Taalstrijd Dick is in feite Nederlandse lompheid

irene-dick-1

Taalstrijd Dick is in feite Nederlandse lompheid

Minister Dick weigerde donderdag een vraag van Rick Hart in het Nederlands te beantwoorden. “Begrijpt u geen Papiaments? Ik denk dat u dan een inburgering moet doen.” Aan het aantal reacties te zien, deed de inzet van Dick in de taalstrijd de gemoederen flink oplopen. Behalve kritiek oogstte ze ook bijval.

Hart stelde zijn vraag in het Nederlands omdat zijn luisteraars Nederlandstalig zijn, niet omdat hij geen Papiaments zou kunnen. “We zitten hier op Curaçao”, stelde Dick. Met andere woorden: er wordt hier uitsluitend Papiaments gesproken. De reden dat ze in het Papiaments antwoordde is niet omdat ze geen Nederlands zou kunnen, maar omdat haar achterban Papiamentstalig is en dergelijke statements graag hoort.

Nederland en Curaçao zijn op sommige vlakken goed te vergelijken. In Nederland spraken tot ongeveer de jaren negentig relatief veel mensen meerdere talen. Naast Engels was minimaal één vreemde taal (Duits of Frans) verplicht. Het deed een klein landje iets groter lijken. Het droeg deels ook bij aan het Nederlandse succes in de handel – ja mensen, ook na de slavernij – omdat je geen succes kunt hebben als je over de grens geen woordje spreekt.

Natuurlijk, Nederlands was (en is) de voertaal, maar in verhouding tot de regio Europa spreken Nederlanders zowaar goed Engels. Dat het bij uitzondering leidt tot hilarische vertalingen als ‘How do you do and how do you do your wife?’ is de ‘Undutchables’ vergeven. Veel Zuid-Europeanen zouden die zin en de bijbehorende grap niet eens begrijpen.

Op Curaçao treffen we een vergelijkbare situatie aan. Veel mensen spreken meerdere talen vloeiend. Zon, zee en strand is een ding, maar het feit dat hier Nederlands, Engels en Spaans gesproken wordt, is van meerwaarde voor duizenden toeristen. Het serviceniveau zal het toch niet zijn!

Toen kwamen de jaren negentig. De populariteit van Engels nam een grote vlucht onder jongeren, waardoor met name Duits (een grote handelstaal in Europa) in de knel kwam. De jarenlange bezuinigingen werden pijnlijk zichtbaar in het Nederlandse (taal)onderwijs, waar een lerarentekort inmiddels een rechtstreekse bedreiging vormt voor weldenkendheid. Rond de eeuwwisseling gilde een kale knikker in krijtstreep dat de grenzen dicht moesten voor wie de Hollandse monocultuur bedreigde.

Het land werd bang, trok zich terug achter de dijken en herbezon zich op de Nederlandse identiteit, dat van vreemde smetten vrij moest zijn. Nooit eerder werd er zo’n nadruk gelegd op hoe belangrijk Nederlands was. Maar ook daarbij bleek dat het hanteren van taal toch vooral in een context gezien moet worden. Iets wat bijvoorbeeld de VVD niet deed in een lokale verkiezingscampagne. Verbijsterend en beangstigend dat een klein land (17 miljoen mensen) in een klein taalgebied (25 miljoen mensen) zich zo kon isoleren en dat aan de hand van -inmiddels- een politieke hooligan uit Venlo blijft doen.

Curaçao kent een onvergelijkbare geschiedenis. De Nederlanders spraken Nederlands en de lokalen spraken Papiaments. Pas veel later, na een moeizame strijd om afschaffing van de slavernij, werd hun spraak erkend als officiële taal. Die taal werd ook een symbool van de eigenheid van de eilanden. Op Curaçao is Papiaments inmiddels de meest dominant aanwezige taal.

Toch kent het land grote minderheidsgroeperingen, waarvan de Spaans- en de Nederlandstalige de grootste zijn. Het eiland heeft daarom meerdere officiële talen, waaronder Papiaments en Nederlands. Curaçao is zowel theoretisch als in de praktijk een meertalig eiland waar Papiaments het meest gesproken wordt. Nederland is bij benadering eentalig.

Het maakt de impliciete vergelijking (‘We zitten hier op Curaçao’, daar hoef je de toevoeging ‘en niet in Nederland’ maar bij te denken) des te ongepaster. Dick vergeet dat pro-Papiaments zijn, wat haar goed recht is, niet hetzelfde is als geen Nederlands willen spreken. Ik stelde al eerder dat Nederland een deel van het eigen (economisch) succes aan collectieve taalvaardigheid te danken had, dat steeds verder uitgehold wordt door lompheid, isolationisme en bekrompen nationalisme. In een taalgebied van een half miljoen mensen zou dat zo mogelijk nog meer desastreuze gevolgen hebben dan dat het in Nederland al heeft.

Dick wilde zich impliciet afzetten tegen de voormalig kolonisator en de Hollandse invloeden. Onbedoeld toonde ze echter precies dezelfde eigenschappen die ze de ‘makamba’s’ verwijt: lompheid en een eenzijdige nadruk op aanpassing. Maar misschien kwam deze discussie haar des te beter uit omdat ze in wezen geen antwoord kon geven op vragen over de bezuinigingen in het onderwijs.

Bron: Versgeperst

 

2 Reacties op “Taalstrijd Dick is in feite Nederlandse lompheid

  1. Het volk moet dom blijven.
    Want stel dat het volk goed Nederlands zou spreken en lezen.
    Wat dan?
    Alle ministers zouden hun baan verliezen, want dan zouden ze inzien wat een dom en graaigraag volk het ministerie is.
    Dus het doel van alle regeringen tot op heden is geweest: hou het volk dom.
    De papiamentstalige kranten/tv/radio zitten in de zakken van de maffia.
    Waar kan men goede artikelen lezen in het papiamentu?
    Waar kan men goede boeken lezen of artikelen in kranten?
    Kan je tercht op internet met deze taal?
    Het Papiamentu is prima voor thuis of bij de snack, of voor een paar intellectuelen, die zonodig gedichten moeten schrijven in die taal.
    Verder is het papiaments bedoeld om het volk dom te houden.

  2. Marcia de M.

    Het eerste wat ik Dick aanraad is haar paspoort in te leveren. Ik zou mij daar tenminste lekkerder bij voelen. Verder vind ik het bizar dat de PS maar ook voorheen de MFK van die ongelooflijk weinig intelligente dames voordraagt. Uitermate triest dat deze figuren gesalarieerd worden op kosten van de YdK.
    Hier voel ik mij tenminste niet echt lekker bij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *