‘Speedy trok een pistool’

chester Peterson-George Jamaloodin-inval Plaza Hotel 2010

Mr Chester Peterson en Minister van Financien George Jamaloodin deden een opmerkelijke inval in het Plaza Hotel in 2008

Willemstad – Door handelingen in 2008 van bewakers van Speedy Security voelde de buitenlandse ondernemer Barney Ivanovic zich ‘ernstig in zijn leven en veiligheid bedreigd’.

Speedy Security was daarbij in aanwezigheid van (de toenmalige directeur/ eigenaar van het bewakingsbedrijf) George ‘Jorge’ Jamaloodin, die tegenwoordig minister van Financiën is. Dit staat in een procesverbaal van aangifte opgemaakt op 7 december 2009 dat in handen is van deze krant.

Ivanovic stelt daarin dat hij een jaar eerder met geweld en onder bedreiging van ‘getrokken pistolen’ van enkele bewakers van Speedy Security uit het Plaza Hotel werd gezet, het hotel waarvan hij toen manager was en dat hij in 2006 samen met twee andere Amerikaanse (toenmalige) partners had overgenomen van Van der Valk.

Volgens een brief die Ivanovic op 28 juni 2010 stuurde naar diverse stakeholders – ook in het bezit van de redactie – was Jamaloodin daarbij persoonlijk aanwezig.

Jamaloodins volledige naam valt twee maal in de brief aan onder meer Pedro Atacho (op dat moment Statenvoorzitter), Raynold Nivillac (directeur Gaming Control Board, GCB), E. Morillo (Afdeling Algemene en Juridische Zaken, AJZ), Chicu Capriles (directeur MCB Bank) en Eric Garcia (directeur Girobank).

Het betreft een proces-verbaal dat is opgesteld door brigadier Wilton Anthony Petronillia van het Korps Politie Curaçao, werkzaam bij het wijkteam Punda. Het is niet bekend welk vervolg er door politie en justitie is gegeven aan het proces-verbaal, maar het document is relevant (geworden) vanwege de betrokkenheid van MFKminister Jamaloodin en zijn nog niet afgeronde screening als bewindspersoon in het vorige maand aangetreden kabinet Schotte.

‘Van trap geduwd en hotel uitgezet’

Het relaas van Ivanovic tegenover de brigadier gaat over wat er is gebeurd op 1 maart 2008 nadat hij het Plaza Hotel was binnengegaan:

,,Op een gegeven moment zag ik twee geüniformeerde bewakers in onze richting komen aanlopen. De twee bewakers hadden beiden een pistool in handen. Ze kwamen aan tafel waar ik zat, bleven mij aankijken zonder iets te zeggen en liepen hierna weg.”

Toen Ivanovic, een in Florida woonachtige 51-jarige Amerikaan van Joegoslavische afkomst, zich naar zijn kantoor begaf om de politie te bellen, kwam advocaat Chester Peterson binnen, achtervolgd door vier bewakers in uniform.

,,Twee van de bewakers hadden een pistool, maar niet in hun handen.”

Peterson, die de andere aandeelhouder( s) van het hotel vertegenwoordigde waarmee Ivanovic inmiddels ernstig in conflict was geraakt, overhandigde een stuk papier en maande Ivanovic het hotel te verlaten met de mededeling dat hij het hotel niet meer in mocht komen. Ivanovic weigerde, verzocht Peterson het kantoor te verlaten en stelde dat het document niet met de manager van het hotel had te maken.

,,Op een gegeven moment liep een van de bewakers achter mij om, greep mij vast aan mijn arm en trok mij van de stoel op. Hij had geen uniform aan. Ik trok mijn hand terug en deelde hem mee om mijn kantoor te verlaten. Ik werd wederom bij mijn arm vastgepakt en medegedeeld dat ik op een of andere manier het hotel moest verlaten. Ik zag toen dat een van de bewakers in uniform, die in de deuropening stond, zijn pistool had getrokken. Ik zag tevens dat de andere bewaker die naast mij stond, zijn arm in de lucht stak, maar wist niet of hij een wapenstok in de handen had om mij hiermee te slaan.”

Bij het zien van het getrokken pistool gaf Ivanovic zich naar zijn eigen verklaring gewonnen en gaf hij zichzelf over.

,,Mijn armen werden achter mijn rug gedraaid en zij namen mij mee naar de uitgang van het hotel.”

Nog voor het bereiken van de uitgang, zag Ivanovic dat de politie was gearriveerd. Een mannelijke en een vrouwelijke agent. Hij vroeg de politie hem van zijn belagers te bevrijden en te beschermen. Hij vroeg de agenten om de bewakers te verzoeken of zij een rechterlijke uitspraak of bevel hadden om hem uit het hotel te kunnen zetten.

Er volgde een gesprek tussen Peterson, de bewakers en de agenten in een taal – vermoedelijk Papiaments – die Ivanovic niet verstond.

,,Ik werd hierna toch het hotel uitgezet en van de trap geduwd. Ik sprak hierna de politieagenten toe en vroeg hen waarom zij dit accepteerden dat dit met mij gebeurde. Ik werd hierna door de politieagenten aangeraden om naar de rechtbank te stappen.”

De personen die volgens de verklaringen van Ivanovic in het proces-verbaal kunnen getuigen van het incident, omdat ze erbij waren, zijn: Erwin Melfor (security manager), Gina Martina (security room operator), Lou Roelofsen (coördinator van de security; later manager, red.), Frank Buscemi en Layne Rachowicz (oorspronkelijke partners van Ivanovic, red.), Leslie Franklin (advocaat, red.). Ook een zekere Vendel, op dat moment bewaker in het casino, was er volgens het proces-verbaal bij.

,,Door handelingen van Speedy Security voelde ik mij ernstig in mijn leven en veiligheid bedreigd,” zo eindigt de aangifte, ondertekend door zowel aangever Ivanovic als brigadier/verbalisant Petronillia.

Bron: Antilliaans Dagblad

Naschrift: De ruzie om Plaza Hotel

In 2006 hebben Layne Rachowicz, Frank Buscemi en Barney Ivanovic het Plaza Hotel in Punda overgenomen van Van der Valk. Volgens een vonnis van maart 2008 werd door Rachowicz daartoe in totaal 2,7 miljoen dollar aan eigen vermogen ingebracht, Buscemi en Ivanovic brachten hun arbeid in. Metro Group bv zou de exploitatie doen. Girobank was extern financier.

In zijn brieven aan Atacho, Nivillac, Morillo, Capriles en Garcia (zie hoofdartikel) stelt Ivanovic dat hij op 1 maart 2008 met geweld uit het hotel gezet ‘in opdracht van Chester Peterson en uitgevoerd door George Jamaloodin en gewapende bewakers van Speedy Security Group nv zonder een rechterlijk bevel of een andere wettelijke volmacht’.

Op die dag verloor Metro Group het management en het bezit van het Plaza Hotel Curaçao door gebruik van macht(svertoon), concludeert Ivanovic.

Een maand later, op 11 april 2008, verloor zijn vennootschap – Ocean Side Management nv – een rechtszaak over het eigendom van het hotel. Maar op 29 april 2008 werd hoger beroep ingesteld en volgens Ivanovic werd Ocean Side Management op 2 juni 2009 door het Hof in het gelijk gesteld. Maar toen was Metro Group leeg en gestript, aldus Ivanovic.

Zijn lokale advocaten zijn onder meer Mirto Murray en Johanneke Schelling, Marius Römer en Bertie Braam.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *