Productie eilanden verhogen’

CBCS: Concurrentiekracht van Curaçao en Sint Maarten verslapt

logo-Centrale BankWillemstad – Curaçao en vooral Sint Maarten verliezen ten opzichte van hun belangrijkste handelspartners aan concurrentiekracht.

Advertentie

Zo blijkt uit metingen van de zogeheten Real Effective Exchange Rate (Reer), waarover in het pas uitgebrachte verslag over het eerste kwartaal 2013 van de Centrale Bank CBCS wordt bericht.
De Reer geeft vooral de mate aan waarin qua prijspeil de internationale competitiestrijd moet worden geleverd.
Hoewel Curaçao het wat prijs betreft in de jaren vanaf 2007 tot en met 2009 juist zelfs beter deed – Curaçao werd iets goedkoper en dus aantrekkelijker dan de handelspartners – vertonen de laatste jaren een omgekeerd beeld.
De verklaring wordt door de CBCS gezocht in een hogere omzetbelasting (ob).

Voor Sint Maarten is de situatie volgens de Centrale Bank ‘zelfs zorgwekkender’.
Sint Maarten is al elk jaar sinds 2007 duurder en dus minder concurrerend en bovendien ook nog eens in sterkere mate dan Curaçao. De Centrale Bank spreekt over het ‘eroderen’ van de concurrentiepositie.

Waarom vindt de CBCS dit van belang?
In zijn ‘Report of the president’ merkt Emsley Tromp op dat de afgenomen concurrentiekracht heeft bijgedragen tot een hoger tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans (eenvoudig gezegd: er wordt meer geïmporteerd dan geëxporteerd), iets waar de Centrale Bank al jaren aandacht voor vraagt omdat dit een daling van reserves tot gevolg heeft.
Daarom pleit Tromp er in zijn jongste verslag voor om de concurrentiepositie afgezet tegen de landen waarmee het meeste handel wordt gedreven (voor Curaçao zijn dit Amerika, Nederland en Venezuela) te verbeteren.
Dat kan door – en de president herhaalt het keer op keer – door meer arbeids- en prijsflexibiliteit en vooral ook hogere (arbeids) productiviteit en in algemene zin een beter investeringsklimaat.
Sinds 2012 lopen de deviezenreserves terug, omdat de lopende rekening op de betalingsbalans verslechtert en de externe/ buitenlandse financiering onvoldoende is om de gaten te vullen.
Deels komt dit door het opdrogen van de Nederlandse ontwikkelingsgelden omdat is afgesproken dat die hulp wordt afgebouwd.
Maar ook de directe investeringen uit het buitenland zijn minder.
Dit laatste kan en zal komen door de economische crises in de landen waar Curaçao en Sint Maarten handel mee drijven (vooral Nederland).
Maar volgens Tromp is een afname van investeringen ‘ook een indicatie van verminderd vertrouwen in onze economie’.
Het gebrek aan politieke stabiliteit en onvoldoende transparant overheidsbeleid, kan het vertrouwen van de investeerder hebben uitgehold.

,,Daarom moeten we een meer stabiele en concurrerende macro-economische omgeving creëren om weer in staat te zijn buitenlandse directe investeringen aan te trekken en daarmee de betalingsbalans te verbeteren en de daling van de reserves terug te draaien.”

Advertentie

To Top

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *