Rust brengen in offshore-sector

auto3WILLEMSTAD — De ontwerp-Iandsverordening tot wijziging van de Landsverordening op de winstbelasting 1940, die morgen in een Centrale Commissie van de Staten wordt behandeld, is bedoeld om zekerheid en rust te brengen binnen de internationale financiële dienstensector op Curaçao. Het voorstel is bedoeld als fiscale regeling die vergelijkbaar is met de oude ‘offshore’-regeling, die in 2019 afloopt. Dat staat in de memorie van toelichting bij het ontwerp.

Een offshore-bedrijf, bijvoorbeeld een trustkantoor, is een onderneming die is ingeschreven in een land met voordelige belastingwetten, op voorwaarde dat de activiteit nauwelijks wordt uitgeoefend op het grondgebied van inschrijving.
De regering vindt dat moet worden voorkomen dat dit soort bedrijven vertrekken, omdat de sector een belangrijke economische pijler is die voor werkgelegenheid zorgt.

“Deze sector heeft veel potentie, maar zal zonder een adequaat alternatief voor de offshore-regeling, die met ingang van 2019 definitief afloopt, aan kracht inleveren.
Dit voorstel creëert nieuwe mogelijkheden voor de thans onder de oude offshore-regeling vallende ondernemingen, maar ook voor nieuwe internationaal opererende ondernemingen, waardoor Curaçao als vestigingsplaats aantrekkelijk blijft.”

Op 1 januari 2000 werd de offshore-regeling door strengere wetgeving feitelijk al afgeschaft, maar bedrijven kregen een tijdvak van twintig jaar waarin gegarandeerd werd dat bepaalde winsten niet aan belastingverhoging zouden worden onderworpen, vandaar het jaar 2019.

3,4 procent
De sector valt momenteel onder een belastingtarief van tussen de 2,4 en 3,4 procent.
De voorgestelde nieuwe regeling biedt volgens het wetsontwerp een effectieve belastingdruk van ongeveer 3,4 procent.
De wijziging gaat over artikel 9 in de bestaande landsverordening.
De winst van bedrijven in de offshore-sector wordt geacht voor 87,5 procent buitenlandse winst te zijn, die ook in het buitenland wordt belast.
Dat betekent dat 12,5 procent hier op Curaçao wordt belast.
Het algemene winstbelastingtarief op Curaçao is 27,5 procent, waardoor het percentage hier uiteindelijk 3,4 is van de totale winst van het bedrijf (27,5 procent van 12,5 procent).

In de ontwerp-landsverordening staat verder dat, om voor de regeling in aanmerking te komen, de belastingplichtige zijn activiteiten daadwerkelijk vanuit Curaçao verricht.
Dit vertaalt zich in een minimaal op Curaçao jaarlijks te besteden bedrag van 150.000 gulden. Ook wordt de eis gesteld dat er blijvend werkgelegenheid wordt verschaft aan minimaal een werknemer.
Als de totale loonkosten van de werknemer minder dan 150.000 gulden per jaar bedragen, moet de rest van dit bedrag aan goederen en diensten worden besteed.

Het is de bedoeling dat de landsverordening met terugwerkende kracht per 1 januari in werking treedt.
Zowel de SER (Sociaal Economische Raad) als de Raad van Advies (RvA) heeft haar advies al gegeven.
Daarbij kwam onder meer de urgentie naar voren dat de landsverordening in overeenkomst moet zijn met de OESO-vereisten die voorkomen dat een land een belastingparadijs wordt.
De regering is van mening dat het wetsontwerp daaraan voldoet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *