Tagarchief: Slavernij

Protest bij slavernijherdenking

Protestanten verstoorde de toespraak van vice-premier Asscher Foto |  ©ANP .

Protestanten verstoorde de toespraak van vice-premier Asscher
Foto | ©ANP .

Demonstranten hebben in het Oosterpark in Amsterdam de nationale herdenking van het slavernijverleden verstoord. Ongeveer twintig betogers hielden een protestactie op het moment dat vice-premier Asscher een toespraak zou houden. Verder lezen

Slavernij moet vast onderdeel onderwijs NL worden

Slavernij

Slavernij

CURAÇAO – Het slavernijverleden moet een vast onderdeel worden van het onderwijs in Nederland. Dat stelt hoogleraar Caraïbische Geschiedenis Alex van Stipriaan. In opdracht van de gemeente Amsterdam deed hij onderzoek naar onwetendheid in Nederland over het slavernijverleden in voormalige Nederlandse koloniën. Verder lezen

Europa zal slavernij niet vergoeden

europa-vlagWillemstad/Amsterdam – ,,Europa gaat het gesprek aan, maar met geld zal het niet over de brug komen.” Dat laat historicus Gert Oostindie weten tegenover de NOS naar aanleiding van een verzoek uit de Cariben om compensatie voor schade die door de slavernij is aangericht.

Advertentie

Verder lezen

Cariben willen geld en excuses voor slavernij

slaverij-verleden2KINGSTON – Landen in het Caribisch gebied willen excuses en herstelbetalingen van Europese staten die betrokken waren bij slavernij. Lidstaten van de gemeenschap Caribbean Community (Caricom) hebben een tienpuntenplan goedgekeurd dat daartoe moet leiden. Dat zei de Britse advocaat Martyn Day, die betrokken is bij de zaak, dinsdag. Verder lezen

NOS: Cariben eisen vergoeding slavernij

De Caribische landen spreken onder meer Nederland aan ©ANP.

De Caribische landen spreken onder meer Nederland aan ©ANP.

Vijftien Caribische staatshoofden, verenigd in de Caribische Gemeenschap (Caricom), willen van hun ex-kolonisators compensatie voor de schade die ze hebben aangericht tijdens de periode van slavernij. Ook Nederland willen ze aansprakelijk stellen, vanwege het slavernijverleden in Suriname.

Advertentie

Verder lezen

Meer landen moeten dokken voor slavernij

Bron: Versgeperst.com

slavernijCURAÇAO – Een Caribische commissie wil van meer landen herstelbetalingen voor slavernij. In eerste instantie werden Groot-Brittannië, Frankrijk en Nederland genoemd. Nu wil de Carribean Community Reparations Commission ook geld zien van Spanje, Portugal, Denemarken, Noorwegen en Zweden.

Advertentie

Verder lezen

WP | This map shows where the world’s 30 million slaves live

The Washington Post

Share of each country's population that is enslaved. Click to enlarge. Data source: Walk Free Global Slavery Index. (Max Fisher/The Washington Post)

Share of each country’s population that is enslaved. Click to enlarge. Data source: Walk Free Global Slavery Index. (Max Fisher/The Washington Post)

We think of slavery as a practice of the past, an image from Roman colonies or 18th-century American plantations, but the practice of enslaving human beings as property still exists. There are 29.8 million people living as slaves right now, according to a comprehensive new report  issued by the Australia-based Walk Free Foundation. Verder lezen

Organisaties tevreden over verloop herdenkingsjaar

Eva Gort en Eva Mabayoje (links) presenteren hun boek ‘God is niet wit’.

Eva Gort en Eva Mabayoje (links) presenteren hun boek ‘God is niet wit’.

AMSTERDAM — De organisatoren van de Stichting Herdenking Slavernijverleden 2013 zijn positief gestemd over het behalen van hun doelstellingen.
Het is moeilijk om concreet te meten hoeveel meer mensen zich bewust zijn over het slavernijverleden en de gevolgen tot op de dag van vandaag.
Maar het grote aantal optredens, manifestaties, boeken en andere initiatieven zijn een goed teken.
Verder lezen

Bándabou vraagt erkenning voor rol in emancipatiestrijd

Voorzitter van Fundashon Kultural Banda Bou, Rudy Rooi (r), curator van Museo Tula Jeanne Henriquez (l), leveren het verzoek voor erkenning in bij Statenvoorzitter Mike Franco (m).

Voorzitter van Fundashon Kultural Banda Bou, Rudy Rooi (r), curator van Museo Tula Jeanne Henriquez (l), leveren het verzoek voor erkenning in bij Statenvoorzitter Mike Franco (m).

WILLEMSTAD — Fundashon Kultural Banda Bou doet een serieuze oproep aan de personen die belast zijn met de organisatie van de viering 150 jaar slavernijafschaffing, om erkenning te geven aan de rol die Bándabou heeft gespeeld in de strijd voor de afschaffing van slavernij op Curaçao.
Statenvoorzitter Mike Franco (Pais) heeft onlangs de delegatie uit Bándabou op zijn kantoor ontvangen.
Verder lezen

NAAM herdenkt 150 jaar vrijheid

Willemstad — Dit jaar is het 150 jaar geleden dat de slavernij op Curaçao werd afgeschaft. Om deze historische gebeurtenis te vieren kondigde het National Archaeological – Anthropological Memory Management (NAAM) samen met andere commissies gisteren tijdens een persconferentie een hele serie activiteiten aan. Verder lezen

Leven op een slavenschip

 
Door: Aruna Jhagru

Versgeperst.com Vlissingen Versgeperst Slavenschip slaven LIFESTYLE lezing Curaçao afschaffing Ad Tramper  slavernijCURAÇAO – De slavernij in de voormalige Nederlandse Antillen en Suriname werd 150 jaar geleden afgeschaft. Dat wordt op 1 juli herdacht. In het kader van de afschaffing houdt stadsarchivaris Ad Tramper in de bibliotheek van Vlissingen een lezing genaamd ‘Leven aan boord van een Walchers slavenschip’. Verder lezen

Overtuigend verhaal over oude en nieuwe slavernij

Vlnr: Naomi Reingoud, Urbi Plein en Shertise Solano   AMSTERDAM — Drie van de vrouwen in de theatervoorstelling Rebelse Vrouwen zijn gebrandmerkt door de West Indische Compagnie, de vierde heeft een tattoo met de tekst ‘Steve Forever’. Maar in feite gaat het in alle gevallen om een eigendomsbewijs van de eigenaar.

Vlnr: Naomi Reingoud, Urbi Plein en Shertise Solano AMSTERDAM — Drie van de vrouwen in de theatervoorstelling Rebelse Vrouwen zijn gebrandmerkt door de West Indische Compagnie, de vierde heeft een tattoo met de tekst ‘Steve Forever’. Maar in feite gaat het in alle gevallen om een eigendomsbewijs van de eigenaar.

Rebelse Vrouwen, waarvan vrijdag de première was in het Amsterdamse Bijlmertheater, is één van de vele activiteiten voor de herdenking van de afschaffing van de slavernij, dit jaar 150 jaar geleden. Die herdenking is een grote uitdaging, zo wordt in elke toespraak en presentatie benadrukt, omdat er aandacht moet zijn voor heel veel aspecten. Enerzijds moet het zwart-witbeeld vermeden worden van de kolonisator als een door en door slechte dader en de slaaf als een onschuldig slachtoffer. Anderzijds mag niet onderschat worden hoe gruwelijk de behandeling van de slaven was. Aan de ene kant moet er aandacht zijn voor bekende verhalen als dat van de vrijheidsstrijder Tula, maar aan de andere kant is het goed om de verhalen van onbekende helden te vertellen. En bovenal mag niet vergeten worden dat er ook anno 2013 nog sprake is van slavernij. Verder lezen

De slaven Opstand van 1795

Tula was een onafhankelijkheidsstrijder, en één van de bekendste aanvoerders van de grote Curaçaose slavenopstand van 1795. Een van de andere leiders was Bastiaan Carpata, een derde heette Pedro Wacao.
De opstand begon vroeg in de ochtend van 17 augustus 1795 op plantage Knip (Kenepa) van Caspar Lodewijk van Uytrecht op Bandabou. 40 tot 50 slaven kwamen samen op het plein voor het plantagehuis en vertelden hun eigenaar, Van Uytrecht, dat ze niet meer voor hem wilden werken. Hij zei ze hun klachten neer te leggen bij de Luitenant-Gouverneur op Fort Amsterdam.
Tula had samen met anderen de opstand al enige weken voorbereid. De in opstand gekomen slaven bevrijdden 22 anderen die gestraft en opgesloten waren in Lagun. Daarna gingen ze naar de suikerplantage Santa Cruz, waar Tula’s mederevolutionair Bastian Carpata hem met andere in opstand gekomen slaven opwachtte. Hier gaven Jan en Miguel Boelbaai de ontsnapte slaven rum gemixt met bepoederde geitenhoorn te drinken. Deze drank werd awa di huramentu genoemd, gezworen water.
In de tussentijd had Van Uytrecht zijn zoon te paard met een handgeschreven briefje naar gouverneur De Veer in Willemstad gestuurd. Om zeven uur ‘s avonds hield de koloniale raad een spoedbespreking. Ze besloot om naast het reguliere garnizoen alle vrije zwarte en mulatten-kapiteins op te roepen. Zij moesten de hele nacht rondom Willemstad patrouilleren. Bovendien moesten ze direct rapporteren hoeveel man zo nodig naar Bandabou konden vertrekken. Commandant Wierts van het marineschip Medea, dat in de haven aangemeerd lag, werd gevraagd om Fort Amsterdam te verdedigen.
Op 18 augustus trokken de slaven in de richting van Porto Mari. Onderweg passeerden ze de plantages San Nicholas, Santa Martha en San Juan. Hun strategie was, om naar Willemstad te trekken; uit te kijken naar schuilplaatsen, en versterkingen vanuit de stad tegen te houden. De plantage-eigenaars hadden hun huizen verlaten en vluchtten naar de stad, voedsel en water achterlatend in handen van de slaven. Zij namen onder meer voorraden Maishi Chiki in beslag, die in de magasina’s van de plantagehuizen bewaard werd.
Tula stuurde een van zijn volgelingen, de Franse slaaf Louis Mercier, terug naar Knip om de andere slaven te bevrijden. Mercier viel Santa Cruz aan en nam commandant Van Der Grijp en tien van zijn mulatten gevangen. Mercier viel ook Knip aan, en slaagde erin om nog meer slaven te bevrijden en meer wapens buit te maken. Nadat hij zijn doel bereikt had, vond hij zijn weg terug naar Tula door het spoor van ravage te volgen dat Tula had achtergelaten bij zijn aanvallen op andere plantages.
Bij Fontein doodde Louis Mercier de Nederlandse schoolmeester Sabel uit medelijden omdat Pedro Wacao hem achter een paard had gebonden. Sabel werd het eerste blanke slachtoffer van de rebellen. Mercier maakte wapens en een kanon buit op plantage Fontein en trof voorbereidingen om de heuvel Seroe Fontein dichtbij het landhuis Fontein te bezetten, van waar ze de weg van Willemstad naar Bandabou konden controleren. Vanaf dat moment konden Tula en zijn kameraden rekenen op de hulp van de meerderheid van de slaven en vrije zwarten op Bandabou. Mensen op Bandabao die niet aan de opstand mee wilden doen, werden door het leger overgehaald zich te melden, dat bij San Juan gelegerd was. Zij kregen daar een laissez passer en konden ongehinderd naar Willemstad doorreizen.
Volgens de statistieken had Bandabou tussen de 4000 en 5000 inwoners in 1795, voornamelijk slaven. Hoewel de gronden plantages werden genoemd, groeiden er geen gewassen zoals suiker en tabak, de gebruikelijke gewassen op de andere Caraïbische eilanden. Vanwege de droogte konden hier alleen voedingsmiddelen zoals Maishi Chiki (Turkse Tarwe), yams en vruchtbomen zoals mango, limoen, en sinaasappel worden geteeld. Daarnaast werd kleinvee en rundvee gehouden voor de zuivel, het vlees en de huiden. Het grootste aantal slaven bij één eigenaar was 400. Zulke grote slavenpopulaties waren nodig om het zout uit de zoutpannen te vergaren en de andere werkzaamheden op de plantage te verrichten.
In de stad had intussen de koloniale raad besloten om de Rodeweg (van Willemstad naar Bandabao) te bewaken met een groep van 80 vrije zwarten en 8 blanke mariniers, om de stad te beschermen tegen aanvallen van de rebellen. Verder besloot ze een kleine macht bestaande uit 12 militairen en 30 vrije zwarten onder commando van luitenant R.G. Plegher (Pleeger) naar Bandabou te sturen. Deze groep ging per boot van Willemstad naar Boca San Michiel, en van daar te voet naar Portomari, waar Tula en zijn volgelingen hun kamp hadden opgeslagen. Ze onderschatten de aanvalskracht van de rebellen, maar ze wilden ook in de stad voldoende verdedigers houden. In die turbulente dagen doorkruisten veel vijandige schepen de Caraïbische Zee, en ook piraten waren actief.
Op 19 augustus leed de luitenant een nederlaag op de plantage Oud St. Marie, waarbij de rebellen in het bezit van 80 extra geweren kwamen. Hun aantal was inmiddels tot 1200 gegroeid. Plantage-eigenaars hadden een leger van vrijwilligers te paard geformeerd. De rebellerende slaven werden nu beschouwd als een bedreiging voor de dominante blanke gemeenschap.
De koloniale raad stuurde een groter leger (met 93 militairen, 62 mariniers en 45 bereden burgers) onder commando van garnizoenskapitein Baron van Westerholt tot de Leemcule naar Bandabou. Van Westerholt had orders om de rebellen clementie aan te bieden om levens te redden. Met deze groep ging ook Jacobus Schink mee, een pater van de Fransiscaner orde.
Schink sprak met Tula en probeerde tot overeenstemming te komen en een oorlog te voorkomen. Tula zei hem: “Zij hebben ons erg slecht behandeld. Wij willen niemand kwaad doen maar wij willen vrijheid. Is niet iedereen op aarde een afstammeling van Adam en Eva? Deed ik er fout aan om 22 broeders uit de gevangenis te bevrijden, waar ze ten onrechte in zaten? Ai, vader, zelfs een dier krijgt een betere behandeling.” Hierbij moet worden bedacht dat de protestantse Hollanders hun godsdienst beschouwden als exclusief voor blanken. Ze doopten nooit slaven, in tegenstelling tot de katholieken. Rooms-Katholieke priesters waren al vanaf de Spaanse tijd actief op Curaçao, en preekte met name onder de bevolking van het platteland; hoewel ook in Willemstad Rooms geestelijken werkten.
Tula was zich ervan bewust dat de Franse slaven op Haïti de vrijheid hadden gekregen, en beredeneerde dat Nederland in Franse handen was, zodat slaven op Curaçao dan ook de vrijheid verdienden. Hij nam geen enkel aanbod aan. Schink keerde terug naar Baron van Westerholts kamp en lichtte hem in over de voorwaarden van Tula. Van Westerholt haalde meer versterking en besloot aan te vallen. Hij gaf orders om te schieten op elke gewapende slaaf. 9 slaven werden gedood, velen gewond en 12 gevangengenomen. Ook werden twee burgers bevrijd. De rest ontsnapte.
Tula en zijn kameraden gaven de strijd nog niet op. De slaven, onder leiding van Carpata, vergiftigden het drinkwater van hun vijanden en veroverden hun voedsel, totdat Tula en Carpata op 19 september 1795 werden gevangen door het verraad van een slaaf genaamd Caspar Lodewijk. Vanuit het bestuur was een buitengewoon aanlokkelijke beloning in het vooruitzicht gesteld voor diegene, die een of meer van de leiders van de opstandelingen wist te overmeesteren en kon overdragen aan de militie. Voor vrijen was dat een zeer aanzienlijk bedrag, en voor slaven was er sprake van manumissie en een kleinere som baar geld. Louis Mercier was al gevangengenomen in de buurt van Landhuis Knip. Op dat moment was de opstand voorbij. Lang niet alle deelnemers werden gevangengenomen en berecht. De leiders ontkwamen echter niet aan gevangenschap, verhoren en het proces, met het trieste lot wat daarop volgde.
Op 3 oktober 1795 werden Tula, Bastiaan Carpata en Pedro Wacao publiekelijk ter dood gebracht. Tula werd als eerste terechtgesteld. Volgens het vonnis werden met een ijzeren staaf alle botten in zijn lichaam gebroken, te beginnen bij de voeten. Daarna werd zijn gezicht verbrand (‘in het aangezicht geblakerd’)en uiteindelijk werd hij onthoofd. Bastian Carpata moest eerst -op een kruis gebonden- toekijken hoe Tula op deze wijze aan zijn einde kwam om uiteindelijk hetzelfde lot te ondergaan. Pedro Wacao werd eerst met touw om de benen rond het schavot gesleept, waarna zijn handen werden afgehakt en het hoofd met een moker werd verbrijzeld. De lichamen werden verzwaard in zee gegooid. Nog eens 29 andere slaven werden opgehangen. Dit alles gebeurde bij het galgenveld te Rif (gelegen tussen Koredo en het Holiday Beach Hotel).
Deze terechtstellingen zijn naar onze huidige maatstaven gruwelijk. Maar bezien in de tijd waarin ze plaatsvonden zijn ze niet uitzonderlijk te noemen. Vooral soldaten die zich hadden misdragen konden rekenen op even strenge straffen, voor minder zware vergrijpen. Dit vanwege de voorbeeldfunctie die zij hadden voor de overige “Inwoonderen van Curassao en Onderhoorige Plaatsen van Dien”. Ook mensen die een moord pleegden konden rekenen op strenge straffen, hoewel clementie en omzetting in een lagere straf dan wel voorkwam. Desalniettemin is de schaal waarop de terechtstellingen van de bij de slavenopstand betrokken en aan delicten schuldig bevondenen plaatsvond wél uitzonderlijk geweest. Bovendien werd de straf van Tula, Carpata en Wacao niet uit clementie verminderd; wat bij andere deelnemers aan de opstand, en meer in het algemeen bij andere gedetineerden wel vaker voorkwam.
De revolutie van 17 augustus wordt herdacht als de start van de lange en moeilijke weg naar de emancipatie van het volk. Tula en zijn medestanders worden niet vergeten.
Een monument ter herdenking van de terechtstelling van de slaven staat aan de zuidkust van Curaçao tussen “Koredo” en het “Holiday Beach Hotel”.

 
Opstand der slaven in 1795