SBTNO keurt alle kandidaten bestuur FKP af

SBTNOWILLEMSTAD — De adviseur corporate governance Stichting Bureau Toezicht en Normering Overheidsentiteiten (SBTNO) heeft alle kandidaten voor een bestuursfunctie bij woningbouwstichting FKP afgekeurd. In het geanonimiseerde verslag dat op de site van SBTNO te lezen is, geeft de stichting aan zwaarwegende bezwaren te hebben tegen de vier kandidaten die door de coalitiepartijen zijn voorgedragen.

Advertentie

Het belangrijkste bezwaar van SBTNO tegen de benoeming van de vier voorgedragen kandidaten heeft betrekking op de vraag of zij wel over het vereiste opleidingsniveau beschikken om als lid van het bestuur van de woningbouwstichting te kunnen functioneren en of zij aan de geldende algemene profielschetsen voldoen.

  • Kandidaat A. heeft een mboopleiding elektrotechniek.
  • Kandidaat B. heeft een politiediploma II, agent eerste klas en is general manager bij een lokaal bedrijf. 
  • Kandidaat C. heeft een havoopleiding en onder meer cursussen management gevolgd en heeft ook ervaring op het gebied van registratuur en archief en werkervaring als medewerker van gezagsdragers en in tal van bestuursfuncties. Op dit moment is de bewuste kandidaat ook ambtenaar. 
  • Kandidaat D. beschikt over een mavo 3-opleiding, een eenjarige secretaresseopleiding en een cursus public relations. Verder heeft betrokkene diverse bestuursfuncties bekleed, maar is ook actief geweest als sociaal ambtenaar, administratief medewerker en secretaresse.

Op alle kandidaten heeft SBTNO iets aan te merken.
Zo valt uit de cv’s van twee kandidaten niet op te maken of zij over het vereiste hboniveau beschikken.

Kandidaat A heeft weliswaar een mbo-opleiding, maar de adviseur corporate governance kan uit de ‘summiere beschrijving van zijn werkervaring’ niet afleiden of hij het vereiste niveau heeft, dan wel aan de in algemene profielschets gestelde vereisten voldoet.

Over kandidaat B stelt SBTNO dat gezien zijn opleiding en werkervaring gesteld zou kunnen worden dat hij voldoet aan de minimaal gestelde opleidingsvereiste zijnde een hbo-werk- en denkniveau.

“Uit het cv van betrokkene blijkt echter niet dat betrokkene enige bestuurservaring heeft, noch blijkt uit zijn cv dat hij op enige andere wijze enige bestuurservaring dan wel ervaring in een vergelijkbare toezichthoudende functie heeft opgedaan. In het schrijven van de minister is ook niet nader gemotiveerd ter vervulling van welk profiel de kandidaat is voorgedragen en waarom hij geschikt geacht wordt om de functie te vervullen.”

Kandidaat C heeft een havoopleiding aangevuld met een tweetal managementcursussen.
Maar hierover stelt de SBTNO dat uit de wederom summiere beschrijving van zijn werkervaring niet kan worden afgeleid of hij de eisen voldoet.
Uit de formulering van SBTNO valt op te maken dat het hierbij om een zittend lid van het FKPbestuur gaat.

“Het feit dat betrokkene enige bestuurservaring heeft en zelfs reeds in xxxxxxxxxxxxxxx (geanonimiseerd, red.) zitting heeft doet aan het voorgaande niets af. In tegendeel, gezien het feit dat het hier om een herbenoeming gaat is het gestelde in artikel 2.10 en 4.2 van de Code van toepassing.
Herbenoeming voor zover betrokkene zou voldoen aan de profielschets dient slechts plaats te vinden na zorgvuldige overweging en de nodige evaluatie van het functioneren van de kandidaat in zijn eerste bestuursperiode. Uit de aangeboden stukken blijkt niet dat dit is geschied.”

Bovendien is de bewuste kandidaat C ook ambtenaar en in het kader van mogelijke belangenverstrengeling adviseert SBTNO tegen de voordracht van ambtenaren voor bestuursfuncties en commissariaten.

Uit de beschrijving van de werkervaring van kandidaat D. zoals vervat in haar cv kan volgens SBTNO niet worden afgeleid of zij aan het vereiste niveau of aan de algemene profielschets voldoet.

“Betrokkene heeft wel enige bestuurservaring doch dit is niet voldoende om te stellen dat zij op grond daarvan aan de vereisten zoals vervat in de profielschets voldoet.”

SBTNO stelt zwaarwegende bezwaren te hebben tegen de benoeming van alle vier de kandidaten en adviseert de regering in dit verband om in het vervolg voordrachten voldoende te motiveren, waarbij expliciet wordt aangegeven ter vervulling van welke functie en/of welk profiel zij worden voorgedragen.

“In het bijzonder dient indien uit het cv van een kandidaat niet afdoende blijkt dat hij aan de minimale vereisten voldoet, expliciet te worden onderbouwd waarom betrokkene desalniettemin aan de vereisten voldoet, dan wel onverlet het voorgaand toch geschikt wordt geacht voor de functie.”

Advertentie

To Top

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *