PG moet mijn richtlijnen volgen’

 

Willemstad – Minister Wilsoe ontkent dat procureur-generaal Dick Piar niet vooraf op de hoogte was van de brief die hij op 25 april aan de Amerikaanse minister Hillary Clinton en Attorney General Eric Holder heeft gestuurd. Het staat de procureur-generaal vrij zich te distantiëren van de actie van de minister, aldus Wilsoe.

De PG is bevoegd om zijn mening te hebben, zolang die niet indruist tegen hetgeen vastgelegd staat in het verdrag. Dat hij inderdaad een bepaalde positie inneemt, maar die stelt hem niet boven de wet. Hij mag zich distantiëren van mijn actie, als hij maar mijn richtlijnen volgt.”

Wilsoe meent dat er met zijn actie geen sprake is van interventie.

,,Ik vraag alleen maar dat men de wet volgt en niet anders. Dat standpunt zal ik blijven volhouden. Een beslissing van de rechter om een beslag op te heffen wordt gehonoreerd. Dat is geen interventie. Dos Santos wordt naar mijn weten elke dag verhoord. Het staat het OM helemaal vrij om een nieuwe machtiging aan te vragen. Hebben ze een machtiging, dan leggen ze beslag. Dan hoor je deze minister niet piepen. Vervolging is waarheidsbevinding.”

In een begeleidend schrijven, dat minister Wilsoe gistermiddag uitdeelde aan de pers, wordt uitgelegd waarom hij de Verenigde Staten heeft verzocht het beslag op te heffen.

Zo haalt Wiels artikel 94a van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering aan, dat bepaalt dat:

geldboetes en betalingsverplichtingen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, welke zijn opgelegd aan natuurlijke personen, niet op het vermogen van een rechtspersoon kunnen worden verhaald, ook al kan die rechtspersoon met hen worden vereenzelvigd, en dat een daartoe strekkend conservatoir beslag op dat vermogen dus evenmin geoorloofd is’.

Het begeleidend schrijven luidt verder:

,,Desondanks heeft de officier van justitie op Curaçao, die – naar valt aan te nemen – van deze stand van zaken nauwkeurig op de hoogte was, op 14 juli 2011 aan de rechtercommissaris in strafzaken te Curaçao verlof gevraagd om in een tegen R.A. dos Santos gevoerd opsporingsverzoek conservatoir beslag te mogen leggen op gelden ten laste van twee rechtspersonen, te weten Ponsford Overseas Ltd. en Tula Finance Ltd. Door een kennelijke onzorgvuldigheid van de rechter heeft hij dit verlof (op diezelfde dag) weten te verkrijgen. Het beslag is vervolgens, onder toepassing van het tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten gesloten Treaty on Mutual Assistance in Criminal Matters, op 23 augustus 2011 gelegd op beleggingsrekeningen welke door de genoemde vennootschappen werden gehouden bij UBS Financial Services Inc. te Miami.”

,,Tegen een dergelijk beslag staat ingevolge art. 150 van het Wetboek van Strafvordering van Curaçao het rechtsmiddel van beklag open. Ponsford Overseas en Tula Finance hebben inderdaad van dit rechtsmiddel gebruik gemaakt en zich daartoe op 15 december 2011 bij klaagschrift gewend tot het Gerecht in Eerste Aanleg te Curaçao.

Gelet op de vorenbeschreven stand van zaken was het geen wonder dat het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao bij beschikking van 4 april 2012 hun klacht gegrond verklaarde en de opheffing heeft bevolen van het gelegde beslag. De rechter voegde hier aan toe dat hij anders zou hebben beslist indien buiten redelijke twijfel zou zijn geweest dat de beslagen gelden niet aan de beide vennootschappen toebehoorden. Dit houdt kennelijk verband met het in art. 144 van het Wetboek van Strafvordering van Curaçao gegeven voorschrift, dat teruggave van in beslag genomen voorwerpen dient te geschieden aan de rechthebbende. De door de officier van justitie gesuggereerde lezing, dat het gelegde beslag rechtmatig zou zijn geweest indien hij aannemelijk had kunnen maken dat de door Ponsford Overseas en Tula Finance gehouden gelden in werkelijkheid toebehoorden aan R.A. dos Santos (bijvoorbeeld door aan te tonen dat deze vennootschappen met Dos Santos moeten worden vereenzelvigd) is hoogst onaannemelijk, omdat zij evident strijdt met de eerder geciteerde beschikking van de Hoge Raad, waarin uitdrukkelijk is vastgelegd dat vereenzelviging hier geen rol speelt.”

,,De beschikking van het Gerecht in Eerste Aanleg impliceert dat het beslag vanaf het eerste moment onrechtmatig is geweest. Het bevel tot opheffing is gericht aan de officier van justitie te Curaçao, die verplicht is om terstond de tot opheffing nodige stappen bij de bevoegde Amerikaanse autoriteiten bij negeren van het bevel, behoudens overmacht, door de rechter tot vergoeding van alle daardoor ontstane schade gehouden zullen worden geacht.” ,,Noch naar Nederlands recht, noch naar het recht van Curaçao of Sint Maarten is het mogelijk om een onrechtmatig beslag, door aanvulling van gronden of anderszins, alsnog een rechtmatig karakter te geven. Indien de officier van justitie alsnog beslag wil leggen onder Ponsford Overseas en Tula Finance in een tegen deze vennootschappen zelf lopend strafrechtelijk onderzoek, kan dit alleen in de vorm van een geheel nieuw beslag.”

Bron: Antiliaans Dagblad

0 Reacties op “PG moet mijn richtlijnen volgen’

  1. M Montreux

    wat heeft dit met de PG te maken?
    Een beslag is opgeheven door rechtelijke macht, de ander niet. Het gaat tegen de juridische regels in om te eisen dat de VS dit beslag ook opheft zonder rechtelijke uitspraak of zonder reden (anders dan Dos Santos is mijn vriend). Wilsoe haalt twee beslagen door elkaar en snapt er duidelijk geen hol van en als hij iets doms doet zegt hij dat het aan anderen ligt. hopi laf

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *