Telegraaf: ‘Ode aan een mensenarts’

Prof. dr. Bob Pinedo: „Mijn hele werkend leven heb ik geprobeerd beter te begrijpen wat er gaande is met de man of vrouw die daar in een ziekenhuisbed ligt.”

Prof. dr. Bob Pinedo: „Mijn hele werkend leven heb ik geprobeerd beter te begrijpen wat er gaande is met de man of vrouw die daar in een ziekenhuisbed ligt.”

De bekende kankerspecialist dr. Bob Pinedo (70), stichter van het VU Cancer Center Amsterdam, heeft zaterdag in de VS de hoogste Amerikaanse onderscheiding ontvangen voor klinisch kankeronderzoek.

Nooit eerder kreeg een Nederlander deze prestigieuze David A. Karnofsky Memorial Award opgespeld.

„Artsen kunnen zoveel leren uit één enkel mens…” ’Voor mij is iedere patiënt een parel…”

Al een leven lang is het zijn credo als arts, nu valt de Nederlandse kankerspecialist prof. dr. Bob Pinedo ermee in de prijzen. Vanwege een heel eenvoudig maar doeltreffend gebleken uitgangspunt:

„Patiënten en onderzoekers in elkaars nabijheid brengen, waardoor een bijzondere wetenschappelijke wisselwerking ontstaat.”

Later vandaag spreekt Pinedo daarover in Chicago vele duizenden vakgenoten toe bij de opening van het jaarlijkse wereldcongres van de American Society of Clinical Oncology (ASCO).

Die eert hem met een zelden aan Europese wetenschappers uitgereikte onderscheiding; Pinedo is de derde Europeaan in bijna 45 jaar die de ’David A. Karnofsky’ krijgt voor zijn grensverleggende bijdragen aan het onderzoek naar kanker, de diagnose en de behandeling. Zo’n dertig jaar was de in 1943 op Curaçao geboren oncoloog verbonden aan het academisch ziekenhuis van de Vrije Universiteit in Amsterdam, nu VUmc.

Volgens de ASCO wordt emeritus hoogleraar Herbert Michael (’Bob’) Pinedo in het bijzonder onderscheiden voor zijn succesvolle introductie van ’translationeel’ kankeronderzoek. Translationeel onderzoek heeft tot doel de kennis die is opgedaan in fundamenteel onderzoek praktisch bruikbaar te maken. Ofwel, het onderzoek gaat na het testen in het laboratorium direct door naar de praktijk bij patiënten. Ook wordt de Nederlandse specialist geprezen voor zijn hoogstaande diagnostiek en patiëntenzorg.

Pinedo glundert bij het aanhoren van dit lovende oordeel door het gezaghebbende wetenschappelijke genootschap. De afgelopen weken werkte hij intensief aan wat misschien wel één van de belangrijkste redevoeringen uit zijn carrière wordt, in elk geval voor het grootste aantal toehoorders.

„Deze prijs is een grote verrassing. Ik krijg hem, zo is mij verteld, omdat ik door de jaren heen in staat was steeds veel uit één patiënt te leren. Door observeren en luísteren, en dat vervolgens weer te koppelen aan onderzoek. Het laboratorium kwam de kliniek in, ik stichtte een onderzoekslab op mijn afdeling, pal naast de ziekenzalen. Dat was tot dan niet erg gebruikelijk; de patiënten en de onderzoekers waren ver van elkaar verwijderd. Ik bracht ze bij elkaar, op roepafstand, en zorgde ervoor dat we de brug over gingen.”

Met die volledige integratie van patiëntenafdeling en laboratorium was (en is) Pinedo zijn tijd ver vooruit.

„Kijk, het gaat om het begríjpen van de patiënt, om ’understanding’, dat is de kern”, zegt hij thuis in Amsterdam-Zuid, met een brons van een andere hoge onderscheiding, de Spinozapremie uit 1997, in de voorkamer binnen handbereik. „Mijn hele werkend leven heb ik geprobeerd beter te begrijpen wat er gaande is met de man of vrouw die daar in een ziekenhuisbed ligt.”

Begrijpen

’Understanding’ – begrijpen – is dan ook de titel van zijn lezing tijdens het vijfdaagse kankercongres in de staat Illinois met 30.000 tot 40.000 wetenschappers en behandelaars uit alle delen van de wereld, ook uit Nederland.

„Dat begrijpen, dat gaat veel verder dan het medisch-technische. Wij artsen moeten begrijpen wíe we voor ons hebben, wat gaat er om in die persoon? Wij geven als arts tegenwoordig niet meer de chemotherapie zoals vroeger de benzinepomphouder de benzine. Die pompte de tank vol, maar hij wist niet wie er achter het stuur zat… hij rekende alleen maar af. Als arts moet je de tijd nemen voor je patiënt. Want ieder mens gaat er anders mee om.”

Professor Bob Pinedo. Nog steeds begeleidt hij patiënten, velen kent hij al jaren. Daarnaast doet hij aan secondopinionzorg, ook al nam hij eind oktober 2008 (officieel) afscheid van het VU Medisch Centrum, om het pand te verlaten met de versierselen van het commandeurschap in de orde van Oranje-Nassau. Geslaagd fondsenwerver voor kankerprojecten, ettelijke miljoenen sleepte hij daarvoor binnen. Sinds zijn ’pensioen’ betrokken bij het opzetten van borstkankerzorg op zijn geboorte-eiland, waar hij met zijn Amerikaanse vrouw Rita, zelf verpleegkundige, een deel van het jaar ook woont.

Al tijdens zijn medische opleiding, in Leiden, stond op de wand van de oude collegezaal Interne Geneeskunde te lezen: ’De patiënt is het centrum van het medische heelal’, een verkorte weergave van een uitspraak van de vermaarde Amerikaanse chirurg John Benjamin Murphy (1857-1916; ’The patient is the center of the medical universe around which all our works revolve and towards which all our efforts tend’). Pinedo nam deze geneeskundige levensles ter harte.

’Minimaal twintig minuten voor een gesprek met een patiënt’, schreef Pinedo indertijd zijn medische staf voor.

„Ik heb wel eens een chirurg gesproken die op één dag vijftig mensen zag”, zegt hij nu. „Dat is te veel. Het kan niet zijn dat al die patiënten zich daar goed hebben kunnen uiten. Bovendien generen veel patiënten zich om meteen met een gezondheidsklacht te komen, daar hebben ze soms even voor nodig.”

Een andere regel die Pinedo invoerde, was dat hij onderzoekers uit het laboratorium op de afdeling in de kliniek liet komen. „Ik liet ze koffiedrinken met de verpleegkundigen en de patiënten, zodat ze ook konden zien wat de geneesmiddelen doen bij welke patiënten. Maar andersom stuurde ik de stafmedewerkers regelmatig naar het laboratorium. Een wisselwerking dus. Toen mijn buitenlandse collega’s hoorden dat de preclinici kennis maakten met de clinici op zaal, was hun reactie: Wát?! Verbijsterd waren ze. Mijn antwoord was dan: ’Dán hoor je pas wat er in de patiënt omgaat. Sommige patiënten zeggen namelijk veel meer tegen de verpleegkundige dan tegen de dokter’.”

Lot

Toen Bob Pinedo na zijn medische opleiding in Leiden (waar hij artsexamen deed, zijn specialisatie koos en er promoveerde) kwam werken in het academisch ziekenhuis van Utrecht, schrok hij hoe hij sommige patiënten daar aantrof.

„Op mijn afdeling, algemene interne geneeskunde, bestond toen geen medische oncologie. De helft van de zieken bestond uit kankerpatiënten, er gebeurde vrijwel niets met hen. Ze werden amper behandeld, er was ook nauwelijks enige therapie beschikbaar. Het waren immers hematologiepatiënten, mensen met vormen van bloedkanker. Omdat ik ’Leiden’ had afgesloten met een stage hematologie, en daar leukemiepatiënten had leren behandelen, trok ik me hun lot aan. Het was ’the trigger’ voor mijn stap in de kankergeneeskunde. Ik vond: ik moet de kankerwetenschap echt beter doorgronden, wéten wat er gaande is met mijn patiënten, zodat ik ze straks ook goed kan behandelen.”

Begin jaren zeventig reisde Pinedo dan ook af naar de Verenigde Staten om daar anderhalf jaar in een laboratorium van The National Cancer Institute te werken. Om zich verder te bekwamen in de oncologie.

„Ook wilde ik het middel methotrexaat, dat toen nog in grote hoeveelheden aan kankerpatiënten werd gegeven, beter leren begrijpen. Vooral de bijwerkingen. Daar heb ik tevens het bloed van de zoon van senator Ted Kennedy, een jongen van 12 jaar, Edward junior, onderzocht. Hij had botkanker en lag in Georgetown University. Uiteindelijk onderging hij in 1973 een beenamputatie. Dat deden ze toen nog…”

Terug in Nederland deed Pinedo veel klinisch onderzoek met nieuwe geneesmiddelen en zette bij de Universiteit Utrecht twee laboratoria op. „Er was toen een collega in Milaan, Gianni Bonadonna, die het middel adriamycine begon te gebruiken, bij borstkanker. Met succes. Dat heb ik vervolgens geïntroduceerd in Utrecht.”

Zijn grote bijdrage aan het translationele onderzoek waarvoor professor Pinedo in de medische geschiedenisboeken wordt bijgeschreven, kan ook nieuwe medicijnen voortbrengen, nieuwe apparatuur of nieuwe operatietechnieken. Pinedo zal nooit stoppen met zijn levenswerk. „Toen ik uit Amerika terugkwam, kwam er een meneer bij me met keelkanker, die groeide zijn hoofd in. Ik gaf hem metotrexaat, het hielp hem een aantal maanden. Hij overleed in 1976. Enige jaren later kwam zijn vrouw bij me en zei: ’Ik heb hetzelfde en op dezelfde plek’. Dat zet je aan het denken…

Daarna, tijdens colleges zei ik tegen mijn studenten: ’Ooit zullen jullie horen dat kanker een infectieziekte is. Dat er een virus bestaat dat zij aan elkaar gegeven hebben’. Nu weten we al zo’n vijftien jaar dat er inderdaad een virus is, het humaan papilloma virus, HPV, dat bij baarmoederhalskanker voorkomt, maar dat ook keelkanker kan geven aan de partner.

Inmiddels zijn er aanwijzingen dat het Epstein-Barr virus hier een rol speelt. Het wordt allemaal onderzocht. Maar misschien is het ook wel een virus dat we nog helemaal niet kennen. Tegen de kinderen van deze man en vrouw heb ik in elk geval gezegd: ’Maak je geen zorgen, het is niet genetisch, jullie hebben geen kans het ook te krijgen – althans niet meer dan een ander… zeker niet zoals jullie ouders’.”

Samen met TNO-Voorburg en met inschakeling van verschillende pathologen is Pinedo nu aan het bestuderen of het betreffende virus ook via mondcontact kan worden overgebracht. Pinedo heeft vermoedens dat dit zo is.

„Het weefsel van deze twee patiënten is bewaard gebleven, in paraffine. Alleen de oude paraffine zou mogelijk giftig kunnen zijn voor het erfelijk materiaal in het virus. Met technieken die veertig jaar geleden nog niet bestonden, hopen we te kunnen aantonen dat de man en de vrouw elkaar via een kus besmet kunnen hebben.”

Emoties

Als professor Bob Pinedo later vandaag aan de andere kant van de wereld de David A. Karnofsky Memorial Award in ontvangst neemt, zullen er onvermijdelijk emoties zijn. Zijn gedachten zullen vooral uitgaan naar zijn dochter Daniëlle, bij wie eierstokkanker is vastgesteld. Ze is geopereerd en ondergaat chemotherapie in Leiden.

„De ziekte is nu plotseling wel heel dichtbij gekomen”, zegt Pinedo zacht. „Zij vindt dat ik veranderd ben, dat ik haar heel anders benader, dat ze plotseling veel meer aan me heeft dan gewoonlijk. Het ’vaderstukje’ is veranderd. Als ik wel eens naast haar zat dan hield ik altijd al haar hand vast, alleen doe ik dat nu langer dan vroeger…”

Bron: telegraaf

Door: Arianne Mantel

2 Reacties op “Telegraaf: ‘Ode aan een mensenarts’

  1. Remigrant

    Ik sluit mij aan bij Henriques.
    Dr.Pinedo is een briljant man en ondanks zijn roem, zo eenvoudig gebleven.

  2. Henriques

    Hulde, hulde voor dit kind van Curacao.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *