Opinie | Voorstellen voor economische groei: regeren is vooruitzien

Opinie door Marguérite Nahar

Voorstellen voor economische groei in de toekomst: regeren is vooruitzien | Bea Moedt

1. Overgang naar duurzame energie-opwekking. Toelichting: Deze ontwikkeling is niet meer te stuiten. Het betreft een evolutionair proces, vanaf de primitieve houtverbranding door de oermensen naar turf, vervolgens naar kolen, toen naar fossiele brandstof specifiek met nadruk op de eindproducten van de olie-industrie en tegenwoordig met de overgang via aardgas naar duurzame energie-opwekking.

Om dit doel te bereiken moeten wij geleidelijk aan over¬stappen van de raffinage van crude in de olie-industrie (dus van de productiesector) naar de “trading” sector, want voor het verhandelen van de eindproducten zijn veel geringere investeringen vereist en valt er veel meer te verdienen. Bovendien beschikt Curaçao al over een “eigen” middel daartoe, in de vorm van Curoil, een ONV die ervaring, know-how en de nodige bedrijfsmiddelen heeft om deze economische pijler uit te bouwen. Voor het verhandelen van olie-producten hoeven wij dus geen buitenlandse partner aan te trekken. Wat wel nodig zal zijn, is dat wij niet alle zes (6) pieren in de oil terminal aan één enkele buitenlandse “partner” in beheer en exploitatie geven.

RdK is bezig op eigen kosten Jetty-2 (die sedert 1994 buiten de Lease met PDVA valt) te renoveren voor 4,6 miljoen USD en had reeds in december 2015 een MoU met Curoil ondertekend dat die pier aan Curoil in exploitatie zou worden gegeven. De trading sector is bovendien niet belastend voor het milieu: niet met luchtverontreiniging en evenmin met bodem¬verontreiniging. Aan de beoogde voortzetting van raffinage-activiteiten met een gemoderniseerde Isla, is een veel groter risico verbonden dan aan de handel in olie producten, want:

1º met de wereldwijde verschuiving vanuit de fossiele industrie naar duurzame energie-opwekking, zal er steeds minder vraag zijn naar de huidige bestaande eindproducten in de fossiele industrie, terwijl bovendien een gemoderniseerde Isla-raffinaderij zou moeten concurreren met de Citgo raffinaderij in Aruba, met Staatsolie in Suriname en met diverse andere raffinaderijen in omringende landen, Venezuela, Colombia, de Dominicaanse Republiek, Trinidad.

Dus er zal ontegenzeggelijk veel minder vraag op de wereldmarkt zijn voor fossiele eindproducten, terwijl het aanbod nu reeds in het jaar 2017 ruimschoots kan voldoen aan de bestaande vraag.
Dit is momenteel het geval, getuige het feit dat er enorme reserves van eindproducten van de olie industrie in tank farms over de hele wereld verspreid, opgeslagen zijn.

Er bestaat al enkele jaren een duidelijk waarneembare krimp in de olie industrie wereldwijd, en dit ondanks de beschikbaarheid van de grondstof (crude oil) tegen een prijs die slechts 50% bedraagt van het prijsniveau van enkele jaren geleden. De fossiele industrie is zijn hoogtepunt inmiddels echt gepasseerd en is onweerlegbaar op zijn retour en dan is het onverstandig om miljarden te steken in de modernisering van de Isla.

Wat wel nuttig en nodig en bovendien lucratief zal zijn, is: tijd, geld, aandacht en energie te steken in de bouw van de LNG-terminal, niet om de Isla in de toekomst met LNG te kunnen stoken, maar specifiek voor de verhandeling van dat fossiele eindproduct (gas). Het meest voor de hand liggend is om (conform de scenario’s zoals omschreven in het Ecorys rapport) de Isla raffinaderij geleidelijk te ontmantelen en tegelijkertijd de vervangende industriële sector op het achterland van Bullenbaai te ontwikkelen. De relevante passages uit het Ecorys rapport zijn hierbij aangehecht.

Het zou zinvol kunnen zijn de lease met PDVSA ingaande 01-01-2020 speciaal met dat oogmerk (van geleidelijke ontmanteling) te verlengen met drie (3) jaar.

2º een gemoderniseerde Isla is veel minder arbeidsintensief, zal voor 90% computergestuurd zijn en zal dus veel minder werkgelegenheid verschaffen. Hetzelfde geldt voor de LNG-terminal voor de exploitatie waarvan uiteindelijk slechts 40 m/v aan mankracht vereist zal zijn. De opbrengst uit de exploitatie van de LNG-terminal zal echter het geringe aantal arbeidsplaatsen meer dan ruimschoots compenseren. Met de verdiensten uit throughput charge alleen al, kan er miljarden USD per jaar behaald worden -gezien de omloopsnelheid van de exploitant-. Maar een conditio sine qua non daartoe is: dat de LNG-terminal en de diepzeehaven op Bullenbaai volledig in eigendom van Curaçao blijven, dus onder géén voorwaarde onder een B.O.O.-concept door een buitenlandse entiteit moet worden gebouwd. Onder het B.O.O. concept wordt de bouwer tevens eigenaar van de LNG- terminal en via “natrekking” wordt de aangrenzende waterkavel (een groot gedeelte van de diepzee haven) ook eigendom van die bouwer/exploitant. Bert Pieters heeft nog steeds alle gegevens en contacten met buitenlandse entiteiten die de LNG-terminal voor ons kunnen bouwen, zonder dat de B.O.O. constructie wordt toegepast.

3º Het is uitermate onverstandig dat we ons -wederom- afhankelijk maken van één enkele buiten¬-
landse strategische partner/investeerder, we moeten juist streven naar zoveel mogelijk entiteiten die een verscheidenheid van industriële vestigingen kunnen doen. Daarmee bereiken we de nodige risicospreiding. Vooral omdat die ene enkele buitenlandse partner van wie wij ons afhankelijk willen maken, zelf ook onderworpen is aan de ontwikkelingen op de oliemarkt, die ook buiten diens macht en invloedssfeer liggen.

Zelfs Saoedie-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten zijn momenteel naarstig bezig om hun economische afhankelijkheid van de olie te verminderen door diversificatie van hun economie, met doelgerichte pogingen om die op meerdere pijlers te laten steunen. Bijvoorbeeld toerisme, hun project van “Gateway to the Far East” (een gigantische Vrije Zone met overslagcapaciteiten van en naar het Verre Oosten, vergelijkbaar met het Curinde concept hier). En momenteel (last but not least) met de entertainment industrie (met de constructie van dat grote pretpark) en tot slot de ontwikkeling van een sector voor financiële dienstverlening (vergelijkbaar met onze Trust-sector hier). Dit alles is op dit moment gaande in de Golf staten.

Regeren is vooruitzien en niet achteruit kijken en de blik in een tunnelvisie gericht houden op een industriële activiteit die zijn langste tijd gehad heeft en die noodgedwongen en onherroepelijk zal worden afgebouwd als wij voldoende zuurstof in de dampkring willen behouden en willen vermijden dat er door jarenlange affakkeling in raffinaderijen enorme hoeveelheden zuurstof aan de atmosfeer worden onttrokken.

2. Diversificatie van de economische pijlers waarop onze economie in de toekomst moet steunen, is dus een noodzaak en dat is een veel verstandiger beleid dan -tegen beter weten in- te blijven vast¬houden aan de tunnelvisie dat koste wat kost, de Isla gemoderniseerd moet worden, of dat er een nieuwe raffinaderij op Bullenbaai moet worden gebouwd. Ook dat laatste alternatief is niet in het landsbelang van Curaçao, want zie de redengeving sub 1º, 2º en 3º hierboven.

Over een poosje raakt de gemoderniseerde Isla haar eindproducten aan de straatstenen niet meer kwijt. En de prijs die wij voor een nieuwe raffinaderij moeten betalen is aanvankelijk wel lager, maar uiteindelijk nog veel hoger dan wat wij voor de modernisering van de Isla moeten opgeven, want als de nieuwe raffinaderij op Bullenbaai gebouwd wordt, is het plan voor de groot¬schalige ontwikkeling van het achterland met een diversiteit van industriële vestigingen ten dode opgeschreven. Dan is de mogelijkheid ons ontnomen zijn om onze unieke logistieke positie op de maritieme snelweg tussen Europa en het Panamá kanaal zelf in eigen beheer te exploiteren met de opslag en overslag van stuk- en bulkgoederen, met de transitohandel, met onshore en offshore bunkering via onze diepzeehaven en met de diversiteit van verschillende industriële vestigingen op het achterland, waarbij de output daarvan niet onderworpen is aan de onvoorspelbare ontwikkeling van één enkele sector van de wereldmarkt (de oliesector), zoals het geval zal zijn bij de bouw van de nieuwe raffinaderij op Bullenbaai.

Risicospreiding, veel groter rendement, meer werkgelegenheid en minder afhankelijkheid van één enkele buitenlandse strategischer partner, zal ongetwijfeld in een nood¬zake¬lijke belangenafweging de balans doen doorslaan naar de keuze voor de ontwikkeling van het achterland op Bullenbaai in eigen beheer. DAT ligt in het landsbelang van Curaçao en als we nu de verkeerde keuze maken en kiezen voor de tunnelvisie van voortzetting van raffinage-activiteiten, dan hebben we ons inderdaad laten outsmarten door de Chinezen.

Ik had dit al voorspeld in mijn ingezonden stuk onder de titel “We hebben ons laten outsmarten”. Ik citeer hier letterlijk daaruit: “Onze beste national assets zijn de twee diepzeehavens te Schottegat en Bullenbaai. Terwijl het MDPT hier op Curaçao in paginagrote betaalde advertenties bekend maakt dat GZE de Isla voor ons gaat moderniseren voor 3.4 MILJARD USD en ons voorspiegelt hoeveel garanties GZE ons daartoe aanbiedt in de ondertekende HoA, tegelijkertijd maakt GZE zelf doodleuk in de wereldpers bekend dat ze op Bullenbaai een nieuwe raffinaderij gaan stichten. Dit impliceert dat ze de Isla niet gaan moderniseren.

Dus al die mooie beloften zijn van nul en gener waarde. Ze hebben een spierinkje uitgegooid (modernisering) om de dikke vette kabeljouw (de Bullenbaai) te vangen. Het is het toppunt van naïviteit dat wij als zoete koek hebben geslikt dat GZE 3½ MILJARD USD zou spenderen aan de modernisering, bij welk bedrag is inbegrepen minstens 1 MILJARD aan saneringskosten van een milieuschade die niet door hunzelf is veroorzaakt??? En DAT, terwijl ze voor een fractie van die prijs een nieuwe raffinaderij op Bullenbaai zouden kunnen bouwen? Wij hebben ons met open ogen laten outsmarten. EINDE CITAAT uit mijn ingezonden stuk d.d. 14 december 2016.

En ziehier de laatste ontwikkelingen in dat China avontuur. Nu wordt er zonder blikken of blozen gewag gemaakt van de bouw van een nieuwe raffinaderij op Bullenbaai. Het valt nog te bezien of de constructie van een raffinaderij in de aanvliegroute van onze luchthaven op zo korte afstand van de landingsbaan niet in strijd is met de ICAO-voorschriften. We moeten elke mogelijke blunder op luchtvaartgebied vermijden nu wij al enkele jaren lang wanhopig bezig zijn de Categorie I status te heroveren. Is er al onderzoek hiernaar gedaan? Naar obstakels in de aanvliegroute?

Wij moeten serieus in overweging nemen, welk toekomstig economisch beleid het meest in het landsbelang van Curaçao is. Bij een belangenafweging tussen een tunnelvisie en een mogelijkheid tot diversificatie van onze economische pijlers, verdient het aantrekken van arbeidsintensieve en schone industrieën op het achterland op Bullenbaai de voorkeur om werkgelegenheid te creëren.

Wij hebben de middelen al beschikbaar met het terrein van 283 ha achter de oil terminal, dat al is aangewezen tot industriegebied in het EOP. En met de haven die (nog steeds, maar hoe lang nog?) ons eigendom is, met de reeds beschikbare pieren in de oil terminal. Hiermee wordt op duurzame basis werkgelegenheid geschapen, met risicospreiding waarbij we niet afhankelijk zijn van het wel en wee van één enkele buitenlandse strategische partner/investeerder. En tevens afhankelijk van de (wellicht negatieve) ontwikkelingen op de wereldmarkt in één specifieke sector, de olie-sector welke ontwikkelingen ook geheel buiten de macht en invloedssfeer van onze ene enkele buitenlandse investeerder liggen.

Marguérite Nahar
Juriste Marguérite Nahar was tot medio oktober extern juridisch adviseur van Refineria di Korsou (RdK)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *