Strafdossier naar pers ongewoon

Het vrijgeven aan de pers van vertrouwelijke stukken uit het strafdossier aan de pers geeft, zoals advocaat Gladys Sophia- Alendy van verdachte D’Angelo ‘Panchèk’ Damascus is ongebruikelijk

Het vrijgeven aan de pers van vertrouwelijke stukken uit het strafdossier aan de pers geeft, zoals advocaat Gladys Sophia- Alendy van verdachte D’Angelo ‘Panchèk’ Damascus recent deed, is ongebruikelijk

Willemstad – Dat een advocaat vertrouwelijke stukken uit het strafdossier aan de pers geeft, zoals advocaat Gladys Sophia- Alendy van verdachte D’Angelo ‘Panchèk’ Damascus in de high profile strafzaak Magnus in verband met de moord vorig jaar op politicus Helmin Wiels vorige week deed, kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen.

Dat blijkt uit de tuchtrechtelijke uitspraak van de Raad van Discipline in Amsterdam. Weliswaar een tuchtrechtelijke uitspraak in Nederland, maar dit geeft doorgaans wel de geldende normen weer.

De Raad van Toezicht (RvT) op de Advocatuur van Curaçao kan afwijken, maar baseert zich in principe op jurisprudentie van hier én in Nederland. Het lokale gedragsrecht is iets anders dan het Nederlandse en spreekt over ‘uiterst terughoudend’.

De Nederlandse uitspraak: ,

,De raad stelt voorop dat de advocaat in strafzaken een grote vrijheid heeft bij het bepalen en invullen van het verdedigingsbelang. De wijze waarop de advocaat van deze vrijheid gebruik maakt kan tuchtrechtelijk slechts marginaal worden getoetst. Voorwaarde is wel dat zijn handelen de instemming heeft van zijn cliënt.

Het verdedigingsbelang kan meebrengen dat de advocaat de op grond van (…) het Wetboek van Strafvordering verkregen stukken aan de pers ter beschikking stelt, dan wel daarvan aan de pers inzage verleent. Ook mag de voorwaarde worden gesteld dat daarbij enig rechtens redelijkerwijs te respecteren belang van zijn cliënt kan zijn gediend.”

,,De advocaat dient zich bij het voorgaande mede af te vragen of het opsporingsbelang zo zwaar weegt dat een uitzondering op de hiervoor geschetste vrijheid dient te worden gemaakt, en of de gerechtvaardigde belangen van derden door publicatie van de aan de pers verstrekte stukken niet onnodig worden geschaad.

De advocaat heeft bij de afgifte van, dan wel het verlenen van inzage in (gedeelten van) een strafdossier een eigen verantwoordelijkheid. Hij kan daaruit niet worden ontslagen door de opdracht of instemming van zijn cliënte. Evenmin is het gedrag van derden, zoals het Openbaar Ministerie of andere betrokkenen (waaronder de media), en/of de aard van de zaak bepalend voor de vraag of de advocaat zich in een dergelijke situatie behoorlijk heeft gedragen.”

Aldus een eerdere uitspraak in Nederland. Het geeft dus de geldende normen weer. De Curaçaose Raad van Toezicht kan hier van afwijken maar baseert zich op jurisprudentie van Curaçao én in Nederland. De gedragsregels die lokaal gelden en waaraan de RvT toetst, zijn te vinden op website van de Orde van Advocaten van Curaçao.

De Raad van Toezicht komt (pas) aan bod als er een klacht is ingediend. Dat kan de deken (voorzitter) doen; een andere advocaat (bijvoorbeeld de advocaat van een van de verdachten wiens belangen misschien geschaad zijn); een belanghebbende (bijvoorbeeld het OM).

Het Openbaar Ministerie heeft eerder een klacht ingediend tegen een advocaat die de gedragsregels overtrad, waarop een berisping van die advocaat volgde.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *