Staten zeven keer ontbonden in geschiedenis Antillen

WILLEMSTAD — In de parlementaire geschiedenis van de Nederlandse Antillen werden de Staten zeven keer vroegtijdig ontbonden. De eerste keer was in 1954, terwijl de laatste keer in 1993 was. De ontbinding van de Staten in 1979 door het kabine-Roozendal vertoont grote overeenkomsten met die door het kabinet-Schotte eerder deze week.

In 1979 diende het kabinet- Roozendal zijn ontslag in, terwijl tegelijkertijd ook de Staten werden ontbonden. Dit volgde op een conflict tussen het kabinet en ambtenarenvakbond Abvo. Deze ontbinding van de Staten indertijd vertoont grote overeenkomsten met het handelen van het kabinet-Schotte eerder deze week.
Ter overweging van de ontslagaanvraag van het kabinet stelde de regering in 1979 dat
het voor het voeren van een krachtig beleid ter doorvoering van de noodzakelijke sanering van de overheidsfinanciën en verbetering van de financieel-economische situatie in het algemeen de regering verzekerd zal moeten zijn van een solide meerderheid in de Staten, die voldoende representatief is voor de huidige inzichten van het volk met betrekking tot het te voeren beleid’.

In zijn motivering van het besluit om ontslag in te dienen en om de Staten te ontbinden stelde het kabinet- Schotte:
De situatie in ons land vereist een krachtig beleid ter doorvoering van de noodzakelijke sanering van de overheidsfinanciën en verbetering van de sociaal- economische situatie in het algemeen, waarbij de regering verzekerd zal moeten zijn van een solide meerderheid in de Staten die voldoende representatief is voor de huidige inzichten van het volk met betrekking tot het te voeren beleid.”

In het boek ‘Staatsrecht van de Nederlandse Antillen’ van A.B. Van Rijn van uitgeverij W.E.J. Tjeenk Willink staat overigens omschreven dat de verkiezingen van 6 juli 1979, die volgden op het ontbinden van de Staten, als ‘uitlaatklep fungeerden voor de maatschappelijke onvrede’ van indertijd.

De eerste keer dat de Staten vroegtijdig werden ontbonden was in 1954.
Het toenmalig kabinet Da Costa Gomez kon aan het einde van haar regeerperiode op slechts 12 van de 22 Statenleden rekenen. Dit kabinet had ook te maken met het feit dat de coalitie van de Arubaanse Volkspartij (AVP) het tijdens Statenvergaderingen regelmatig liet afweten, waardoor door een gebrek aan quorum vergaderingen geen doorgang konden vinden.
Nieuwe verkiezingen stonden voor 15 november 1954 op de agenda. T
wee dagen voor deze datum besloot het kabinet de Staten te ontbinden ‘om kiezers in de gelegenheid te stellen een duidelijke uitspraak te geven of de leden van de Staten bij de uitoefening van hun taak, naar eigen inzicht handelende nog wel het vertrouwen van de kiezers genieten’.

In 1958 werden ook de Staten ontbonden. Deze keer gebeurde het op nadrukkelijk verzoek van de Staten zelf en volgde het op een conflict tussen de gouverneur en het kabinet-Jonckheer over de uitzetting van de directeur van het toen nog bestaande dagblad Beurs- en Nieuwsberichten. Dit conflict had de leden van het kabinet veel prestigeverlies toegebracht en om nog meer schade te voorkomen werd besloten dat er vervroegde verkiezingen gehouden zouden worden. De Staten namen indertijd een motie aan, waarin gesproken werd van ‘heersende spanning onder het Antilliaanse volk in verband met het op dat moment bestaande verschil van mening’. De motie werd aangenomen en door het kabinet uitgevoerd. De verkiezingen werden uiteindelijk met een maand vervroegd.

De arbeidersopstand van 30 mei 1969 was in juni van dat jaar aanleiding voor het kabinet-Jonckheer-Kroon om de Staten te ontbinden. Het initiatief hiervoor werd genomen door de Staten zelf, die een motie aannamen waarin op nieuwe verkiezingen werd aangedrongen, zodat het volk zich over het beleid van de regering zou kunnen uitspreken.

Na de ontbinding van de Staten in 1979 door het kabinet-Roozendal zou het tot 1982 duren voordat het parlement weer door de regering naar huis werd gestuurd. Indertijd gebeurde dit nadat een lid van de coalitie zijn steun voor het kabinet- Martina had ingetrokken, waardoor de regering niet meer over een meerderheid in het parlement kon beschikken. Nadat pogingen om een nieuwe coalitie te vormen waren mislukt, werd besloten om de Staten te ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven.

Het feit dat Aruba in 1986 het Antilliaans staatsverband zou verlaten was in 1985 aanleiding om de Staten te ontbinden.

En in 1993 werden de Staten ook ontbonden, net voordat er nieuwe verkiezingen gehouden zouden worden. De ontbinding werd indertijd ingegeven door fundamentele beslissingen die genomen moesten worden op staatkundig gebied. De meerderheid van de regering in de Staten, twaalf zetels, werd door betrokkenen als een te smalle basis bevonden om deze veranderingen door te kunnen voeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *