To be or not to be

MFK Statenlid Rozier wil kennelijk het Curaçaose kabinet tot aftreden dwingen. Hij wenst een zakenkabinet dat de verkiezingen uitschrijft. Een zakenkabinet is een ‘intermezzokabinet’ dat alleen politiek niet omstreden zaken behandelt, omdat in het parlement een ‘working majority’ ontbreekt voor het tot stand brengen van politiek omstreden zaken. Een kabinet kan alleen creatief samenwerken met de volksvertegenwoordiging, wanneer er over en weer sprake is van een vertrouwensrelatie.

Kabinetten gevormd met het oog op de ontbinding van de volksvertegenwoordiging werden omschreven als: ‘interimkabinet’, overbruggingskabinet’, ‘intermezzo-kabinet’, ‘overgangskabinet’, ‘caretaker-kabinet’, ‘restkabinet’ of ‘rompkabinet’.

De termen kabinet, regering en Ministerraad worden in het spraakgebruik vaak door elkaar gebruikt. Staatsrechtelijk gaat het echter om verschillende begrippen. De regering bestaat uit de ministers en de Gouverneur samen. Het kabinet bestaat uit de op dat moment zittende ministers. De term Ministerraad slaat op de vergadering van de ministers.

Een demissionair kabinet is een kabinet dat in zijn geheel ontslag heeft aangevraagd of de portefeuilles ter beschikking heeft gesteld aan de Gouverneur. De Gouverneur neemt de ontslagaanvrage in overweging en verzoekt de ministers alles te blijven verrichten, wat zij in het belang van het Land noodzakelijk achten. Zolang een kabinet dat ontslag heeft aangeboden niet vervangen is door een nieuw, wordt het (formeel) demissionair (aftredend) genoemd. In Curaçao is een staatkundig ongebruikelijke situatie ontstaan. Het kabinet Schotte dient zijn ontslag aan te bieden wegens onvoldoende steun van de Statenleden. Wegens de vele pijnlijke kwesties die onopgelost zijn, is dat kennelijk nog niet gebeurd. Veel langer kan niet worden gewacht.

Dan de brandende vraag van wie is een parlementszetel? De zetel ‘is’ van degene die is gekozen voor de duur van de zittende regering. De Arubaanse politieke partij Partido Democratico Arubiano (PDA) spande in augustus 1986 een kort geding aan om haar zetels terug te krijgen, toen twee dissidente Statenleden voor zichzelf begonnen met de Accion Democratico ‘86 (AD ‘86). Er waren afspraken gemaakt binnen de partij dat zetels moesten worden teruggegeven als Statenleden uit de partij traden. Het Gerecht in Eerste Aanleg achtte de eis niet ontvankelijk en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (GHvJ) weigerde de gevraagde voorziening. De Hoge Raad (HR) was van mening dat het volk deze Statenleden had gekozen en dat de partijafspraken om de zetels terug te geven dat niet veranderen (GHvJ 20 januari 1987 en HR 18 november 1988, NJ 1990, 56).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *