‘Schending motiveringsvereiste en ongeschreven staatsrecht’

Soliana Bonapart & Aardenburg over ontbinding Staten en verkiezingen

WILLEMSTAD — Indien er zodanige verdeeldheid is binnen de Staten, dat het de zittende regering onmogelijk is geworden het land te regeren, mag de regering de staten ontbinden en nieuwe verkiezingen uitschrijven. Er bestaat echter ook nog zoiets als ongeschreven staatsrecht.

Volgens de staatsrechtelijke traditie die in de Nederlandse Antillen bestond, moet eerst onderzocht worden of er een reële mogelijkheid bestaat dat er binnen de Staten een meerderheidscoalitie kan worden gevormd die een nieuw te formeren regering zal steunen”, dit schrijft het advocatenkantoor Soliana Bonapart & Aardenburg in een memorandum.
Het memorandum is opgesteld naar aanleiding van het Landsbesluit van 3 augustus dat de ontbinding van de Staten en het uitschrijven van nieuwe verkiezingen inhoudt. De opdrachtgever is onbekend.

Nieuwe coalitievorming is door de regering niet eens overwogen, terwijl de regering al bekend was met de bereidheidsverklaring van de nieuwe meerderheidscoalitie in de Staten, zegt het memorandum naar aanleiding van het Landsbesluit.

Aldus is er naar onze mening sprake van schending van het motiveringsvereiste en inbreuk op ongeschreven beginselen van het staatsrecht, krachtens welke eerst de mogelijkheid van een nieuwe coalitievorming dient te worden onderzocht, alvorens de Staten worden ontbonden en verkiezingen worden uitgeschreven.”

Het kantoor stelt dat, hadden de Staten voordat het Landsbesluit werd afgekondigd een motie van wantrouwen jegens de regering aangenomen, dan had de regering moeten aftreden en had de regering op dat moment niet meer het Landsbesluit kunnen nemen.
De regering lijkt het besluit er in die wetenschap snel te hebben doorgedrukt. De regering kan worden verweten dat zij heeft nagelaten de Staten te raadplegen over het regeringsvoornemen ook al is de regering volgens de letterlijke tekst van de Staatsregeling niet gehouden tot een dergelijke raadpleging.

Behalve de staatsrechtelijke traditie haalt het kantoor ook de recentelijke aanwijzing van de Rijksministerraad aan de regering aan. “De aanwijzing geeft blijk van de noodzaak om voorzienbaar tijdverlies voorvloeiend uit verkiezingen en nieuwe coalitievorming te voorkomen.

Te korte tijd
Tenslotte vraagt het kantoor zich af of het democratisch gehalte van de verkiezingen niet dreigt te worden aangetast omdat de kiezers door de korte tijd tot de verkiezingen niet goed kunnen worden geinformeerd over de personen en partijen die meedoen.

Interim regering
Wanneer de Staten een motie van wantrouwen jegens de regering aannemen, zal de regering moeten aftreden, volgens Soliana Bonapart & Aardenburg.
Er moet dan een interim-regering aantreden, die moet aftreden nadat de nieuwe verkiezingen zijn gehouden en er een nieuwe regering is geformeerd.

Wij concluderen dat de Staten bevoegd zijn tot het aannemen van de motie van wantrouwen, omdat – ondanks de afkondiging van het Landsbesluit – de Staten krachtens artikel 53 lid 3 Staatsregeling pas zullen worden ontbonden nadat de nieuw gekozen Staten samenkomen. Tot dat moment moeten de Staten hun functie binnen de trias-politica (kunnen) blijven vervullen.”

De Staten controleren het functioneren van de individuele ministers van de regering. Dit houdt ook de bevoegdheid tot het aannemen van een motie van wantrouwen jegens een of meerdere ministers in, aldus het kantoor.

Artikel 29 lid 2 van de Staatsregeling wordt aangevoerd waarin bepaald wordt dat, indien een minister het vertrouwen van de Staten niet langer heeft, hij zijn ambt ter beschikking stelt. “Daaruit volgt naar onze mening dat een motie van wantrouwen jegens de (ministers van de) regering het terugtreden van de regering onvermijdelijk zal maken.”

Staatsrechtelijke traditie
Het kantoor haalt vier gevallen uit het verleden aan waarin, nadat de regering niet meer op de steun van een Statenmeerderheid kon rekenen, er een nieuwe coalitie werd gevormd.

* Op 30 december 1970 diende het kabinet- Petronia zijn ontslag in nadat in de Staten de stemmen staakten over de invoering van een aantal belastingmaatregelen. “Er vond geen ontbinding van de Staten plaats, maar het kabinet Isa-Beaujon werd geformeerd, dat steunde op een nieuwe parlementaire meerderheid.

* Op 7 januari 1982 diende het kabinet- Martina zijn ontslag in nadat het Statenlid Rozendal zijn steun aan het kabinet had onttrokken, waardoor de Statenmeerderheid was weggevallen. Pas na een mislukte poging tot vorming van een nieuw kabinet volgde ontbinding van het parlement.

* Op 21 juni 1984 diende het tweede kabinet- Martina zijn ontslag in, ditmaal nadat een lid van de MAN-fractie zijn steun aan het kabinet had opgezegd. Het kabinet steunde daarna nog maar op elf van de 22 statenleden. Er vond geen ontbinding van de Staten plaats, maar er ontstond een nieuwe coalitie.” “Op 22 maart 1988 diende het derde kabinet- Martina zijn ontslag in nadat het FOLStatenlid Godett zijn steun aan het kabinet had ingetrokken. Er vond ook dit keer geen Statenontbinding plaats. Het lukte de Nationale Volkspartij een nieuwe coalitie te vormen onder leiding van de ministerpresident Liberia-Peters.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *