Staten niet geïnformeerd over onderzoek PwC

logo-Centrale BankWILLEMSTAD — De Staten hebben de Algemene Rekenkamer Curaçao (ARC) in 2011 al belast met een onderzoek bij de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS).
Van een ander onderzoek, dat door PricewaterhouseCooper (PwC) Nederland wordt uitgevoerd, zijn de Staten niet officieel op de hoogte. Dat stelt MFK-Statenlid Amerigo Thodé desgevraagd.

PwC is door de regeringen van Curaçao en St. Maarten belast met een ander onderzoek bij CBCS. Het wordt geen integriteitsonderzoek, zoals de Raad van Commissarissen vorig jaar besloot, maar een operational audit.
Dit hebben de vermogensgerechtigden (Curaçao en St. Maarten) van de CBCS besloten.

De Nederlandse Bank werd gevraagd om Terms of Reference (ToR) op te stellen voor het onderzoek.
De inhoud van de ToR is onbekend.

“Daar heb ik geen kennis van.
Dat onderzoek is door de overheid gedaan en ik weet niet wat het inhoudt.
De Staten zijn hierover niet geïnformeerd.
Ik heb via de media het een en ander hierover gelezen”

, zegt Thodé.

Voor hem geldt de beslissing van de Staten om de Algemene Rekenkamer een onderzoek te laten doen.
Thodé zegt het rapport nog niet te hebben gelezen en betwijfelt of het rapport al af is en of de Staten het al hebben ontvangen.

Op de vraag of de MFK-fractie het onderzoek bij de CBCS alsnog ter sprake zal brengen in de Staten, zei Thodé dat er veel werk te verrichten is en dat de MFK-fractie zich de laatste tijd heeft geconcentreerd op de financiële maatregelen die door de overheid zijn genomen en de perikelen rond de bouw van een nieuw ziekenhuis.
Een vraagstuk waarover, volgens Thodé, het interim-kabinet Hodge is gevallen.

Het rapport ‘Toezicht Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten’, werd eind oktober 2012 aan de Staten overhandigd.
De Amigoe berichtte in november vorig jaar al over de bevindingen in het definitieve rapport van de ARC.
De ARC heeft geen begrip voor het feit dat de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) ‘kennelijk heeft geweigerd’ bepaalde informatie aan de Rekenkamer te verstrekken en ook haar externe accountant geen toestemming heeft gegeven om mee te werken aan het onderzoek van de Rekenkamer.

“De Kamer is van mening dat de directie van de Bank hiermee een verkeerd signaal afgeeft, aangezien hiermee bestaande vraagtekens over het operationele gebeuren van de Bank niet worden weggenomen”

, aldus het nawoord.
Ook betreurt de Rekenkamer het dat de CBCS niet formeel reageerde op het in juli verschenen conceptrapport.

Een van die ‘vraagtekens’ betreft de veelbesproken obligatielening aan nutsbedrijf Aqualectra, waarover de Rekenkamer meldt dat ondanks het feit dat zij recentelijk kennis heeft genomen van documenten met betrekking tot deze obligatielening, zij ‘niet zelfstandig heeft kunnen vaststellen hoeveel tijd de banken effectief werd gegund om zich voor de obligatielening in te schrijven;

  • hoeveel belangstellenden voor de obligatielening zich bij de CBCS hebben gemeld;
  • tegen welke rentevergoeding zij bereid waren om te investeren in de obligaties van Aqualectra;
  • hoe de uitgifteprijs van 79,6 procent tot stand is gekomen;
  • of er aanvullende afspraken tussen Aqualectra en de CBCS zijn gemaakt ten aanzien van de (vroegtijdige) terugbetaling’.

Daarbij wordt ook nog opgemerkt dat er ten aanzien van de uitgifteprijs (79,6 procent in plaats van 100 procent) en de hoofdsom (300 miljoen gulden in plaats van 240 miljoen gulden) is afgeweken van de prospectus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *