RvC UTS weigert af te treden

WILLEMSTAD — De leden van de Raad van Commissarissen (RvC) van telecombedrijf UTS geven geen gehoor aan het verzoek van minister-president Daniel Hodge (PS) om hun functies per direct ter beschikking te stellen opdat het huidige kabinet over kan gaan tot de benoeming van nieuwe commissarissen. De RvC stelt Hodge op de hoogte van haar standpunt in een brief van 14 februari.

Volgens president-commissaris Kenneth Gijsbertha hoort de overheid zich te houden aan de wet en code corporate governance. Deze houdt een aftreedrooster voor leden van de RvC in. Dit jaar nog staan twee leden van de RvC van UTS op de nominatie om te worden vervangen, hetgeen een meer natuurlijk moment is voor de aandeelhouders om over te aan tot eventuele vervanging van deze commissarissen.

Hodge stelde in zijn brief dat sinds jaar en dag door opeenvolgende lands- en eilandsbesturen als beleidslijn wordt gehanteerd dat bij het aantreden van een nieuw eilands- of landsbestuur het als zeer wenselijk wordt geacht dat de samenstelling van de commissariaten van overheids-nv’s en van de besturen van overheidsstichtingen zo veel mogelijk een weerspiegeling vormt van het nieuw aangetreden bestuur.

Maar naar de mening van de RvC van UTS is deze handelwijze niet meer houdbaar sinds voorgaande regeringen de landsverordening en code corporate governance hebben ingevoerd.

“Tussentijds aftreden en/of ontslag van een commissaris kan uiteraard geboden zijn bij onvoldoende functioneren, structurele onenigheid van inzichten, onverenigbaarheid van belangen of indien de integriteit van een commissaris in het geding is”

, aldus Gijsbertha in zijn brief.

“Het wisselen van een regeringscoalitie levert echter naar de mening van deze raad geen aanwijzing op dat een zodanige netelige situatie zich thans zou voordoen, laat staan dat dit zich zou voordoen ten aanzien van een voltallige Raad.
Om te bezien of een zodanige situatie zich inderdaad voordoet zou er een deugdelijke beoordeling dienen plaats te vinden van het functioneren van de raad als geheel dan wel van individuele daarin functionerende raadsleden.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *