Parool | ‘Kaasroute’ leidt tot strafzaak tegen Amsterdammers

Twaalf jaar na groostste drugsvangst tot dan Door: Paul Vugts | Parool

De wrakke zeesleper Otton, waarin de 35 balen met elk dertig kilo cocaïne verstopt zaten. © politie

De wrakke zeesleper Otton, waarin de 35 balen met elk 30 kilo cocaïne verstopt zaten.

Ruim twaalf jaar na de vondst van vier ton cocaïne, Nederlands grootste drugsvangst tot dan, staan de vermoede hoofdrolspelers voor de rechter. Verdachten én getuigen zijn kleurrijke figuren uit het Amsterdamse milieu.

‘Bizarste zaak ooit’

‘Dit is de bizarste strafzaak die ik ooit heb gezien,’ zegt Bart Nooitgedagt, advocaat van Rens W. ‘Het tijdsverloop, en hoe justitie onvoorstelbaar veel energie heeft gestoken in reizen naar de VS, Colombia, Australië… Nu komen ze met drie clowngetuigen.’ Raadsman Marnix van der Werf van Thom B.: ‘Mijn cliënt kent Hensley J., Van Kouwen en Harry W., maar zij zijn als getuigen volstrekt onbetrouwbaar. Hij is zich van geen kwaad bewust.’ Rutger Lonterman, namens Marco P.: ‘Dit is één kulverhaal. Dan druk ik me parlementair uit. Dat hij in deze zaak is gesleept, vloeit voort uit de frustratie van justitie omdat de eerdere zaak als een nachtkaars is uitgegaan.’

Voetbalsponsor

Verdachte Heino B. is in Noord bekend als sponsor van amateurvoetbalclub ASV De Dijk. Zeker sinds die club in enkele jaren meermaals promoveerde met spelers over wie het gerucht ging dat ze onderhands werden betaald, rees het beeld dat B. drugsgeld in de club stak. Daarvan is beslist geen sprake, zegt B’s advocaat, Tom Nieuwburg: ‘Ten eerste heeft de onderzoeksrechter mijn cliënt in deze zaak meteen vrijgelaten vanwege onvoldoende aanwijzingen voor zijn betrokkenheid. Nadien doken nog getuigen op, maar ook zij leveren ons inziens geen bewijs tegen B. Hij is bovendien uitentreuren gecontroleerd door de Belastingdienst en in zeer strenge procedures in het kader van de Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur. Van criminele activiteiten is ook in die onderzoeken niet gebleken.’

Het Colombiaanse drugskartel en de afnemers in Nederland hadden bedacht dat een partij cocaïne met een marktwaarde van honderden miljoenen euro’s het best in de wrakke zeesleper Otton naar Nederland kon worden verscheept.

Dat de boot onderhoud behoefde, waartoe een werf in Antwerpen was verkozen, kon een leek van op afstand zien. Een plausibele dekmantel, in die zin. Achteraf moet de keuze voor de gammele sleepboot worden beoordeeld als een gevalletje ‘penny wise’ and ‘pound foolish’.

Cocaïne
De tot forse straffen veroordeelde bemanning bekende dat de 135 balen met elk dertig kilo cocaïne door twee langszij gekomen speedboten op de Otton waren gezet in de wateren tussen Venezuela en Curaçao. De drugsberg was vakkundig verstopt in een geheim compartiment in het middenschip, tussen de motoren.

De overtocht verliep wonderwel voorspoedig, maar de loods die in de nacht van 17 op 18 augustus 2003 aan boord kwam om het schip naar de Antwerpse haven te leiden, sloeg alarm over de deplorabele staat van de sleper en besloot die aan de dichtstbijzijnde kade te laten afmeren, in Vlissingen. Hij had geen benul van de miljoenenlading.

Tip
Pas gaandeweg bleek de Otton de vracht te bevatten die de recherche al sinds mei verwachtte, na een tip uit het criminele milieu dat de Antilliaan Hensley J. uit Lelystad een grote partij zou binnenhalen.

Het geluk hielp de autoriteiten een handje. Nederlandse douaniers die 18 augustus aan boord waren gekomen, hadden niets verdachts opgemerkt – ook doordat de organisatie vervalste bouwtekeningen van het schip in de kapiteinshut had gelegd.

De Criminele Inlichtingendienst én de Amerikaanse Drug Enforcement Administration kwamen gaandeweg met cruciale tips. Toen in de middag van 20 augustus nieuwe opsporingsambtenaren door het tellen van de spanten in het middenschip hadden vastgesteld dat daarin nog een ruimte moest zijn verborgen, troffen ze de 4050 kilo cocaïne aan – met een marktwaarde die ze op 200 miljoen euro raamden.

Capaciteitsgebrek
Kapitein en bemanning werden gearresteerd en veroordeeld tot straffen oplopend tot negen jaar cel. In een parallel proces kregen Hensley J., drie in een vakantiehuisje in Ermelo gearresteerde Colombianen en een Mexicaan vergelijkbare straffen.

Vanwege capaciteitsgebrek en omdat de bestrijding van drugshandel toentertijd minder prioriteit had, joeg de recherche aanvankelijk niet verder op de initiatiefnemers en financiers van het megatransport.
Dat veranderde toen overzees én in Nederland nieuwe, opmerkelijke getuigen opdoken.

Honderdduizend kilo
In de Verenigde Staten werden de leiders van het Colombiaanse kartel Los Mellizos gepakt, dat de cocaïne had geleverd. Los Mellizos, ‘de tweeling’, werd geleid door de broers Mejia Munera, van wie Victor tijdens zijn arrestatie was doodgeschoten, maar van wie Michael via plea bargaining een deal had gesloten waarna hij bekende dat zijn organisatie honderdduizend (!) kilo cocaïne had verscheept naar Mexico, de VS en Nederland.

Over laatstgenoemde drugslijn, die het kartel vrij vertaald aanduidde als ‘de kaasroute’, zouden zeker vier schepen zijn gestuurd, bestemd voor een groep in Amsterdam. Na hun grote baas legden de afgelopen jaren tal van Colombianen verklaringen af, waaruit het Amsterdamse Openbaar Ministerie een patroon opmaakt.

Oranjewerf
In september 1998 zou onder het mom van onderhoud het schip Svetlana zijn afgemeerd bij de Oranjewerf in Amsterdam-Noord, waarna vijfhonderd kilo cocaïne uit een geheime bergplaats zou zijn gehaald.
In januari 1999 zou de truc zijn herhaald met de Koros, met volgens de schatting van justitie 1620 kilo coke.

In december 1999 werd, ook weer op de Oranjewerf, de Pearl II gepakt met 2006 kilo cocaïne aan boord. Ook met betrekking tot die drie transporten noemden de getuigen hetzelfde groepje verdachten.

Scheepsbouwers
Heino B. (50), telg uit een zeker in Amsterdam-Noord bekende familie van scheepsbouwers, was een vaste onderaannemer wiens bedrijf op de Oranjewerf schepen schilderde én hij had op vergelijkbare wijze een zeer bruikbare positie in de haven van Antwerpen – is de visie van justitie. De aanklagers vermoeden dat hij letterlijk en figuurlijk veilige havens bood aan de cokeschepen.

Zijn jeugdvriend Marco P. (50), eerder veroordeeld voor het faciliteren van Amsterdamse criminelen, en Thom B. (61) zouden de invoer van de partijen hebben gecoördineerd. Thom B. zou een voorname gesprekspartner van de Colombianen zijn geweest. De vierde verdachte die de komende weken terecht staat in ‘de bunker’ van de rechtbank in Osdorp, Rens W. (47), zou in de criminele organisatie verantwoordelijk zijn geweest voor het lossen van de drugs.

Hells Angels
Hij zou een vergelijkbare rol hebben gespeeld als Ron H. (60), de
mede-oprichter van de Amsterdamse Hells Angels die van de rechtbank twaalf, maar van het hof vier jaar kreeg voor zijn rol in de drugszaak.
Behalve de trits Zuid-Amerikaanse spijtoptanten doken ook in Nederland drie opmerkelijke getuigen op.

De veroordeelde Hensley J., bekend om zijn opvliegende karakter, heeft na zijn vrijlating uitvoerige, bozige, verklaringen afgelegd tegen het clubje uit Amsterdam en omstreken. Vervolgens dook Wout van Kouwen op. Over zijn (on)betrouwbaarheid zal het veel gaan in de bunker, al vanaf de openingsdag maandag, als zijn verhoor op de agenda staat.

Kluisverklaringen
Toenmalig minister van Justitie Piet Hein Donner en de procureurs-generaal verboden officier van justitie Fred Teeven ooit een deal met Van Kouwen te sluiten toen die geheime ‘kluisverklaringen’ had afgelegd, over onder meer de achtergronden van het gevreesde plan voor een aanslag op officier van justitie Koos Plooij. In 2010 bevestigde de top van justitie ‘ernstige twijfels’ te hebben over het waarheidsgehalte van ‘cruciale delen’ van de verklaringen van Van Kouwen, die ‘gokverslaafd’ was en ‘een cocaïnegebruiker’.

Nu gebruikt justitie Van Kouwen alsnog. Het argument zal zijn dat ook iemand die eerder onbetrouwbaar is geacht, toch waarheid kan spreken.
Van Kouwens relaas komt immers op belangrijke punten overeen met andere bevindingen in het dossier.

Geestesvermogens
Ten slotte is er Harry W., die is opgenomen in een beschermingsprogramma. De ex-chauffeur van onderwereldkopstuk Henk Rommy legde in de Amsterdamse liquidatiezaak Passage verklaringen af die de rechtbank heeft gebruikt bij het onderbouwen van levenslange celstraffen voor enkele verdachten. Daar staat tegenover dat uit recent onderzoek naar zijn geestesvermogens vernietigende conclusies kwamen.

Harry W. lijdt onder meer aan ‘een posttraumatische stressstoornis’, ‘een depressieve stoornis’ en ‘een persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken’. Als hij opnieuw moet getuigen, loopt zijn gezondheid meer gevaar, vrezen de deskundigen. Daarom zag de onderzoeksrechter af van een nieuw verhoor. De rechtbank moet een nieuwe beslissing nemen.

De advocaten zullen hoe dan ook de vloer aanvegen met W.’s beschuldigingen. Het worden roerige weken in de bunker in Osdorp.

Bron: Parool

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *