Ingezonden | Opinie ten aanzien van de raffinaderij op Curaçao

Ingezonden brief

Uw ingezonden brief in de Knipselkrant Curacao? Stuur uw brief voor 21:00 uur naar emailadres INGEZONDEN. Wij publiceren uw brief zonder deze in te korten. De redactie van de Knipselkrant Curacao is niet verantwoordelijk voor de inhoud. Ingezonden stukken die opruiende of dreigende taal bevatten worden door ons niet gepubliceerd.

Vandaag laten we Nardy Cramm aan het woord.

De laatste tijd is er veel van doen over de Ecorys-NEI II en het SESNA-rapporten met betrekking tot de raffinaderij.

Ecorys-NEI II heb ik gelezen. Het enige bedenkelijke aan het rapport vind ik de uitgeklede TOR (Terms of References) erachter met de cijfers, die zijn gebaseerd op cijfers van PDVSA zelf, ook al zijn ze aangeleverd via de regering (RdK).


Dat er 18 doden per jaar te betreuren zijn (of meer) waag ik absoluut niet te twijfelen, noch aan de onbetaalbare upgradings-optie van tenminste 3 miljard gulden, afgezien van het feit of er een nieuwe huurder voor zou zijn te vinden.
Wat ik, net als Ecorys, ook sterk betwijfel.

In het de economische impact studie SESNA rapport (Small Enterprise Stimulation Netherlands Antilles, opdrachtgever: de EU) uit datzelfde jaar heb ik wel vertrouwen in het economische cijfermateriaal. Ook omdat ik de EDIR hierin was. Ik heb aldus het veldonderzoek gedaan, maar nooit de resultaten mogen vernemen.

Want helaas is dit onderzoek toentertijd bij oplevering door de Curaçaose overheid geclassificeerd als ‘privileged’ en dus niet beschikbaar voor publiek gebruik.

Zo heeft onze overheid dat bepaald, en klaarblijkelijk nog steeds. Dat mag te denken geven, maar al had ik de resultaten geweten, dan had ik ten aanzien daarvan dus een geheimhoudingsplicht.

Doch een mening mag iedereen hebben. Bovendien hoef je geen expert te zijn om wat het blote oog, de neus en wat common sense waarneemt. Zoals :

  • In de tijd van het onderzoek (2005) was er geen commercieel voordeel van de Isla, buiten wat Antilliaanse werknemers en een beetje inkomsten en wat indirecte werkgelegenheid van de paar service providers die aan de raffinaderij leverden.
  • Echter, als je de gelimiteerde commerciële voordelen afweegt tegen de gezondheids- en milieuaspecten (en kosten), kun je rustig stellen dat de redenen om de raffinaderij in stand te houden gezocht moeten worden in de politieke arena.
  • Waarmee ik bedoel dat er veel “hidden agendas” zijn van diverse Curaçaose politici, alsmede de Venezolaanse autoriteiten om de raffinaderij op Curaçao gaande te houden.
  • Een ander belang wat in 2005 ook een rol speelde waren de bankbelangen. In die tijd zetten veel Venezolanen hun geld op dollarrekeningen op Curaçao om te ontkomen aan de enorme devaluatie. Dat was een tijdelijke extra bron van buitenlandse deviezen, een argument dat heden ten dage geen hoofdrol meer speelt.

De bewoners van Habaai, Kas Chicitu, Marchena, Piscadera en Wishi zullen niet tegen de stankoverlast, milieu- en gezondheidsproblemen in opstand komen omdat ze geen vertrouwen hebben dat de regering na 100 jaar overlast nog iets voor hen zal doen.

En vooral ook omdat ze denken geen alternatief te hebben dan hun gezondheid en mening in te ruilen voor brood op de plank (werk en pensioen).

Tenzij de Curaçaose regering een duidelijk standpunt inneemt ten aanzien van haar volksgezondheid, de internationale wet en regelgeving, en milieumisdrijven afkomstig van de Isla, kan men veilig stellen dat er niets gaat veranderen en PDVSA comfortabel zal blijven doorhuren.

Dreigen te vertrekken zal PDVSA altijd blijven doen om de huurprijs te blijven drukken, een goede onderhandelingspositie te behouden, een vinger in de pap te hebben bij beslissingen en de wettelijke verplichtingen en boetes te blijven ontlopen.

Een ander, zeer hekel punt voor de Curaçaose regering is, hoe moet worden omgegaan met de milieuaspecten als de huur en vergunning worden geëindigd.

Uit diverse haalbaarheidsstudies wordt gesuggereerd dat de ontmanteling van de raffinaderij alsmede van de schoonmaak van de toplaag van de grond alleen al worden geschat op om en de nabij de 0,85 Miljard Nafls om het land weer commercieel aantrekkelijk te maken.

(Shell had in haar jaarverslag van 1985 al 300 miljoen Britse ponden = destijds ook 0,85 miljard Nafls hiervoor gereserveerd).

Waar moet dit geld vandaan komen? De raffinaderij betekent voor Curaçao feitelijk een multidimensionaal probleem welke vraagt om een multidimensionale oplossing.

Ten tenzij de Curaçaose regering bereid is de eerste stap te maken om de licentie in trekken en het huurcontract op te zeggen niemand in de hele wereld zou serieus met de Curaçao regering onderhandelen over de schoonmaak en vervolgens herontwikkeling van het gebied, laat staan het te financieren.

glas half leeg of half vol?

Er is evenzoveel goed nieuws:

Er zijn veel ontwikkelingsmogelijkheden voor de grond waarop de raffinaderij staat. Het betreft een kostbaar stedelijk gebied met een zeer grote, beschutte en diepe natuurlijke haven, welke een substantiële maritieme potentieel heeft zodra het is schoongemaakt.

De historie heeft geleerd dat particuliere initiatieven altijd de beste optie zijn om tot de mooiste en beste ontwikkelingen te komen.

En in het geval van bijvoorbeeld het initiatief Greentown gaat er al iets een hele goede richting uit.

De Curaçaose regering heeft echter een meer holistische economische ontwikkelings benadering nodig om dergelijke initiatieven consistent en duurzaam te stimuleren.

De schoonmaak op zich, alsmede de logisch daarop volgende ontwikkeling van het kostbaar stedelijk gebied met de diepe haven in een geologisch-strategisch punt tussen Noord-Midden en Zuid-Amerika zou aanzienlijke werkgelegenheid kunnen creëren, evenals een nieuwe bron van buitenlandse inkomsten voor de regering.

Conclusie:

De woorden de politieke wil en overtuiging blijven essentieel. Anders blijft Curaçao in dezelfde greep als de jaren ‘85 hangen en zal geen enkele serieuze kapitaalkrachtige partij (of partijen) aan tafel komen zitten om schoonmaak en ontwikkeling te onderhandelen.

Nardy Cramm
(voormalig SESNA onderzoekster),
Curacao

Achtergrond over de schrijfster:
Vanaf 1996 heb ik in verband met een rechtenstudie aan de UNA diep en jarenlang onderzoek gedaan naar de aansprakelijkheid voor de lucht, water en bodemvervuiling afkomstig van 80 jaar olieraffinage op Curaçao. Ik beoogde ermee een scriptie klaar te leggen voor t.z.t. als de raffinaderij opgedoekt en ontmanteld moest worden.

Dankzij jarenlang geduld, veel gesprekken met betrokkenen en diverse contacten met welwillenden beschikte ik op een bepaald moment over de belangrijkste stukken die inzage gaven in de complexe materie. Door ook de nodige tegenwerking ben ik diezelfde scriptie 2x kwijtgeraakt, maar als ik t.z.t. tijd heb zal ik hem nog eens herschrijven. Zover is het nu nog niet.

Vanaf 2004 raakte ik als onderzoeker (EDIR) betrokken in een SESNA project om reële en concrete economische data te verzamelen m.b.t. de economische impact van de raffinaderij op de economie op Curaçao. Zoals bekend zijn de resultaten hiervan in de Staten gepresenteerd. Het finale rapport zelf is echter zoekgeraakt bij de Kamer van Koophandel, de Centrale Bank en de Milieudienst en nimmer teruggevonden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *