Rudy Pizziolo: ‘Overleg binnen de sector’

Door Hans Vaders

Rudy Pizziolo: ,,Altijd tevreden met zijn Caribische gasten. Foto Keu Olympio

Rudy Pizziolo: ,,Altijd tevreden met zijn Caribische gasten. Foto Keu Olympio

We moeten meer gebruik maken van de voordelen die Curaçao ons biedt. We binden namelijk de strijd aan met landen in de regio die derdewereldlonen betalen. We kunnen van die landen alleen winnen, wanneer we samen een ijzersterk product neerzetten.

De 65-jarige toerismeman Rudy Pizziolo – winnaar van de prestigieuze Tourism Industry Award 2006 – begon in 1969 binnen het familiebedrijf, het San Marco Hotel in Punda. Pizziolo was toen tien jaar in Europa geweest. In de jaren die daarop volgden, werd hij vicevoorzitter van de CHA, de voorloper van de Chata.

,,Rond 1970-1971 was Frank Maynard voorzitter, ik was toen vicevoorzitter van de hotelassociatie.”

Pizziolo representeerde de kleine hotels, ‘Maynard de grote’. In 1974 besloot hij met vier partners het casino van Holiday Inn over te nemen, twee jaar later volgde het gehele hotel. In 1978 veranderde de naam in Holiday Beach Hotel.

,,Al snel hadden we uitbreidingsplannen. In 1979 kwamen de eerste cabaña’s. Daarbij hadden we vooral de daggebruikers in gedachten, cruisetoeristen en lokale mensen.”

Die cabaña’s waren volgens Pizziolo belangrijk voor het hotel.

,,Mensen zitten achter het hotel en profiteren van de bewaking, ze kunnen volledig genieten. Sommige families huren al jarenlang een hele maand zo’n cabaña.”

Pizziolo wil er samen met zakenpartner Cocochi Prins spoedig 27 nieuwe cabaña’s bij bouwen. Ook liggen er plannen voor meer appartementen. Want tegenwoordig gaan de zaken weer goed. Dit in tegenstelling tot de jaren tachtig, die Pizziolo als ‘heel moeilijk’ omschrijft.

,,We waren niet van de overheid en konden niet aan het eind van de maand even opbellen om met het departement de rekening voor elektriciteit en water te regelen. Gelukkig is die situatie nu ten goede gekeerd”,

verzucht Pizziolo.

,,Het heeft de overheid in ieder geval heel veel geld gekost.”

Rudy 'Roldolfo Pizziolo

Pizziolo wil samen met zakenpartner Cocochi Prins spoedig 27 nieuwe cabaña’s bij Holiday Beach Hotel erbij bouwen

Samen met Cocochi Prins is Pizziolo in de jaren tachtig in het Sea Aquarium- project van Dutch Schrier gestapt; ook werd het San Marco Hotel overgenomen van zijn eigen familie, ‘geen hoteliers, maar bouwers’.

Voorts runde de groep het casino van het Americana en is het aandeelhouder in onder meer het Princess Beach Hotel, het Lions Dive Resort en het Royal Resort. De zaken gaan beter en Pizziolo en Prins proberen daar goed op in te springen.

,,Met de bouw van cabaña’s spelen we in op de trend van ‘family travel’. Groepen met opa en oma, kinderen en kleinkinderen. Die willen graag in één cabaña. Bij Lions Dive zitten ze altijd vol. Je raakt ze altijd kwijt.”

Hij ziet de trend ook bij Chogogo en Papagayo.

,,Minstens twee slaapkamers en twee badkamers, één woonkamer. Extra klapbed erbij. Mensen reizen tegenwoordig meer in groepen.”

Heel wat anders dan Pizziolo’s eerste hotel, het San Marco.

,,Dat was expliciet kooptoerisme. In het begin voor toeristen in de stad, later meer en meer in de Free Zone. Er kwamen veel Venezolanen, maar ook veel Haïtiaanse en Dominicaanse kooplieden, evenals zakenmensen uit Trinidad. Misschien was die laatste groep minder groot in aantal, maar kwalitatief kochten ze veel.”

Pizziolo was en is altijd content met zijn Caribische gasten.

,,Latijns-Amerikanen zijn altijd goede klanten geweest. Een eiland als Curaçao moet zich op verschillende markten richten. Niet alleen op Amerikanen en Europeanen. Je moet namelijk niet vergeten dat die toeristen andere bezettingsmaanden kennen. In Argentinië lopen ze nu met een dikke winterjas over straat. Die willen best even naar de zon toe.”

Een andere mooie markt, meent Pizziolo met glinsterende ogen, zijn de Noord-Europeanen.

,,Ik heb de laatste maanden veel met mensen gepraat bij Royal Resort. Er waren heel veel Scandinaviërs. Toeristen uit Noorwegen, Zweden, Denemarken en Finland. Prachtig. Het is een ongerepte markt. Volgens mij is momenteel tien procent van de toeristen dat in Lions Dive verblijft uit die landen afkomstig. Daar moet Curaçao wat mee doen.”

Maar of dat ook gebeurt? Pizziolo schudt zijn hoofd:

,,Er wordt heel weinig naar de mensen uit de hotelwereld geluisterd. Er zit tegenwoordig ieder jaar een nieuwe gedeputeerde.”

Als hij het voor het zeggen had, zou het anders zijn: ,,De Chata moet de belangrijkste rol spelen in het toerisme. In samenspraak met het CTB. Niet de directeur van het CTB en de gedeputeerde samen. Maar dat gebeurt nu wel.

Want de politiek zegt: ‘wij betalen, dus wij bepalen’.” Pizziolo deelt de mening van Cocochi Prins, dat het niet goed is dat sommige gedeputeerden het CTB gebruiken ‘voor eigen plannetjes en ideeën’. Pizziolo:

,,De overheid heeft veel geld uitgegeven aan de toeristische ontwikkeling van Curaçao, maar dat is niet efficiënt gedaan. In ieder geval heeft het voor de kleine hotels weinig opgeleverd.”

Pizziolo pleit dan ook voor meer overleg binnen de toeristische sector.

,,Toerisme is één van de weinige inkomstenbronnen van ons eiland. Daar moeten we goed mee omgaan.”

Hij pleit in ieder geval voor de inzet van meer Curaçaoënaars binnen de toeristische wereld.

,,Hotels en casino’s hebben laaggeschoolde mensen nodig. Om die op te leiden moeten we in dezelfde richting denken. Geen eigen agenda, want dan redden we het niet. We moeten concurreren met landen als Colombia, Haïti, de Dominicaanse Republiek, Cuba en Mexico, landen die derdewereldlonen betalen. Daar is het minimumloon soms maar 130 dollar per maand. Wij zitten rond de 600 dollar.

Daarom moeten we goed gebruik maken van de voordelen van onze mensen. Het toerisme kan niet alleen maar draaien op buitenlanders, dat dienen we goed te beseffen en aan ons product moeten we gezamenlijk keihard werken.”

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *