toegelaten.

    Commentpolis

  9. Prima bijdrage, ondersteunt met diverse praktijkvoorbeelden. Iets wat helaas weinig voorkomt (kunneman).
    Ben alleen bang dat deze man een roepende in de woestijn is.

  10. Huidige politici, vakbonds leiders en directeuren verbannen naar Klein Curacao. En inderdaad een provincie worden.

  11. Freedomwriter

    Nos mes no por!! Dan zie je duidelijk aan de huidige staat van Curacao, na bijna 10 jaar proberen als een autonoom eiland en het steeds slechter worden van de economie en sociale situatie. Dat is de harde werkelijkheid en Curacao heeft een harde hand, regels en toezicht nodig en wordt het hoog tijd om een provincie te worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *