Peterson: ‘Frielink blijf bij de les’

Door Chester Peterson – Over mensenrechten, schuldsanering en het referendum (4)

KFO advocaat mr. Chester Peterson van S&P Lawyers

Vice-deken en advocaat mr. Chester Peterson : ‘Frielink blijf bij de les’

In de discussie aangaande mensenrechten, schuldsanering en het referendum, lijkt het er op dat de heer Frielink zich bij de les moet houden. Het in de les aan de orde zijnde discussiepunt is namelijk enkel of de Nederlandse stellingname, althans de conditionering door de heer Balkenende en mevrouw Bijleveld, in de zin dat, indien de Curaçaose bevolking ‘nee’ stemt, de schuldsanering geen doorgang zal vinden, wel of geen inbreuk maakt op een grondrecht van de Curaçaose burger. Het siert de heer Frielink geenszins dat hij allerlei, overigens ook ongegronde en niet ter zake doende, kwesties te berde brengt om te volharden in zijn mening dat de ‘sí’-optie de beste optie is.

In ieder geval heeft (ook) de heer Martina zelf de heer Frielink, kennelijk tevergeefs, reeds de les gelezen voor wat betreft zijn stellingname dat de bedoelde conditionering het door de Verenigde Naties geproclameerde grondrecht op zelfbeschikking schendt en lijkt de heer Frielink die les kennelijk maar te willen spijbelen.

Hij weerlegt de gedocumenteerde toelichting van de heer Martina dat het recht op vrije zelfbeschikking door de Verenigde Naties als grondrecht is benoemd in ieder geval niet met documenten en laat het bij een niet gemotiveerde herhaling van een loze uitspraak dat van een dergelijke schending geen sprake is.

In het kader van het referendum werd de heer Frielink overigens ook al eens door zijn kantoorgenoot, die tevens de voorzitter van de Referendum Commissie Curaçao 2009 is, namelijk de heer Boersema, terechtgewezen, doch hij volhardt in zijn, in ieder geval in juridische zin niet goed te verdedigen voorkeur voor de ‘sí’-optie, hetgeen natuurlijk reden geeft te vermoeden dat er andere, niet gegronde, motieven hem voor de ‘sí’- optie doen kiezen.

Naast het feit, dat de uitlatingen van de heer Balkenende en mevrouw Bijleveld, zoals de heer Martina dus reeds gedocumenteerd heeft aangetoond, een schending van bedoeld VN-grondrecht constitueren, getuigen die uitlatingen ook van een, gezien een andere recente uitlating van dezelfde heer Balkenende, namelijk dat de kennelijk in Nederland met autochtoon aangeduide Nederlanders zich weer de VOC-mentaliteit eigen moeten maken geenszins bevreemdende, kolonialenmentaliteit.

Aan die mentaliteit is inherent, althans is daar een kenmerkende eigenschap van, dat macht misbruikt wordt. Hier geeft de heer Frielink dus er blijk van de les niet te vatten. Wat hij ‘onze onderhandelaars’ noemt, zijn in ieder geval geen de burgers van Curaçao bindende onderhandelaars geweest. Immers, vanaf het prille begin was de afspraak dat het onderhandelde pakket aan het oordeel van de Curaçaose burger wordt onderworpen.

Dus ook de kronkel in de stellingname dat de Nederlandse Antillen en de politieke onderdelen daarvan, namelijk Curaçao en Sint Maarten, zelf hebben gevraagd dat er schuldsanering zal zijn, gaat reeds niet op. Ook niet, omdat de afspraak is geweest dat er gezonde financiële startpositie voor de nieuwe staatkundige eenheid Curaçao zal zijn.

Dit wil dus zeggen dat geen acht geslagen behoeft te worden op het ‘doemscenario’, dat ook de heer Frielink de Curaçaose burger voorhoudt. Ook wanneer optie ‘no’ in het referendum inzake het zelfbeschikkingsrecht prevaleert, is Nederland gehouden om het ‘nee’ gestemd hebbende nieuwe Land Curaçao, dat dan wel een echte autonomie, los van de overige elanden, zoals de Curaçaose bevolking in 2005 heeft gekozen, zal hebben, de gezonde financiële startpositie te geven.

Ook het tot slot door de heer Frielink op het toneel gevoerde racisme raakt de les niet en getuigt overigens ook niet van een oprechte standpuntbepaling inzake de strijd tegen racisme. Het kan de heer Frielink toch niet kunnen zijn ontgaan dat de Curaçaose samenleving sterke racistische trekken vertoont.

Nog daargelaten of juist is dat ‘nee’-stemmers intimideren en racisme propageren, is in ieder geval wel door ‘sí’-aanhangers onder minderheden in Curaçao gepropageerd, bijvoorbeeld onder burgers van Latino-afkomst, dat als er ‘nee’ gestemd wordt, zij hun verworven Nederlandse nationaliteit met bijbehorend paspoort zullen verliezen en zelfs dat medici van Latinoafkomst geen SVB-vergoedingen meer zullen genieten.

Over discriminerende bepalingen in de Wet op het Nederlanderschap, zoals vervat in artikel II B van de wet van 27 juni 2008 tot wijziging van Wet op het Nederlanderschap, horen wij de heer Frielink ook niet ageren.

Over dit soort intimidatie en racisme rept de heer Frielink met geen woord, evenmin als wij hem zien ageren tegen de zelfs op apartheid in de Curaçaose samenleving duidende verschijnselen, zoals baaien of horecagelegenheden op het eiland (of op Bonaire), waar vrijwel alleen in Nederland als autochtoon aangemerkte Nederlanders, die in de West verblijven, komen of zelfs de meest simpele banen krijgen.

Het zou goed zijn als de heer Frielink steeds bij de les zou blijven en ook, vóór het referendum, van deze verfoeilijke verschijnselen publiekelijk afstand zou nemen.

De heer Chester Peterson is op Curaçao advocaat van het kantoor Sulvaran & Peterson en is tevens vicedeken van de Orde van Advocaten van Curaçao, waarvan de heer Karel Frielink deken is. Hij reageert op een discussie tussen Karel Frielink en Don Martina die sinds vrijdag 8 mei in het Antilliaans Dagblad wordt gevoerd.

 

Bron: Antilliaans Dagblad

Zie ook: Dossier: Consensus Rijkswetten – en de strijd tegen de Rijkswetten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *