Opinie | Verkeerde vraag Rekenkamer bij UTS

Opinie Willem Cecilia

Regering betaalt helft proceskosten, wetswijziging in de maak | Persbureau Curacao

Ik heb kennisgenomen van het feit dat de huidige regering van Curaçao besloten heeft het cassatieproces voort te zetten aangaande het voorgenomen onderzoek bij dochteronderneming UTS nv door de Algemene Rekenkamer Curaçao (ARC).

Tevens is het proces opgestart voor een wetswijziging om duidelijkheid te scheppen over de bevoegdheden van de ARC om onderzoek te verrichten bij overheids-nv’s om zo de integriteit te waarborgen en good governance te garanderen.

Aanleiding van het onderzoek bij UTS is een op 9 december 2014 aangenomen motie in de Staten van Curaçao waarin ARC verzocht wordt om een diepgaand onderzoek te doen naar het gevoerde beleid van UTS en haar dochterondernemingen vanaf het jaar 2010.

De ARC heeft besloten gevolg te geven aan de motie en een onderzoek te starten naar het gevoerde beleid door het bestuur, de Raad van Commissarissen (RvC) en de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van UTS.

De centrale vraag bij het onderzoek is als volgt: Is het beleid van het bestuur, de Raad van Commissarissen en de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van UTS inclusief de daaronder vallende dochterondernemingen vanaf 2010 rechtmatig, transparant en doelmatig geweest?

UTS heeft zich op het standpunt gesteld dat de Rekenkamer niet bevoegd is het aangekondigde onderzoek uit te voeren. Partijen zijn overeengekomen de uitvoering van het onderzoek op te schorten in afwachting van de uitkomst van een rechtszaak. Vooralsnog heeft het Land aan het langste eind getrokken in eerste aanleg en hoger beroep en wenst nu het proces in cassatie voort te zetten, om zogenaamd duidelijkheid te scheppen over de bevoegdheden van de ARC.

Het Land (Curaçao) heeft aandelen in verschillende ondernemingen, waaronder UTS, wat betekent dat de overheid risicodragend kapitaal heeft ingebracht en in ruil daarvoor aandelen heeft ontvangen. Aandeelhouders zijn (deels) eigenaar van deze ondernemingen. In ruil voor de risicodragende kapitaalinvestering hebben aandeelhouders, en dus ook het Land, bepaalde rechten en bevoegdheden, vastgelegd in het vennootschapsrecht. Deze bevoegdheden gebruikt het Land als aandeelhouder om invloed uit te oefenen op de activiteiten van de onderneming en om de publieke belangen die deze onderneming behartigt, veilig te stellen.

Een onderzoek door de Rekenkamer kan gelast worden als grote investeringen door een onderneming waar het Land aandelen in heeft, niet altijd even transparant en aantoonbaar worden getoetst aan het publiek belang. Een onderzoek door de Rekenkamer past ook in de lijn van een onderzoek naar risico’s voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Het Land dient regelmatig overzichten te ontvangen van risico’s voor de overheidsfinanciën. Deelnemingen vormen namelijk een deel van het risicoprofiel van het Land, omdat hier risicodragend kapitaal wordt geïnvesteerd.

De onderzoeksvragen kunnen ter zake als volgt worden geformuleerd: Wat is het beleid voor het beheer van overheidsdeelnemingen en hoe geeft de overheid in de praktijk invulling aan zijn rol als aandeelhouder van overheidsdeelnemingen? En: Wat is de kwaliteit van de informatie die de Staten van Curaçao krijgt over (het beheer van) overheidsdeelnemingen?

Voor zo’n onderzoek naar de bevoegdheden van aandeelhouders zal een Algemene Rekenkamer (in Nederland) normaliter het vennootschapsrecht bestuderen en de statuten van de deelnemingen. Verder zal gekeken worden naar de cijfers en gegevens uit de jaarverslagen over het beheer van overheidsdeelnemingen die jaarlijks worden uitgebracht. Er worden beleidsnota’s over (het beheer van) overheidsdeelnemingen bestudeerd om een beeld te krijgen van het beheer, en verslagen van parlementaire discussies geanalyseerd om een beeld te krijgen van de informatievoorziening aan de Tweede Kamer.

Om zijn onderzoeksvraag te beantwoorden vordert ARC echter dat UTS verplicht wordt zonder enige beperking medewerking te verlenen aan het onderzoek, zoals aangekondigd in hun brief van 1 april 2015, en dat alle bij UTS werkzame personen verplicht zijn de inlichtingen en stukken te verschaffen die de Rekenkamer en haar deskundigen voor het onderzoek nodig achten. Tevens dient UTS te worden bevolen de onderzoekers van de Rekenkamer toe te laten tot al haar lokalen, haar medewerkers op te dragen aan het onderzoek mee te werken en te dulden dat de onderzoekers stukken en elektronische informatie zullen inzien, downloaden en kopiëren, op straffe van verbeurte van dwangsommen.

Via het aandeelhouderschap in ondernemingen kan de overheid invloed uitoefenen op deze ondernemingen en zo – aanvullend op de wet- en regelgeving – het publiek belang waarborgen. Het aandeelhouderschap is een privaatrechtelijk sturingsinstrument waardoor de sturingsrelatie tussen de overheid en de onderneming in de privaatrechtelijke sfeer terecht komt. Het Land als aandeelhouder is gebonden aan het vennootschapsrecht. Het sturen op het publiek belang moet dus vorm krijgen binnen het sturingsinstrumentarium dat het vennootschapsrecht de aandeelhouder biedt. De bevoegdheden die op grond van het vennootschapsrecht aan de algemene vergadering van aandeelhouders toekomen, kunnen dus ook door het Land worden uitgeoefend.

Verschillende bevoegdheden in het vennootschapsrecht kunnen alleen door de aandeelhouders worden uitgeoefend als deze bevoegdheden ook expliciet in de statuten van de betreffende overheidsdeelneming zijn geregeld.

Mijn voorlopige conclusie is daarom dat de centrale vraag van ARC bij het voorgenomen onderzoek bij UTS verkeerd is geformuleerd en dientengevolge een verkeerde methodiek van onderzoek wordt toegepast, met alle gevolgen van dien.

Willem A. Cecilia MBA is griffier van de Eilandsraad op Bonaire. De geraadpleegde literatuur is: De Staat als aandeelhouder. Over het beheer van staatsaandelen (2015), Investeringen TenneT in Nederlands hoogspanningsnet. Toezicht van het Rijk op het publieke Belang (2015) en het vonnis in de zaak het Land Curaçao tegen UTS nv van 10 januari 2017.

Bron: Antilliaans Dagblad

3 Reacties op “Opinie | Verkeerde vraag Rekenkamer bij UTS

  1. Renée van Aller

    Contracten moeten al tijdelijk zijn op grond van de
    Comptabiliteitsverordening. Daar wordt vaak niet de hand aan gehouden. Als er geld kan worden verdiend, is de wet van elegant elastiek. Men kan er dan alle kanten mee op, behalve de goede. Dat blijkt uit de praktijk.
    Waarom zouden de volksvertegenwoordigers de regering niet deugdelijk controleren, in plaats zich te gedragen als jaknikkers en applausmachines van de regering. Bovendien zou de regering (en de Staten) zich meer aan moeten trekken van de doorwrochte adviezen van de AR, RvA, CAD en zo voort. Elke keer schalt de roep om meer controle. Dat is onzin. Er is controle, maar die werkt niet of de goede adviezen worden niet gevolgd. De C(A)FT zou niet nodig zijn als de wettelijke controleurs van de regering, dat beleid met ogen op steeltjes zouden volgen en slecht bestuur strikt zouden afstraffen. Dan kan men wonderen zien gebeuren. Renée van Aller&John de Vries

  2. Hoe had de ‘centrale vraag van de ARC’ dan wel moeten zijn geformuleerd? Het was handig geweest als Hr. Cecilia dat had aangegeven. Of is hier sprake van de ‘beste stuurlui …..’?

  3. Ik begrijp het belang van juridische kaders binnen de politiek, maar geloof niet in verzinsels als Good Corporate Governance. In de praktijk is het niets anders dan ‘wit wassen’ van politieke beslissingen. Er moeten politiek onafhankelijke controle mechanismen komen, want een RvC is dat niet. Ook moeten er weer tijdelijke, 3-5 jaar, contracten ingevoerd worden voor directeuren van overheid NVs en Stichtingen. Alleen dan kunnen machten en belangen gescheiden worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *