PwC-rapport Centrale Bank klaar

De Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBSC)

De Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBSC)

Willemstad – Het onderzoeksrapport van PricewaterhouseCoopers Advisory Nederland (PwC Nederland) over het functioneren van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) is eindelijk af. Over de inhoud worden nog geen mededelingen gedaan. Spoedig gaat er wel een ‘publieke versie’ naar de Staten en de media. Deze versie bevat informatie waarvan het vrijgeven niet in strijd is met de geheimhoudingsplicht van de Centrale Bank.

De Statenleden kunnen door tussenkomst van de parlementsvoorzitter op een bepaald moment wel kennisnemen van de integrale, vertrouwelijke versie. Wat drie maanden zou duren, heeft uiteindelijk zo’n anderhalf jaar geduurd, gaf minister José Jardim van Financiën gistermiddag tijdens een persconferentie in Fòrti aan.

Reden voor de vertraging: de complexiteit van de materie en de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek moest plaatsvinden.

,,De CBCS is een zeer belangrijk instituut, belangrijk voor de financiële en monetaire stabiliteit van Curaçao en Sint Maarten.”

Jardim liet zich, ondanks een vragenvuur van journalisten, niet verleiden om ook maar iets los te laten over de inhoud. Wel dat het rapport verscheidene ‘aanbevelingen’ bevat. En op de vraag wie beslist over uitvoering van deze aanbevelingen, gaf de bewindsman aan dat dit niet iets is van de ministers van Financiën van Curaçao en Sint Maarten, maar van de beide ministerraden.

Gisteren is door allebei de ministers van Financiën een brief aan president Emsley Tromp van de CBCS gestuurd, waarin kenbaar wordt gemaakt dat zal worden overgegaan tot het beschikbaar stellen van een samenvatting van het onderzoeksrapport aan de Staten van de landen.

,,Dit zal niet eerder dan 14 dagen na verzending van de brief gebeuren. Met het verstrekken van deze samenvatting aan de Staten, is dit document dan openbaar.”

Dit lijkt de CBCS deze tijdspanne te geven om zich op een en ander voor te bereiden. Het rapport van PwC Nederland betreft onderzoek naar het functioneren van de CBCS in de periode van 2010 tot 2012; dat wil zeggen vanaf het moment dat de Nederlandse Antillen in oktober 2010 werd ontmanteld en Curaçao en Sint Maarten als autonome landen in het Koninkrijk samen een monetaire unie vormden tot en met het gedwongen ontslag van het kabinet Schotte (MFK/PS/MAN) eind september 2012.

Informatieplicht jegens Staten

PwC-rapport Centrale Bank klaar ,,Zoals bekend”, meldt een gisteren uitgebracht persbericht van het ministerie van Financiën,

,,is de CBCS sinds de constitutionele veranderingen van 10-10- ‘10, waarbij zowel Curaçao als Sint Maarten de status van land verkreeg, herhaaldelijk in opspraak geweest – waarbij vaak niet duidelijk was of aantijgingen gebaseerd waren op feiten of op meningen van de direct betrokkenen.”

Volgens Jardim ‘behoeft het geen betoog dat voor de monetaire en financieel-economische stabiliteit in ons land een effectieve, efficiënte en onbesproken Centrale Bank van cruciaal belang is’.

De doelstelling van het onderzoek was ‘het identificeren en analyseren van factoren die het functioneren van de CBCS hebben belemmerd, of anderszins het aanzien van de CBCS en het vertrouwen (van de relevante omgeving in de CBCS) hebben geschaad of konden schaden, alsmede het doen van aanbevelingen’.

Daar is nu een rapport uitgerold. De inhoud ervan wordt uitdrukkelijk nog niet gedeeld. Maar Jardim legde uit dat in een rechtsstaat zoals Curaçao elke regering een wettelijke ‘informatieplicht’ heeft jegens het parlement en dat een minister zich dient te verantwoorden tegenover de Staten. Of hij wil of niet, hij moet.

De publieke versie gaat tussen nu en twee weken naar het parlement. Op Sint Maarten – waar na de verkiezingen de regering demissionair is – gebeurt hetzelfde. Het integrale onderzoeksrapport bevat informatie, die volgens de wet als vertrouwelijk dient te worden behandeld.

In het kader van het belang van transparantie en goede democratische bestuursvoering zijn de bewindslieden van mening dat de Statenleden vertrouwelijk kennis moeten kunnen nemen van de inhoud van het integrale onderzoeksrapport. In samenspraak met de respectieve voorzitters van de Staten zal in dit verband nog ‘een modus operandi worden geïdentificeerd’. Het persbericht:

,,Gezien het maatschappelijk belang en de gevoeligheid van dit vraagstuk, wordt aan alle belanghebbenden en belangstellenden gevraagd om maximale zorgvuldigheid en ratio te betrachten, zodat het besluitvormingsproces dat als gevolg van de aanbevelingen in het rapport/de samenvatting in de komende tijd zal volgen, in alle rust kan plaatsvinden.

Op basis van het bovenstaande is het van belang om op dit moment niet over de inhoud van de samenvatting/ het rapport te speculeren.”

Ten slotte wordt nogmaals benadrukt dat het uiteindelijke doel van de regeringen van Curaçao en Sint Maarten is ‘om het vertrouwen en het functioneren van de CBCS in structurele zin te herstellen’.

In dit kader lichtte Jardim tijdens de persconferentie toe dat het rapport ‘ter versterking van het vertrouwen is’ en er niet op gericht om een of meer personen in een kwaad daglicht te plaatsen. Van ‘censuur’ is naar het oordeel van Jardim geen sprake, nu er een integraal rapport is met alle vertrouwelijkheden en een gekuiste ‘publieke’ versie.

Hij wijst erop dat het PwC Nederland is geweest die beide versies heeft opgesteld, waarbij enerzijds rekening is gehouden met het juridisch kader van wat wel en niet geopenbaard mag worden en anderzijds de openbaarheid van bestuur.

Op vragen van journalisten antwoordde de minister dat de PwC-deskundigen ‘hun werk hebben kunnen doen’ en dus niet tegengewerkt zijn bij hun onderzoek.

Jardim kon op dat moment niet zeggen hoeveel het onderzoek heeft gekost, wel dat het adviesbureau wordt betaald door Usona. Na een aanbestedingsproces is door de ministers van Financiën van Curaçao en Sint Maarten de opdracht gegund aan het ‘onafhankelijk en ervaren onderzoeksbureau’ PwC Advisory nv Nederland.

De onderzoeksperiode zou drie maanden duren. In de praktijk is anderhalf jaar nodig geweest om het onderzoeksproces grondig en zorgvuldig te doen verlopen. In dit proces hebben de ministers van Financiën voortdurend intensief overlegd en gezamenlijk opgetrokken.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *