Splits KTK van CPA

WILLEMSTAD — Loodsbedrijf KTK zou gescheiden moeten worden van havenbedrijf Curaçao Ports Authority (CPA). De internationale activiteiten stellen KTK (en haar aandeelhouder CPA) bloot aan aanzienlijke commerciële en financiële risico’s, aangezien 60 procent van de inkomsten van CPA, uit KTK komt.

Dit wordt gesteld door Maritime and Transport Business Solutions (MTBS) in het nieuwe havenbeleid dat door haar is opgesteld in opdracht van oud-minister van Economische Ontwikkeling, Abdul Nasser El Hakim (MFK).
MTBS werd eind januari 2012 door El Hakim ingeschakeld om een nieuw havenbeleid uit te werken.
Volgens de voormalige minister van Economische Ontwikkeling was er sprake van een desastreuze handelswijze omtrent CPA/KTK zonder een duidelijke visie of beleidsplan voor de haven.

“CPA heeft jarenlang zonder duidelijk havenbeleid of masterplan gewerkt en nu hebben wij het puin moeten ruimen.”

Als reden voor het moeten splitsen van KTK en CPA voert MTBS aan dat sleepwerkzaamheden gewoonlijk niet door de havenautoriteiten uitgevoerd worden, maar door overheidsbedrijven of private bedrijven.

”Sommige van deze bedrijven zijn van lokale bodem die diensten verlenen in een enkele haven en anderen zijn internationale spelers, die aan meerdere havens in een land of wereldwijd diensten verlenen (bv. Smit, Svitzer en Fairplay). Tussen de havenautoriteit en het sleepbedrijf wordt een vorm van concessie of vergunning gehanteerd om de operationele prestaties te waarborgen en om (als nodig) de markt te beschermen.”

Het rapport stelt dat door het 100 procent aandeelhouderschap in KTK, CPA in principe verantwoordelijk is voor de sleepdiensten op Curaçao.

Riskante structuur
Deze structuur levert volgens MTBS geen positieve bijdrage aan het maritieme cluster.

“De internationale sleepactiviteiten stellen KTK en daarmee CPA bloot aan aanzienlijke commerciële en financiële risico’s.
Met het oog op het exclusieve karakter, het mandaat voor de sleep op Curaçao, is de internationale bedrijfstak hoogst competitief en om deze redenen riskant.
Dit risico zou niet door de landlord-havenautoriteit gedragen moeten worden. Met een dergelijke afhankelijkheid van de sleepindustrie, heeft CPA teveel een focus op dit gedeelte van de bedrijfstak.
Het resultaat hiervan is dat CPA niet in staat is om haar landlord-functie voldoende te vervullen.”

 

Veranderingen
Zoals deze krant uitvoerig heeft bericht, zijn er ten tijde van het kabinet-Schotte vanaf 10-10-’10 ingrijpende veranderingen doorgevoerd binnen onder andere CPA en haar dochteronderneming KTK.
Zo werd de KTK-vestiging in Panama in augustus 2011 definitief opgeheven.
Het vijf jarige contract/concessierecht van KTK met het verschepingsbedrijf Evergreen Line om bij de Colon Container Terminal (CCT) sleepwerkzaamheden te verrichten werd daarbij opgezegd.
Deze licentierechten werden voor een bedrag van 90.000 dollar overgenomen door de Venezolaanse Maveco-groep.
De KTK-sleepboten Tiburon en Barakuda, die in Panama geregistreerd waren, werden vervolgens door de Maveco-groep gehuurd en in Venezuela ingezet.

De volgende voorbeelden worden genoemd ter illustratie van het bovengenoemde:

“Er worden weinig middelen gespendeerd/gewijd aan zeer belangrijke onderwerpen zoals het afdwingen van de concessie-contracten, het faciliteren van verbeteringen ten aanzien van efficiency, land beheer/management, haven-marketing, stakeholder-management en markt analyse.”

Potentieel
De huidige missie-opgave van CPA, zou van ‘deze onbalans getuigen’ door zich voornamelijk als efficiënte dienstverlener binnen de sleepindustrie in de havens van Curaçao te profileren.

“De overheid, individuele politici en de gemeenschap in het algemeen, hebben intern geen alternatief voor zaken die met zakelijke ontwikkeling van de haven te maken hebben.
Dit behelst ook de onderwerpen zoals het overslagpotentieel van het eiland, de toekomst van de Isla-raffinaderij (in 2011 zijn er bij de raffinaderij meer dan 500 vaartuigen afgehandeld die sleepwerkzaamheden nodig hadden en bij Bullenbaai waren dat er meer dan 300), het potentieel van Liquefied Natural Gas (LNG), de ontwikkeling van de jachthavensector, het ferry-potentieel enzovoorts”

, aldus het havenbeleid.

 

‘Voortslepende kwesties’

MTBS meent dat het landlord-gedeelte van de havenautoriteiten, deze strategische zaken zouden moeten omvatten of op zijn minst coördineren, om op deze wijze de behoefte aan expertise van buitenaf te verkleinen. “Een verder voorbeeld van deze verkeerde combinatie zijn de voortslepende kwesties binnen de havens van Curaçao. Zaken zoals vervuiling in de baai van het Schottegatgebied, de prestaties van de containerterminal en het drukke verkeer in de St. Annabaai krijgen naar verhouding van de landlord-havenautoriteit te weinig aandacht, minder dan ze verdienen. Anderzijds presteren de sleepboten prima.”

Met het oog op het bovengenoemde is het sterk aan te raden, aldus MTBS om KTK van CPA af te splitsen. “Het verkleint het blootstellen aan risico voor de havenautoriteit aanzienlijk en biedt CPA de mogelijkheid om zich geheel op haar taken als landlord-havenautoriteit te richten en op de coördinatie van haar primaire-cluster. In de praktijk wordt een splitsing niet als een moeilijke taak gezien: Na de opzet of een upgrade van de concessie-overeenkomst tussen CPA en KTK, kunnen de aandelen direct onder het ministerie van Economische Ontwikkeling worden ondergebracht of onder een andere gouvernementele organisatie. Ook kan de beslissing worden genomen om de aandelen (gedeeltelijk) te verkopen aan de private sector”, aldus de conclusie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *