Topics | Eens was Maracaibo de motor van Venezuela, nu is het bedrogen en geplunderd

Edwin Koopman

De geplunderde supermarkt van Maracaibo. ©AFP

Maracaibo was een moderne, levendige havenstad, de motor van de nationale economie, het Rotterdam van Venezuela. Nu is de stad uitgestorven, de winkels zijn leeggeplunderd, de straten onguur. De bewoners die nog niet zijn vertrokken overleven tussen schaarste en stroomstoringen.

Op de boulevard van Vereda del Lago lijkt er niet zoveel aan de hand. Het is vroeg in de middag en drukkend warm, en het stadspark langs het enorme meer van Maracaibo ademt loomheid. Kinderen fietsen over het asfalt. Het grijze water kabbelt tegen de kade. Auto’s vol families maken een tussenstop om af te koelen bij de lichte bries die van het water komt. Een popcornverkoper rijdt over het trottoir heen en weer, een gele vlam achter het glas.

Maar achter dit gemoedelijke tafereel ligt een stad in verval. Het centrum was altijd vrolijk en bruisend. Toeterende auto’s en wild overstekende voetgangers vochten om voorrang. Nu zijn de straten zelfs op een gewone maandag vrijwel uitgestorven. In de oude stad zijn van iedere vijf winkels er vier gesloten, de rolluiken naar beneden, de namen met witte verf overgeschilderd. Een speelgoedwinkel is nog open. Omringd door ballonnen, strandballen en feestartikelen tuurt eigenaar van Efraín Peñuela over de lege straat. Van de acht werknemers is er nog een over. De rest is vertrokken naar Colombia. “We leven van de ene dag op de andere, wat moeten we anders?” Verkopen doet hij bijna niets meer. “Wie viert er feest als hij honger heeft?”

Tekorten zijn er in heel Venezuela, maar Maracaibo is extreem. Bij de verdeling van het schaarse voedsel, stroom en brandstof wordt de hoofdstad Caracas ontzien, de provincie heeft het nakijken. Veel wijken hebben maar een paar uur per dag elektriciteit, sommige zitten al weken zonder. Dat betekent geen stromend water, geen lift, geen telefoon en geen ventilator op een plaats waar het ’s nachts dertig graden kan zijn. “Het maakt de stad dood”, zegt politiek analist Efraín Rincón, professor aan de universiteit. “Winkels kunnen niet op normale tijden open, scholen blijven gesloten, mobiel bellen is een ramp, voedsel bederft.”

Map Venezuela | ©Sander Soewargana

Bij Las Pulgas, een overdekte markt achter de veerbootterminal, ligt vis bij 35 graden en zonder koeling op houten slachtblokken – soms niet eens in de schaduw. In de smalle doorgangen is de stank zo penetrant dat niet is uit te maken of hij afkomt van de rottende resten op de grond, of van de handelswaar zelf. De markt is de spiegel van de samenleving in crisistijd. Vlees ligt er alleen nog van de goedkoopste soort, varkensoren, kippenvleugels, ingewanden. “Om soep van te trekken”, zegt de slager achter een stapel stukgehakte koeienpoten.

Op houten tafeltjes in de belendende straten liggen de pasta, het maismeel en de anticonceptiepillen die in winkels en apotheken niet meer zijn te krijgen. Afrekenen kan alleen in contanten, dit is de informele economie met smokkelwaar en achterover gedrukte spullen – daar heeft de fiscus niks mee te maken. Immense stapels bankbiljetten, waardeloos geworden door de hyperinflatie die het maandloon heeft teruggebracht tot omgerekend vijf euro per maand, liggen met elastiekjes gebundeld tussen de koopwaar.

Grensregio

Maracaibo heeft zijn geografische ligging niet mee. De elektriciteit komt helemaal van het andere einde van Venezuela via een stokoude kabel onder aan de brug de stad binnen. Maracaibo is als laatste aan de beurt. De nabijheid van Colombia helpt ook niet. Gesubsidieerd voedsel, brandstof en geld verdwijnen massaal over de grens, net als de bewoners. De tweede stad van Venezuela telde ooit 1,6 miljoen mensen, volgens dekundigen is een vijfde al vertrokken, dubbel zoveel als in de rest van Venezuela.

“Onze ligging aan de rand van Venezuela heeft onze mentaliteit gevormd”, zegt Rincón. Republiek Zulia, noemen de bewoners hun deelstaat. De brug over de smalle zeestraat die het meer bijna afsluit, gaf pas in 1962 een vaste verbinding met de rest van Venezuela. De bewoners zijn trots, eigengereid en anti-hoofdstad, ver van het centrum maar niet provinciaals. “Colombia en Aruba waren altijd dichterbij dan de hoofdstad Caracas. We hadden altijd meer contact met het buitenland dan met onze buurprovincies.”

Maracaibo was ooit een moderne, ondernemende stad en de motor van de Venezolaanse economie. Hier pompte Shell honderd jaar geleden de eerste Venezolaanse olie op. Vanuit deze haven werden tijdens de Tweede Wereldoorlog de geallieerden voorzien van brandstof. Ruim een eeuw lang werden op en rond het meer enorme voorraden aan olie en gas gewonnen en verscheept naar het buitenland. De whiskey vloeide er net zo rijkelijk als de gratis benzine voor de luxe 4-wheel drives van de olie-executives uit de hele wereld. Airconditioning was ook in arme huishoudens standaard.

Corruptie en wanbeleid hebben ons veranderd in een volk van bedelaars

Efraín Rincón, professor

Vergane glorie

Maar die tijd is voorbij. Bewoners struinen de stad af op zoek naar voedsel, moeten lopend naar hun werk, klimmen in de hitte vijf of tien verdiepingen naar boven met tassen vol drinkwater of sluiten aan bij de rij voor de pomp. Wie over het meer kijkt ziet in de verte roestige kranen en schoorstenen, getuigen van de vergane glorie. Uit een van de pijpen wakkert nog een gasvlam, als om de herinnering aan betere tijden levend te houden. “Dit alles is een gevolg van een ideologisch, populistisch en autoritair project met als doel de vernietiging van onze grootste rijkdom: de olie”, zegt Rincón emotioneel. “Corruptie, spilzucht en wanbeleid hebben ons veranderd in een volk van bedelaars.”

Begin maart, toen in vrijwel heel Venezuela bijna een week lang de stroom uitviel, kwam de frustratie tot uitbarsting. Tijdens de derde stroomloze nacht werden meer dan vijfhonderd winkels geplunderd waaronder 22 supermarkten. “Met auto’s reden ze hier door die glazen pui om alles beter te kunnen inladen”, zegt Juan Carlos Kock van luxe winkelcentrum Sambil. Hij wijst op de splinternieuwe glazen toegangsdeuren. Alleen hier al werden meer dan honderd zaken leeggeroofd. Merkartikelen van Adidas, Zara en Casio waren als eerste aan de beurt.

De stad is gehavend door de volkswoede. Van hotel Brisas del Norte staan alleen de muren nog overeind. Sanitair, verlichting, bedrading en leidingwerk zijn eruit gesloopt. Tot op de vijfde verdieping zijn zelfs de aluminium kozijnen meegenomen. Winkelcentrum Ferre Mall, een paar kilometer verderop, is compleet gesloopt. Binnen staan alleen nog wat rekken waar ooit spullen op lagen. Gemengde kleuren op de vloer verraden het verleden van een verfwinkel. Boven in de gebedsruimte van een evangelische kerk zijn zelfs de toiletpotten meegenomen. Kinderwerkstukjes liggen vertrapt op de vloer.

Administratrice Liesbeth Acosta van Ferro Mall staat verslagen tussen de scherven. De dag dat het centrum werd geplunderd en in brand gestoken stond de politie erbij te kijken. “De autoriteiten nemen geen enkele verantwoordelijkheid. Ze lieten het gewoon gebeuren. En ook nu reageren ze nergens op.”

Van de burgemeester van Maracaibo wordt niets verwacht, hij is van de regeringspartij. Ook de gouverneur van de deelstaat Zulia wordt gewantrouwd. Iedereen weet hoe hij aan de macht is gekomen. Eigenlijk waren de verkiezingen gewonnen door de oppositie maar de winnende kandidaat is nooit beëdigd. President Nicolás Maduro schoof hem opzij omdat hij weigerde een illegaal schaduwparlement te erkennen. De verkiezingen in Zulia moesten opnieuw en zo kwam de kandidaat van de regering aan de macht.

Sapfabriek

Maracaibo is beroofd en bedrogen. De stroom hapert omdat politici geld voor nieuwe kabels en transformatoren in eigen zak staken. Net als de miljoenen voor een sapfabriek, een luierfabriek, een tweede brug over het meer en kunstmatige eilanden voor toerisme en recreatie, al die prachtige dingen die wijlen president Hugo Chávez meer dan tien jaar geleden beloofde. Wat functioneerde is kapot. Zoals de cementfabriek, die werd genationaliseerd en vrijwel direct failliet ging. Vorige maand moest Panorama eraan geloven, een van de de oudste kranten van Venezuela, opgericht in 1914 en nu ter ziele door gebrek aan papier.

In de ge­beds­ruim­te van een evan­ge­li­sche kerk zijn zelfs de toi­let­pot­ten meegenomen

Hoe verder van het centrum, des te dramatischer het beeld. In de volkswijk El Mamón, in het uiterste randje van de stad, zijn de huizen van goedkope bakstenen met golfplaten, daarboven een wirwar van stroomdraden. Op lege percelen ligt het huisvuil hoog opgestapeld, bewoners wordt geadviseerd het zelf maar te verbranden. Een man in een rolstoel duwt zichzelf over straat. ‘Stem PSUV’ staat er op zijn rode shirt, verwijzend naar de Socialistische Partij, de vaandeldrager van het revolutionaire regime dat dit jaar twintig jaar aan de macht is.

Op de veranda van een huisartsenpost worden buurtbewoners ingeënt tegen hepatitis. Het aantal eenvoudig te voorkomen ziektes, hepatitis, dengue, mazelen en difterie, neemt toe. “De vaccinaties zijn het enige wat we hier momenteel hebben”, zegt dokter Miguel Angel Jaimes. De huisarts ontvangt zijn patiënten al maanden zonder water, zonder licht en zonder airconditioning. “Alles is gestolen, ons noodaggregaat, de luchtcompressor, het hele instrumentarium van de tandarts, zelfs de elektriciteitskabels.” Binnen is de hitte ondraaglijk. Waar ooit de airco hing is nu een lege plek, de schroefgaten nog zichtbaar. Waar ooit de meterkast hing, gaapt een gat.

Tegen de avond pakken onweerswolken zich samen boven het meer. Vissers varen uit in kleine sloepen en werpen hun drijfnetten uit tot vlak langs de boulevard. Ze blijven op zichtafstand van elkaar, voor de veiligheid. Steeds vaker worden ze overvallen door piraten die er vandoor gaan met de buitenboordmotoren. In de economie van de armoede is niemand veilig.

Spookstad

Politieagenten op motoren manen het slenterende publiek naar huis te gaan, voor de veiligheid zeggen ze. Zodra het duister valt verandert Maracaibo in een spookstad. Straatverlichting is er nauwelijks, uitgaansleven iets van het verleden. Stoplichten zijn uitgevallen. Onverlichte flatgebouwen doemen op, donkere kolossen in de nacht. Hier en daar rochelt een stroomgenerator. Het loopt tegen achten als een eenzame pizzeria zijn laatste klanten helpt.

“Het is een wonder dat we hier overleven”, zegt professor Efraín Rincón. Maar zelf zal hij niet vertrekken. “Als dit voorbij is zal de economische wederopbouw van Venezuela hier beginnen, in Zulia. Hier zal de olieindustrie weer worden opgebouwd. Wat we nodig hebben is geduld, maar uiteindelijk gaan we een einde maken aan deze tragedie.”

Lees ook: Zelfs de criminelen hebben het zwaar in Venezuela: er valt niets meer te stelen

De economische crisis treft ook de Venezolaanse misdaad. Kogels zijn onbetaalbaar en er is weinig te stelen. “Vroeger werd je doodgeschoten voor dure sportschoenen, nu voor een tas boodschappen.”

Bron; Topics.nl

5 Reacties op “Topics | Eens was Maracaibo de motor van Venezuela, nu is het bedrogen en geplunderd

  1. wladimiro matos

    Een treffende beschrijving van de consequenties van het Socialisme van de 21e eeuw . Hoelang nog?

  2. Daan Banaan

    De regeringen van NL en CUR hebben teveel belangen (gehad) bij de narcodictatuur in Venezuela. Nu zit CUR in de problemen vanwege de malaise in het buurland, maar helaas wordt er nog steeds geen vuist gemaakt richting de dictator.
    Zodra dat regime valt en de wederopbouw begint, plukt CUR er ook de vruchten van. Ik geloof zelfs dat Maracaibo de katalysator zal zijn, Totdat het zover is zal het aanmodderen zijn hier.
    Aan de politici hier en op AUA: stop je te verrijken aan de goudsmokkel en verzet je tegen het regime.

  3. Graai & de Raaf Consultants

    Eigenlijk is het met Curacao net zo erg gesteld.
    Het is dat de mensen die het niet meer zien zitten op het eiland , zo naar Nederland kunnen migreren en zich zonder problemen kunnen inschrijven in een gemeente.

    Bovendien zijn onlangs een groot deel van de schulden gesaneerd, die inmiddels wel weer zijn opgelopen, dankzij onze eigen politici en bestuurders.

    Alles wat op Curacao nog enigszins functioneert komt dankzij Nederland, en ondanks onze eigen “stuurlui”.

  4. Roy Rogers

    En Menki “LOKO” Rooier en zijn broeder Monki de monk maar blijven volhouden dat Venezuela nog steed in staat is om onze economie een handje te kunnen helpen.
    Domme onnozele figuren die jammer genoeg nog steeds op dit eilandje rondlopen.

  5. zonder de cft gaat curacao dezelfde richtng

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *