Telegraaf | ’Hij maakte ons leven tot hel’

Belangrijkste vrouwen voor ’de Neus’ willen niet langer zwijgen. Over Willem Holleeder, door John van den Heuvel

’Hij maakte ons leven tot hel’ | Foto Telegraaf

’Hij maakte ons leven tot hel’ | Foto Telegraaf

Amsterdam – Al twee jaar liggen hun verklaringen in kluizen van justitie. De drie belangrijkste vrouwen in het leven van Willem Holleeder willen niet langer zwijgen en getuigden in het diepste geheim over zijn criminele leven.

Zijn zussen Astrid en Sonja én weduwe Sandra van de in 2000 vermoorde crimineel Sam Klepper zijn de nieuwe troefkaarten van justitie in het streven naar een levenslange gevangenisstraf voor ’de Neus’.

Vermoedelijk vandaag krijgt Willem Holleeder de getuigenissen voor het eerst onder ogen. Morgen mogen hij en zijn advocaat Stijn Franken in de rechtszaal reageren. De twee zullen niet vrolijk worden van de verklaringen die de vrouwen aflegden. Politie en Openbaar Ministerie zien het nieuwe bewijsmateriaal als de genadeklap. De verklaringen van Holleeders eigen achterban zijn zó gedetailleerd en belastend, dat het doek voor hem definitief lijkt te vallen.

Holleeder wordt dankzij bewijs van kroongetuigen Peter la Serpe, Fred Ros en Hidr K. al verdacht van de moorden op Thomas van der Bijl en Cees Houtman. Dankzij de nieuwe getuigenissen kan dit lijstje worden uitgebreid met de liquidaties van Cor van Hout, Willem Endstra en waarschijnlijk ook Sam Klepper en John Mieremet.

Sonja Holleeder en Holleeders ex-vriendin Sandra deden afgelopen week tegenover deze krant hun verhaal. Eenmalig, benadrukken ze. Ze realiseren zich dat hun getuigenissen in de buitenwereld veel vragen oproepen en mogelijk verwarring zaaien.

„Daarom willen we praten”, legt Sonja uit. „Ook om te benadrukken dat we niets verklaren over anderen maar alleen over Willem Holleeder. Hij maakte ons leven tot een hel, waaruit geen ontsnappen mogelijk was. Hij dreigde niet alleen ons te vermoorden, maar ook mijn twee kinderen zouden eraan gaan. Om aan te geven hoe krankzinnig hij geworden is: hij bracht het als een gunst dat ik zelf mocht kiezen wie van mijn twee kinderen hij als eerste zou laten doodschieten.”

„Hij heeft regelmatig ook gedreigd dat hij mijn zoon om het leven zou brengen”, vult Sandra aan, die na de moord op Klepper een tijd een relatie had met Holleeder. „De opgroeiende kinderen van de mensen die hij liet liquideren, beschouwt hij als een potentieel toekomstig gevaar. Hij was bang dat ze later wraak zouden nemen.” Sonja: „En dan voegde hij er altijd aan toe: ’denk erom, ik dreig niet maar ik doe!’”

De stap mag voor de ‘gewone wereld’ logisch zijn; als je wordt bedreigd, dan stap je naar de politie. Echter niet voor de vrouwen, van wie het leven zo lang werd bepaald door ’s lands bekendste crimineel Willem Holleeder. Op praten met de politie staat bij Holleeder de doodstraf. Toch namen de vrouwen in 2013 de stap. Omdat ze niet anders konden, benadrukken ze. Sonja, die zelf ook nog aangifte deed van afpersing: „Mijn broer dreef ons door zijn gedrag gewoon in handen van de politie”. Twee jaar lang liet de recherche de verklaringen in een kluis. De risico’s om ze te gebruiken waren te groot omdat Holleeder toen nog gewoon op vrije voeten was. Sonja: „Als hij er maar een vermoeden van had gehad dat we iets tegen de politie zouden zeggen, waren we net als al die anderen dood geweest.”

Pas nadat de justitiedeal met Fred Ros rondkwam en Holleeder kon worden opgepakt, besloot het Openbaar Ministerie zeer recent ook de verklaringen van Sonja, Astrid en Sandra in te brengen. Om te voorkomen dat Holleeder vanuit de gevangenis wraak neemt, werd hij afgelopen vrijdag overgebracht naar de Extra Beveiligde Inrichting in Vught, waar hij in een zeer streng afzonderingsregime zit.

Ogenschijnlijk vormde de entourage van ’de Neus’ – familie en vriendinnen – jarenlang een gesloten front naar de buitenwereld. In werkelijkheid overheerste binnen de inner circle vooral angst. Sonja, levenspartner van de in 2003 in Amstelveen vermoorde Heineken-ontvoerder Cor van Hout: „Zoals hij zijn afpersslachtoffers als Endstra, Van der Bijl en Houtman bejegende, ging hij ook met ons om. Er was geen ontsnappen aan. Vierentwintig uur per dag stonden we onder controle. De druk werd steeds meer opgevoerd. Het gaat mijn broer alleen om geld en macht. De bedreigingen met de dood waren overal. Zelfs op straat heeft hij me gedreigd mijn tanden uit mijn mond te slaan, mijn kaak te breken en me de intensive care op te slaan. Vooral de laatste twee jaar waren vreselijk. Ik ben zelfs meerdere keren voor hem ondergedoken. Hij kwam altijd onaangekondigd langs en dan moesten we voor hem klaar staan. De hele dag belde hij op, ook weer om je te controleren. O wee als je een keer niet opnam, dan werd je daarna aan een derdegraads verhoor onderworpen en was hij weer dagenlang argwanend. Hij geniet ervan het laatste moment voor je wordt vermoord te beschrijven. ’Op het moment dat je in de loop kijkt besef je precies wat er gebeurt. En dan denk je: shit, had ik het maar nooit gedaan, maar dan ben je dus te laat’, zei hij dan. Ziekelijk gewoon.” „Mijn broer leeft onder een voortdurende dwangmatige hoogspanning”, vervolgt Sonja. „In zijn hoofd wordt hij van de kleinste en gewoonste dingen paranoïde en wantrouwend en draait hij volledig door. Dat is wat hem zo onberekenbaar maakt.”

Sonja vertelt dat Holleeder tussen 1999 en 2000, kort voor de tweede mislukte aanslag op Cor van Hout voor zijn huis in Amstelveen, regelmatig probeerde informatie van zijn zus over diens verblijfplaats los te krijgen. De twee waren ooit boezemvrienden, maar raakten voor de millenniumwissel gebrouilleerd. Holleeder was naar het ’kamp’ van John Mieremet en Sam Klepper overgelopen, twee beruchte Amsterdamse criminelen die indertijd werden beschouwd als de opvolgers van maffiabaas Klaas Bruinsma. Cor van Hout doorzag het verraad en bleef via Sonja op de hoogte van de dreiging. Een onderwereldvete was geboren.

„Willem bleef me maar onder druk zetten”, herinnert Sonja zich. „Hij zette zelfs zijn pistool op het hoofd van ons zoontje om me te dwingen mee te werken aan de dood van Cor. Ik moest hem voortdurend vertellen waar Cor verbleef. Ook moest ik van hem de jaloezieën in een bepaalde stand zetten als Cor thuis was. Willem wist dan dat hij kon toeslaan. Dat deed ik natuurlijk niet, maar de spanning die dat allemaal met zich mee bracht was ondraaglijk.” Uiteindelijk werd Van Hout in 2003 in Amstelveen toch vermoord. In opdracht van Willem Holleeder, stellen zijn zussen in hun verklaringen tegenover de politie. Over de precieze inhoud willen ze verder niets kwijt om het strafproces niet te beïnvloeden.

Reddende engel

In 2003 had Holleeder al enige tijd een relatie met Sandra, de levenspartner van de in 2000 doodgeschoten Klepper. „Hij presenteerde zich toen als de reddende engel”, vertelt Sandra nu. „Holleeder is echt iemand met twee gezichten. Toen Sam dood was en ik er alleen voor stond, nam hij me onder zijn hoede. Terwijl ik dacht dat hij zich om mij bekommerde, bleek hij uiteindelijk alleen maar uit op de erfenis van Sam. Later ontdekte ik dat hij Sam nota bene zelf heeft laten vermoorden. Binnen de kortste keren raakte ik alles kwijt.

Hij bleef maar komen en me onder druk zetten. Hij isoleerde me volledig. Niemand kan me wat maken, riep hij altijd. Hij waant zich echt onaantastbaar. Nee zeggen is geen optie. ‘Je weet wat er gebeurt’, zegt hij dan. En vervolgens maakt hij met zijn duim en wijsvinger het gebaar van een pistool.”

Ook Sandra heeft gedetailleerd verklaard wat ze weet van Holleeders betrokkenheid bij moorden, onder andere over die op haar partner.

„Ik doe dit voor Sam”, zegt ze. Bang voor de gevolgen is ze niet. „Erger dan mijn leven de laatste jaren is, kan toch niet. Deze man moet nu worden gestopt. Hij heeft genoeg ellende veroorzaakt en is letterlijk gek geworden. De buitenwereld moet ook weten dat hij niet de charmante knuffelcrimineel is, die met iedereen vriendelijk op de foto gaat. Holleeder is een levensgevaarlijke psychopaat, die constant mensen verraadt, uitspeelt en vermoordt. Aan dat bloedvergieten moet een eind komen.”

Duivels

Sonja knikt instemmend. „Hij geldt als een topcrimineel, maar dat is een ongepaste term want dat heeft nog iets prijzends. In werkelijkheid is hij duivels. Laatst werd hier in de buurt een vrouw vermoord. Iedereen dacht dat ik het was. Mijn broer grijnsde; je kunt beter een kogelvrij vest kopen want dat gaat ook met jou gebeuren. Vooral de laatste twee jaar, nadat we in het geheim onze verklaringen bij de politie hadden afgelegd, leefden we voortdurend met de angst dat hij erachter zou komen. Hij liet vaak doorschemeren dat hij ’petten’ bij de politie plat had. We wisten heel goed dat als ook maar iets zou uitlekken ons doodvonnis was getekend, net zoals bij Endstra, Van der Bijl en Houtman. Die zeiden ook: als we worden doodgeschoten zit Holleeder er achter. Prompt gebeurde dat ook.”

Ze vervolgt: „Wie in zijn web terechtkomt, wordt vroeg of laat onherroepelijk meegesleurd in de dood. Hij doet zich voor als vriend maar voor je het weet ben je door hem verraden en alles kwijt en soms ook nog dood. Hij verdeelt en heerst. Ooit zei iemand dat hij in staat is twee lijken ruzie met elkaar te laten krijgen. Dat klopt als een bus.”

De vrouwen benadrukken dat ze van justitie behalve beschermende maatregelen geen tegenprestaties verlangen. „We hebben géén deal gesloten”, stelt Sonja. Zij benadrukt dat haar zus Astrid, die in het dagelijks leven advocaat is, niet haar geheimhoudingsplicht schond. Ze heeft uitsluitend als zus met hem te maken gehad en nooit als advocaat, zegt Sonja. „Dit is puur een familiekwestie. Holleeders raadsman is Stijn Franken.”

Sandra waarschuwt dat niemand bij justitie in Holleeders praatjes over een wankele gezondheid moet trappen.

„De EBI waar hij nu zit vindt-ie verschrikkelijk. Hij zal er alles aan doen daar zo snel mogelijk weg te komen en het vooral gooien op zijn hartproblemen. Maar de man is na zijn operatie in goede gezondheid. Zijn hartkastje dat hij zogenaamd nodig heeft, staat al twee jaar onaangeroerd bij me thuis.” Sonja: „In de gevangenis riep mijn broer altijd dat hij een zoutarm dieet moet hebben, maar de laatste twee jaar heeft hij geen hap zoutloos gegeten. Dat is pure aandachttrekkerij.

Toen ik hem de laatste keer na zijn vrijlating moest ophalen, wilde hij meteen naar McDonald’s voor een hamburger.”

Medelijden opwekken in de gevangenis is een groot gevaar, erkent Sonja. „Iedereen siddert en huivert voor hem, zelfs achter de tralies. Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe gevangenisdirecteuren bogen als knipmessen. Vanwege zogenaamde mediagevoeligheid mocht mijnheer dan weer in een apart kamertje zijn visite ontvangen in plaats van in de bezoekzaal. Zo manipuleert en bespeelt hij iedereen. Zelfs vanuit de gewone gevangenis is hij in staat dingen te regelen. Daarom is het goed dat hij nu in de EBI zit.”

Holleeder was altijd zeer alert op afluisteren door de politie. Gevoelige gesprekken werden volgens Sonja, Astrid en Sandra vooral fluisterend gevoerd. Toch zijn er geluidsopnamen, die zeer belastend zijn. Ook die spelen komende tijd ongetwijfeld een rol in de rechtszaal. Hoewel Holleeder ’zijn’ vrouwen veel toevertrouwde, heeft hij hen nooit verteld waar hij zijn met misdaad verkregen geld achterliet.

Toespeling

Sonja: „Daar durfden we ook nooit over te beginnen of zelfs maar een toespeling op te maken. ’Ben je soms op mijn geld uit of ben je van de politie’, vroeg hij dan. Hij zei weleens dat hij de beschikking had over 40 miljoen en streefde naar 100 miljoen. Wij hebben er nooit wat van gezien. Hij was bij mij alleen maar uit op het geld van Cor.”

„En bij mij op het vermogen van Sam”, zegt Sandra. „Het is hem nog gelukt ook. Hij betaalde nooit wat voor zijn vriendinnen. Je bent zijn prooi of zijn vijand. In beide gevallen eindigt het met de dood. Willem Holleeder is het monster waar alle andere monsters bang voor zijn.”

Bron: Telegraaf

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *