Trouw | Deze gaarkeuken in Caracas helpt Venezolaanse kinderen wél

Edwin Koopman

Yusbel Castro’s gaarkeuken in wijk Carapita. © Edwin Koopman

De machtsstrijd in Venezuela spitst zich deze week toe op één vraag: wie krijgt het snelste voedsel en medicijnen bij het hongerende volk? Hulppakketten en benefietconcerten vormen het wapenarsenaal. De bevolking levert haar eigen gevecht.

In een felgroen geschilderd huis op een berghelling in Caracas staat een plastic tafel gedekt. Zes schoolkinderen van een jaar of acht murmelen een gebedje, petjes op het hoofd, de rugzakjes op de grond naast de stoelen. Het “amen” klinkt en de lunch kan beginnen. “Twee jaar geleden ben ik hiermee begonnen”, zegt de 32-jarige Yusbel Castro. “De ondervoeding hier in de wijk liep uit de hand. Kinderen die zestien kilo moesten wegen, wogen nog maar zes”, zegt Castro. “En dat waren kinderen van hardwerkende mensen. Het salaris voldoet simpelweg niet meer.”

Castro vond hulp en nu kookt ze met andere moeders elke werkdag voor honderdtwintig schoolkinderen uit de straatarme volkswijk Carapita een voedzame lunch. Achterin de ruimte staat een enorme pan op het vuur met een mengsel van wortelen en eieren. Op het aanrecht liggen bakbananen. Voorin de kamer schuift iedere tien minuten een nieuw groepje van zes aan, de rest wacht buiten op zijn beurt.

Castro is niet de enige met een minigaarkeuken. De organisatie Alimenta La Solidaridad, die met donaties het voedsel bij elkaar krijgt, begon in 2016 met een tijdelijke oplossing voor één school. Nu koken in heel Venezuela 84 moederteams voor de kinderen uit hun wijk. In de hoofdstad zijn 27 team.

Humanitaire noodsituatie

“Eind 2017 kwam de ondervoeding in Venezuela op een alarmerend niveau”, zegt Susana Raffalli, autoriteit op het gebied van ondervoeding. “Rond 15 procent van de kinderen was toen zwaar ondervoed, dat staat gelijk aan een humanitaire noodsituatie. De oorzaak was de hyperinflatie. Mensen konden van hun salaris geen eten meer kopen. Veel gezinnen eten nog maar één of twee keer per dag.”

Vorig jaar is de situatie iets verbeterd. Veel families kregen iets meer te besteden dankzij geld dat ze krijgen toegestuurd van geëmigreerde familieleden, inmiddels rond drie miljoen. Daarnaast kwam president Nicolás Maduro met extra geld voor voedselpakketten, als onderdeel van zijn campagne voor de presidentsverkiezingen.

Venezolanen kunnen zich geen brood meer permitteren, zelfs drie keer het minimumloon is nog te weinig om van te kunnen eten

De voedselcrisis is een rechtstreeks gevolg van economisch wanbeleid. Tien jaar geleden, toen de olieprijs ontplofte, stroomden de dollars met miljarden het land binnen. Toenmalig president Hugo Chávez en zijn opvolger Maduro deelden het kwistig uit aan de armen, in ruil voor steun bij verkiezingen. Toen de olieprijs daalde moest er geld worden bijgedrukt om de uitgaven te kunnen handhaven; inflatie werd hyperinflatie.

Bakkers ontslagen

Funest was de maximumprijs voor 25 basisproducten, bedoeld om de inflatie te camoufleren. Maar die prijs ligt zo laag dat producenten failliet gingen. Nu wordt alles geïmporteerd en kent Venezuela twee soorten producten: zwaar gesubsidieerd eten dat schaars is, en niet gesubsidieerd eten dat gewoon te krijgen is, maar voor de meeste Venezolanen onbetaalbaar.

Ondernemers zouden wel meer willen produceren, maar kunnen niet. “Ooit bakten we dagelijks 6600 broden, nu nog maar tweeduizend. En niet eens elke dag”, zegt Hector Doñaque, terwijl hij een kar vol rijzende broden opzij rijdt. Doñaque is al ruim veertig jaar eigenaar van broodfabriek New York in middenklassewijk La Urbina in Caracas. Achter hem leggen medewerkers deeghompen in bakvormen. Hij heeft bijna de helft van zijn personeel moeten ontslaan. Van de twaalf bestelwagens rijden er nog vier. “Venezolanen kunnen zich geen brood meer permitteren, zelfs drie keer het minimumloon is nog te weinig om van te kunnen eten.”

De afgenomen productie heeft nog een oorzaak. “De regering heeft een monopolie op de import van meel”, zegt Hector Doñaque. Zelf mag hij het niet importeren en in Venezuela wordt het niet gemaakt. Dus is hij afhankelijk van de regering. “De militairen zorgen voor de distributie, maar die brengen het schaarse meel eerst naar de arme wijken waar de aanhang van de revolutie woont en dan pas naar ons.” Vorige maand zat hij twee weken zonder meel. “Er zijn jaren geweest dat ik maar zes maanden kon bakken.”

Internationaal schaakspel

Politiek bedrijven met voedsel, de revolutionaire regering heeft er ervaring mee. Maar Maduro is niet langer de enige. De afgelopen weken is de Venezolaanse voedselcrisis onderwerp geworden van een internationaal politiek schaakspel. Een kleine duizend kilometer ten westen van Doñaques bakkerij, op een internationale brug over de grensrivier tussen Colombia en Venezuela, wordt komend weekeinde een bizarre wedstrijd gespeeld met de schaarste en honger als inzet.

Aan de ene kant staat oppositieleider Juan Guaidó, die zichzelf vorige maand uitriep tot interim-president, met de steun van 80 procent van de Venezolanen én van de westerse wereld. In zijn naam laden Amerikaanse militaire vliegtuigen aan de Colombiaanse kant van de grens grote hoeveelheden USaid uit. De hulp moet de humanitaire ellende compenseren die wordt verwacht van de nieuwe Amerikaanse sancties tegen Venezuela.

Maar de actie is ook bedoeld om de wereld te laten zien hoe wreed Maduro is, door de hulp niet toe te laten en zijn hongerende volk te laten creperen. Guaidó zelf speelt met verve mee in het hulpcircus. Vorige week dook hij op in een gelikt filmpje, waarin hij een lading babyvoeding overhandigde aan een hulpverlener.

Benefietconcert

Op de grensbrug wordt momenteel een podium gebouwd voor een benefietconcert, waar artiesten uit Venezuela en Colombia morgen onder de titel ‘Venezuela Aid Live’ geld willen inzamelen voor humanitaire hulp. Een dag later verloopt een deadline die Guaidó heeft gesteld aan Maduro om de grenzen te openen voor de Amerikaanse pakketten. Honderdduizenden Venezolaanse vrijwilligers hebben zich aangemeld voor de distributie. Vanuit Washington klinken dreigende woorden van Donald Trump die weinig te raden laten over het doel van de acties: ‘regime change’ in Venezuela.

Maar autocraat Nicolás Maduro, die zo’n 20 procent van het volk vertegenwoordigt en de facto alle macht heeft, wijkt niet. Hij ziet de Amerikaanse hulpactie als een poging een coup tegen hem te provoceren en blokkeerde de brug met containers en militairen. Als ‘represaille’ tegen de humanitaire agressie organiseert Maduro aan Venezolaanse kant ook een concert, met als slogan ‘Hands off Venezuela’. Om de hulpwedloop compleet te maken zegt de regering twintigduizend voedselpakketten paraat te hebben “voor de armlastige straatkinderen in Colombia”. Voor de eigen bevolking zou een Russisch vliegtuig met drienhonderd ton medicijnen onderweg zijn.

“Wat nu aan de grens gebeurt, is niet humanitair, maar politiek en militair”, zegt voedingsdeskundige Raffalli. “Zo’n lawine aan hulp is gebruikelijk bij natuurrampen, als er in één keer groot gebrek is. In Venezuela is er een ander probleem. Mensen gaan dood door uitputting. Daar hoort een ander soort hulp bij, proportioneel, aangepast op de capaciteit.”

Discretere hulpkanalen

Het Internationale Rode Kruis weigert dan ook mee te doen aan de Amerikaanse hulpshow. Internationale organisaties hebben discretere kanalen. “Het is niet waar dat Venezuela geen hulp toestaat. De grootste humanitaire organisaties zijn er al twee jaar actief, met medeweten van de staat, al dekken ze maar 40 procent van de vraag”, zegt Raffalli.

Zo’n lawine aan hulp is gebruikelijk bij natuurrampen. In Venezuela is er een ander probleem. Mensen gaan dood door uitputting.

In de eetkamer in Carapita schuift alweer een nieuw clubje scholieren aan. “Zonder hulp zou ik het niet redden”, zegt de 39-jarige Maribel Aguilera terwijl ze toekijkt hoe haar jongste dochter haar lunch naar binnen lepelt. Twee jaar geleden was het kind zwaar ondervoed, nu is ze terug op gewicht. Aguilera heeft zeven kinderen en haar enige inkomen is het minimumloon van haar oudste zoon, omgerekend vijf euro per maand. “Vroeger waren we rijk maar we wisten het niet, nu zijn we arm. Het wordt steeds moeilijker om te overleven.”

Susana Raffalli is bang voor de toekomst. Het gros van de Venezolanen heeft geen gaarkeuken binnen handbereik. De nieuwe Amerikaanse sancties kunnen dan ook desastreus uitpakken, denkt ze. Ze ontnemen de Venezolaanse regering het laatste beetje geld om voedsel te importeren. “De bevolking is op dit moment totaal afhankelijk van de staat. Het is zoals in de film van King Kong, die wordt bestookt terwijl hij dat meisje in zijn hand houdt. Ik weet niet wat de oplossing moet zijn, maar dit is hem niet.”

Lees ook: De volkswijken in Venezuela blijven trouw aan de revolutie en president Maduro

In de arme wijken van Venezuela kan president Maduro nog altijd rekenen op een harde kern van revolutionairen.

Bron: Trouw

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *