Orde op zaken

 

De overheid heeft de vereiste bedragen voor het betalen van de salarissen van het onderwijspersoneel van de confessionele schoolbesturen nog niet overgemaakt. Dit had tot gevolg dat tal van leerkrachten vanochtend nog in het ongewisse waren of ze überhaupt voor de feestdagen uitbetaald zouden worden. Immers, lukt het vandaag niet dan komt de uitbetaling van de salarissen op zijn vroegst op 2 mei.

Onderwijs-minister Carlos Monk (PS) wijst met een beschuldigende vinger naar de schoolbesturen en stelt dat zij hun zaken niet op orde hebben. Lisette van Lamoen-Garmers van het Rooms Katholiek Centraal Schoolbestuur (RKCS) wijst alle beschuldigingen van de hand.

Centraal in deze zaak, die al tien dagen speelt, staan de jaarverslagen van de schoolbesturen, die volgens de minister niet bij de regering zouden zijn ingediend. Het RKCS stelt dat de betrokken jaarverslagen wel tijdig zijn ingediend. Dit wijst op een totaal gebrek aan communicatie tussen schoolbesturen en de overheid en binnen het bestuurlijk apparaat, waar de jaarverslagen van het RKCS ergens zouden rondslingeren.

Nog kwalijker is de stelling van Monk, dat de schoolbesturen de ontstane situatie maar zelf moeten zien op te lossen. Dit had tot gevolg dat de schoolbesturen hals over kop in onderhandeling moesten treden met de lokale banken om tot afspraken te kunnen komen om de salarissen alsnog uit te betalen.

De situatie van vandaag is verre van ideaal. Leerkrachten, die wel de hele maand hebben gewerkt, kunnen niet worden uitbetaald en hebben met de feestdagen voor de deur grote vraagtekens of zij een ‘pastechi’ kunnen kopen om de honger enigszins te stillen.

De houding van de regering roept ook vraagtekens op. Vooral de halsstarrige houding van Monk, die niet eerder heeft gereageerd op de stelling van de schoolbesturen dat de jaarrekeningen wel op tijd zijn ingediend, daardoor het personeel op de scholen dupeert en de jaarrekeningen als een soort dwangmiddel gebruikt in zijn Don Quichot-strijd tegen het RKCS.

Het beeld dat overblijft is dat van een overheid die duidelijk haar zaken niet op orde heeft, niet weet wat voor stukken er bij haar binnen zijn gekomen, constant olie op het vuur gooit en irritatie en boosheid opwekt bij een grote groep werknemers.

Het idee dat het RKCS een frauduleus instituut is dat met cijfers sjoemelt zit zo diep in Monk geworteld, dat hij in zijn strijd om deze aantijgingen te kunnen bewijzen ook de andere schoolbesturen meesleurt in een neerwaartse spiraal. Het onderwijs kampt al met grote tekorten. In plaats van meer geld in het onderwijs te stoppen, kiest de minister ervoor om de kraan (tijdelijk) dicht te draaien. Docenten raken verder gedemotiveerd en de rekeningen stapelen zich op. Van deze machtstrijd zijn uiteindelijk de leerlingen het slachtoffer. In dit spel gaat het om het recht van de sterkste en is het recht van het kind op onderwijs ondergeschikt.

Bron: Amigoe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *